Lord Hutton valt persvrijheid aan

Het rapport van de Britse lord-rechter Brian Hutton over de omstandigheden van de dood van dr. David Kelly, die de bron was van een BBC-bericht dat de regering het Iraakse wapendossier had aangedikt om een oorlog mogelijk te maken, is niet alleen een schaamteloze witwasserij van de regering van premier Tony Blair en zijn voormalige communicatiedirecteur Alastair Blair, maar is ook een regelrechte aanval op de persvrijheid.

Volgens het op 29 januari vrijgegeven rapport kunnen de media enkel maar anonieme gezaghebbende bronnen citeren als ze ook kunnen bewijzen dat de beweringen van die bron juist zijn. Met andere woorden de pers dient ook de meest leugenachtige verklaringen van de regering zonder commentaar te aanvaarden als ze geen onweerlegbare en directe bewijzen heeft dat ze vals zijn.

De opinie van de rechter op zichzelf is niet zo erg – het is immers maar de mening van één man, van een gezagsgetrouwe voormalige staatsambtenaar. Zeer erg is wel dat een groot deel van de media bereid is lord Hutton te volgen. De BCC verontschuldigde zich en twee topmensen van de BBC evenals de auteur van het bericht, journalist Andrew Gilligan namen ontslag. Wat neerkomt op een schuldbekentenis. Ook deelden de BBC en andere media al mee dat ze voortaan met het standpunt van lord Hutton zullen rekening houden ondanks zijn enorme eenzijdigheid. De pers in het algemeen dreigt dus weer een stukje aan autonomie in te zullen verliezen. Iets wat nogmaals het belang van een alternatieve pers onderstreept.

De BBC had ook in de aanval kunnen gaan tegen de eenzijdigheid van lord Hutton. De respectabele instelling had daarbij op de steun van het publiek kunnen rekenen. Uit opiniepeilingen blijkt immers dat het publiek eerder het BBC-bericht dan lord Hutton gelooft.

De BBC had vele redenen om de besluiten van de lord aan te vechten. Zijn conclusies zijn immers flagrant ongeloofwaardig.

Dr. Kelly pleegde zelfmoord nadat zijn naam in de pers was uitgelekt als bron van het BBC-bericht. Tijdens de hoorzittingen van lord Hutton waren er verschillende getuigenissen dat op regeringsniveau besloten was de naam van Kelly vrij te geven. Eén getuige zei zelfs dat premier Tony Blair op de vergadering aanwezig was, waarop die beslissing werd genomen. So what? luidde de commentaar van lord Hutton: de naam van Kelly zou toch wel op een of andere manier in de pers zijn geraakt! Dus Blair noch Campbell hebben enige schuld aan de zelfmoord van Kelly…

Nog bonter maakt Hutton het als hij beweert dat Blair en Campbell nooit het dossier van Iraks massavernietigingswapens hebben aangedikt. Ten minste, hij heeft daar nooit enig bewijs van gevonden, zegt hij, alsof Blair en Co hem zomaar de inhoud van allerleid interne vertrouwelijke gesprekken zou hebben meegedeeld. Nochtans had Alastair Campbell in de aanloop van de oorlog een belastend dossier tegen Irak gepubliceerd, dat veel lof kreeg toegezwaaid van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell. Maar al snel bleek dat het gewoon om plagiaat ging van een oude scriptie van een student in de Verenigde Staten. Campbell’s medewerkers hadden de tekst gewoon van het (inter)net geplukt en gepubliceerd als het werk van de inlichtingsdiensten! Vermoedelijk – alhoewel dit natuurlijk wordt ontkend – lag deze zware blunder mee aan de basis van het vertrek van Campbell als Blair’s media-adviseur. (Onder de Hutton-doctrine zou dit nooit mogen worden geschreven bij gebrek aan harde bewijzen). Maar lord Hutton heeft met dit verhaal geen rekening gehouden en het ook nergens vermeld in zijn rapport.

Het is ook geweten, en door verschillende getuigen bevestigd, dat Campbell geregeld teksten terugstuurde over Iraks massavernietigingswapens om ze aan te scherpen. Ook daarmee heeft lord Hutton geen rekening gehouden. En dat er nooit wapenvernietigingswapens noch programma’s voor de productie van die wapens in Irak gevonden zijn – wat nu ook in de Verenigde Staten tot serieuze problemen voor president Bush gaat leiden in zijn herverkiezingscampagne – is geen punt, meent de rechter: er is geen bewijs dat de Britse regering "bewust" het publiek heeft voorgelogen.

Dat de inlichtingendiensten de zaken scherper stelden dan ze waren is volgens de lord-rechter niet het gevolg van de tussenkomsten van de regering en van Campbell, maar wellicht hebben die onbewust de zaken aangedikt omdat dit van hen zou kunnen worden verwacht… Een enorme goedgelovigheid zou men kunnen denken. Maar dat is het niet. De 72-jarige lord Hutton is altijd een betrouwbaar lid van het establishment geweest en bracht het daarom ook tot opperrechter in het door burgeroorlog verscheurde Noord-Ierland – een politieke functie bij uitstek.

Hoe mild en vergevensgezind lord Hutton is ten overstaan van het "establishment", zo rabiaat en fel gaat hij tekeer tegen de BBC. Terwijl hij wat de regering betreft niets zeker weet, is hij perfect op de hoogte van de slechte bedoelingen van de BBC. Hij weet zelfs met zekerheid dat de overleden Kelly nooit letterlijk tegen journalist Gilligan heeft gezegd dat de Iraakse president Saddam Hoessein "binnen de 45 minuten" massavernietigingswapens in stelling kon brengen.

Eigenlijk had lord Hutton moeten besluiten dat de Britse inlichtingendiensten en de regering-Blair volslagen incompetent waren. De eersten omdat zij er compleet naast zaten inzake de Iraakse massavernietigingswapens en de regering omdat zij zonder enige kritische vragen alles slikte wat haar werd voorgeschoteld. Maar dat kan je het establishment natuurlijk niet aandoen.

Bij de benoeming van lord Hutton voor een onderzoek kunnen – en werden destijds – vraagtekens worden geplaatst. Als super-loyale protestantse establishment-getrouwe persoonlijkheid uit Noord-Ierland hadden een aantal kranten bij zijn aanstelling al hun bedenkingen. Waarom geen bredere onderzoekscommissie met mensen van verschillende achtergrond en opinies? Maar gezien het feit dat lord Hutton met pensioen is en dus qua carrière niemand meer voor het hoofd kon stoten werd hem toch enig krediet gegeven. Maar de regering-Blair kreeg meer dat ze verhoopt had: een volledige witwassing en verkettering van de niet-gezagsgetrouwe media.

De benoeming van lord Hutton doet denken aan ministers, ook in België, die "consultancy" bureautjes inschakelen om onpopulaire beslissingen te doen doorgaan als het onvermijdelijke gevolg van "ernstige" studies, terwijl die bureautjes op voorhand gezegd krijgen wat hun resultaten moeten zijn. Het doet denken aan de auditvennootschappen, die enorme winsten maken met "andere" opdrachten voor bedrijven die ze geacht worden te controleren, en dus fraude op grote schaal niet opmerken zoals de affaires Enron in de VS, Lernaut & Hauspie te lande enz. (zie hiervoor het stuk over Parmalat elders in dit nummer) ten overvloede bewijzen.

(Uitpers, nr. 50, 5de jg., februari 2004)

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).