Linkerzijde kan nog wat leren van Pim Fortuyn

“De dag dat in Wallonië iemand opstaat met een beetje charisma en met het populistisch discours dat intussen in heel Europa bekend is, zouden de politieke verhoudingen er wel eens drastisch kunnen wijzigen.”

Aldus Bart Sturtewagen in zijn ‘commentaar’ in De Standaard van 12 maart. Als Sturtewagen gelijk zou hebben – wat ik toch betwijfel omdat het politiek klimaat in Franstalig België een stuk linkser is dan in Vlaanderen en Nederland – dan is na de Fortuyn-dijkbreuk in Nederland, geen enkel land, geen enkele regio nog veilig voor extreem-rechts populisme.

Ik moet overigens meteen toegeven dat ‘de oplossing’ die ik voor de Vlaamse situatie voorstelde in een opiniestuk in De Standaard van 21 maart – de oprichting van een nieuwe echt linkse, anti-establisment-partij die de arbeidende bevolking bij het Blok weg zou halen – in Nederland niet echt gewerkt heeft. De Nederlandse SP – een moderne socialistische partij links van de Nederlandse PVDA en van GroenLinks (dat ginds ook in de oppositie zit en met boegbeeld Paul Rosemuller een uitstekend ‘debater’ heeft) – blijkt wel stand te houden, maar op een laag niveau. De SP haalt slechts 143 zetels in de gemeenteraden (- 2), tegenover 2.152 voor het CDA, dat nipt qua zetels de grootste partij werd, net voor de ‘lokale partijen’ (2.133 zetels). In Rotterdam moest de SP het bovendien afleggen tegen Fortuyn: van 4 zetels naar 1.

Anders gesteld: er zijn geen eenvoudige remedies. Het zal niet alleen afhangen van een nieuwe linkse Vlaamse partij alhoewel die er natuurlijk ook moet komen, gezien het gat dat nu ter linkerzijde van de SP gaapt en dat door de huidige radikaal-linkse ‘formaties’ niet opgevuld wordt.

Naast en samen met de politiek moeten tal van maatschappelijke organisaties zich inzetten om extreem-rechts af te blokken. We moeten op meer dan één paard strijden. Nu begint elke strijd met het verzamelen van inlichtingen over slagveld en tegenstander. Dat proberen we te doen in het nu volgend overzicht waarbij we putten uit een paar weken ‘Fortuyn’-lectuur. Welke zijn de belangrijkste verklaringen voor zijn succes? Wat wordt in de commerciële media (meestal) vergeten? Wat zijn de uitwegen? Beginnen doen we met een Europese ‘tour d’horizon’.

“Europeanen lijken uitgekeken op linkse politieke partijen”

Onder bovenstaande titel beschreef Lieve Dierckx in de Financieel-Economische Tijd (FET) van 20 maart hoe zowat overal in Europa rechtse partijen de regeringsbevoegdheid overnemen van linkse politici. Dierckx stak zijn vreugde daarover niet onder stoelen of banken. Hij begon zo: “Europa lijkt zijn buik vol te hebben van het socialisme.” Waarna hij zijn overzicht startte met Berlusconi en vervolgens Denemarken, Nederland, Portugal, Spanje en Oostenrijk de revue liet passeren. Als het even meezit voor Dierckx volgen ook nog Frankrijk, Zweden, Duitsland …

Eerder al had het weekblad Knack (13 maart) een soortgelijke oefening gemaakt onder de titel “Leefbaar Europa ? De ruk naar rechts – Pim Fortuyn, Jörg Haider, Filip De Winter en de anderen”. En in een interview dat De Standaard (9 maart) met De Winter had, kwam de Europese ruk naar rechts ook aan bod.

Welke verklaringen vond Lieve Dierckx voor het “wegsmelten van de roze overmacht in Europa”?

Dierckx: “De economische malaise en de terreuraanslagen van vorig jaar in de VS vormden een goede voedingsbodem voor het ‘conservatieve reveil’. Door de wereldwijde economische groeivertraging kunnen de regeringen immers niet langer onbeperkt cadeautjes uitdelen aan de bevolking en na 11 september valt de roep van rechtse partijen om een verstrenging van de immigratiewetgeving niet langer in dovemansoren.” Toch voorspelt Dierckx dat “de nieuwe politieke verhoudingen in Europa vermoedelijk niet tot een grondige beleidswijzing leiden.” “De kans dat de EU in navolging van de VS voortaan vrijuit de kaart van het kapitalisme speelt, lijkt zeer gering.” Uit zijn woordkeuze valt op te maken dat Dierckx (en met hem de rechtse pers) dat betreurt.

Kiezersbedrog alom, dus stemmen op de leukste clown …

Nu zijn er binnen extreem-rechts in Europa wel belangrijke ‘nuanceverschillen’. Aan de extravagante homoseksuele miljonair Fortuyn kleeft niet het bruine oorlogsverleden dat het Vlaams Blok wel meesleept. Fortuyn is in zijn levenswandel ook veel ‘liberaler’ dan de verkrampten van het Blok. Vandaar dat politicoloog Marc Swyngedouw in De Morgen (8/3) het Blok als extreem-rechts omschreef en Fortuyn als uiterst-rechts. Kommaneukerij (om een Fortuyn-term te gebruiken)?

Ook binnen Europees links zijn er grote verschillen. Lieve Dierckx eindigde zijn artikel met de stelling dat “de opdeling tussen links en rechts op Europees niveau soms misleidend is.” Voorbeeld: “de Britse sociaal-democratische premier Tony Blair leunt in economische dossiers nauwer aan bij zijn centrum-rechtse Spaanse en Italiaanse collega’s Aznar en Berlusconi en vaart een rechtsere koers dan andere conservatieve kopstukken zoals de Franse president Chirac en de Luxemburgse premier Junker.”

Zo zijn we aanbeland bij één van de belangrijkste verklaringen van de opmars van rechts in Europa: het feit dat nogal wat socialistische of sociaal-democratische partijen (waaronder de PVDA van Wim Kok en de Vlaamse SP) mee een neoliberaal beleid voeren.

In het geciteerde nummer van Knack schreef Hubert Van Humbeeck: “In het kapitalisme zoals dat vandaag wordt begrepen was de periode van hoogconjunctuur geen moment van rust. Ze ging gepaard met een genadeloze ratrace waarbij mensen voortdurend tegen elkaar worden uitgespeeld. De beste manager is diegene die de meeste mensen ontslaat. Zowel in Nederland als België werd die bedrijfscultuur overigens ook bij de overheid geïntroduceerd, met een leger van duur betaalde tijdelijke managers en consultants.”

Nog in Knack (20/3) omschreef de in Nederland werkende Franse journalist Sylvain Ephimenco het zo: “Het gaat erg goed met dit land. De Nederlanders bulken van het geld, de opties en aandelenportefeuilles. Maar Paars heeft met name de laatste vier jaar de publieke sector verwaarloosd. Dat heeft de mensen boos gemaakt. (…) Intussen zijn er niet genoeg leraren, niet genoeg politiemensen, niet genoeg mensen in de zorg. De files worden almaar langer en de semi-privatisering van de spoorwegen is een volslagen fiasco geworden.”

De socialistische partijen in de regeringen hebben dus hun kiezers bedrogen. Ook daarom wenden die zich tot populistisch rechtse partijen die met veel retoriek beloven dat ze hen zullen beschermen tegen de negatieve aspecten van het neoliberale beleid. Met veel retoriek, want populistisch rechts wil de neoliberale aanpak nog versneld doorvoeren. Opnieuw kiezersbedrog.

Hebben ‘de mensen dat niet door ?’, vraag je je af. Of onderschatten we het politiek inzicht van veel ‘gewone’ mensen ? Eén ding begrijpen ze – zo merk ik als arbeiderszoon in mijn omgeving – wel: dat ze in onze façade-democratieën “veel kunnen zeggen, maar niets te zeggen hebben”. Als de politiek toch één pot nat is en als de politici toch niet de echte bazen zijn – zie Renault Vilvoorde – waarom dan niet stemmen op de leukste clown ? Op een figuur die de anderen de duvel kan aandoen ? Het is een verleiding waaraan velen niet kunnen weerstaan.

Fortuyn als aalgladde racist

Pim Fortuyn weet als geen ander – daar zijn alle waarnemers het over eens – in te spelen op het ‘ressentiment’ dat in brede delen van de bevolking leeft. Analyses van zijn kiesaanhang bevestigen dat: het gaat voor een belangrijk deel om laaggeschoolde maar niet onbemiddelde jonge mannen, middenstanders ook; mensen die zich bedreigd voelen in een snel veranderende wereld.

Terwijl de economische mechanismen die de wereld beheersen voor de bevolking grotendeels onzichtbaar blijven (mede doordat de media niet meer de moeite doen om er inzicht in te bieden), is er één factor die wel heel zichtbaar is: de aanwezigheid van grote aantallen andersgekleurde mensen in de samenleving. Wat ligt er meer voor de hand dan van hen de zondebok te maken voor al wat fout loopt? Fortuyn doet dat heel gewiekst. Hij heeft het over ‘onze’ Marokkaanse ‘rotjochies’ maar aait ze bij een confrontatie wel over het hoofd. De Islam is volgens hem ‘achterlijk’ waar hij meteen de kwestie van de vrouwenrechten aan koppelt. Het maakt de discussie met gladde Pim veel moeilijker dan met rabiate Vlaams Blok-racisten.

Louis Tobback merkte op dat “Fortuyn nog wel eens een slag gevaarlijker zou kunnen zijn dan het Vlaams Blok” omdat hij “in het ergste scenario de Nederlandse Blok-kiezer en de Rossem-kiezer verenigt”. Maar ook omdat de klassieke argumenten tegen extreem-rechts op Fortuyn geen vat hebben.

Nu kan wel niet langer ontkend worden dat het samenleven van verschillende rassen en culturen niet vanzelf gesmeerd verloopt. Zelfs bij kinderen leidt het tot kliekjesvorming. En in tal van grote steden verpest de ‘kleine criminaliteit’ het leven van al te veel mensen, ‘autochtonen’ zowel als ‘allochtonen’.

Mensen die bang zijn van anders gekleurde mensen, moeten we niet voor racisten of verzuurde mestkevers uitschelden. Zo versterk je hun hang naar een autoritair rechts ‘alternatief’. Filip Rogiers had gelijk toen hij in Knack (13 maart) aankloeg dat we in de Vlaamse media alleen maar de negatieve kanten van ‘Leefbaar Nederland’ kregen. “Nog voor Vlaanderen ook maar iets mocht vernemen over de ware, democratische wortels van wat in Nederland Leefbaar is gaan heten, mag Filip De Winter al weer komen zeggen dat hij wel iets ziet in een Leefbaar Antwerpen.” Maar volgens Rogiers “bewijst het Leefbaar-fenomeen, net als de talloze comités in Vlaanderen, dat de civiele samenleving verre van dood is. Maar je moet dat willen zien en de blik niet altijd laten fixeren door de ‘zwarte’ kantjes die er in die maatschappelijke hutsepot ook zijn.”

Verder moeten we proberen de oorzaken van de angst weg te nemen. We moeten proberen de rijkdom van de multi-culturele, multi-etnische samenleving aan te tonen én er alle mensen concreet laten van meegenieten. Maar dat kost tijd, energie en geld … Dat wordt er zelden voor opgebracht. Met als gevolg dat mensen de ‘multiculturele maatschappij’ krijgen opgedrongen (en in Nederland ging het snel; 45 % van de inwoners van Rotterdam is al van allochtone origine). Met als gevolg dat we naast elkaar leven en dat er op termijn ook bij ons, rassenrellen dreigen van de omvang zoals we ze in Groot-Brittannië en Frankrijk al zagen. Wat als naast de extremistische partijen van ‘autochtonen’ er zich ook extremistische migrantenpartijen gaan vormen ?, vroeg de Nederlandse journalist Cem Pekdemir. Wat als zij hun geschillen op straat gaan uitvechten ?

De Benelux zit inderdaad vol maar …

In landen zoals Nederland en België (en dan vooral Vlaanderen) die tot de dichtstbevolkte ter wereld behoren, kunnen we niet zomaar naast elkaar leven en ieder ons ding doen. “Waar weinig ruimte is, is veel verdraagzaamheid nodig” titelde een recente verkeersaffiche. Maar met verdraagzaamheid alleen komen we er niet. Voor ‘Leefbaar Nederland’ en ‘Leefbaar Vlaanderen’ is meer nodig.

De overbevolking én ons buitensporig consumptiegedrag stellen steeds meer problemen zoals de aanzwellende files, de enorme luchtverontreiniging (“Belgische lucht is kankerverwekkend”, “Stuk schadelijker dan samenleven met een verstokte roker”, De Morgen 14/3/01), de schaarste aan groen, het verdwijnen van ‘stiltegebieden’… Bekijken we de kwestie in het licht van onze ‘ecologische voetafdruk’ (de hoeveelheid natuur die elk verbruikt), dan mogen er (volgens studies) in Vlaanderen geen 6 maar slechts 1,5 tot 2 miljoen mensen wonen. In 2001 nog werd uitgerekend dat als heel de wereldbevolking zoveel zou consumeren als de gemiddelde Belg, er niet één maar drie aardes nodig zouden zijn. En vermits er van Anders Gaan Leven (ook met Agalev in de regering) niet veel in huis komt, is er geen ander mogelijkheid dan met Minder Mensen Gaan Leven op dit beperkte grondgebied.

Helaas, dit is ook bij ons (en niet enkel in bv. het katholieke Ruanda waar overbevolking tot een genocide leidde) een taboe. Over het terugdringen van de varkensstapel – in Vlaanderen hebben we zo’n 6,5 miljoen varkens – zijn we het nu bijna eens. Maar dat we ook de eigen soort moeten inperken, daar kan nog bijna niet over gesproken worden.

Wel wordt er ter rechterzijde gepleit om minder vreemdelingen toe te laten. Vanuit een humanistisch/humaan standpunt mag je echter geen onderscheid maken tussen ‘eigen’ en vreemd volk. Mensen in nood moeten hier een toevlucht kunnen blijven vinden, mede omdat het Westen mee schuld heeft (denk aan de kolonies en de nog steeds voortdurende grondstoffenroof) aan wat er in het Zuiden misloopt. De instroom van andere volkeren draagt bovendien bij tot de binnenlandse rijkdom (cultureel, economisch …). Dat die instroom niet massaal kan zijn (dan worden een aantal ‘aanpassingsmechanismen’ gebruskeerd), is duidelijk; maar er moet wel instroom mogelijk zijn.

De kwestie is om dan vervolgens zowel bij de nieuwkomers als bij de ‘autochtonen’ een geboortebeperking te stimuleren, waardoor de bevolking niet verder blijft groeien – zoals dat in België nog steeds het geval is, ondanks ‘alarmberichten’ over ‘te weinig’ geboortes – maar geleidelijk daalt.

Dit ‘discours’ gaat in tegen de meeste fundamentele kapitalistische logica – die steeds meer consumenten nodig heeft om de economie verder te doen groeien – maar de bevolking kan echt niet blijven toenemen. Dan groeien de problemen ons nog verder boven het hoofd. En verticale steden – zo weten we sinds ’11/9′ – vormen ook niet de oplossing. Overigens is de ecologische strijd ook een sociale strijd. Want als de vervuiling maar blijft toenemen, wie zal daar het grootste slachtoffer van zijn? Arme mensen in de vervuilde binnensteden of de rijken in hun villa’s in het groen?

Mediakwibus & kijkcijferkanon

Een visionaire groen-linkse politiek beschermt het leefmilieu radicaal en consequent, zowel voor onszelf als voor de toekomstige generaties. Zo’n politiek realiseert dankzij een goed belastingsstelsel (inclusief het ‘kaalplukken’ van de georganiseerde misdaad) de sociale rechtvaardigheid (mede via zorgzame openbare diensten). Zij zorgt er voor dat via onderwijs en media de mensen worden opgevoed tot vrije burgers die bekwaam kunnen deelnemen aan een democratisch bestuur op alle gebieden (politiek, economisch, onderwijs, cultureel, ontwikkelingssamenwerking …). Ziedaar in een notedop een alternatief programma voor het neo-liberalisme. Er is dus een alternatief, anders dan Tobback onlangs nog in De Morgen mocht beweren: “Er is geen alternatief voor paars”. Alleen krijgen we dat niet tot bij de bevolking door het beslag dat economische belangengroepen en de heersende politieke klasse op de media leggen. Dat beslag zorgt ervoor dat linkse alternatieven nauwelijks of niet aan bod komen.

Eén remedie daartegen bestaat er in opnieuw eigen media(-netwerken) uit te bouwen. Daarmee zullen we echter nooit de hele bevolking bereiken.

Maar misschien kunnen de commerciële en staatsmedia op hun eigen werking gepakt worden. Fortuyn lijkt daar alvast in geslaagd te zijn. Als ‘rechtse rakker’ is het voor hem natuurlijk makkelijker dan wanneer hij radicaal links zou zijn. Maar toch: de heersende elite in Nederland zit niet op die pummel te wachten. In Rotterdam wordt gevreesd dat hij de stad onbestuurbaar zal maken. En in Vlaanderen is alvast het deel van het establishment dat bij de huidige VLD-leiding aansluiting vindt, beducht voor het negatieve imago dat het Vlaams Blok voor Vlaanderen (en Antwerpen) betekent. Wat niet wegneemt dat andere delen van het establishment wel degelijk Fortuyn en Blok steunen. Het PVDA-weekblad Solidair berichtte dat “Fortuyn achter de schermen het handje openhoudt voor de miljoenen van projectontwikkelaars en onroerend goed handelaren”.

Los van die steun, heeft Fortuyn wel handig gebruik gemaakt van de werking van de media zelf om massaal gratis verkiezingscampagne te voeren. Straffe uitspraken die goed scoren bij een deel van de bevolking, kadert hij in een mediageniek optreden (met de immer lachende tronie en het glimmend kale hoofd dat tot een symbool uitgroeide) waaraan de media (vooral de omroepen) niet kunnen weerstaan. “Actualiteitenprogramma’s scoren dubbel zo hoog als Fortuyn acte de presence geeft” noteerde De Morgen op 22 maart. “Zonder Fortuyn in de uitzending zijn de kijkcijfers weer normaal” voegde De Standaard van 23 maart er aan toe. In ‘Terzake’ gaf een verslaggever van het Nederlands ‘Algemeen Dagblad’ toe “dat Fortuyn dan wel een ramp voor het land kan zijn, voor de krant was hij een feest.”

“Fortuyn is de zoveelste politicus die dankzij een telegeniek uiterlijk en een populistisch discours in korte tijd door de televisie gemaakt is” stelde Vlaams politicus Willy Kuypers vast.

“Fortuyn heeft zijn ideeën jarenlang geventileerd in ‘Elsevier’. Dat heeft hem geen bovenmatige publiciteit opgeleverd. Pas wanneer hij met zijn kop op de TV komt, wordt hij op slag de populairste politicus van het land” sakkerde Louis Tobback en hij vroeg zich af “of de media telkens weer in de val van het gemakkelijke populisme moeten trappen.” (De Morgen 9 maart)

In eigen land vergaat het Filip De Winter ongeveer eender: ook hij is een graag geziene gast op veel redacties. Zie hoe De Winter na de verkiezingsstunt van Fortuyn, haast overal in de media opgevoerd werd, inbegrepen VRT en VTM. ‘Amuseerfascisme’ …

“Kampioen van de consumentendemocratie”

Programma’s zoals ‘Big Brother’ (ook een Hollandse uitvinding) stomen een deel van de jeugd dag in dag uit klaar voor het ‘amuseerfascisme’. Niet toevallig heeft Fortuyn een heel jonge aanhang. Fortuyn als politiek equivalent van de Endemol-televisie ?

De Nederlandse essayist Bas Heijne ging verder door “alles aan Fortuyn” te omschrijven als “lifestyle: zijn selectieve verontwaardiging, zijn ongeduld, zijn lynchethiek, zijn kale kop en zijn homoseksualiteit, zijn housenummer op de site ‘At your service'”. En wat is ‘lifestyle’ ? Het is de wereld ondergaan zoals je televisie kijkt. De politiek is volgens Heijne lifestyle geworden, net als velen hun leven. “Fortuyn heeft dat als geen ander begrepen.”

“De kampioen van de consumentendemocratie” noemde de Belgische essayist Hugo Camps hem in De Morgen. De consumentendemocratie waar we door omroepmanagers zoals Bert De Graeve al jaren op voorbereid worden. Stelde De Graeve niet enkele jaren geleden dat het doel van de VRT is om de Vlaamse klant gelukkig te maken en te houden? Dat beoogt een politicus zoals Fortuyn ook. Niet de burger beslist hoe hij gelukkig wil zijn, maar een ‘sterke’ leider regelt dat even in naam van de klanten.

Echt-links weer een ‘smoel’ geven

De uitstraling van de kopmannen (de “saaie klojo’s”) van de traditionele Nederlandse politieke partijen werd door Yves Desmet in De Morgen vergeleken met “het charisma van een plastic drinkbekertje”.

Waar blijven de echt-linkse evenknieën van Fortuyn en De Winter ? De scherpe ‘debaters’ die eveneens een godsgeschenk zijn voor de media. Kijk eens rond bij ons en zeg me, waar u voor het laatst zo’n figuren zag. Waarom trekt bijvoorbeeld de Belgische PVDA op met lang overleden ‘helden’ zoals Marx en Che, maar pakt ze niet uit met boeiende levende kopmannen/vrouwen ?

In Vlaanderen hebben we dan misschien met de blitze Patrick Dewael (die tijdens skivakanties in Oostenrijk uit de ‘volksmond’ vernam dat het in Nederland zou mislopen …) en de emotionele Bert Anciaux, minder saaie pieten in de ‘deelregering’ maar wie kan er hier op een authentieke manier een echt links beleid belichamen ?

Let op, ik pleit niet voor linkse demagogen. Wel voor “een evenwicht tussen competentie en charisma” zoals NRC Handelsblad dat aantrof in Amsterdam, waar Fortuyn niet door kon breken. Alhoewel ik charisma (dat had Hitler ook; is me iets te emotioneel) liever vervangen zie worden door een term in het soort van ‘communicatievaardigheid’ … (en communicatie is tweerichtingsverkeer !).

Wat we nodig hebben ter linkerzijde zijn politici die de taal van het volk spreken en niet alleen die van de linkse intelligentsia. Politici ook die zich niet verkopen aan het bedrijfsleleven zoals bv. de ‘socialist’ Karel Van Miert die sinds kort bestuurder bij de Zuid-Afrikaanse mijnbouwgigant Anglo-American’ is, de tweede mijngroep ter wereld …

Volkse politici die kunnen bezielen en overtuigen maar ook luisteren (anders dus dan de ‘klassieke BSP-bullebakken’, genre Jos Van Eynde of André Cools). Mensen die gedreven met de samenleving bezig zijn, in plaats van zoals in Nederland en elders als regenten en technocraten ten dienste van het bedrijfsleven de ‘vrije markt’ te doen draaien, ongeacht de gevolgen voor de openbare dienstverlening.

Mensen die standpunten durven innemen zoals de Vlaamse SPa-er Herman De Loor die tegenstemde bij de resolutie in het Vlaams Parlement over ‘verzoening over het oorlogsverleden’. In De Morgen (22/3) stelde hij: “Ik ben principieel in de aanpak van extreem-rechts in Zottegem.” (waar hij burgemeester is) “Bij elke extreem-rechtse activiteit kom ik persoonlijk de straat op om de mensen van het tegendeel te overtuigen. Dat loont: in Zottegem haalde het Vlaams Blok geen zetel. Vergelijk dat maar eens met buurgemeenten. Extremisten, die moet je hard aanpakken.”

Dat links nog bezielende mensen kan vinden bewijst ook het succes van Arlette Laguiller in Frankrijk. ‘La machine militante’ is 61, heeft het uiterlijk van een brave huismoeder maar is beroepsbetoogster. Als trotskiste is ze bezig aan haar vijfde verkiezingscampagne en haalt ze in de peilingen voor de presidentsverkiezingen 7 tot 9 procent. Dat maakt dat ze een electoraal zwaargewicht is en kan wegen op de nationale politiek. Jospin zal met haar en haar aanhang rekening moeten houden.

Nu de antiglobalistische beweging ook in België wortel geschoten heeft, moet het mogelijk zijn dat die beweging hier een politiek verlengstuk krijgt. Ondanks alle afkeer in de beweging voor ‘de klassieke politiek’ is dat echt nodig: elke protestgeneratie moet haar eigen partij(en) oprichten omdat partijen (zie Agalev) na een tijdje toch weer aan aderverkalking gaan lijden. En het gat links van de verwaterde SPA en het tot heel veel neoliberale compromissen bereide Agalev, moet opgevuld worden. Uit de nieuwe partij – die een samenwerking (een ‘alliantie’) zou kunnen aangaan met bestaande radikaal-linkse partijen – kunnen vervolgens nieuwe voormannen en -vrouwen opstaan die echt-links in dit land weer ‘een smoel’ kunnen geven. En die de werkende bevolking een alternatief bieden voor extreem-rechtse sirenezangen.

(Uitpers, april 2002)

(*) Jan-Pieter Everaerts is uitgever van DIOGENE(S)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 30 Times, 2 Visits today

Tags :

zie ook