Links en China, links in China…

Op 1 september publiceerde Uitpers een Opinie ‘Links en China’. Op 12 september verscheen een repliek op ChinaSquare die we hier publiceren. Gevolgd door een korte repliek op de repliek en de oorspronkelijke tekst.

Linkse Marxisten en China – onhandige termen en een fout perspectief

by Peter Peverelli • 12 september 2022 •
Uitpers.be bracht op 1 september jl. een artikel uit van de hand van Freddy de Pauw, waarin hij de volgens hem tolerante houding van westerse ‘linkse marxisten’ jegens China aan de kaak stelt. Hoewel hem dat vrij staat, roept de manier waarop hij zijn kritiek verwoordt behoorlijk wat irritatie op. De groep mensen op wie hij zich richt is vaag gedefinieerd en zijn inzicht de sociale processen van het hedendaagse China lijkt ontoereikend.

De Pauw vraagt zich af: “Hoe het in de Volksrepubliek zou zijn om er als linkse marxistische militant bij voorbeeld op te komen voor syndicale vrijheden? Of de groeiende ongelijkheid?” Ik heb allereerst moeite met ‘linkse marxistische militant’. Links is een term uit het klassieke Europese links – rechts spectrum. Deze begrippen zijn aan het verouderen, maar dat is een ander verhaal. Links marxistisch lijkt mij echter een pleonasme. Toon mij eens een rechtse marxist.

Feiten

Kritiek op concrete zaken die zich in China afspelen vind ik prima, maar dan moet het wel op basis van exacte feiten geuit worden. Bijvoorbeeld: hoeveel Chinezen komen op voor syndicale vrijheden? Wanneer heeft dit recentelijk plaats gevonden? Op welke groeiende ongelijkheid duidt de Pauw? Bovendien, was het niet de Chinese president zelf die de laatste tijd waarschuwde tegen groeiende ongelijkheid van inkomens in China? Tja, Xi Jinping is zeker marxist, dus ook links.

Marxistische kringen

De Pauw maakt voorts gewag van ‘marxistische kringen buiten het officiële circuit’. Ik had ook daarvan graag een voorbeeld van gezien. In China wordt het marxisme uitgebreid bestudeerd en besproken. Het is mij niet bekend dat er een officieel voorgeschreven versie van het marxisme bestaat. Gedachtengoed van Mao Zedong of dat van Xi Jinping zijn meer dan persoonlijke versies van het marxisme. Het zijn ideeën over de ontwikkeling van China op de lange termijn. Deze zijn geregeld onderwerp van debat in China, maar zulke debatten, met alle meningsverschillen die daarin uitgewisseld worden, worden gewoonlijk niet in het openbaar gevoerd. Vooral de resulterende consensus komt in de media.

Cultuur

Twee aspecten van de Chinese cultuur spelen hier een belangrijke rol. De Chinese cultuur is collectivistisch: bij conflicten tussen het belang van een groep en dat van een individueel groepslid gaat het eerste gewoonlijk voor. Deze cultuur ook diffuus, dat wil zeggen dat wanneer Chinezen een bepaalde zaak in een bepaalde sociale context bediscussiëren, zij ook met gevolgen voor andere contexten rekening houden. In onze landen kunnen politici van twee verschillende partijen ’s avonds op respectievelijke partijcongressen elkaar voor rotte vis uitmaken en de volgende ochtend weer aan tafel gaan voor een kabinetsbespreking. In China kan dat niet. Daar zou zo’n openbare belediging verdere contacten voor lange tijd onmogelijk maken. Vandaar dat verhitte debatten in China achter gesloten deuren gehouden worden.

Twee cultuurdimensies, specifiek-diffuus en individualistisch-collectivistisch samengevoegd. Het kwadrant rechtsboven geeft de westerse manier van omgang tussen sociale partijen weer en het kwadrant linksonder de Chinese.

Vakbonden

De rol van de vakbond is in China anders dan bij ons. China is in principe al een klasseloze maatschappij, maar na de desastreuze Culturele Revolutie weet men dat als iedereen eenzelfde inkomen heeft dat tot algehele armoede leidt. Daarmee had een deel van het Mao Zedong denken afgedaan. Deng Xiaoping vond dat sommige mensen eerder rijk mochten worden, zolang dezen zich ook voor de achterblijvers inzetten. Niet iedere vroege rijke hield zich daaraan, maar de meeste tycoons, zoals Ren Zhengfei van Huawei, vormen een belangrijke maatschappelijke voorbeeldfunctie. Er wordt in het westen veel op Huawei afgegeven, maar men vergeet dat iedere werknemer van Huawei ook aandeelhouder is. Dit betekent niet dat de vakbond binnen Huawei geen kritiek op het management kan uiten, maar de verhouding werkgever – werknemer is veel minder antagonistisch dan bij ons.

Wederom cultuur
Bovendien heeft deze relatie ook weer een diffuus karakter. De vakbond binnen Huawei heeft geregeld contact met die van andere ondernemingen, bijvoorbeeld om informatie over courante problemen uit te wisselen. Daarnaast heeft de Partijafdeling van de vakbond geregeld contact met de Partijafdeling van Huawei, o.a. om erop toe te zien dat er niet fundamenteel van de Partijlijn afgeweken wordt. Die contacten verlopen parallel met die tussen de vakbond en Huawei, maar met verschillende focuspunten. Kortom: Chinese werknemers en vakbonden hebben meerdere kanalen om hun belangen tegenover werkgevers te verdedigen, maar deze verschillen fundamenteel van de manier waarop die contacten bij ons verlopen.

Gedachten van Xi

Xi Jinping is de eerste Chinese leider sinds Deng Xiaoping die zijn eigen gedachtengoed propageert. Ook dat staat niet op zich, maar volgt logisch op die van Deng. Mao was de traditionele marxist. Deng was de pragmaticus die Mao’s lijn voort wilde zetten, maar wel op een manier die tot welvaartsgroei zou leiden. Dat werkte, maar bood ook plaats aan groeiende corruptie. Xi Jinping pakte die sterk aan, wat de belangrijkste reden voor zijn enorme populariteit is. Xi echter voegde daar nog een hernieuwde interesse voor traditionele Chinese waarden in. Internationalisme is nog steeds de hoeksteen van het Chinese beleid, maar dat is nu ingebed in trots op traditionele Chinese waarden. Sociale harmonie is een van de kernwaarden van het Confucianisme en ook alweer een paar jaar een slogan van de Chinese overheid. Dan zijn we weer terug bij de Chinese cultuur: collectivistisch en diffuus.

Syndicale vrijheden

Nu kunnen we afsluiten met een terugblik naar de vraag van Freddy de Pauw. De Chinese vakbond staat in geregeld contact met werkgevers over de belangen van werknemers in het algemeen en die van specifieke ondernemingen. Deze discussies vinden hoofdzakelijk achter gesloten deuren plaats. Alleen de uitkomsten worden bekend gemaakt. Er zijn wel eens problemen die niet voor iedereen tot tevredenheid opgelost worden, maar dat zijn uitzonderingen. Linkse marxistische militanten zullen in China weinig voet aan de grond krijgen en zelfs tot irritatie leiden, inclusief bij degenen wier belang ze zouden denken op te komen, omdat dit tegen Chinese culture waarden ingaat. Je moet China niet beoordelen op syndicale vrijheden tot het uiten van kritiek op werkgevers, maar op syndicale mogelijkheden met werkgevers in gesprek te blijven en tot consensus te komen. Dan scoort China helemaal niet zo slecht.

Bron: Freddy de Pauw, Links en China, uitpers.be 1/9/2022 (https://www.uitpers.be/links-en-china/)
Voor een uitleg van het genoemde cultuurmodel zie de site van Trompenaars Hampden-Turner: https://www3.thtconsulting.com/culture-factory/culture-explore/

 

Links en China – enkele antwoorden

“Onhandige termen en een fout perspectief”: een hard oordeel over een tekst die de auteur blijkbaar niet volledig heeft gelezen. Want hij stelt vragen waarop het antwoord in de omstreden tekst stond. En dat “linkse marxisten” gek klinkt: ok beter zou zijn “marxistische linksen” – wat niet goed klinkt. Want nogal wat linksen zijn absoluut geen marxist. Spijkers op laag water zoeken is geen dialectiek.

Waar haal ik het over groeiende ongelijkheid te spreken? Dat staat in de tekst, aan de hand van cijfers. Xi is inderdaad bezorgd, maar spreekt dat niet tegen.

Wie komt op voor syndicale vrijheden? Dat staat in de tekst, als bron o.m. China Labour Bulletin dat een niet-officiële bron is natuurlijk, maar op eigen kracht getuigenissen en documenten uit gans China verzamelt.
Zie: https://clb.org.hk/content/introduction-china-labour-bulletin%E2%80%99s-strike-map

Ongewenste marxisten in China. Heb daarover eerder in Uitpers bericht, met o.m.:

Marxistische dreiging in China

Marx in China

De Gedachte Xi: Met de beste wil van de wereld, bespeur ik heel weinig marxistisch denken in de Gedachte Xi Jinping. Van Mao’s geschriften kon men nog zeggen dat ze een simplificatie van het historisch materialisme waren, van Xi vind ik dat moeilijker te zeggen.

Over het aspect Imperialisme, lees ik niets.

 

 

Links en China

In de Volksrepubliek China krijgen marxistische kringen buiten het officiële circuit van “Marxisme-leninisme, Gedachte Mao Zedong en Gedachte Xi Jinping’ , veel tegenwind. Hoe zou het in de Volksrepubliek zijn om er als linkse marxistische militant bij voorbeeld op te komen voor syndicale vrijheden? Of tegen de groeiende ongelijkheid? Vragen die een westerse linkse militant zich normaal zou moeten stellen. Maar niet altijd doet.

De ambassade van de Volksrepubliek China in Parijs loofde onlangs de linkse politicus Jean-Luc Mélenchon omdat hij het bezoek van VS-politica Nancy Pelosi aan Taiwan, een provocatie noemde. Die uitspraak leidde wel tot de zoveelste onenigheid binnen de linkse alliantie Nupes, maar Mélenchon hield vol en beklemtoonde volledig achter Peking te staan. Mélenchon is een van de vele linksen in Europa die zeer zuinig zijn met kritiek op Peking.

Volgzaamheid

Bij links wordt terecht steen en been geklaagd over de volgzaamheid van zoveel media tegenover “het Westen”, tegenover het neoliberale beleid en denken. Maar tegelijk bezondigt een deeltje van links zich aan volgzaamheid tegenover het beleid van de Volksrepubliek China. Of nu Mao, dan wel Deng of Xi de grote roergangers waren, toch blijft voor dat deel China de baken van de menselijke ontplooiing.

Er komt meestal wel een verontschuldigende melding dat er natuurlijk kritiek is – “Quels que soient l’ampleur et le niveau des critiques qui peuvent être adressées au gouvernement chinois…” aldus Mélenchon (wat ook de omvag en het niveau van de kritieken op de Chinese regering mgen zijn….)
De volgzaamheid van de ‘mainstream media’ wordt ook wel eens genuanceerd. Maar de essentie is dat de Volksrepubliek China onze steun verdient.
Daar valt natuurlijk veel voor te zeggen. Het bewind van de Chinese Communistische Partij heeft in relatief korte tijd de extreme armoede uitgeroeid en de meerderheid werk, ontwikkeling, opvoeding, gezondheidszorg, degelijke woonst en transport gebracht en van China weer een machtige mogendheid gemaakt. Verantwoordt dat de volgzaamheid van een stuk linkerzijde?

Soepel

Dergelijke volgzaamheid vergt veel soepelheid. De oudere generatie China-getrouwen liep warm voor de zogenaamde Grote Proletarische Culturele Revolutie van 1965-66. Ze slikte het neerslaan ervan door het leger in 1968. Ze slikte al evenzeer het obscurantisme van Mao’s Bende van Vier en het opdoeken ervan. Ze moesten een zware pil verteren toen Deng Xiaping kort daarop uitpakte met de leuze “Rijk zijn is geen schande” om de kapitalistische contra-revolutie in te luiden.

“Vertel uw publiek dat westerse investeerders nergens anders ter wereld zo een gunstig investeringsklimaat vinden als hier”, zei de grote baas van de Speciale Economische Zone Shenzhen ons in 1982. “Uitvoer van de winst, gratis terrein, een enorm reservoir aan goedkope arbeidskrachten, geen vakbonden”.

Dat alles werd toegedekt met het argument, tot vandaag, dat de staat er een centrale rol in blijft spelen (alsof dat in vele andere Aziatische kapitalistische landen anders is geweest, of zelfs in Frankrijk …). Datzelfde links ‘begreep’ het neerslaan van de massabewegingen van arbeiders, studenten en andere sociale groepen op 4 juni 1989 op het Tiananmenplein in Peking – door Deng om de kapitalistische ontwikkeling te vrijwaren.
Peking heeft zich begin deze eeuw moeiteloos ingeschakeld in de neoliberale wereldorde. Met superrijke kapitalisten, meestal partijleden, die met gemak de weg n aar de offshore paradijzen vonden. Op de beruchte Kaaiman-eilanden steken ze de VS, het Verenigd Koninkrijk en Taiwan naar de kroon. Tot daar het internationalisme’ van de Volksrepubliek?

Nee, toch niet, er was onlangs een online ‘Wereld Forum van marxistische partijen’ over “Het marxisme aanpassen aan de nationale omstandigheden en de 21ste eeuw). Met o.m. deelname van de PTB/PVDA, maar ook de Turkse Vatan , partij van maoïstische origine die is geëvolueerd tot een ultra-nationalistische groep die de operaties van Erdogan tegen Rojava in Noord-Syrië volop steunt (maar tegelijk ook het regime Assad). En deelname van de Franse sekte ‘Solidarité et Progrès’ die aanleunt bij de beruchte uiterst-rechtse beweging van wijlen Lyndon LaRouche.

Imperialisme

China wordt vooral geprezen als de uitdager van dat machtige VS-imperialisme dat inderdaad de ergste bron blijft van wereldwijde militarisering, van oorlogen en instabiliteit. Het is een imperialisme in crisis. Het debacle van een jaar geleden in Kaboel, de recente mislukte reis van Joe Biden in het Nabije Oosten, het onvermogen om het grootste deel van de wereld mee te trekken in de sancties tegen Moskou… het zijn enkele illustraties van die crisis.
De VS zetten nu alles op alles om vooral in de “Indian-Pacific” hun posities te handhaven tegen grote concurrent China. Er zijn al de Quad (met India, Japan, Australië), de Aukus (met Australië en Verenigd Koninkrijk), terwijl de Navo zich ondanks het Afghaans debacle geroepen voelt om er actiever te worden.

Patriotten

Tegenover de Amerikaanse dreiging had China onder Mao een defensieve strategie ontwikkeld rond het leger en volksverzet tegen een mogelijke indringer. Met de kapitalistische ontwikkeling van de Volksrepubliek, is het alsmaar belangrijker geworden invloed in de rest van de wereld te winnen. Geen invloed in de zin van het “proletarisch internationalisme” zoals dat nog onder Mao luidde, maar economische belangen binnen de neoliberale wereldorde. Met succes.

Er is ondanks die kapitalistische ontwikkeling nooit een ideologische leegte gekomen. Met de ontplooiing van het kapitalisme, is het als lang geleden door de keizers werden veroverd. Oost-Turkestan, de provincie Xinjiang, kent een bevolkingskolonisatie, Tibet idem. Dat de Volksrepubliek die gebieden economische en sociale ontwikkeling heeft gebracht, is geen reden om hier niet over een vorm van kolonialisme te spreken.
Idem voor de kwestie Taiwan. De aanspraken van Peking, in theorie gedeeld door de rest van de wereld, worden zonder verder discussie ondersteund, ook al gaat het hier om louter machtspolitiek. Idem voor de aanspraken op allerlei eilandengroepen in de Zuid-Chinese, hier wel tot ongenoegen van de andere landen die daar ook aanspraken op hebben.

Waaronder Vietnam waar nog de herinnering leeft aan de Chinese militaire invasie van 1979 waarmee Peking Vietnam wou straffen omdat het als antwoord op de provocaties van de Cambodjaanse Rode Khmer, het regime van Pol Pot uit Phnom Penh had verdreven. Het regime van de Rode Khmer dat toen niet alleen door de linkse China-sympathisanten werd ondersteund, maar ook door het VS-imperialisme en door de Belgische diplomatie die eigenhandig Chinese wapenleveringen aan de verdreven Rode Khmers begeleidde. Het was een mooi gezelschap, van Amada tot Tindemans.

Ongelijkheid

Daar staat voor sommige linksen tegenover dat de Volksrepubliek wordt geleid door een Communistische Partij die het land heeft bevrijd van een corrupte maffieuze kliek, die een einde maakte aan feodale uitbuiting, die de vrouwen gelijke rechten schond en sociale zekerheden bracht. Evenwel onderbroken door zware beproevingen als de Grote Sprong Voorwaarts en zijn hongersnood, de beruchte Culturele (sic) Revolutie, Tiananmen 1989 en de kapitalistische draai.
Die kapitalistische draai bracht welvaart, maar tegelijk – zoals in de oude kapitalistische wereld – groeiende ongelijkheid.
De statistiek van wid heeft het over:
Inkomensongelijkheid van 1980 tot 2019
De top 1 % : van 6,6 naar 14 %
Top 10 %: van 27,8 naar 41,7 %
De 50 % onderaan: van 25,2 naar 14 %
Eigendomsverhoudingen
De top 1 % van 16,6 naar 31 %
De top 10: van 41,4 naar 68 %
De 50 % onderaan van 15,8 naar 6,3 %
World Inequality Database: https://wid.world/country/china/

Bij die 50 % onderaan zitten onder andere de meer dan 250 miljoen interne migrantenarbeiders en gezinsleden – 292 miljoen volgens het China Labour Bulletin (CLB). Dat is meer dan een derde van het aantal arbeiders. Het gaat vooral om bewoners van het platteland die naar de zones met veel en beter betaald werd trekken. Volgens CLB blijven die arbeiders gediscrimineerd, hebben ze minder rechten dan de anderen en hebben hun kinderen beperktere toegang tot onderwijs en gezondheidszorg.
https://clb.org.hk/content/migrant-workers-and-their-children

De “vrienden van China” geven meestal wel toe dat er nog een en ander aan het ‘model’ hapert. Het gaat om meer dan haperingen, al is een groot deel van de economie in handen van staat (plus partij en leger), het beleid staat ten dienste van een kapitalistische ontwikkeling en voert een imperialistisch beleid, met een opgedreven nationalisme als verpakking.
Links mag natuurlijk niet blind zijn voor de realisaties. Maar China is verdorie geen baken voor links, noch hier noch in de rest van de wereld. Een andere wereld is mogelijk? Zeker, maar dan liefst niet zoals de Chinese CP dat ziet.

Print Friendly, PDF & Email

Visited 165 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook