Machtstrijd in Turkije over toekomst

Turkije maakt opnieuw een turbulente periode door. Terwijl het leger om de haverklap PKK-stellingen bombardeert in Irak is er ook op het thuisfront een strijd aan de gang tussen het seculier-nationalistische kamp enerzijds en het islamistische deel van de samenleving onder leiding van de Rechtvaardigheids- en Ontwikkelingspartij (AKP) anderzijds. Maar toch gaat het niet zomaar over een eenvoudige tweestrijd. Zo tonen de Kemalistische legertop en de AKP zich in de oorlog tegen de ‘terroristische PKK’ als bondgenoten.

De AKP haalde tijdens de parlementsverkiezingen van juli 2007 46,6 procent van de stemmen. Door de hoge kiesdrempel van 10 procent vertaalde zich dat in een meerderheid van 341 zetels op 550. De AKP had in zijn campagne beloofd om te werken aan een nieuwe “burgerlijke grondwet”. De huidige grondwet van 1982 is nog een product van de militaire coup twee jaar eerder. Die bevat zoveel beperkingen op vlak van mensenrechten dat hij een belangrijk obstakel is geworden in de toetredingsgesprekken met de EU. Vanuit Brussel drong men dus aan op een wijziging. Sindsdien is de grondwet al enkele keren geamendeerd, maar het autoritaire karakter ervan bleef grotendeels behouden. In de zomer van 2007 werd het voorstel voor een nieuwe Grondwet door een groep specialisten (de Özbudun groep) in opdracht van de AKP-regering bekendgemaakt. De nieuwe tekst bevat nog maar 140 artikels. Dat is 46 minder dan de huidige versie. Volgens de opstellers van deze ‘draft’-versie zijn de ondemocratische onderdelen van de grondwet nu geschrapt. Maar de kritiek bleef niet lang uit, ditmaal niet van de EU maar vanop het thuisfront.

Hoofddoek

Volgens de nationalistische oppositie onder leiding van de CHP (Republikeinse Volkspartij, 99 zetels) is premier Erdogan er op uit om het seculiere systeem uit te hollen. De discussie spitste zich vooral toe op het constitutionele luik over vrijheid van religie en religieuze opvoeding, waardoor het dragen van de hoofddoek in de scholen en universiteiten mogelijk zou worden. De hoofddoek domineert al geruime tijd het politieke debat, maar sinds enkele maanden staat het symbool voor de inzet van waar Turkije naartoe moet: een zuivere seculiere staat of een waar de islam een grotere plaats krijgt. Nochtans staat het voorstel van Grondwet ver af van wat de oppositie de ‘islamisering’ noemt van Turkije. De echte inzet lijkt dan ook de – gedeeltelijke – ontmanteling van de Kemalistische staat.

Resultaat van dit hoofddoekendebat is alvast dat het hele grondwettelijke hervormingsproject op apegapen ligt. Met als gevolg dat ook de discussie over andere belangrijke aspecten ondergesneeuwd is geraakt, zoals de Koerdische rechten of de vrije meningsuiting. Ook tekortkomingen in het voorstel, zoals de vage invulling van de parlementaire controle op de regering of het wegvallen van het recht op “leven in een gezonde en evenwichtige omgeving” (art 56 van de huidige grondwet), wellicht om de vrije markteconomie vrij spel te geven, bleven door de blokkering zo goed als onbesproken.(1)

Begin dit jaar ging de AKP nog een stap verder door twee constitutionele amendementen goed te keuren die het verbod op het dragen van de hoofddoek in universiteiten moet doen opheffen. De CHP stapte naar het Grondwettelijk Hof wegens inbreuken op het seculier karakter van de Grondwet en kreeg onlangs gelijk. De hoofdprocureur bij het Grondwettelijk Hof startte parallel een procedure op om de AKP te verbieden wegens ‘antiseculiere activiteiten’. Voor de AKP gaat het simpelweg om een tweede ‘postmoderne’ staatsgreep. Daarmee balanceert Turkije op de rand van een ernstige politieke crisis.

Sinds 1960 kende Turkije drie openlijke en een eerder verdoken (‘postmoderne’) staatsgreep (in 1997). Al die tijd was het leger prominent aanwezig op het politieke toneel. De macht van de Nationale Veiligheidsraad, het politieke controleorgaan van het leger, is sinds kort wat afgebouwd. Dat neemt niet weg dat de top van het leger altijd een belangrijker tegenstander was van de economische, politieke en sociale hervormingsagenda van de AKP. Voorlopig houdt de legertop zich nog wat gedeisd. Daar zijn verschillende verklaringen voor. Er is de strijd tegen de PKK waar AKP en militairen elkaar lijken nodig te hebben (zie verder). Maar dat naast het leger ook andere machtige actoren op het voorplan zijn gekomen, speelt zeker ook mee. Zo zijn er de ondernemers, die niet echt staan te wachten op een nieuwe machtsgreep vanuit het leger. Dat zou de handelsrelaties met het Westen behoorlijk kunnen verstoren en bovendien het EU-lidmaatschap verder in gevaar brengen. Arzuhan Yalcindag, de voorzitter van TUSIAD, de belangrijkste ondernemerslobby, reageerde alvast negatief op de demarche van de machtige hoofdprocureur. Volgens Yalcindag is het sluiten van partijen “niet verenigbaar met de democratie”. Desondanks aanvaardden de rechters op 31 maart 2008 de aanklacht, met een grote kans dat het tot een veroordeling komt. Daarmee zou het verbod op de partij die bijna de helft van de kiezers vertegenwoordigt, een feit zijn.

Artikel 301

In de strijd om de hoofddoek kan de AKP eigenaardige genoeg rekenen op de steun van de extreemrechtse Nationalistische Actiepartij (MHP). De steun van de MHP is nodig om de vereiste parlementaire meerderheid te krijgen voor de grondwethervorming. Maar dat het om alles behalve een natuurlijke coalitie gaat blijkt uit verschillende dossiers. In tegenstelling tot de AKP is de MHP bijvoorbeeld fel tegenstander van EU-lidmaatschap. De MHP heeft zich ook altijd laten kennen als de agressiefste tegenstander van elke opening richting Koerdische rechten en stelt zich onverzettelijk op ten aanzien van Cyprus. De steun van de MHP om tot de amendementen te komen om de grondwet voor de hoofddoekenkwestie te veranderen, kwam er niet gratis. Het is dan ook geen toeval dat de AKP de belofte om het beruchte artikel 301 uit de Turkse strafwet in zijn huidige vorm te schrappen, niet is nagekomen. In de plaats daarvan kwam er een cosmetische opsmuk, waarvan alle mensenrechtenorganisaties zeggen dat dit in de feiten niets zal wijzigen.

Onder Artikel 301 zijn tal van schrijvers, journalisten, politici of academici vervolgd of veroordeeld omdat ze publiekelijk het ‘Turk-zijn’, de republiek of het parlement, leger, etc zouden hebben aangevallen of beledigd. Volgens de officiële cijfers van de minister van Justitie werden er maar liefst 1.189 mensen voor de rechtbank gedaagd voor overtredingen zoals beschreven in artikel 301. Zo is ook de journalist Hrant Dink al drie keer vervolgd omwille van zijn stukken over de Armeens genocide. Het maakte hem tot een doelwit van ultranationalisten. Dink werd in januari 2007 vermoord. De zoon van de vermoorde Hrant Dink, Arat, werd zelf ook veroordeeld onder Artikel 301, wegens het beledigen van de Turkse identiteit en kreeg daarvoor 1 jaar gevangenisstraf met opschorting.(2)

Achter deze heksenjacht schuilt het in Turkije breed verspreide ultranationalisme. Dat heeft ook een verlengstuk in de ondergrondse wereld, zoals het onderzoek naar de ‘deep state’-organisatie Ergenekon begin dit jaar heeft duidelijk gemaakt. Ergenekon is volgens de eerste gegevens een paramilitaire structuur met linken naar leger, politiek, media en gerechtelijk apparaat, die nog een ver uitvloeisel zou zijn van de Gladio-netwerken uit de Koude Oorlog (de gewapende ‘Stay behind’-groepen in tal van NAVO-landen met linken naar leger en geheime diensten).(3) De groep zou de hand hebben in een aantal recente bomaanslagen (waaronder enkele die eerst aan de PKK werden toegeschreven) en moordpartijen. Er waren ook plannen om de Nobelprijswinnaar literatuur, Orhan Pamuk te vermoorden. Pamuk stelde net als Dink dat er sprake was van een genocide tegen de Armeense bevolking tijdens de eerste wereldoorlog.

Dat ook het leger zich nog altijd niet verzoend heeft met de normale rol van een vrije pers, blijkt uit het feit dat verschillende keren verbod werd opgelegd om verslag uit te brengen over de Turkse militaire operaties tegen PKK-basissen. Dit om de bevolking niet te demoraliseren met negatief nieuws, maar in werkelijkheid vooral om het imago van het leger niet te schaden.(4) Het verlangen om de pers te controleren bleek uit het lekken van twee rapporten in maart van dit jaar waaruit bleek dat media en journalisten werden gerangschikt volgens de mate waarin ze akkoord gingen met de regeringspolitiek en hen op die basis vergunningen te geven of onder druk te zetten om een welbepaalde verslaggeving te krijgen.

Koerdische partijen en organisaties worden geviseerd

In haar rapport van 2007 bevestigt Human Rights Watch (HRW) dat het triestig is gesteld met de vrijemeningsuiting.(5) Vooral de pro-Koerdische partij DTP (Democratische Maatschappijpartij) zou volgens HRW het slachtoffer zijn van een “significant gestegen” aantal gerechtelijke vervolgingen. Parlementairen van de DTP, die in de verkiezingen via onafhankelijke kandidaten 22 zetels binnenrijfden, zijn herhaaldelijk veroordeeld voor politieke uitspraken. Op dit ogenblik loopt er, net als bij de AKP ook een procedure voor het Grondwettelijke Hof om de partij te verbieden, wegens “activiteiten tegen de soevereiniteit van de staat en de ondeelbare eenheid van het land en de natie”.(6)

Een van de bekendste slachtoffers van die hele heksenjacht is voormalig parlementslid Leyla Zana, aan wie het Europees Parlement in 1995 de Sacharov-prijs toekende. Ze werd eerder al, eind 1994, als parlementslid veroordeeld omwille van een toespraak en zat daarvoor met een aantal collega’s bijna negen jaar in de gevangenis. In april van 2008 veroordeelde het gerecht de Koerdische Zana opnieuw, ditmaal tot twee jaar gevangenisstraf omdat ze “terroristische propaganda” zou verspreid hebben. Het gaat om uitspraken op een politieke meeting, waarop ze zei dat de Koerden drie leiders hebben, Massoud Barzani, Jalal Talabani en Abdullah Öcalan.(7) Een paar dagen later zijn 53 Koerdische burgemeesters aan de beurt met een veroordeling tot twee maanden gevangenisstraf. De feiten: in een brief vroegen ze de Deense premier om de Koerdische zender Roj TV niet uit de ether te halen.(8) Turkije beschouwt de zender als een ‘terroristen-zender’ van de PKK. De straf is nadien omgezet in een geldboete.

Hoewel de Kemalisten en ‘islamisten’ grondig met elkaar in de clinch liggen over het toekomstige karakter van de Turkse staat en de rol van religie daarin, is er een redelijke eensgezindheid in de aanpak van de PKK. Iedereen is het er over eens dat het om een ‘terroristische’ organisatie gaat die hard moet worden aangepakt. Dat loopt trouwens parallel met de visie van de EU en de VS, die de PKK op de terroristenlijst hebben geplaatst. Na een paar incidenten in oktober 2007, waarbij verschillende Turkse soldaten de dood vonden, sprak Erdogan harde taal. Hij zorgde voor een vrijgeleide aan het leger om de PKK over de grens in het Koerdische noorden van Irak op te jagen. Dat verklaart wellicht ook waarom het leger zich de laatste tijd vrij afzijdig houdt in de discussie over de hoofddoek en de grondwetsherziening. De AKP-regering zet vooralsnog de Turkse regeringstraditie van de afgelopen decennia voort om elk Koerdisch streven in dezelfde ‘terroristen’-hoek te duwen. Er gaat daarentegen bitter weinig energie naar de voedingsbodem van het Koerdisch ongenoegen: de ook door de EU gerapporteerde sterke inperking van de Koerdische rechten en de vele discriminaties waarvan Koerden het voorwerp zijn, zoals in het gebruik van de Koerdische taal in het publieke leven.

Turkije blijft nog een tijd in de Europese wachtkamer

De verschillende dossiers dreigen het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie verder op de inmiddels erg lange baan te schuiven. In haar voortgangsrapport schrijft de Europese Commissie nogal ongerust over het immense probleem van de mensenrechten in Turkije. Ze wijst onder meer op de 330 vonnissen van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens waarbij op een jaar tijd telkens minstens een artikel van het ‘Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden’ is geschonden, een stijging in vergelijking met de vorige rapportageperiode. Veel van de zaken houden verband met de vrije meningsuiting en met het bestaan van folterpraktijken. Rond verschillende mensenrechtendossiers ziet het Europese voortgangsrapport de mensenrechtensituatie er op achteruitgaan. Dat belooft weinig goeds voor het vervullen van de politieke criteria nodig om lid te worden van de Europese Unie.

Het is bijna 10 jaar geleden dat de Europese leiders op de top van Helsinki Turkije’s kandidatuur om lid te worden van de Europese Unie aanvaardden. Maar het stond toen al in de sterren geschreven dat het een langdurig proces zou worden. De toetredingsonderhandelingen zijn dan ook pas op 3 oktober 2005 effectief van start gegaan. Maar ook dan nog is de effectieve toetreding van Turkije, om het met de woorden van Commissievoorzitter Barroso te zeggen, “niet voor morgen en niet voor overmorgen”. Naast de problematiek van de mensenrechten en de onderdrukking van de Koerdische rechten, is vooral de Turkse weigering om havens en luchthavens open te stellen voor Cypriotische boten en vliegtuigen een doorn in het oog. De kwestie heeft al geleid tot een opschorting van de gesprekken over een aantal hoofdstukken van het zogenaamde Acquis. Nog een struikelblok ligt dan weer in Europa zelf. Een aantal Europese lidstaten en partijen ziet in de komst van zowat 70 miljoen nieuwe Europeanen een soort van islamitisch paard van Troje. Vooral het Frankrijk van Sarkozy en Oostenrijk doen moeilijk en overwegen zelfs Turkije’s lidmaatschap aan een referendum te onderwerpen. De kloof tussen de EU en Turkije is zonder meer nog altijd onoverbrugbaar.

(Uitpers, nr 100, 9de jg., juli-augustus 2008)

Voetnoten:

(1) Hilal Elver. Lawfare and Wearfare in Turkey, april 2008 op www.merip.org/mero/interventions/elverINT.html

(2) Attacks on the Press in 2007. Rapport van CJP (Committee to Protect Journalists) te consulteren op http://www.cpj.org/attacks07/mideast07/tur07.html

(3) Erenekon verwijst naar een legende over het ontstaan van het Turkse volk

(4) Zie het rapport van Reporters sans Frontières : ‘Turkey – annual Report 2008 (zie : http://www.rsf.org/article.php3?id_article=25503 )

(5) World Report 2008 (zie : http://hrw.org/englishwr2k8/docs/2008/01/31/turkey17727.htm)

(6) Turkish Daily News, 13 juni 2008

(7) Turkey jails Kurdish Nobel nominee, 10 april 2008. Zie: http://mwcnews.net/content/view/21595/0/

(8) The International Herald Tribune, 15 april 2008

Deel dit artikel

Visited 127 Times, 1 Visit today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook