Linkse eenheidskandidaat voor de presidentsverkiezingen in Frankrijk?

Komt er een eenheidskandidaat links van de sociaal-democratie en van de groenen in de komende presidentsverkiezingen in Frankrijk? De beslissing valt tijdens een grote bijeenkomst in Parijs op 9 en 10 december. Raoul Marc Jennar lichtte op 24 oktober alvast een tipje van de sluier, tijdens een conferentie in het kader van de “mardis politiques” in de Garcia Lorca in Brussel.

Alles begon in de zomer van 2004 met de campagne tegen het ontwerp van Europese grondwet. In het kader van de Fondation Copernic staken militanten van allerlei linkse stromingen en vakbonden de koppen bij elkaar, en lanceerden de “Oproep van de 200”. Zij riepen niet enkel op tot een neen-stem tegen de Europese grondwet, maar ook tot de vorming van comités in gans Frankrijk, met dezelfde pluralistische samenstelling als de Fondation Copernic. Zo ontstonden meer dan 900 comités (“les collectifs du non”). Het werden even zovele laboratoria van samenwerking van militanten die tot dan toe geen enkele soortgelijke ervaring gekend hadden.

Het resultaat is bekend. De Europese grondwet werd op 29 mei 2005 door de Franse kiezers verworpen. Van de 15 miljoen neen-stemmen waren 12 miljoen stemmen afkomstig uit het linkse eletoraat. Zowat 57 % van de kiezers van de Parti Socialiste legden het ja-advies van de PS naast zich neer.

Na het referendum vormden de comités zich om in de “collectifs du 29 mai”, in het perspectief van de strijd voor een ander Frankrijk in een ander Europa. Een document werd aangenomen: “une charte pour une alternative au libéralisme”. De eerste voorstellen voor dit document werden gelanceerd door de Fondation Copernic, waarna de de comités de teksten voorstel per voorstel bespraken. Een aantal nationale verantwoordelijken van vakbonden en partijen haakten af, omdat ze de comités verweten zich te richten op verkiezingen. Frankrijk staat inderdaad voor verkiezingen in 2007 (presidents- en parlementsverkiezingen), 2008 (gemeenteraadsverkiezingen) en 2009 (Europese verkiezingen). De comités werkten echter verder.

Marie-George Buffet, de voorzitter van de Communistische Partij (PCF), stelde zichzelf toen reeds voor als eenheidskandidate voor de presidentsverkiezingen voor de comités. Dat maakte de situatie niet eenvoudiger, omdat het debat zo zeer snel gepersonaliseerd werd.

Ook begon zich het probleem te stellen van de verhouding tot de Parti Socialiste. Er waren grosso modo twee benaderingen. De enen zeiden dat het er op aan kwam rechts te verslaan, en daartoe gans de linkerzijde in beweging te brengen, inbegrepen de PS. Anderen vertrokken van de vaststelling dat er twee linkerzijdes zijn, de sociaal-liberalen en de anti-neoliberale linkerzijde. Dit debat werd scherp na het congres van de PS in Le Mans, waar de PS-kopstukken die campagne hadden gevoerd voor een ‘neen’ tegen de Europese grondwet naar de stal terugkeerden.

De discussie raakte maar niet opgelost, en geleidelijk aan begon de situatie te verzieken, zowel door de discussie over de relatie met de PS als door de overhaaste kandidatuur van Marie-George Buffet. Om uit de impasse te raken lanceerden enkele mensen vanuit de Fondation Copernic een nieuwe oproep om nieuwe comités op te richten, voor een links alternatief tegen het neoliberalisme en linkse eenheidskandidaturen. De oproep sloot uitdrukkelijk elke regeringsdeelname aan een regering overheerst door het sociaal-liberalisme uit. Iedereen bleek geïnteresseerd, inbegrepen de PCF (tot verbazing van Raoul-Marc Jennar). Iedereen, behalve de LCR (Ligue Communiste Révolutionnaire)… waar als gevolg van deze weigering een hevig intern debat losbrak.

Zo werd de “Oproep van 11 mei” gelanceerd ondertekend door een dertigtal individuen, maar ook door linkse organisaties als zodanig, ondermeer de PCF, maar niet de LCR. Individuen uit de LCR tekenen wel, evenals individuen uit de linkerzijde van de PS (uit de stroming “pour une République Sociale, PRS”, geanimeerd door Mélenchon) en uit Les Verts (Francine Bavay, ondervoorzitster van de regio Ile de France). In diezelfde periode neemt de PS een programma aan van duidelijke liberale signatuur.

Het debat gaat verder, en loopt uit op een nieuwe nationale samenkomst van de comités op 9 september dit jaar. Er dagen 600 tot 700 vertegenwoordigers op van comités, waarbij minutieus wordt nagegaan of alle aanwezigen echt wel unitaire comités vertegenwoordigen. Deze opkomst is een onverwacht succes. Een nieuwe tekst wordt aangenomen, getiteld “Ambitions, stratégies, candidatures”. Over de heikele kwestie van de relatie met de PS zegt de tekst: “Wij zullen niet deelnemen aan een regering overheerst door het sociaal-liberalisme. Een regering die door haar project en haar samenstelling zichzelf niet de middelen in handen geeft om eindelijk te breken met het liberalisme, beantwoordt niet aan onze verwachtingen. De PS heeft een programma aangenomen dat haaks staat op een klare breuk met het liberalisme. Voor ons is er geen sprake op die basis te onderhandelen over een regeringsprogramma voor een regering waarvan de teleurstellende balans zou leiden tot de terugkeer van een nog hardere rechterzijde. Er is ook geen sprake het voorstel van de PS te aanvaarden de linkerzijde te hergroeperen rond een dergelijke oriëntatie”. Verder in de tekst wordt gezegd dat verkozenen geen deel zullen uitmaken van een meerderheid die dergelijke regering steunt, en zich zullen beperken tot het stemmen van maatregelen als ze in het belang zijn van de bevolking. Deze tekst sluit een herhaling van de ervaring met de regering van de “gauche plurielle” onder Jospin uit.

Toch lanceert de LCR de eigen kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van Olivier Besancenot. De LCR zegt dat zij dat wel moet doen om de 500 handtekeningen van notabelen te verzamelen, die nodig zijn om een kandidatuur voor de presidentsverkiezingen te mogen indienen. Het verzamelen van die handtekeningen kost tijd. De LCR zegt dat zij de kandidatuur van Besancenot echter zal intrekken als het lukt een linkse eenheidskandidaat te lanceren. Alles blijft dus mogelijk.

Na een intens discussieproces neemt de beweging een nieuw document aan, de “119 voorstellen”, dat de grote principes uit eerdere documenten omzet in een concreet politiek, economisch en sociaal regeerprogramma Het programma is zeer goed en gedetailleerd uitgewerkt. Er bestaat wel geen overeenstemming over alles. Zo is er discussie over de houding tegenover kernenergie, waarover de tekst zich beperkt tot een tussenvoorstel: een audit over elke kerncentrale, en een referendum over kernenergie.

Het programma breekt met het neoliberalisme, wat ondermeer inhoudt, en dat wordt uitdrukkelijk gezegd, dat het toepassen van dit programma een crisis impliceert van de relaties met de Europese Unie.

Hoe gaat nu de kwestie van de eenheidskandidatuur voor de presidentsverkiezingen aangepakt worden? Eerst en vooral bevatten de “119 voorstellen” een reeks voorstellen voor een andere republiek. De comités zijn sterk gekant tegen het presidentieel karakter van de Franse politieke instellingen. Het logisch gevolg daarvan is dat er niet zal gekozen worden voor een sterk gepersonaliseerde campagne. Er zal bijvoorbeeld een collectief van woordvoerders zijn, bestaande uit de verschillende stromingen en kennisdomeinen. De campagne wordt ook niet op de eerste plaats gericht op de media, maar zal steunen op de activiteit van de comités. Maar er moet natuurlijk wel een presidentskandidaat zijn. Iedereen, een partij of een individu, mag een kandidaat voorstellen. De PCF zal allicht Marie-George Buffet voorstellen (daarover moet er in de PCF nog een stemming plaatshebben). Daarnaast is er José Bové, er is een jonge vrouw adjunct-burgemeester van Parijs die behoort tot de groep van de PCF in de gemeenteraad, er is Yves Salesse, de voorzitter van de Fondation Copernic, en Patrick Braouzeck, de burgemeester van Saint Denis en een “électron libre” in de schoot van de PCF.

Ieder comité moet nu een consensus bereiken over de kandidaturen, en die melden aan een nationaal comité. Er worden tot 800 verslagen van comités verwacht. Daarover discussieert vervolgens de nationale coördinatie, die bestaat uit 63 personen. Op 9 en 10 december neemt een nieuwe nationale bijeenkomst van de comités in Parijs de definitieve beslissing.

Daar moet één gemeenschappelijke kandidaat voor de presidentsverkiezingen uit de bus komen. Maar zelfs als er een kandiaat uit de bus komt, kan er nog een probleem zijn. De KP heeft immers beslist dat, indien Marie-George Buffet niet gekozen wordt, de KP zich het recht voorhoudt alsnog een kandidaat te lanceren. We zullen zien…

De eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen heeft plaats op 22 april 2007.

(Uitpers, nr. 80, 8ste jg., november 2006)

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 59 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook