Links in Frankrijk is na de gemeenteraadsverkiezingen verscheurd en in vertwijfeling. Over welk links gaat het dan. Tussen aan de ene kant La France insoumise (LFI) van Jean-Luc Mélenchon en aan het andere uiteinde Place Publique van Raphael Glucksmann ligt een zeer breed terrein, van radicaal links tot verwaterd centrumlinks. De vertwijfeling treft vooral de PS. Ondanks haar gestage inkrimping, blijft die partij een arena van vechtende luitenanen.
Overleven
Alles draait rond LFI. De PS was zoals veel anderen, verrast dat die linkse partij ondanks de haatcampagnes tegen haar, in de eerste ronde van de gemeenteraadsverkiezingen meer dan overeind bleef. Nu blijkt, aldus Le Canard Enchainé, dat enkele campagnes het werk waren van een Israëlische dienst. Merkwaardig.
LFI boekte enkele opvallende successen in plekken waarop ze zich had geconcentreerd voor lokale inplanting. Meestal plekken waar ze het in de nationale verkiezingen van 2022 en 2024 goed had gedaan. Zoals in de buurt van Parijs waar zowel Saint-Denis als La Courneuve een LFI-burgemeester krijgen. Plus Roubaix. Rijsel waar de LFI in de tweede ronde een derde van de stemmen haalt, terwijl de helft naar de lijst PS met groen gaat. LFI haalt het niet, roept de PS, maar springt wel van een kwart naar een derde, met veel groene overlopers die tegen het akkoord van hun partij met de PS waren.
Rijsel illustreert trouwens de algemene toestand van de PS: vorige eeuw tien grote afdelingen, nu nog één met 250 leden. Dat is ongeveer het aantal gekozenen met hun ambtenaren erbij, een partij dus van notabelen en functionarissen. In Rijsel heeft LFI het vooral van jonge kiezers, veel studenten en jong gediplomeerden.
De notabelen van de PS bepalen hun tactiek vooral in functie van overleven binnen een linkerzijde waarin LFI niet zo marginaal is als gehoopt. De leiding van de PS had zich wel uitgesproken tegen allianties in de tweede ronde met LFI. Maar zelfs enkele kopstukken die erg tegen LFI waren, gingen overstag en gingen scheep met LFI.
Een complete misrekening, zeggen de opposanten van partijleider Olivier Faure. Zelf was hij voor occasionele lokale samenwerking, en dat wordt hem nu erg verweten. Die opposanten rijpen telkens naar vier voorbeelden waar dat niet werkte:
In Brest en Tulle gingen de uittredende PS-burgemeesters uit nood een fusie aan met lijsten waarop LFI prijkte; LFI dat ze eerder zo zwaar hadden aangevallen. In Limoges en Toulouse kwam LFI als sterkste linkse uit de bus en was er fusie met de rest van links, wat mathematisch een meerderheid gaf. In die vier gevallen verloor links – Tulle is de stad van ex-president François Hollande, PS, felle tegenstander van LFI…
Sabotage
Die gevallen worden nu opgevoerd als bewijs dat links verliest met LFI erbij. Het is wel de PS die de boel heeft gesaboteerd. In Brest en Tulle door vooraf LFI af te schilderen als de baarlijke duivel, waarmee men dan toch in bed kruipt. Ja, hoe komt dat over bij de eigen kiezers en bij die van LFI?
In Limoges en Toulouse zijn vooral Glucksmann van Place Publique (PP) en Carole Delga, PS, presidente van de regio Midi-Pyrenées, actief tussengekomen tegen de linkse eenheidslijsten. Kandidaten werden onder druk gezet zich terug te trekken, de anti-LFI campagne ging verder tussen de twee verkiezingsrondes. En dan klagen dat linkse niet heeft gewonnen. Het is vanuit de PS zelf dat de nederlaag werd uitgelokt. Wat een hypocrisie, dat allemaal om LFI te kunnen aanvallen.
Er schuilen ook grote ambities achter. PS-leider Faure wou tot vorige week ‘des primaires’, voorverkiezingen organiseren om een kandidaat van links voor de presidentsverkiezingen volgend jaar, aan te duiden; Faure ziet dat zelf wel zitten. Ex-president Hollande en Glucksmann willen daar niet van weten, ze zien zichzelf als de natuurlijke kandidaten van het linkse (maar niet te links) kamp. Glucksmann teert op het feit dat hij bij de EU-parlementsverkiezingen van 2024 als kopman van de linkse lijst (zonder LFI en groen) 13 percent haalde.
Faure van de PS wou hieraan ontsnappen met een primaire, van François Rufin tot Glucksmann.
Rufin maakt zich daar volop klaar voor. Rufin is in 2024 door Mélenchon bij LFI aan de deur gezet omdat hij een andere opvatting heeft over linkse politiek: die moet zich richten tot alle groepen van de samenleving die lijden onder het neoliberaal beleid van Macron, terwijl Mélenchon zich specifiek richt op de quartiers, volkswijken, en op de jeugd. Rufin voert al weken een campagne met het oog op voorverkiezingen met meer dan 100.000 volgers voor zijn Debout. Hij en Clémentine Autain, ook door Mélenchon uitgewezen, willen wel een brede linkse eenheid, LFI incluis. Wat voor een groot deel van de PS dus niet kan.
Het ziet ernaar uit dat die “primaires” er niet komen. Dan maar afwachten wat peilingen geven, zoals Hollande suggereert? Peilingen die zo manipuleerbaar zijn. Er was orige weke een peiling en die viel binnen links vooral zeer goed uit voor François Rufin. Maar dat zint de PS niet, en Glucksmann al zeker net.
Groene twijfels
Tussenin zitten de Ecologistes die tot nog toe graag een brug vormden tussen LFI en PS. De groene partijleidster Marine Tondelier vindt zichzelf trouwens een geschikte presidentskandidate voor breed links, maar daar staat ze redelijk alleen in.
De Ecologistes likken trouwens nu hun wonden na het verlies van zoveel steden. Straatsburg verloren aan de PS, Bordeaux aan Cazenave, ex-minister van Macron. Annecy, Poitiers, Besançon aan rechts. Een steeds terugkerend verwijt: te autoritair. Maar ook innerlijke verdeeldheid speelt een rol. Grote sectoren van de groene partij zien samenwerking met LFI zitten omdat ze het eens zijn met een groot deel van het LFI-programma. In verscheiden steden waren er gezamenlijke lijsten, elders was er dissidentie.
Aan de zijlijn staat de communistische PCF die hier en daar ook brug speelt. Dat doet ze in de Parijse rand waar ze ofwel in de eerste of soms in de tweede ronde front vormde met LFI. Dat er in Nimes na jaren onderbreking weer een PCF-burgemeester komt, is een opsteker voor een partij in grote nood, maar niet genoeg om een grote rol te kunnen spelen. Partijleider Fabien Roussel heeft twee keer deelgenomen aan de presidentsverkiezingen met telkens zeer bescheiden resultaat. Wel genoeg om in 2022 te beletten dat Mélenchon de tweede ronde haalde. Met zijn schaarse stemmen erbij zou het een match Macron-Mélenchon zijn geworden.
2027
Wat betekent dat allemaal voor de presidentsverkiezingen binnen een jaar.
De twee vorige verkiezingen kwam links er niet echt aan te pas, telkens afwezig in de tweede ronde. Vorige keer met alle linkse kandidaten samen rond 30 percent, waarvan 21 % voor Mélenchon. Groen dacht met Yannick Jadot de coup van de Europarlementsverkiezingen van 2019, namelijk 13 %, te kunnen herhalen, maar Jadot bleef onder de kiesdrempel van 5 %. Laat het een les wezen voor Glucksmann en diens 13 % in 2024. De PS zat met Anne Hidalgo op een historisch laagtepunt, 1,7 %, en PCF-voorzitter Fabien Roussel haalde net iets meer dan 2 %.
Gaan we in 2027 weer naar een vergelijkbare neergang? Met misschien nog meer linkse gegadigden die strijden om een stuk van de 30 percent die links in de parlementsverkiezingen van juni 2024 haalde? Toen nog verenigd in het Nouveau Front populaire (NFP) dat grotendeels het werk was van François Rufin.
Zoals de kaarten nu liggen, ziet het er niet goed uit. In de zomer van 204 was er vanuit de basis een sterke druk om tot eenheid te komen, wat het NFP opleverde. Dat dit NFP overkop ging, wordt gemakshalve in de schoenen van Mélenchon geschoven. Van Mélenchon zei de pas overleden socialistische leider Lionel Jospin dat zijn temperament vaak zijn intelligentie hinderde. (Mélenchon en Jospin zaten beide in dezelfde trotskistische organisatie).
Mélenchon: schuldig. Maar het is in de eerste plaats de PS die door haar geflirt met president Macron het NFP de grond heeft ingeboord. De PS vergeet snel dat ze op eigen kracht na de bewindsperiode van François Hollande nog weinig voorstelde en haar heropstanding te danken heeft aan linkse eenheid.
Linkse eenheid voor 2027 lijkt momenteel een complete illusie. De druk van onderuit is na de hetze tegen LFI erg verzwakt. Vooral Rufin tracht dat elan weer tot leven te brengen rond een duidelijk links programma dat meer dan de 30 % kan aanspreken. Links moet trouwens vooral zoeken hoe pakken potentiële kiezers naar de stembus te krijgen.
Bij de successen van LFI valt op dat die gepaard gaan met een zeer lage opkomst, zoals in Roubaix 37 %. Dat speelt weinig in lokale verkiezingen, in nationale is dat rampzalig. Als links alweer sterk verdeeld aantreedt, zal dat die massa’s niet naar de stembus halen, want dan is het toch maar om de eer en niet om te winnen.
Om van nabij te volgen, de inzet is groot voor Europa. Indien extreemrechts het haalt in Frankrijk, komt dan bovenop de andere lidstaten van de EU, zoals Italië, waar uiterst-rechts het voor het zeggen heeft. De Franse linkerzijden hebben een continentale verantwoordelijkheid.

