Machtspel achter rivaliteit Hamas en Fatah

Hoewel Hamas en Fatah zich lijken te kunnen vinden in een verklaring waarin een impliciete erkenning van Israël ligt vervat, zal de machtsstrijd tussen beide bewegingen blijven bestaan. De internationale boycot tegen de Palestijnen versterkt de spanningen. De essentie is evenwel dat een erkenning van de staat Israël niet ter zake doet. De regering Olmert herhaalt het oude refrein dat er geen partner voor vrede is, wat wil zeggen: een tegenpartij die zich onderwerpt aan de Israëlische onderhandelingsagenda en de gecreëerde feiten op de grond .

“Burgeroorlog is een weerzinwekkende term waarvan geen enkele Palestijn houdt. Dit begrip bestaat niet in het Palestijns woordenboek. Ik verzeker je dat deze incidenten kunnen vermeden worden”.(1) De Palestijnse Hamas-premier Ismail Haniyeh reageert daarmee op het geweld tussen Fatah- en Hamasaanhangers de jongste weken in de Gaza-strook. Zijn politieke adviseur, Ahmed Youssef, minimaliseert het geweld: “Het gaat om geïsoleerde incidenten door enkele individuen. De media overdrijven. Wanneer iemand een paar salvo’s in de lucht schiet, schrijven bepaalde Westerse persagentschappen dat er gewapende gevechten zijn tussen Fatah en Hamas.”(2)

Hamas wil niet de indruk wekken dat ze de situatie niet meester kan. Bovendien bestaat er een consensus dat een Palestijnse burgeroorlog gelijk staat aan het overschrijden van een rode lijn. Die stelt dat verdeeldheid de slechtste dienst is die geleverd kan worden aan de Palestijnse zaak. De Hamas-leiding – net als Fatah – doet dan ook haar uiterste best om een escalatie van het geweld te vermijden.

Toch is er onmiskenbaar een machtsstrijd aan de gang die niet alleen op het politieke toneel wordt gevoerd. Daarbij sneuvelden al verschillende mensen, Hamas- en Fatahmilitanten en gewone burgers. Bij de incidenten vond ook een medewerker van de Jordaanse ambassade de dood en waren er aanslagen op hoge veiligheidsofficieren. Het geweld komt van twee kanten. Een lid van de militaire vleugel van Hamas (Ezzedin Al-Qassem) was het slachtoffer van een bomaanslag bij hem thuis. Hamas-militanten bestormden de bureaus van een TV-station in Khan Yunnis en vernietigden een deel van de uitrusting. Volgens de aanvallers stelde het station zich pro-Fatah op. Fatah-militanten bestormden op hun beurt de kantoren van de eerste minister en de Palestijnse Wetgevende Raad in Ramallah. Op het hoogtepunt van deze militaire krachtmeting zond minister van Binnenlandse Zaken, Said Syiam, een 3.000 man sterke troepenmacht naar de door geweld geteisterde straten in Gaza voor veiligheidspatrouilles. Het ging allemaal om leden van de Ezzedin Al-Qassem brigades. Hamas gaf als argument dat de bestaande veiligheidsdiensten zich weigerden te schikken naar orders van de nieuwe Hamas-regering. Dat lokte een scherpe reactie uit van president Mahmoud Abbas die onmiddellijk een 2.000-tal leden van de politiemacht van de Palestijnse Autoriteit het order gaf om zich eveneens in de straten van Gaza-stad te laten zien.

Spanningen worden internationaal gevoed

De oplopende spanningen in de bezette Palestijnse gebieden houden verband met het gegeven dat Fatah moeite heeft om haar oude geprivilegieerde positie af te staan aan Hamas. Fatah puurde immers uit de politieke macht ook economische voordelen. Maar het machtsspel tussen beide bewegingen wordt ook internationaal gevoed omdat de VS, de EU en ook Israël de Palestijnse regering op droog zaad hebben gezet met een financiële boycot, hoewel tal van internationale instellingen en organisaties waarschuwen voor een aankomende catastrofe. De recentste reactie is afkomstig van de speciale VN rapporteur voor mensenrechten in de Palestijnse Bezette Gebieden. Hij beschreef de bevolking als ‘getraumatiseerd’, met een tekort aan voedsel en medicijnen. Hij wees ook op het feit dat de boycot een omgekeerd effect dreigt te veroorzaken. De EU, VS, VN en Rusland (het fameuze ‘kwartet’) dreigen alle krediet kwijt te geraken. De Palestijnen verliezen volgens de rapporteur hun geloof in de internationale gemeenschap. “Het kwartet heeft het voor de Palestijnse Autoriteit virtueel onmogelijk gemaakt om zijn verantwoordelijkheden te nemen voor wat betreft medische voorzieningen en andere diensten.” En soms ongewoon scherp: “Het kwartet lijkt zijn positie te hebben veranderd van vredesbemiddelaar naar politieman. Het Palestijnse volk heeft economische sancties opgelegd gekregen. Dat is de eerste keer dat een bezet volk op een dergelijke manier wordt behandeld.”

Als de boycot nog lang aanhoudt is het niet ondenkbeeldig dat nieuwe radicale groepen een voedingsbodem vinden voor acties die zich inspireren op wat zich in Irak afspeelt. Je hoeft geen expert zijn om te zien dat de Palestijnse gebieden dreigen ten onder te gaan aan volledige chaos en instabiliteit, wat de veiligheidsuitdagingen, waar zo de nadruk op wordt gelegd, vele malen groter zal maken.

Israël maakt op Machiavellistische manier handig gebruik van de situatie om de verdeeldheid nog aan te scherpen. Op 28 mei berichtte de Israëlische krant Haaretz dat Abbas Israël om toestemming vroeg om zijn ‘presidentiële wacht’ te vergroten van 2.000 naar 10.000 manschappen. De militie zou met de medewerking van de Israëlische regering bewapend worden door een derde land. De krant voert op 26 mei een hogere militair op die onomwonden stelt dat de wapenleveringen het voor Abu Mazen (Mahmoud Abbas) mogelijk moeten maken om af te rekenen met Hamas en andere Islamitische groeperingen. Het is dan ook niet toevallig dat Abbas en de Israëlische regering opnieuw toenadering zoeken. Er was al een eerste informele ontmoeting in het Jordaanse Petra die gevolgd zou worden door een officiële bijeenkomst. Tot voor kort was het Israëlische standpunt dat er aan Palestijnse zijde geen gesprekspartner is om over vrede te spreken, wat een goed alibi was om dan maar unilaterale beslissingen te treffen. Hoewel druk uit de VS en de Europese Unie een rol speelt, is het Israël er om te doen om de Hamas-regering te verzwakken zonder daarom de andere partij te versterken, de klassieke verdeel- en heerspolitiek dus.

De verklaring van politieke gevangenen

De politieke spanning groeide eveneens na de aankondiging door Mahmoud Abbas om een referendum te organiseren rond een verklaring die politieke gevangenen hebben opgesteld. Opvallend: de tekst is ondertekend door vertegenwoordigers van de belangrijkste politieke groepen.(3) Het gaat om Marwan Barghouti (Fatah), Sheikh Abdul Khaleq al-Natsheh (Hamas), Sheikh Bassam al-Sa’di (Islamitische Jihad), Abdul Rahim Mallouh (PFLP), Mustafa Badarneh (DFLP). De Palestijnse gevangenen herhalen in hun verklaring het recht op een “onafhankelijke staat met Oost-Jeruzalem als hoofdstad op het hele na 1967 bezette grondgebied” met verder nog het recht op terugkeer voor de vluchtelingen en de invrijheidstelling van alle gevangenen. Zij vragen ook om opnieuw de PLO als enige legitieme vertegenwoordiger te installeren inclusief de opname van Hamas en de Islamitische Jihad (die er nu geen deel van uitmaken) en de oprichting van een nieuwe Palestijnse Nationale Raad.(4) De tekst stelt dat het Palestijnse volk het recht heeft om zich te verzetten met dien verstande dat het verzet zich dient te concentreren op de in 1967 bezette gebieden. Verder zegt het document dat Fatah moet opgenomen worden in een regering van nationale eenheid.

De tekst van de Palestijnse gevangenen kwam er in eerste instantie om voor eenheid in het Palestijnse kamp te zorgen. Maar de manier waarop Abbas, zonder overleg met Hamas, de tekst het voorwerp wilde maken van een referendum, dreigde net grote verdeeldheid te zaaien. De tekst kan immers gelezen worden als een impliciete erkenning van de staat Israël, iets waar Hamas moeilijk over doet. Abbas slaat er een dubbele slag mee. Hij rekent erop dat de meerderheid van de Palestijnen achter de tekst staat (wat uit eerdere opiniepeilingen valt af te leiden). Op die manier kan hij de legitimiteit van Hamas ondergraven. Ten tweede zal dit initiatief in goede aarde vallen bij zijn ‘internationale’ of beter Westerse broodheren, die met hun politieke en financiële boycot Hamas proberen te verzwakken. Het initiatief van Abbas draait dan ook meer om een machtspel om de Hamas-regering te omzeilen, dan op het zoeken naar een uitweg uit de crisis. De reactie van de EU-commissaris voor Externe Betrekkingen, Benita Ferrero-Waldner ligt in die lijn. Het initiatief van Abbas, noemt ze een “stap vooruit”, hoewel ze “niet tevreden” is “over alle 18 punten”. Ferrero-Waldner sprak met Israëlische en Palestijnse vertegenwoordigers om te zien hoe een financieel hulppakket van 100 miljoen Euro kon worden gespendeerd buiten de Hamas-regering om. Hoewel het voorstel tot zware verbale confrontaties leidde tussen Fatah en Hamas, hebben beide partijen beslist om te onderhandelen over een consensus. Dat leek eind juni ook daadwerkelijk het geval te zijn, hoewel de explosieve situatie in Gaza daar alsnog een stokje voor kan steken.

Israëlische annexatie-agenda vormt echte struikelblok

Te oordelen aan de internationale reacties, zou je bijna denken dat het in de bedoeling ligt om in ruil voor een erkenning van de staat Israël, alles in gereedheid te brengen voor – in uitvoering van de internationale resoluties – de oprichting van een Palestijnse staat op de Westelijke Jordaanoever en de Gaza met Oost-Jeruzalem als hoofdstad. Niets is minder waar, integendeel. Het is allang duidelijk dat de grote meerderheid van de Palestijnen bereid is om de tweestatenoplossing te aanvaarden en daarom ook de Oslo-akkoorden steunde die aan Palestijnse kant altijd gezien zijn als een stap op weg naar de uitvoering van VN-resolutie 242 en andere internationale bepalingen. In 1996, in vol Oslo-proces, stemde de Palestijnse Nationale Raad het voorstel om alle controversiële clausules uit het PLO-Handvest te verwijderen of aan te passen, wat bevestigd werd in een brief van PLO-leider Yasser Arafat aan de Amerikaanse president Clinton. Maar eerder al, in 1988, keurde de Palestijnse Nationale Raad in Algiers, het ‘Parlement’ van de PLO – de ‘enige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk’ – de onafhankelijkheid goed van Palestina. Deze tekst erkent impliciet de staat Israël via een referentie aan de internationale resoluties.(5) Dat was ook het uitgangspunt van de Palestijnen tijdens de Oslo-onderhandelingen. Maar naarmate de termijn verstreek, was heel duidelijk dat Israël helemaal niet terug wilde naar de situatie van voor 1967. Tijdens de periode van Oslo verdubbelde het aantal kolonisten in de bezette gebieden en zorgden de verbindingswegen daartussen (de ‘bypass’wegen die enkel toegankelijk zijn voor Israëlische nummerplaten) voor grote onteigeningen en dus ongenoegen bij de Palestijnse bevolking.

Geen vredespartner

Het is Sharon die het concept heeft bedacht van de ‘afwezigheid van een vredespartner’ om zo unilaterale ‘oplossingen’ op te leggen die bovendien, zoals het Gaza-disengagement plan, met succes verkocht worden als een ‘stap in de richting van vrede’. Nochtans maken zowel de praktijk op het terrein als officiële documenten en verklaringen duidelijk dat de Israëlisch politiek er op gericht is om zoveel mogelijk grond te annexeren onder de dekmantel van meer veiligheid. Als goede leerling van Ariel Sharon grijpt premier Olmert daarbij terug naar hetzelfde discours. “Als, zoals nu blijkt, er geen onderhandelingen komen omdat de Palestijnen niet klaar zijn, dan zal ik proberen de zaak te bediscussiëren met de internationale gemeenschap”.(6) Olmert trok onlangs al naar Washington om goedkeuring te krijgen voor zijn Convergentieplan, een unilateraal plan dat de definitieve grenzen van Israël moet vastleggen door alle grote nederzettingen plus de Jordaanvallei te annexeren. Hij liet uitschijnen dat het traject van de muur – iets wat Sharon altijd ontkend heeft – ongeveer die nieuwe grens zal vormen, wat neerkomt op een verlies van tegen de 50 procent van het Palestijnse grondgebied (zie Uitpers nr. 75, mei 2006). Het is de politiek van opeenvolgende Israëlische regeringen dat een Palestijnse onderhandelaar die de unilaterale territoriale veranderingen of de kwestie van de vluchtelingen op de onderhandelingsagenda wil plaatsen geen vredespartner kan zijn.

De machtsverhoudingen tussen Israël en de Palestijnen zijn zeer onevenwichtig. Daardoor zijn de Palestijnen maar een partner voor vrede als dat volgens de termen van Israël gebeurt. Henry Siegman van de Amerikaanse Council of Foreign Relations schreef in de Financial Times (8 juni 2006), wat ons bezorgd moet maken “is niet de weigering van Hamas om Israëls dictaten te aanvaarden, maar de steun die de internationale gemeenschap geeft aan Israëls inspanningen om Hamas te isoleren en te overmeesteren.” De internationale gemeenschap, een dikwijls misbruikte term voor wat de facto de VS en de Europese Unie is, vraagt van de Palestijnen een scrupuleuze toepassing van de ‘wegenkaart naar Vrede’ (het vredesplan van het zogenaamde kwartet, namelijk de VS, EU, Rusland en de VN), terwijl Israël op het terrein de vorming van een leefbare Palestijnse staat onmogelijk maakt.

Het klopt dat Hamas het bestaan van Israël niet expliciet wil erkennen. Maar het is evenzeer waar dat Hamas geleerd heeft dat een erkenning van de staat Israël helemaal niet impliceert dat Israël de Palestijnse nationale rechten erkent. Hamas stelt zich nochtans voor een terreurorganisatie opvallend pragmatisch en zelfs vrij constructief op. In verschillende interviews heeft premier Haniyeh zijn standpunten zeer duidelijk gemaakt. Ondanks de vele burgerdoden als gevolg van de Israëlische beschietingen in de Gaza-strook de jongste weken, handhaaft Hamas al 18 maanden een Hudna (soort wapenstilstand). Midden juni verklaarde premier Haniyeh in verschillende interviews (o.a. in het Duitse weekblad Der Spiegel van 17 juni) dat Hamas bereid is om een 50 jaar durende wapenstilstand te handhaven als Israël zich terugtrekt achter de grenzen van 1967. Met andere woorden, zonder het met zoveel woorden te zeggen lijkt Hamas de facto de staat Israël te erkennen, op voorwaarde dat de bezetting stopt. “We willen soevereiniteit, we willen een staat en we willen leven zoals andere mensen in de wereld. Als Israël onze rechten erkent, dan zullen we verzekeren dat vrede en stabiliteit terugkeert in deze regio”, aldus Haniyeh in het Der Spiegel-interview.

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Noten:

(1) Khaled Amayreh. Not Civil War. In: Al Ahram, 25-31 mei 2006 (nr. 796)

(2) Idem

(3)The National Conciliation Document of the Palestinian Prisoners, 11 mei 2006. Te vinden op http://www.elections.ps/template.aspx?id=330 (per datum van 26 juni 2006)

(4) In de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie (PLO) zitten ook vertegenwoordigers van de vluchtelingen

(5) De tekst is consulteerbaar via http://www.palestine-net.com/politics/indep.html. De passage die een referentie maakt aan de erkenning van de staat Israël, luidt als volgt: “(…)and relying on the authority bestowed by international legitimacy as embodied in the Resolutions of the United Nations Organization since 1947” resolutie 242 van de Veiligheidsraad vraagt een erkenning van de staat Israël (naast het ontruimen van de bezette gebieden)

(6) The Financial Times, 10 juni 2006

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 66 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook