Emmanuel Macron gooit zich in de campagne voor de Europarlementsverkiezingen van 26 mei, hij gaat het podium op. Er is onrust in de gelederen van de Macronie, want de kans is groot dat Renaissance, de lijst van LRM en bondgenoten, niet de eerste wordt. En dat zou een kaakslag zijn voor de president die nu al alles zet op de presidentsverkiezingen van 2022.
Neus dichtknijpen
Al maanden stelt Macron het voor alsof het in Europa, en zeker in Frankrijk, gaat tussen de vooruitstrevende krachten – hijzelf en co – tegen de nationalisten. De president negeert doelbewust al de rest, zowel links als rechts.
Want hij is uit op een herneming van een duel in 2022 tussen hemzelf en de kandidaat van het uiterst-rechtse Rassemblement National (RN). Hij rekent erop dat veel kiezers dan hun neus zullen dichtknijpen en in de tweede ronde toch voor hem zullen stemmen om uiterst-rechts van de macht te houden. Zoals het gebeurde in 2017, zoals gebeurde in 2002 toen de rechtse kandidaat Jacques Chirac, 20 % in de eerste ronde, het in de tweede met meer dan 80% haalde tegen Jean-Marie Le Pen, vader van Marine Le Pen, RN.
Vandaar dat het voor Macron zo belangrijk is dat de lijst Renaissance – dat is Macron’s LRM, de centrumpartij Modem, het rechtse Agir – in de Euroverkiezingen succes boekt. Succes, dat is in de eerste plaats als eerste uit de bus komen. Maar de twijfel groeit of dat wel zal lukken, want de peilingen geven veeleer een kleine voorsprong aan RN, met ca 22% iets meer dan Renaissance. Een dergelijk pover resultaat zou betekenen dat Macron er niet in geslaagd is de crisis met de gilets jaunes te boven te komen, ondanks de toegevingen.
Jeugdzonden
Macron moet zelf in de arena stappen omdat de campagne van de Renaissance allesbehalve als een wedergeboorte startte. Lijsttrekster Nathalie Loiseau, minister voor Europese Zaken, werkte zich in nesten toen aan het licht kwam dat ze aan de universiteit kandidate was geweest op een uiterst-rechtse lijst. Ze ontkende eerst, zei dan dat ze het vergeten was en besloot tenslotte dat het “een jeugdzonde” was geweest. In debatten en interviews komt ze niet uit de verf. In haar propagandamateriaal banaliseert ze homofobie, ze is blij met het resultaat van Ciudadanos in Spanje dat niet vies is van het uiterst-rechtse Vox. Ze zegt blij te zijn met de aangekondigde verdwijning van de ENA (Ecole nationale d’administration) waarvan ze 7 jaar directrice was en waar ze naar eigen zeggen begroet was als “une romanichelle”, een zigeunerin.
De machine hapert. La République en Marche moest het onderscheid links-rechts “overstijgen”, maar dat lukt niet. Macron heeft zelf uitdrukkelijk voor rechts gekozen, ook al om electorale redenen. Want hij hoopt vooral stemmen te kunnen halen bij rechtse kiezers, vandaar dat hij de klemtoon legt op bij rechts geliefde begrippen als ‘enracinement’ (ingeworteld zijn) en ‘grenzen’, en dat hij Schengen wil verengen. Macron laat zich dan ook adviseren door oud-president Nicolas Sarkozy, oprichter van de rechtse LR.
Dat valt slecht bij enkele tientallen parlementsleden van LRM die zich groeperen in “sociale” fracties. De jongste in de reeks: Hypérion, dat de democratisch linkse sensibiliteit vorm wil geven… De initiatiefnemers geven toe dat er binnen LRM niet aan politiek wordt gedaan. Want dat is het voorrecht van de chef.
Rechtse hoop
Macron hoopt met zijn rechts discours kiezers weg te halen bij Les Républicaions (LR). Het gaat inderdaad niet zo goed bij LR, er was nogal wat weerstand tegen de aanduiding van de jonge filosoof François-Xavier Bellamy, een aristocratisch conservatief type. LR scoorde in de peilingen lange tijd rond 12 %, Bellamy slaat beter aan dan verwacht, de peilingen worden beter en nu droomt LR-chef Laurent Waucqiez al van 15 %, dat zou voor hem het begin van de wederopstanding zijn.
LR heeft natuurlijk wel concurrentie van het RN van Marine Le Pen die natuurlijk evenzeer als Macron droomt van een eerste plaats, en van een revanche in 2022. Tussen LR en RN zit dan nog het zeer rechtse Debout la France van Dupont-Aignan dat na een sterke start wel moeite zal hebben om de kiesdrempel van 5 % te halen.
Verbrokkeld links
De kiesdrempel, dat wordt een ernstig probleem voor sommige linkse lijsten. Zoals te voorspellen, trekt links verbrokkeld naar de stembus. Van de 33 ingediende lijsten, zijn er 6 onder links te klasseren: La France insoumise (LFI), het groene EELV, de lijst van PS en Place Publique, Génération.s van gewezen PS-presidentskandidaat Benoit Hamon, de communistische PCF en de trotskistische Lutte Ouvrière (LO) – de NPA (Olivier Besancenot) is dus niet van de partij.
Alleen LFI van Jean-Luc Mélenchon en EELV kunnen hopen, mits een opstoot, om in de buurt van 10 % te komen. PS-Place Publique maakt redelijk kans de kiesdrempel te halen; de anderen niet. De PCF zorgt met haar jonge kandidaat Ian Brossat nochtans voor een kleine verrassing; maar drie percent halen zou al een opluchting zijn.
Wegblijvers
Voor alle 33 lijsten wordt het een probleem de potentiële kiezers te overtuigen dat het de moeite is naar het stemhok te gaan. Bij de nationale parlementsverkiezingen van 2017 lag de opkomst op 42.64 %! Voor de Euroverkiezingen van 2014 was dat 42.43. Het relativeert de strijd om de eerste plaats, want 22 % van bijv. 40 % is nog maar 8.4 %, één kiezer op twaalf.
De Fransen zijn er tenslotte de voorbije maanden getuige van geweest dat actie op straat meer beweging brengt dan een parlement met een meerderheid die niet aan politiek doet. En het EU-parlement is nog verder weg.