Marokko wacht op actie van “koning der armen”


De aflossing van de wacht in de Arabische wereld is volop bezig. De opvolger met de beste pers is totnogtoe koning Mohammed VI van Marokko dankzij enkele verzoeningen met oude opposanten, het terzijde schuiven van enkele machtige figuren en zijn bezorgdheid voor de werklozen en armen. Dit laatste heeft hem de bijnaam “koning der armen” opgeleverd. Maar die armen wachten nog altijd op concrete actie van de vorst, want totnogtoe is er in feite niets veranderd. Ook niet aan het autocratisch bestuurssysteem.

Koning Hoessein van Jordanië overleed in februari 1999, emir Isa van Bahrein in maart 1999, koning Hassan van Marokko in juli 1999 en president Hafez al-Assad van Syrië op12 juni van dit jaar. In Saudi-Arabië verkeert koning Khaled al geruime tijd in slechte gezondheid. President Saddam Hoessein van Irak zou kanker hebben. En in andere landen, waar het opvolgingsprobleem nog niet zo acuut is, zoals in Libië, Egypte, Jemen zouden de zonen toch al staan te dringen om hun vaders op te volgen.


Zoals in alle monarchieën ter wereld – ook in België – is een opvolging, een huwelijk enz. een gelegenheid voor een beperkte amnestie, meestal onder de vorm van strafverkorting waardoor velen dan direct de gevangenis kunnen verlaten. Zoiets is altijd een populaire maatregel. Mohammed VI kon zijn carrière dan ook moeilijk anders beginnen. Een week na de dood van zijn vader konden enkele duizenden gevangenen op 31 juli de deur van de gevangenis achter zich dicht trekken.


Op 30 september 1999 kon de Marokkaande jood en vooraanstaand communistisch oppositielid Abraham Serfaty na een lange ballingschap terug voet op Marokkaanse bodem zetten. In 1977 had koning Hassan II hem ter dood laten veroordelen om hem in 1991 naar Frankrijk uit te wijzen en hem zijn Marokkaanse nationaliteit af te nemen In oktober besloot de familie van Mehdi Ben Barka, de in 1965 in Parijs vermoorde linkse oppositieleider terug te keren, wat ze uiteindelijk eind november zou doen. Dat leverde Mohammed VI veel internationaal krediet op.

Op binnenlands vlak scoorde de nieuwe vorst door ter gelegenheid van de heropening van het parlement op 8 oktober 1999 de lethargie van de administratie aan de kaak te stellen en de problemen van de werkloosheid (25%) en de tekortkomingen van het onderwijs (de helft van de 29 miljoen Marokkanen is analfabeet; bij de vrouwen loopt het op tot 70%) publiek te onderstrepen. Meer nog, voor het eerst sedert de jaren 1950 bezocht een Marokkaanse koning opnieuw het Berberse Rif-gebergte. Zijn vader, toen nog prins Hassan, was de laatste koninklijke bezoeker geweest, zij het om vanuit een helikopter het vuur te openen op de Berbers die in opstand waren gekomen tegen zijn vader, koning Mohammed V. Nochtans was de relatie tussen monarchie en de Berbers in het noorden eerder goed geweest: uit dank voor de steun in de strijd tegen de Fransen kregen ze het privilege dat ze cannabis mochten verbouwen. Dit is nog altijd het voornaamste product in de regio.


Voor een grote verrassing zorgde de koning door op 9 november minister van Binnenlandse Zaken, Driss Basri, die bijna een kwarteeuw de machtigste man van Marokko was, te ontslaan. Meteen kon ook de satiricus Ahmed Sanoussi, die door Basri twaalf jaar lang van radio en tv was geweerd omdat hij zijn politieke grappen niet kon smaken, weer aan het werk.


Dit jaar begon de regering in april met het betalen van schadevergoeding aan mensen die onder Hassan II om politieke redenen, dikwijls zonder enige vorm van proces of na het uitzitten van hun straf, in de gevangenis verbleven. De mensenrechtencommissie ontving 5.500 aanvragen voor schadevergoeding. Daaronder die van 40 ex-gevangenen die in de beruchte gevangenis van Tazmamart hebben gezeten – een gevangenis waarvan het bestaan destijds officieel werd ontkend, maar die nog onder Hassan II werd gesloten.


Het islamistische segment van de bevolking kreeg ook wat door de opheffing van het ruim tien jaar oude huisarrest van sjeik Abdessalam Yassin, de leider van de fundamentalistische vereniging Al Adl wal Ihasan (Gerechtigheid en Liefdadigheid). Yassin is een oude tegenstander, om godsdienstige redenen, van de monarchie ondanks het feit dat die zich beroept op afstamming van de profeet Mohammed. Yassin nam het nooit dat ze op die – overigens betwiste – basis, naast het politiek, ook het religieus leiderschap (“bevelhebber van de gelovigen”) van het land opeiste. Eerder dit jaar had Yassin nog een scherpe open brief geschreven aan de nieuwe koning. Daarin spoorde hij Mohammed VI aan het kolossale fortuin van zijn vader – dat hij op 40 miljard dollar schatte – naar Marokko te repatriëren.

Armoede en ellende



In zijn eerste interview met de pers sedert zijn troonsbestijging (Time, 26 juni 2000) had Mohammed VI het over de voornaamste problemen van zijn land: werkloosheid, droogte, armoede, miserie, analfabetisme. In een artikel van Ignacio Ramonet in Le Monde Diplomatique (juli 2000) zijn daaromtrent heel wat cijfers te vinden: 65% van de bevolking leeft onder de armoededrempel, op het platteland heeft tweederden geen drinkbaar waten, 87% geen elektriciteit en 93% geen enkele vorm van medische verzorging. Geen wonder dat volgens een enquête 72% van alle Marokkanen wil emigreren, van de jongeren tussen 21 en 29 jaar zelfs 89%!


En de koning helpt, meldt Ramonet: “Aan het hoofd van een organisatie, de Stichting Mohammed V, die fonctionneert als een humanitaire NGO schrikt de koning er niet voor terug persoonlijk naar de meest afgelegen dorpen te gaan om watertanks te geven aan de slachtoffers van de droogte, micro-ontwikkelingsprojecten te steunen, of solidariteitsacties aan te moedigen. Hij bezoekt de zieken, houdt zich bezig met de behoeftigen. Zodanig dat er al duizenden legenden de ronde doen over zijn goedheid, zijn vroomheid, zijn vrijgevigheid.”

Op het eerste zicht een indrukwekkend palmares voor de nieuwe vorst. Maar is er wezenlijk veel veranderd? De Marokkanen in de krottenwijken hebben nog maar weinig concrete verandering gezien. Hier en daar begint de kritiek de kop op te steken. Zodanig zelfs dat Mohammed VI zich in september verplicht zag om de beschuldigingen van immobilisme tegen te gaan door een grondige wijziging van de regering van de oude socialist Abderrahman Youssoufi (72 jaar) door te voeren. En meteen bewees dat er aan de politieke zeden en gewoonten nog niets veranderd is in Marokko: de koning blijft de ware machthebber, waar iedereen zich naar te schikken heeft.


Ook bij de verzoening met oude opposanten kan men vraagtekens plaatsen. Nog onder Hassan II was de oude linkse oppositie van de Unie van Socialistische Volkskrachten (USFP), volledig geneutraliseerd door haar chef eerste minister te maken. Iets wat toen ook heel wat hoop had gewekt bij de Marokkanen.


Abraham Serfaty heeft nu een mooie witte villa bij Casablanca, met uitzicht op de oceaan ter beschikking gekregen van de regering en is heel wat voorzichtiger geworden in zijn verklaringen. Gedaan met de vervelende oppositie van buitenuit. Ook de familie van Ben Barka, de stichter van de USFP, is door haar terugkeer geneutraliseerd.


Hetzelfde geldt voor sjeik Yassin die bang lijkt te zijn dat er, zoals het voorbije decennium, opnieuw bewakers voor zijn deur zouden komen postvatten. En Yassin wordt kort gehouden: de week van zijn vrijlating werd het blad van zijn partij verboden. Een beslissing om de moskeeën de hele dag, en niet enkel op de gebedsuren, open te houden werd al snel terug ingetrokken. Afgelopen zomer verhinderde de politie dat de partij opnieuw haar succesvolle strandkampen zou organiseren. Ze brak zelfs een kamp af te Mehdia, ten noorden van Rabat. Toen de partij in plaats uitstappen naar bossen wou organiseren hielden de autoriteiten de bussen tegen.


Op het sociale vlak heeft Mohammed VI niet gereageerd op het voorstel het fortuin van zijn vader terug te halen. Structurele maatregelen voor bestrijding van de armoede en de werkloosheid heeft hij niet genomen. Wel werden afgestudeerde studenten hard aangepakt die in juni een hongerstaking hielden om hun eisen voor jobs kracht bij te zetten: de “snelle interventiemacht” van het leger bestormde het hoofdkwartier van de vakbond UMT, waar de hongerstaking plaats had. Ook marsen naar het parlement voor werk werden tegengehouden.


Eén lichtpuntje, in augustus kondigde de koning aan dat er gas en olie werd ontdekt in het gebied van Talsint dichtbij de Algerijnse grens. Hij beloofde dat de opbrengst zou gaan naar de modernizering van de landbouw en voor het verbeteren van de sociale diensten, vooral op het platteland.


Als dat ooit zou gebeuren, zal hij wel eerst een en ander moeten veranderen. Marokko is immers in de greep van een kleine corrupte klasse, die zich zo goed als alles toeëigent, maar in ruil wel onvoorwaardelijk het vorstenhuis steunt. Toeval of niet, in geen enkele van zijn verklaringen heeft Mohammed VI het over de bestrijding van de nochtans alom aanwezige corruptie gehad. Door zo’n actie zou hij een steunpilaar van zijn regime onderuit halen.


Ook wat de kwestie van de Westelijke Sahara betreft, zet Mohammed VI de lijn van zijn vader voort. Het referendum dat over de toekomst van deze voormalige Spaanse, maar door Marokko geannexeerde kolonie zou moeten worden gehouden is dit jaar weer op de lange baan geschoven. Elke suggestie in de pers voor een gesprek met het Polisariofront, wordt met een verbod van de publicatie bestraft. Naar verluidt zou de koning onder druk van het leger aan de harde lijn vasthouden. En volgens sommige waarnemers zou Mohammed VI in de greep van het leger zijn geraakt. Een reden te meer om de corruptie niet aan te pakken – de grootste fortuinen van het land zijn bij militairen en hoge politieofficieren te vinden. En ook een reden te meer om de islamitische fundamentalisten aan banden te leggen: die maken zich immers populair door hun sociaal werk en door hun uitvallen tegen de rijken.

Fundamenteel lijkt er in Marokko nog niets veranderd. Wel zijn er een aantal persoonswisselingen geweest op topjobs, maar dit is een normaal fenomeen. Ook in Jordanië en Syrië zijn een aantal mensen opzij geschoven. Iemand als Driss Basri de laan uitsturen is bijna een levenszaak: de man zou een bedreiging zijn voor het eigen gezag, als hij al niet in de verleiding kunnen komen dit over te nemen, zoals destijds generaal Oufkir koning Hassan II trachtte te likwideren. En politieke tegenstanders terughalen betekent dat men ze beter kan controleren, zodat ze geen gevaar meer vormen. Bovendien schept dat de indruk dat men de teugels wat viert. Maar Mohammed VI heeft nog altijd geen opheldering gegeven wat er nu juist in Parijs is gebeurd met Barka en waar zijn lijk werd verstopt. Ook over honderden verdwenen Saharawi’s weet men nog altijd niets. De opening blijft nog zeer beperkt. Het zal nog lang vooraleer Marokko enige schijn van democratie krijgt, laat staan vooraleer er wat aan de enorme kloof tussen rijk en arm zal worden gedaan. Een reactie van de Marokkanen, zoals er in het verleden al vele zijn geweest in de vorm van broodrellen en stakingsacties, valt niet uit te sluiten eens de desillusie inzet.

(Uitpers, oktober 2000)

Visited 3 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).