Linkse coalitie aan zet in Spanje

 
Het heeft heel wat voeten in de aarde gehad, maar eindelijk is het dan toch zover: Spanje heeft een linkse coalitieregering, maar daaraan gingen acht maanden van onzekerheid vooraf. In april van 2019 haalde de PSOE van Pedro Sánchez wel een verkiezingsoverwinning, maar ook het extreemrechtse Vox kwam sterk opzetten. Sánchez en Pablo Iglesias van het linkse Podemos konden elkaar niet vinden om samen een regering te vormen en daarom werden er in november 2019 nog maar eens verkiezingen gehouden. De uitslag was minder gunstig voor de linkerzijde maar om de Partido Popular (PP) en Vox te kunnen counteren, waren ze op elkaar aangewezen om een coalitieregering te vormen. Dat liep echter niet van een leien dakje in een land waarin niet alleen links-rechtstegenstellingen, maar ook zeer sterke centralistische en separatistische tendensen aanwezig zijn.
Spannend en emotioneel
Zoals verwacht haalde Sánchez bij de eerste stemming in het parlement geen absolute meerderheid (176 van de 350 zetels). Vorige zaterdag kreeg hij 166 ja-stemmen tegen 165 nee-stemmen en 18 onthoudingen. De dag na driekoningen – misschien brachten de drie wijzen uit het Oosten het licht – werd dan een tweede stemronde gehouden op basis van een gewone meerderheid en die werd zeer nipt gewonnen door Sánchez met 167 stemmen voor, 165 tegen en 18 onthoudingen. Stemden, naast de PSOE en Unidas-Podemos, vóór de kleine partijen Más País-Equo van Íñigo Errejón, Compromís, BNG (Bloque Nacionalista Galego), Nueva Canarias en Teruel Existe. De tegenstemmen kwamen van PP, Vox, Ciudadanos, Navarra Suma en Foro Asturias, ook van vertegenwoordigers van de CUP en JxCat, van de Coalición Canaria en van de PRC (Partido Regionalista de Cantabria). De zeer belangrijke 18 onthoudingen kwamen van de linkse republikeinen van het ERC en van het links-nationalistische EH Bildu. Het ging er zeer spannend en ook zeer emotioneel aan toe. Vooral toen Aina Vidal, parlementslid van En Comú Podem die tot Unidas Podemos behoort haar stem kwam uitbrengen. Wegens een zeer agressieve kanker kon zij niet aanwezig zijn bij de eerste stemronde, maar bij de tweede was zij er wel: ‘Ik stem met volle overtuiging voor een land dat feministisch is, ecologistisch en sociale gelijkheid in het vaandel draagt,’ verklaarde ze. Ook Pablo Iglesias kon zijn tranen niet bedwingen. Het gaat voor Spanje om een historisch moment zonder weerga. Door deze stemming wordt immers de deur geopend voor de eerste coalitieregering na de Franco-dictatuur. Voor de eerste keer sinds de Tweede Spaanse republiek zullen er ministers aantreden die zich links van de PSOE situeren. Pablo Iglesias van Unidas-Podemos wordt vicepresident in de nieuwe regering met sociale zaken als bevoegdheid. Vier andere ministeries – er wordt gesproken over arbeid, sociale zekerheid en pensioenen- zouden gaan naar Unidas-Podemos waaronder zeker een naar Alberto Garzón, de leider van IU (Izquierda Unida).
Gematigd links programma
Het programma, voor zover intussen bekend, draagt een duidelijk linkse signatuur. Uit de documenten die tot nu toe werden vrij gegeven blijkt dat er meer belastingen zullen geheven worden op inkomens die hoger liggen van 130.000 euro per jaar. Volgens berekeningen van El País zouden die maatregelen slechts één procent van de belastingplichtigen en van de bedrijven treffen. Belangrijk is ook dat de huurprijzen in bepaald zones geplafonneerd zullen worden. Er wordt ook een ambitieus plan voor sociale woningbouw uitgerold.  31 oktober wordt een speciale dag gewijd aan de slachtoffers van het franquisme. Er worden ook maatregelen voorzien om de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw op alle vlakken ter realiseren. Waarschijnlijk zal de nieuwe regering een sociale trendbreuk proberen door te voeren door een aantal maatregelen van de vorige PP-regeringen onder premier Mariano Rajoy terug te schroeven Dit zijn maar enkele programmapunten die in de loop van de volgende dagen in een volwaardig regeringsprogramma zullen worden bekend gemaakt.
Moeilijke opgave
Natuurlijk zal het voor die nieuwe regering-Sánchez geen makkelijke wandeling in het park worden. Spanje blijft hoe dan ook een land van zeer grote tegenstellingen. Rechts en extreemrechts zullen zeker luidruchtig van zich doen spreken. Sánchez zal in hun ogen ongetwijfeld een landverrader zijn die de Catalaanse en andere separatisten het hof heeft gemaakt om aan een meerderheid te geraken. Maar ook de Catalanen en de Basken die Sánchez geen stokken in de wielen hebben gestoken, zullen meer dan ooit hun links-nationalistische eisen blijven stellen. De nieuwe regering zal zeker nog voor hete vuren komen te staan. Door de strenge veroordelingen van een aantal Catalaanse separatistische politici is het centralistische denken van Spanje en haar grondwet in een zware aanvaring gekomen met dat andere Spanje dat op meer autonomie aanstuurt. Het aantreden van deze regering maakt het echter mogelijk om de ontstane patstelling te vermijden en om naar een politieke oplossing te zoeken die van wijsheid en staatsmanschap getuigt. Niet alleen de Catalanen hebben hoge verwachtingen van de nieuwe regering. Ook de zogenaamde ciudades del cambio, de rebelse steden Barcelona, Cádiz en Valencia die een eigenzinnige municipalistische koers varen zullen de komst van de nieuwe regering die voor hen een partneroverheid kan worden, met zeer veel aandacht volgen.
Iberisch schiereiland
 Wat er op dit ogenblik in Spanje staat te gebeuren is echter zonder meer een belangrijke politieke stap die volledig ingaat tegen de trend die op dit ogenblik in (West)-Europa dominant aanwezig is. Het is zeker niet toevallig dat Pedro Sánchez wel vaker verwezen heeft naar Portugal, dat kleinere buurlandje van Spanje, dat al langer een andere koers aan het varen is. Sinds de sociaaldemocraat António Costa eerste minister is van Portugal begint dat land zich op een voorzichtige manier los te maken van de neoliberale dictaten door meer te investeren in de openbare sector.
Samen met de Spaanse regering die nu in het zadel komt zou Portugal wel eens voor een roze golf kunnen zorgen op het Iberisch schiereiland dat met haar 57 miljoen inwoners – 47 en 10 miljoen – toch geen kleine speler in Europa is. De West-Europese sociaaldemocratie die op een gevaarlijke derde weg was terecht gekomen zou met deze nieuwe politieke ontwikkelingen zichzelf als belangrijke socialistische stroming opnieuw op een meer radicale manier kunnen positioneren. De ontwikkelingen in Spanje moeten aandachtig gevolgd worden, zeker door een linkerzijde die al te lang niet verder kwam dan het deelnemen aan een bestuur vanuit de bezorgdheid om ‘het ergste te voorkomen’.

Deel dit artikel

Visited 59 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).

zie ook