Mali: Kroniek van een geprogrammeerde herkolonisering

1. Mali in de cynische wereldorde

De staatsgreep van 22 maart 2012 en het totale embargo van de CEDEAO (Economische Gemeenschap van Westafrikaanse Staten) kwamen in het nieuws omdat na de staatsgreep ook tweederden van het grondgebied verloren gingen. Dit wijst op de extreme kwetsbaarheid van Mali. Het heeft ook alles te maken met het verraad van de elites. Ze steken de kop in het zand en weigeren elk grondig debat over wat er op het spel staat in de kapitalistische mondialisering. Maar alles is nu duidelijk. De neoliberale herkolonisering van het land is in een nieuwe fase gekomen. Dit beantwoordt aan het schema dat al eerder in Libië werd toegepast, zonder de NAVO interventie dan.

Het collectieve imperialisme had behoefte aan de uitbuiting van de wrevel en de wrok die, net zoals in Benghazi, sterk leefde bij een zich gemarginaliseerd voelende bevolking. De Toeareg rebellie past daar volkomen in. Het opeisen van tweederden van het grondgebied door de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA in het Frans) heeft nu de zegen van de ‘internationale gemeenschap’ gekregen.

De klus in Mali was makkelijker te klaren dan de klus in Libië. Men had genoeg aan de aftakeling van het nationale leger en men kon de ogen sluiten voor de oprukkende en zwaar bewapende legers die hun arsenaal uit Libië hadden meegebracht.

Het is allemaal snel gebeurd, tussen 17 januari 2012 en 4 april 2012. De machtige leden van de ‘internationale gemeenschap’ hebben zich de handen niet moeten vuil maken. Hun eer is gered dank zij een paar principiële verklaringen over de onschendbaarheid van de territoriale integriteit van Mali. Toch is het slechts nadat de rebellen van de MNLA verklaard hadden dat hun doel was bereikt, dat de Verenigde Staten van Amerika hebben gevraagd dat ze zouden ‘stoppen’ met hun militaire operaties.

Wat er op het spel staat in deze mondiale oorlog – energie, veiligheid, migratie, ideologie – werd duidelijk met deze herkolonisering, iets wat de leiders van Mali niet hebben zien aankomen en nog steeds niet willen toegeven. Frankrijk hoopt van de toekomstige seculiere en democratische Republiek Azawad te krijgen wat president Amadou Toumani Touré nooit heeft willen geven: de militair en economisch zeer strategische basis van Tessalit, een vastberaden strijd tegen de ‘illegale’ emigratie en tegen ‘Al Qaeda in de Maghreb’ (AQMI).

De publieke opinie in het Westen was verontrust door de deelname van Ançar Dine en van AQMI aan de herkolonisering van Mali, maar is voor het overige volkomen onverschillig voor het lot van de bevolking in Mali.

2. Het geweld van CEDEAO tegen de martelaren van het Malinese volk

Geschokt en verbijsterd door het idee een volk te zijn zonder staat en zonder leger dat die naam waardig is, geconfronteerd met zwaar gewapende militairen die de ene stad na de andere veroverden, moet de bevolking van Mali nu het totale embargo van de CEDEAO-staten ondergaan.

Op de buitengewone top van Abidjan (Ivoorkust) op 27 maart 2012 besloot de subregionale organisatie om een delegatie op hoog niveau naar Mali te sturen. Kapitein Amadou Hazya Sanogo die op 22 maart 2012 de macht had gegrepen, wordt gevraagd om zo snel als mogelijk de constitutionele orde te herstellen. De delegatie kwam met lege handen terug en had kennis gemaakt met de talrijke slachtoffers van de formele en corrupte democratie voor wie de staatsgreep overkwam als een bevrijding. Op de luchthaven van Abidjan stelden de Staatshoofden van de CEDEAO een ultimatum aan de nieuwe autoriteiten in Mali: ofwel binnen de 72 uur de bevelen opvolgen, ofwel een embargo.

Maandag 2 april werd de daad bij het woord gevoerd, hoewel Kapitein Amadou Haya Sanogo tijdens een ontmoeting in Ouagadougou tussen de delegatie van de CNRDRE [Comité national de redressement pour la démocratie et la restauration de l’état, kort gezegd: de militaire junta, nvdr] en de bemiddelende president van Burkina Faso aanvaard had de constitutionele orde te herstellen. De grote meerderheid van de mensen in Mali was gelukkig met deze vooruitgang, maar dat was blijkbaar niet voldoende voor de bijzonder onwrikbare staatshoofden van de CEDEAO.

De sancties die volgden waren:

  • Opschorting van het lidmaatschap van Mali in alle instanties van CEDEAO
  • Terugroepen van de ambassadeurs van de organisatie, voor overleg
  • Het sluiten van de grenzen
  • Het bevriezen van de tegoeden van Mali bij de Centrale Bank van Westafrikaanse Staten (BCEAO) en de niet bevoorrading van de nationale banken
  • Opschorting van de programma’s voor ontwikkelingshulp.

Militair gezien kan men stellen dat de CEDEAO zich voorbereidt op alle mogelijke ontwikkelingen.

Nog belangrijker dan het wegvallen van de buitenlandse steun voor de gezinnen, is het geld van de diaspora waarvan een gedeelte via Western Union en Money Gram wordt betaald.

Het leven is erg duur in Mali en dat had al vóór de rebellie bijna tot oproer geleid. Die situatie wordt door de staatsgreep nog verergerd. In de bezette gebieden vliegen de prijzen de pan uit. Er wordt geplunderd en er ontstaat een tekort aan voeding en aan geneesmiddelen.

3. De betekenis van de staatsgreep van 22 maart 2012

De vrouwen, moeders en echtgenotes van de soldaten die met bitter weinig uitrusting naar het Noorden werden gestuurd om Mali te verdedigen, waren de eersten om hun woede te uiten. Zij gingen rechtstreeks naar President Amadou Toumani Touré om hem eens te meer verantwoording te vragen. De verslechterende situatie heeft daarna geleid tot betogingen waarbij ook bezittingen van de Toeareg werden vernield. Het is in die situatie dat Amadou Haya Sanogo en zijn kameraden in opstand zijn gekomen, wat uiteindelijk tot de staatsgreep van 22 maart heeft geleid.

De ‘internationale gemeenschap’ was niet erg onder de indruk van de wreedheden in Aguelhok tegen ongewapende militairen, noch van de bezetting van de ene stad na de andere in het Noorden.

Wel werd meteen geprotesteerd tegen de staatsgreep die vooral als onaanvaardbaar werd gezien omdat ze gebeurd in één van de ‘modellanden voor de democratie’, net vóór een presidentsverkiezing waarvoor ATT geen kandidaat was.

Die voorstelling van zaken is simplistisch en is in de media te dik in de verf gezet, maar ze past wel perfect in het kraam van al diegenen die durven beweren dat Mali een voorbeeldige democratie was. De mening van diegenen die ontgoocheld zijn en zich in de steek gelaten voelen door de democratie, wordt niet gehoord en wordt misprezen.

4. Als de ‘normale’ constitutionele orde als scherm wordt gebruikt

We willen niets dat oud is, alles moet nieuw zijn’, zo stelden de betogers tijdens de bloedige rellen van maart 1991 toen ze hun diep verlangen naar een echte democratische verandering uitspraken. Ze waren er van overtuigd dat President Moussa Traoré de enige en echte schuldige was van de teloorgang van het land. Zijn verwijdering zou volstaan om de democratie en het recht te herstellen. Niet dus.

Tijdens de twintig jaar van ‘democratische transitie’ die door de ‘internationale gemeenschap’ werd bejubeld en toegejuicht, heeft de berg een muis gebaard. Het volk staat machteloos en wordt niet gehoord. De staatsgreep vond plaats op vijf weken van de presidentsverkiezingen, in een bijna revolutionaire situatie.

De democratie was volledig ontspoord en moest allerhande affaires verbergen. Oordeelt U zelf:

  • Het meerpartijenstelsel dat we allemaal willen heeft geen debat, noch een vergelijking van maatschappijmodellen mogelijk gemaakt. Wel is er een proliferatie van parijen: meer dan 140 voor een land met veertien miljoen inwoners. De democratisch verkozen leiders hebben nauwelijks contact met hun kiezers en zijn druk bezig met allerhande strategieën om een stukje ‘ontwikkelingshulp’ binnen te rijven en de kansen te nemen die het neoliberale zakenklimaat hen biedt.
  • Het zijn de winnaars van dit economisch en politiek mafiasysteem die als ‘democraten’ en miljardairs in de rij stonden om de plaats van ATT over te nemen. Ze kopen daarvoor alles wat binnen hun bereik ligt, van het stembriefje tot het geweten van de kiezers.
  • Verrijk U en zwijg’ is de niet geschreven regel van het politieke spel, terwijl de cosmetische ingrepen in het ‘goed bestuur’ van het ‘Bureau du Vérificateur Général’ de illusie van het democratische modelland moet overeind houden.
  • Hun kinderen, die zich niet schamen om met hun miljarden feest te vieren, staan tegenover de verontwaardigde en verarmde jongeren die geen recht hebben op kwalitatief hoogstaand onderwijs, noch op werk of inkomen, noch op een visum om elders hun kans te wagen.
  • Geen enkele politieke partij kan vandaag bogen op een geschoolde achterban die op de hoogte is van wat er op het spel staat zodat ze hun leiders met kennis van zaken kunnen kiezen en nadien ook kunnen controleren. De kiezers worden slechts zeer sporadisch aangesproken, maar aan de vooravond van de verkiezingen staan de kandidaten wel klaar om hun stem te kopen.
  • De civiele maatschappij die zou moeten controleren en rekenschap vragen aan de politieke klasse, leeft van compromissen, van geven en van nemen. De technische en financiële partners financieren slechts als alle moeilijke thema’s uit de debatten worden geweerd.
  • De vrijheid van meningsuitdrukking waar zo’n hoge prijs voor betaald werd, wordt door de media aan banden gelegd. Er zijn erg veel dagbladen en radio’s die, willen ze overleven, zich gedragen zoals de civiele maatschappij. Ze moeten zich kunnen verkopen. De enige nationale televisiezender, ORTM is ‘de stem van zijn meester’.
  • De echte ondernemers, lokaal of van de diaspora, mensen die graag in hun land willen investeren, worden ontmoedigd door een corrupte administratie die niet terugdeinst om zelfs de beste initiatieven te dwarsbomen als ze er zelf niet beter van wordt.

5. Het is nog mogelijk om Mali en de Sahel-Sahar a strook te redden.

Mali is niet in gevaar door de ‘militaire putsch’ die een voorbeeldige democratisering op de helling zou hebben gezet. Het gevaar komt wel van een formele democratie en van geopolitieke, economische en strategische spelletjes waarvan de gewone burgers geen weet hebben.

Frankrijk speelt de rol van brandstichter en brandweerman. We moeten de wet nummer 57-20 van 10 januari 1957 niet vergeten, waarmee een Gemeenschappelijke Organisatie voor de regio van de Sahara in het leven werd geroepen. De bedoeling was ‘de economische expansie en de sociale promotie van de Saharazone van de Franse Republiek’. Aan het beheer ervan wordt meegewerkt door Algerije, Mauretanië, Soedan (het huidige Mali), Niger en Tsjaad’.

Om Mali echt te redden is het nodig om:

  • Gebruik te maken van dit nationale drama om opnieuw kritisch te gaan denken en politieke moed te tonen. Het is een illusie en het is zelfmoordgedrag te geloven dat wij een vrij en onafhankelijk land zijn dat enkel behoefte heeft aan democratisch verkozen leiders om vooruitgang te boeken. De voorstanders van die stelling zijn de winnaars van de onrechtvaardige en gewelddadige wereldorde. Ze zitten meer in met hun belangen dan met het lot van de bevolking van Mali.
  • Na te denken over de onontbeerlijke democratisering van Mali in termen van een tweede bevrijding. Die politieke, economische, monetaire en culturele eis heeft nu een territoriale dimensie. Die opdracht is des te moeilijker omdat er ontzaglijk veel op het spel staat en de machtsverhoudingen totaal asymetrisch zijn.
  • Het verzet te organiseren door middel van een morele herbewapening, politieke creativiteit en solidariteit met de meest kwetsbaren, zoals vrouwen, jongeren en mensen op het platteland. De verleiding om onmiddellijk vijftig miljoen dollar te mobiliseren om wapens te kopen of om een strijdkracht van de CEDEAO in te zetten is de deur open zetten voor een eindeloze asymetrische oorlog.
  • Politiek lucide en volwassen te zijn, door te beseffen dat de ‘groei-economieën’ die nu de wet kunnen stellen op het vlak van economie en democratisering, in eerste instantie behoefte hebben aan de immense rijkdom van ons continent. Zij verbergen het geweld van het economisch systeem dat ze mondialiseren. Terwijl Mali zich vastrijdt in de oorlog in het Noorden en de bevolking zich afvraagt hoe te overleven, wordt verdergegaan met het plunderen van het goud in het voordeel van de multinationals. We moeten een scherpe analyse maken van de machtsverhoudingen en durven nadenken over hoe we de belangen van ons land kunnen verdedigen. Die belangen vallen trouwens niet samen met de bankrekening van enkele individuen die zich via frauduleuze verkiezingen een legitimiteit aanmeten.
  • van Mali een schoolvoorbeeld voor de CEDEAO te maken. De staatshoofden zijn t.a.v. de leiders van de staatsgreep van 22 maart onwrikbaar geweest, terwijl ze eigenlijk vooral bang waren om hun rente zowel als hun zekerheden in gevaar te zien komen. Die opmerking geldt ook voor de politieke partijen die ervan dromen hen te vervangen van zodra de economie wordt open gesteld voor de deloyale wereldmarkt.
  • De westerse mogendheden eraan te herinneren dat hun beleid van onderwerping en plundering aan de oorzaak ligt van de ‘illegale’ emigratie, het religieus fundamentalisme en wat zij ‘terroristische’ aanslagen noemen.

Als besluit willen wij stellen dat de staatshoofden van de CEDEAO geen rechter en partij kunnen zijn in hun oordeel over de stand van de democratie in Mali. Dat is een rol die is weggelegd voor het volk van Mali.

De situatie in Mali is ernstig. Voor de Sahelstrook is het nodig dat de aangevallen volken van het Zuiden en die van het Noorden samenwerken. Vandaag zijn hun leiders, die lessen geven in democratie maar oorlogen voorbereiden, meer verantwoording verschuldigd aan de rating agencies dan aan hun kiezers.

Om de martelaren van het Malinese volk recht te doen moet onmiddellijk het embargo worden opgeheven. Het recht om initiatieven te nemen, te denken en voorstellen te doen aan de CEDEAO om uit de crisis te geraken, moet worden erkend.

Bamako, 4 april 2012.

Deze tekst werd mee ondertekend door een twintigtal mensen van de civiele samenleving in Mali.

(Uitpers nr. 142, 13de jg., mei 2012)

Vertaling: Francine Mestrum

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :
Over