Mao roept “de massa”s ter hulp

Chinese CP 100 (4)

Na het opmeten van de catastrofe van de Grote Sprong Voorwaarts, namen Mao’s rivalen, president Liu Shaoqi voorop, het roer in handen. Mao Zedong gaf zich niet gewonnen, hij riep de massa’s op, vooral de jongeren, de hoofdkwartieren aan te vallen van de machthebbers die het bourgeois regime wilden restaureren…

Zoals met de Honderd Bloemen die kort bloeiden, gingen die “massa’s” in de Grote Proletarische Culturele Revolutie alweer verder dan gewenst. Het leger greep in en herstelde de orde. Officieel zou die zogenaamde “Culturele Revolutie’ duren tot het grote scharnierjaar 1976 waarin eerst Zhou Enlai, nadien Mao stierven. Mao keerde zich om in zijn graf bij wat na zijn dood gebeurde.

Breuk met Moskou

Na de mislukte Sprong was Mao’s prestige in de partij aangetast. Liu Shaoqi stond op bijna hetzelfde niveau maar het was diens lijn die het haalde: Verdere uitvoering van het Vijfjarenplan zonder storende elementen (Mao). Premier Zhou Enlai probeerde met enig succes de twee lijnen te verzoenen zodat het tot geen open breuk kam.

De plotselinge stopzetting van de Sovjetprojecten in 1960 remde de uitvoering van dat plan wel af. De bruuske manier was allesbehalve kameraadschappelijk, wel ronduit vijandig. Die hulp bestond onder meer uit vernieuwing van de infrastructuur en oprichting van sleutelbedrijven. Maar Peking vond al langer dat de Sovjet-Unie meer had kunnen doen, zeker in vergelijking met de gulle hulp die ze gaf aan regimes die verre van communistisch waren (Egypte, Iran, Afghanistan…).

De Chinese communisten konden vooral niet overweg met Chroesjtsjovs politiek van ‘vreedzame coëxistentie’ en ‘vreedzame wedijver’ met het kapitalistische Westen. Daar had Peking, dat tot 1971 de Chinese zetel in de VN door Taiwan bezet zag, geen boodschap aan. Die détente politiek van Moskouwam neer op een machtsdeling tussen de twee grootmachten van die tijd, met landen als China in de marge. Het akkoord tussen die twee groten om kernproeven aan banden te leggen, vond Peking een regelrechte aantasting van zijn soevereiniteit. In 1964 zou China zijn eerste kernwapen testen.

Sociaal-imperialisten

Peking ging steeds harder te keer tegen het”hegemonisme” van Moskou dat de Communistische Internationale nog altijd als zijn exclusief terrein zag. Het conflict werd een tijdje achter de schermen uitgevochten. Op het ‘Wereldjeugdfestival voor de vrede’ in 1962 in Helsinki, werd ik als deelnemer van de twee kanten bestookt met uitnodigingen, tekenend voor de strijd om invloed in de Internationale. Bij de VKS (communistische studenten) kregen we van de Chinese partij films over de Lange Mars en andere heldendaden.

Het Sino-Sovjetgeschil drong ook de partij (KPB) binnen. Kort daarop bleek dat de Chinese CP haar oog had laten vallen op België als proefterrein naar een nieuwe internationale. Jacques Grippa richtte in 1963 de “Marxistisch-Leninistische Communistische Partij van België” op. Hij had zeer ruime fondsen voor permanenten, een grote drukkerij, diverse bladen… Onderlinge rivaliteiten, die zelfs uitliepen op gewapende overvallen, hielpen de partij snel naar de vaantjes, Peking had zij proefpersonen niet goed uitgekozen.

Na de openlijke breuk in 1963, startten Peking en alle volgelingen wereldwijd campagnes tegen het “hegemonisme” van Moskou en, nog erger, tegen het sociaal-imperialisme. Dat werd zelfs vijand nummer één van de “echte” communisten, alle andere tegenstellingen werden daaraan ondergeschikt. Het ging zover dat Peking steun weigerde aan bevrijdingsbewegingen die volop door Moskou werden gesteund, zoals het MPLA in Angola. Het deed China’s pogingen om vrienden te maken in Afrika, Azië en Latijns Amerika geen goed.

Peking kreeg echter een zware klap in Indonesië waar de bevriende communistische PKI, een van de sterkste van de wereld, tijdens een coup in 1965 werd afgeslacht. Het zette een domper op de ambities om een soort concurrerende Internationale op te richten.

Grote Revolutie…

Intussen voelde Mao zich van langs om meer geminoriseerd in “zijn” partij. Hij vond dat hij in 1958 met succes de massa’s had gemobiliseerd, dat hij enthousiasme had gewekt voor zijn Grote Sprong. En hij kwam met iets anders Groot: een Grote Proletarische Culturele Revolutie. Het volk zou de oude feodale tradities afschudden, vernietigen zelfs, om een nieuwe proletarische cultuur te doen bloeien.

Voor Mao was het doel in de eerste plaats de controle over de partij heroveren en zijn rivalen uitschakelen die tussen hem en die “massa’s” stonden. In 1964 had hij de cultus rond zijn persoon een nieuwe stoot gegeven met het Rode Boekje met citaten, iets wat bij ons vooral maoïsten met een katholieke achtergrond als een catechismus omarmden. Er was toen ook onder zijn impuls een ‘Beweging voor Socialistische Opvoeding’ op gang getrokken. Maar na de ramp met de Grote Sprong en het economisch succes van het Plan, was er in China weinig enthousiasme voor die ‘opvoeding’.

…ontspoort

Mao zelf bleef ongenaakbaar, en door in 1965 de Yangze over te zwemmen, liet hij zijn rivalen en alle Chinezen zien hoe sterk hij nog was. Maar hij was verre van almachtig, zijn rivalen dicteerden de wet. De Grote Proletarische Culturele Revolutie die hij in 1966 lanceerde, moest daar een eind aan maken.

Die Grote Revolutie diende tegelijk als kanalisatie voor het sociaal ongenoegen over te lage lonen, een groter wordende loonwaaier, stukloon, voorrechten voor hogere kaders en voor partijambtenaren. Mao riep op de hoofdkwartieren (waar zijn vijanden zaten) te bestoken, zij werden aangewezen als de schuldigen voor al wat mis liep. De maoïsten verzekerden zich eerst wel van de steun van het leger, van veteraan Lin Biao die er zou op toezien dat al die revolterende energie binnen de perken zou blijven.

Maar dat deed ze niet. De studenten die als Rode Wachten de voorhoede van de Culturele Revolutie waren, kregen snel gezelschap van arbeiders die revolutionaire” comité’s vormden en stakingen organiseerden, wat de maoïsten toch iets te ver ging.
1967 werd een jaar van verwarring en toenemend geweld tegen al wie als vijand werd gebrandmerkt, rivaliserende comité’s gingen elkaar als contra-revolutionairen bestempelen. Het “Volksleger” kreeg opdracht her en der orde op zaken te stellen, wat het vaak met veel geweld deed. Communisten van het eerste uur werden ineens doodgravers van het socialisme.

Orde hersteld

De “Culturele revolutie” ontspoorde tot een orgie van geweld met ontelbare slachtoffers. Enkele voorbeelden. In de provincie Sichuan vielen in mei 1967 bij onderlinge gevechten tussen “revolutionaire comités” van vooral textielarbeiders in drie dagen tijd meer dan 2000 doden. De groep die het haalde nam 1800 rode wachters gevangen van wie er 34 werden onthoofd. In Guangzhou (Canton), waar Rode Wachters zoals elders talrijke tempels en historische gebouwen hadden vernield, bevochten rivaliserende comité’s zich wijk per wijk, waarbij soms per dag 250 doden vielen.

Vanaf de herfst van 1967 kreeg het leger steeds meer taken en invloed, de oproepen om de partij te vernieuwen en versterken volgden elkaar op. Maar 1968 bracht geen rust, er kwamen massa’s nieuwe revolutionaire comité’s, een deel van de massa’s waar de maoïsten zo lyrisch over deden, wilden niet zomaar naar de oude toestand terug. Er werd danig gemanoeuvreerd om de toestand weer onder controle te krijgen, rond de figuur en de gedachte van Mao, samen met Lin Biao het “proletarisch hoofdkwartier”. Honderdduizenden Rode Wachters werden in het leger geïntegreerd om hem te neutraliseren.

In oktober 1968 kwam het centraal comité van de CP samen, uitgebeid met de leidende groep van de Culturele Revolutie en vertegenwoordigers van revolutionaire comités uit de provincies. Daar werd tevreden vastgesteld dat het bourgeois hoofdkwartier van Liu Shaoqi “en zijn kliek” was uitgeschakeld. Mao en Lin Biao triomfeerden.

Heropbouw

Opnieuw, net als na Mao’s dramatische Grote Sprong, waren China en de CP aan herstel toe. Officieel zou de Culturele Revolutie pas in 1976 worden afgesloten, maar het was op het partijcongres in april 1969 zeer duidelijk dat ze was afgesloten. De “rebellen” moesten zich aansluiten bij de massa’s van arbeiders en boeren, wat er vaak op neerkwam dat ze net zoals veel van hun slachtoffers ver weg “bij het volk in de leer moesten gaan”.

Op het partijcongres van april 1969 werd de dominante rol van Lin Biao en de militairen bevestigd door hun promoties in de partijtop. Lin werd nu officieel de opvolger van Mao en gedroeg zich daar ook naar. Tot Mao nattigheid voelde en begon te vrezen voor zijn eigen positie. In een bizarre episode in de zomer van 1971 bereidde Mao zich voor op een krachtproef met zijn vice (Lin). Hij ging buiten Peking steun zoeken om Lin eruit te zetten, vrezend voor een machtsgreep. Lin Biao raakte op de hoogte en vluchtte met zijn familie in allerijl richting Sovjet-Unie. Edoch, in de grote haast was er vermoedelijk niet genoeg brandstof getankt, het toestel stortte onderweg neer.

Deng

Daarmee waren Mao’s zorgen niet over. Geleidelijk begonnen leiders die tijdens de Culturele Revolutie waren weggezuiverd, weer aan de top te verschijnen. Onder hen Deng Xiaoping, de man die wel nooit officieel nummer één zou worden, maar die eind 1978 de partij en China een volledig andere weg opstuurde dan de weg die Mao wou: de weg naar het socialisme met Chinese kenmerken, aldus het eufemisme voor kapitalistische kernmerken.

 

Na de val van Lin Biao en de terugkeer van Deng en co, leefden binnen de C P zeer diverse strekkingen in ‘vreedzame coëxistentie’ naast elkaar. De voorstanders van modernisering à la Liu Shaoqi met aan de andere kant de harde kern van de Culturele Revolutie, later bestempeld als de Bende van Vier waartoe Jiang Qing, mevrouw Mao, behoorde. Met Mao zelf als clandestien 5e lid. Met premier Zhou Enlai die zoals hij al decennia deed, boven de rivalen stond.

Mao, Jing en hun medestanders lanceerden in 1973 nog wel de campagne ‘Pi Lin Pi Kong’ – aanvallen op Lin Biao en Confucius – om het laken naar zich te trekken, maar de vlam van de contestatie moest wijken voor die van de normalisatie. Alhoewel, helemaal uitgedoofd was ze niet, zoals stakingen en muurkranten in 1974 aantoonden.

Bezoeker Nixon

Tegelijk was er ook internationaal normalisatie. In 1971 kwam de zetel van China in de Verenigde Naties; die was tot dan bezet door “Nationalistisch China” (Taiwan). In de jaren daarvoor en daarna boekte Peking wereldwijd diplomatieke successen, zeker in wat toen de “Derde Wereld” werd genoemd.

Een hoogtepunt was het bezoek in februari 1972 van VS-president Richard Nixon aan China, dat nu ook permanent lid van de Veiligheidsraad van de VN was. Het zou wel tot 1979 duren eer er diplomatieke betrekkingen kwamen, het jaar waarin Peking het vriendschapsverdrag met de USSR formeel opzegde.

Dat de VS in de periode van Nixons bezoek Vietnam dagelijks met zware bommen en chemische wapens bestookten, vormde geen hinder voor die toenadering. Dat China de Vietnamese kameraden niet echt in het hart droeg, ook niet tijdens hun oorlog tegen de VS, bleek in 1980 toen Chinese troepen Vietnam binnenvielen om de Vietnamezen “een lesje te leren”. Het was China dat een lesje leerde, het 3violksleger” stelde niet zoveel voor. Het was een reden voor Deng om het leger op zijn lijst van Vier Moderniseringen te plaatsen.

Volgend: Scharnierjaar 1976, Mao en maoïsme worden begraven.

 

 

Zie ook:

 

China’s Communistische Partij 100 jaar (1)

 

 

 

 

 

 

 

 

(Visited 272 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 444 Times, 3 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook