Links Republikeins wil vooruit met Catalonië

De autonome Spaanse deelstaat Catalonië heeft sinds vorige dinsdag terug een volwaardige regering. Drie maanden eerder, op valentijnsdag, behaalden de drie onafhankelijkheidspartijen Esquerra Republicana, Junts per Catalunya en Candidatura d’Unitat Popular samen de verkiezingsoverwinning met een kleine meerderheid. De Catalaanse socialistische en Spaansgezinde PSC kwam weliswaar als grootste partij uit de bus. Een linkse coalitie smeden tussen de PSC, ERC en de partij van een links progressieve partij En Comú Podem, met Ada Colau (burgermeester van Barcelona) als politiek zwaargewicht, zou een logisch antwoord geweest zijn op de verzuchtingen van een hoofdzakelijk linksdenkend Catalonië, ware het niet dat de echte hoofdrolspeler in de Catalaanse politiek niet de ideologische strekking is, maar de onafhankelijkheidskwestie. Die breuklijn bepaalt sedert de heropleving van het Catalaanse nationalisme in 2006 de politieke formaties en gijzelt of isoleert voornamelijk de gematigde maar zeer verdeelde linkervleugel. De Spaansgezinde socialisten, die het goed doen in de rand van Barcelona en enkele kleinere voormalige industriesteden waar veel Spaanse immigrantenfamilies wonen, hebben aan een verbond met het linksere En Comú Podem niet genoeg om een solide coalitie op de been te zetten. Een brug slaan naar de Spaans-nationalistische rechtervleugel is voorlopig ondenkbaar. Maar ook Esquerra Republicana, de oudste Catalaanse partij (1931), wordt geconditioneerd door een rechtervleugel: de partij van de conservatieve en traditioneel ‘catalanistische burgerij’ die sedert 2018 de naam Junts Per Catalunya draagt en zijn wortels heeft in het versnipperde Convergència i Unió. Zij maakten het als derde partij de republikeinen zo moeilijk als mogelijk om de fakkel over te nemen. Inzet: de Catalaanse onafhankelijkheidsstrategie. Terwijl ERC opteert voor de dialoog met Madrid, gaat Junts voor de confrontatie. Concreet betekent dit dat zij de lijn van de ‘ongehoorzaamheid’ aanhouden en bereid zijn tot een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring, de zo gehete DUI (Declaració Unilateral de Independència). Zolang Esquerra Republicana de underdog was, leek het evident dat het onafhankelijkheidsblok met de scepter van Junts zou zwaaien. Maar nu de republikeinen aan zet zijn en Catalonië zich duidelijk heeft gemanifesteerd als links-progressief, valt de keuze tussen ideologie en onafhankelijkheid zwaarder. ERC dreigde de voorbije maanden te bezwijken onder de druk van de rechtse Catalanisten en kwam er uiteindelijk toch mee tot een regeringsakkoord. Het leek erop dat Catalonië opnieuw het scenario van de voorbije jaren zou volgen en álle interne aangelegenheden en agenda’s zou blijven koppelen aan de Catalaanse kwestie. Maar ERC staat realistischer in dit verhaal. Zij begrijpen, in tegenstelling tot de volgelingen van Carles Puigdemont, dat de verkiezingsoverwinning van 14 februari een magere was. Het onafhankelijkheidsblok verloor meer dan een miljoen stemmers. Zij begrijpen ook dat de bevolking vooral zit te wachten op het sociaaleconomische herstel. Zij begrijpen dat de pijn over de politieke gevangenen is gebleven, maar dat de euforie en de strijdlust is vergeeld. En ze begrijpen, als enige onafhankelijkheidspartij, dat de Catalaanse droom alleen terug aangezwengeld kan worden door Catalonië terug op te bouwen op alle terreinen. En precies die boodschap bracht de leider van ERC in de mooie sinaasappeltuin van de Generalitat toen hij een week geleden plechtig ‘presidente’ werd.

De 38-jarige links republikeinse president, Pere Aragonès, komt over als een vastberaden, rationele, rustige en integere politicus met een duidelijk plan voor Catalonië. Zijn legislatuur stoelt op vier pijlers: sociaaleconomisch herstel, feminisme, ecologisme en de Catalaanse onafhankelijkheid. Zo zal hij trachten tegemoet te komen aan de verzuchtingen van het ideologische overwicht zonder de ‘independentistas’ in de voeten te schieten. Aragonès is zelf een zuivere nationalist, maar tegelijk een overtuigde democraat. De man staat er en lijkt klaar om Catalonië terug ‘voorspoedig’ te maken, zoals de nationale hymne, Els Segadors, het bezingt.

De eerste vraag is of zijn open houding tot dialoog in Madrid gehoord zal worden door de linkse coalitieregering van Pedro Sánchez, en of de twee jaar die Sánchez nog heeft aan het hoofd van Spanje, voldoende gaan zijn om een antwoord te vinden op de politieke impasse tussen de natie-staat en de deelstaat. De tweede vraag is of Junts de republikeinse hegemonie gaat tolereren. Junts is een fundamenteel rechtse partij, maar toont zich in ethische dossiers zeer flexibel. Ze zullen dus niet struikelen over de feministische koers die Aragonès wil varen, en dat groene lintje dragen ze ook graag. In feite steunt Junts alles wat als “on-Spaans” wordt gezien: antifascisme, antimachismo, antiracisme, fervent ecologisme, … allemaal kapstokken die ook aan de Catalaanse onafhankelijkheid worden gehangen. En bij die onafhankelijkheid knelt het schoentje. De banneling Carles Puigdemont riep in Waterloo de Consell de la República (Raad van de Republiek) tot leven, een soort adviesorgaan die de Catalaanse onafhankelijkheid voorbereidt en leeft van giften van de leden. Maar de ware ambities van deze raad gaan veel verder. Eigenlijk wil ze fungeren als een regering in ballingschap en aan het roer staan van de onafhankelijkheidspolitiek in Catalonië. Anders gezegd, ze zou een parallelregering moeten worden met evenwaardige politieke macht. Veel aanhangers, vooral te vinden in Junts en de sociale beweging Assamblea Nacional Catalana, noemen Puigdemont trouwens nog steeds hún legitieme president. Daar willen de republikeinen en Pere Aragonès niets van weten. Voor hen is de Generalitat het enige legitieme uitvoerende orgaan, ook zo vastgelegd door de Spaanse grondwet. Puigdemont heeft nog steeds een sterke achterban in zijn partij, maar is ook een verscheurende factor in het rechtse Catalanistische blok. Een president in ballingschap is niet meer van deze tijden, hoe graag men ook de link legt naar de Catalaanse leiders in ballingschap onder het Franco-regime. Aragonès haalde zijn slag thuis. Stante pede kwam ook de Consell de la República niet meer in het nieuws. Waterloo lijkt andermaal de plek waar een groot leider op zijn nederlaag gaat afstevenen. Met Puigdemont in de vergeethoek van het Europese Parlement en Aragonès op de troon wacht Catalonië een nieuw tijdperk. De Catalaanse bevolking wil het zo. Maar zal de vernedering bij Junts geslikt worden? Het antwoord ligt, zoals al zo vaak in dit verhaal, bij Spanje.

(Visited 105 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 245 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Sarah De Vlam

Sarah De Vlam (Gent, 1977) is historica en auteur van Passage Pyreneeën, een vergeten verhaal van Belgische vluchtelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze woont in de Pyreneeën en observeert al meer dan tien jaar lang de identitaire gelaagdheid en complexiteit van de Catalaanse samenleving en politiek. Daarbij blijft ze gefascineerd kijken naar hoe de Catalaanse onafhankelijkheidsgedachte traditie en progressie verzoent en hoe de metropool zich verhoudt tot het Catalaanse binnenland, waar volgens De Vlam de sleutel ligt tot het begrijpen van het Catalaanse nationalisme.