Roemeense PSD zoveelste afglijder naar rechts
De Roemeense sociaaldemocratische PSD heeft samen met de extreemrechtse nationalistische AUR de regering ten val gebracht waarvan ze tot voor kort deel uitmaakte. Nee, ze gaat niet met die radicale nationalisten regeren, maar er is wel een stap gezet, mompelt een van de leiders.
Die PSD is niet de eerste partij van sociaaldemocratische huize die een grote stap rechtswaarts zet. Ze is in wat ooit de ‘communistische wereld’ was de zoveelste.
Wegbereiders
Het is natuurlijk vooral de conservateieve EVP (waarvan CD&V deel uitmaakt) die aanschuurt bij de uiterst-rechtse fracties in het EU-parlement. Die EVP heeft tot 5 jaar geleden de Fidesz van Viltor Orban onderdak verleend, het illiberalisme werd tot dan moeiteloos verteerd. De Spaanse PP heeft geen enkele moeite coalities met het extreemrechtse Vox te sluiten. De Oostenrijkse ÖVP regeerde vorige eeuw al samen met de FPÖ, een partij vol nazi’s.
Vergeten we zeker voorloper Silvio Berlusconi en diens Forza Italia niet, baanbreker in de nauwe samenwerking met extreemrechts. Van 1994 tot nu. Geen wonder dat EU-Commissievoorzitster Ursula Von der Leyen zo goed opschiet met “post-“ of “neo-“ fasciste Giorgia Meloni.
De liberalen gaan ook niet vrijuit. In Nederland zag de VVD er geen graten in samen met de PVV van Geert Wilders te regeren. In Zweden regeren liberalen en conservatieven met de zegen van de extreemrechtse Zweedse Democraten, indien de resultaten het in de verkiezingen van september toelaten, wordt het een heuse coalitie.
Kortom, de uiterst-rechtse families staan in Europa niet geïsoleerd.
Dubieus
De sociaaldemocraten hadden het al jaren lastig met hun Slovaakse lid, de Smer-SD van Robert Fico. Die won dan wel verkiezingen, maar zijn beleid en uitspraken leken steeds meer op die van Orban, van wie hij een bondgenoot werd. Het geduld ws in het najaar van 2023 op, de Smer-SD werd uit de Europese SP gezet. Fico was kort daarop een welkome gast bij de viering van Donals Trump’s tweede ambtstermijn.
In Tsjechië voeren de ooit zo machtige sociaaldemocraten ook een steeds eigenaardiger koers die door de kiezers niet werd gesmaakt, ze verdwenen uit parlement en politiek. Op de Balkan is de BSP nu zieltogend, na ook een periode van grote macht en van geflirt met nationalisme. De Kroatische sociaaldemocraten zijn er evenmin vies van.
Nu komen de Roemeense sociaaldemocraten het prentje nog zwarter maken. Dat ze samen met een ultra-partij als de AUR het initiatief nemen om een regeringscrisis uit te lokken, wekt in Brussel heel veel zorgen, ook bij de EU-socialisten die het al zo zwaar te verduren hebben.
Kunnen ze zoiets laten passeren? De PSD-voorzitter ontkent wel dat er een coalitie met de AUR in de maak is, dat de partij de EU gunstig gezind is en blijft en alleen in een EU-gezinde coalitie wil treden. De toestand is op zijn minst wisselvallig en dubbelzinnig. Want waarom dan met extreemrechts de handen in elkaar slaan om een regering te doen vallen en een nieuwe te krijgen?
Internationalisme
Rijst hier het oude dilemma: is er in de strijd voor sociale ontvoogding en ontwikkeling ook plaats voor nationalisme? Die sociale strijd is van in den beginne gebaseerd geweest op internationalisme, de Internationale moest ervoor zorgen dat nationale grenzen niet in de weg stonden van de klassenstrijd. Die Internationale moest tegelijk opkomen voor democratische rechten en vrijheden, waaronder het zelfbeschikkingsrecht van gediscrimineerde en onderdrukte volkeren, zoals het Ierse. Maar voor nationaal patriottisch chauvinisme was zeker geen plaats, geen front van de arbeidersbeweging met de nationale bourgeoisie.
Tot in 1914. Dat internationalisme viel in puin toen al die nationale burgerijen elkaar de oorlog verklaarden en de sociaaldemocraten in elk van die landen de oorlogskredieten goedkeurden. De in 1889 opgerichte Tweede Internationale wankelde. Secretaris Camille Huysmans probeerde nog wel met het idee van een vredesconferentie het internationalisme tijdens de oorlogsjaren hoog te houden,maar een belangrijk deel van de politieke arbeidersbeweging vond dat het tijd was voor een Derde Internationale, de communistische.
Die Derde leed dan weer zeer zwaar aan het isolement van haar eerste realisatie, de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken (USSR) die alleen bleef na de mislukking van de Duitse en andere revoluties. Stalins stelling dat men dan maar voorlopig het socialisme moest opbouwen in één land, maakte van die Sovjet-Unie het ‘vaderland’ van die Internationale werd.
Het werd een nieuw soort patriottisme, waarbij de communistische partijen van die ‘Internationale’ na het Sovjet-Duits niet-aanvalspact van 1939 neutralisten werden, om na de Duitse aanval op de Sovjet-Unie patriotten van eigen land te worden. Stalin zelf nam in 1941 zijn toevlucht tot een ander patriottisme, het Russische. Zoals Vladimir Poetin nu, in nauwe samenwerking met de Russisch-Orthodoxe kerk.
Tijdens de bezettingsjaren hebben zijn zowel een aantal communisten als sociaaldemocraten van rood naar bruin gegaan. Met in België als bekendste gezicht Hendrik De Man die eerder al heil had gezocht in een synthese van nationalisme en socialisme.
Soeverein
Vandaag zien we de contradictie dat uiterst-rechtse nationalisten sterkere internationale banden uitbouwen, dan midden-linkse en linkse partijen (Zie: https://www.uitpers.be/rechts-en-de-internationale-van-de-nationalisten/). Van de Socialistische Internationale schiet alleen nog een skelet over. De Europese Socialistische Partij tracht amper om te overleven, over belangrijke internationale kwesties als Palestina of relaties met de VS, voert elk zijn eigen beleid.
Links ervan? In Frankrijk flirten La France insoumise (LFI) en Jean-Luc Mélenchon vaker met de Franse driekleur dan met de rode vlag – die is zelfs veilig opgeborgen. La souverainité primeert. De Franse PCF zit in de Partij van Europees Links die zichzelf aandient als “een platform” van uiteenlopende standpunten. De PEL hield onlangs zijn congres in Brussel met de vage belofte tot een nieuw elan.
De Vierde Internationale dan? Hier past de meervoudsvorm, een ingewikkelde geschiedenis van breuken en van gemiste kansen. Met als optelsom een bonte schakering met marginale inplanting. Internationalisme op een dood spoor, net nu het harder dan ooit nodig is. Op 15 maart 2003 kwamen wereldwijd 100 miljoen mensen op straat tegen de naderende oorlog van VS en bondgenoten tegen Irak. Het internationalisme van de geesten was erg levendig. Vandaag zijn de uitdagingen beslist groter, de reactie is absoluut niet in verhouding. Maar onder meer de flotilla voor Gaza kan niet rekenen op de wereldwijde steun die ze zou moeten krijgen, de Spaanse socialisten moeten de eer redden. De sociaaldemocratie gekweld door haar erfzonde van 1914?

