Mali, een fiasco en niet het laatste

Er gaan geen Belgische troepen naar Mali, werd enkele dagen geleden meegedeeld. Ze zouden daar deel hebben uitgemaakt van ‘Takuba’, Europese manschappen die daar de Franse militairen bijstaan. Maar de Belgische militairen zijn er niet welkom, evenmin als Takuba en de Fransen. President Emmanuel Macron heeft de verwachte conclusie getrokken: de Franse militairen verlaten Mali, Takuba volgt.

 

De spanning tussen Bamako en Parijs was de voorbije weken hoog opgelopen. Het vertrek van de Franse militairen was een kwestie van dagen. Eind januari wees Bamako de Franse ambassadeur uit na enkele krasse uitspraken van de Franse minister van Buitenlandse Zaken Yves Le Drian over de militaire machthebbers in Mali. (Bij die gelegenheid hebben de Franse presidentskandidaten Valérie Pécresse en Eric Zemmour licht belachelijk gemaakt door van Parijs de uitwijzing van de Malinese ambassadeur te eisen – er was al twee jaar geen ambassadeur meer uit Mali).

 

Illusie

 

Macrons aankondiging komt dus niet als een verrassing. Generaals en diplomaten wilden trouwens al eerder weg. Macron had vorige zomer al beslist – zonder overleg met de Malinese regering – gezegd dat de operatie Barkhane na 7 jaar stopte. In de plaats zou een beperktere operatie komen uitsluitend gericht op terreurbestrijding.

 

Het vertrek uit Mali is voor Parijs hoe dan ook een fiasco. Te vergelijken met het debacle in Afghanistan vorig jaar? Dat wel niet, maar er zijn aanknopingspunten. Het idee dat met de militaire interventie het terrorisme zou verslagen worden en er een sterkere democratische staat zou uitkomen, is aan diggelen geslagen. Er is geen jihadistisch regime in Bamako, wel een militair bewind dat de hulp inroept van een nieuwe bondgenoot, Rusland. Na negen jaar terreurbestrijding zijn zowel Al Qaida als IS springlevend.

 

Russen

 

In enkele landen van de Sahel, Mali en Burkina Faso voorop, is Frankrijk door dat mager resultaat kop van jut. Op massademonstraties worden de Fransen er zelfs van beschuldigd de terreur aan te wakkeren om zich in de oude kolonies te kunnen nestelen. Terwijl Macron wordt uitgespuwd, dragen betogers foto’s van de Russische president Vladimir Poetin.

 

Moskou kan juichen. Waar de Fransen met de Malinese militairen samenwerkten, zitten nu Russische huurlingen van de privémilitie Wagner. Privé, maar wel nauw verbonden met het Kremlin. Talrijke leiders uit Mali en Burkina Faso kregen hun militaire opleiding in Rusland. Onder hen de Malinese president Assimi Goïta en minister van Defensie Sadio Camara.

 

Frankrijk is wel erg snel uitgeteld geraakt. Parijs had boos gereageerd op de militaire staatsgreep van augustus 2020, in mei 2021 gevolgd door een tweede coup waarin Goïta en co de macht onverdeeld naar zich toetrokken. Hun beloften voor verkiezingen slikten ze in, ze werden daarin gesteund door een groot deel van de bevolking.

 

Arrogant

 

Dat heeft veel te maken met het mislukken van de terreurbestrijding, waarvoor lang niet alleen de Fransen verantwoordelijk zijn. In een eerste fase was de opstand nochtans wel redelijk gelukt. In 2013 stuurde de toenmalige Franse president François Hollande op verzoek van de Malinese regering troepen.

 

Opstandelingen, zowel Toearegs die vochten voor autonomie als jihadisten van Al Qaida, hadden het noorden en grote delen van het centrum in handen. Het regeringsleger bleek zo zwak, dat de opstandelingen zelfs Bamako binnen bereik kregen. Hollande noemde de herovering van Tombouctou de mooiste dag van zijn politiek leven, “de democratie komt weer op gang”, juichte hij.

 

Zowel de militaire tussenkomst als onderhandelingen brachten het land toen inderdaad weer onder controle van Bamako. De Fransen hielden soms, zoals bij de inname van de stad Kidal, het Malinese regeringsleger op afstand, wat in Bamako kwaad bloed zette. Veel Malinezen, voorop militairen, vonden dat de Fransen zich vaak arrogant gedroegen. En dan was er de arrogante manier waarop Macron begin 2020 de leiders van de Sahelregio naar de top van Pau convoceerde.

 

Jihadisten

 

De in 2013 begonnen operatie Serval werd in 2014 omgedoopt tot Barkhane, met tot vorig jaar meer dan 5000 Franse militairen. Want de jihadisten waren verre van verslagen, ze waren gewoon verspreid en recuteerden volop. Zowel het filiaal van Al Qaida als IS van de Grote Sahara wortelden zich in de vele conflicten tussen etnische groepen, ze entten zich op het wijdverbreide misnoegen over wanbeleid en corruptie, over de afwezigheid van onderwijs en gezondheidszorg. Wat veel burgers van de staat zien zijn corrupte ambtenaren en militairen die hen vaak afpersen.

 

Parijs zocht verwoed internationale steun voor het indijken van ‘terreur die ook Europa kon treffen’. Er kwam ene militair samenwerkingsverbond, de G5 Sahel met Mauritanië, Mali, Burkina Faso, Niger en Tsjaad, waarbij vooral dat laatste goed opgeleide manschappen leverde. Er is daarnaast ook nog een missie van de VN (Minusma), die echter militair niet tussenbeide komt, er kwam een Europees opleidingsprogramma EUTM, en Takuba. Maar in de prakrijk stonden de Fransen er bijna alleen voor.

 

De jihadisten bleven terrein winnen en deinden vanuit Mali steeds meer uit naar de buurlanden, vooral naar Burkina Fso en Niger. Het blijft daar niet toe beperkt, er zijn steeds meer terreuracties in de kustlanden, Ivoorkust, Bénin, Ghana….

 

In minstens twee landen, Mali en Burkina Faso, zijn de regeringen gaan praten met de jihadisten om tot lokale afspraken te komen. Met als gevolg dat zeker in delen van centraal Mali de sharia is ingevoerd, ook in de rechtspraak. Tot ergernis van Parijs dat alleen maar kon toekijken hoe die machthebbers nergens in staat bleken om in de op jihadisten herwonnen gebieden zelf justitie, onderwijs, gezondheidszorg te voorzien.

 

Coups

 

Parijs moest ook passief toekijken bij de diverse militaire machtsgrepen. De twee in Mali, onlangs in Burkina Faso. Na de dood van Déby in Tsjaad, nam een militaire junta geleid door Déby’s zoon in april vorig jaar alle macht naar zich. Daar Tsjaad voor Parijs een zeer betrouwbare en erg belangrijke bondgenoot is, hebben de Fransen geen vin verroerd. Natuurlijk worden ze dan beschuldigd van hypocrisie, want wat in Tsjaad wel mag, kan niet in Mali of Burkina Faso?

 

Hoe het nu verder gaat is onduidelijk. Frankrijk heeft nog basissen in de regio, in Tsjaad, Niger, Ivoorkust en Senegal. Het accent ligt nu op het uitschakelen van terroristen… Maar er zijn er volgens Parijs al 2800 uitgeschakeld en er komen er steeds meer nieuwe bij. Mali en de Sahel, het is nog niet Afghanistan, maar zowel Al Qaida als IS denken van wel. Ze hebben niet alleen Mali in het vizier, niet alleen de Sahel trouwens, maar gans West-Afrika.

 

Zie ook:

Macron doekt failliet Barkhane op

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit artikel

Visited 228 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook