Libië en de schending van het internationale recht

Frankrijk en Duitsland voerden in de Veiligheidsraad van de VN een harde strijd om resolutie 1973 goedgekeurd te krijgen. Dat komt, enerzijds, omdat de Europese landen doodsbang zijn van de duizenden migranten die ze over de vloer kunnen krijgen, nu Kadhafi zijn rol als huurling-politieman van de Europese Unie niet langer vervult. Anderzijds gelden er in de Europese Unie meer en meer xenofobe en vrijheidsberovende maatregelen die zelfs door de Raad voor de Mensenrechten worden aangeklaagd. Europa is duidelijk nog steeds bang van de mannen en vrouwen die aan de andere oever van de Middellandse Zee wonen.

Kortom, Europa is niet bereid haar religieuze referenties en denkbeelden te veranderen. Die gelden voor iedereen die ‘anders’ is of als ‘anders’ wordt beschouwd. Op die manier wil Europa de goede leerling worden van de neoconservatieven in de Verenigde Staten en wil het een dam opwerpen tegen wat als een invasie wordt gezien.

Daarbij komt nog dat de opstanden van de Arabische volken blijk geven van een grote dynamiek en de hele wereld hoop en moed geven. Maar daardoor wordt de Europese Unie wel verplicht haar relaties met die landen te herzien en eigenlijk ook die met het hele Afrikaanse continent, landen die tot nog toe aan de kant werden geschoven.

Wat vandaag gebeurt in het Zuiden en het Oosten van het Middellandse Zeegebied is vergelijkbaar met de val van de Muur van Berlijn. Het lijdt geen twijfel dat dit de tweede fase is van een dekoloniseringsproces dat de oude kolonies laat afstappen van de schuldige relaties die de oude koloniale machten hen opdrongen, althans, mocht dit proces kunnen voortgezet worden. Want met de interventie in Libië lijkt men een einde te willen maken aan elke noodzakelijke verandering.

Zullen de opstandige volken een eind kunnen maken aan de autoritaire regimes die de steun kregen van de Westerse regeringen? Tunesië werd geloofd en geprezen door het IMF en werd als voorbeeld gesteld voor alle andere Afrikaanse landen. Dat regime heeft mensen gedood, in de gevangenis gestopt, gekneveld en geterroriseerd. Frankrijk heeft het nooit nodig gevonden ook maar iets te zeggen over deze massale schendingen van mensenrechten.

De volken zijn echter in opstand gekomen en willen verandering. Zij worden nu gedwongen daarvan af te zien.

Dit is echter slechts één aspect van resolutie 1973. De analyse is niet af als we niet ook kijken naar wat er fundamenteel aan het gebeuren is met deze oorlog tegen een lid van de internationale gemeenschap, wat we ook mogen denken over de president van Libië die al 43 jaar aan de macht is met terreur en martelingen voor het hele Libische volk.

Wat er op het spel staat is de plaats van Israël in een veranderend Midden-Oosten. De Arabische wereld is bezig zichzelf heruit te vinden, niet langer op basis van dictatoriale regimes maar met eisen voor democratie, ook al kan die democratie specifieke vormen aannemen. Denken dat er slechts één enkele vorm van democratie mogelijk is, betekent dat men een hegemonisch wereldbeeld wil opdringen. Maar wat de Arabische opstanden ons tonen is niet enkel een eis om waardig en in vrijheid te kunnen leven met een eerlijke verdeling van de rijkdom, maar ook een eis voor andere internationale relaties en een ander standpunt over Palestina. De dictators hebben nooit geluisterd naar hun volk dat aandrong op respect voor het internationale recht en respect voor het Palestijnse volk. Ook de verantwoordelijken van Israël die oorlogsmisdaden begaan, moeten voor het Internationale Strafhof kunnen gedaagd worden. Vandaar dat bij de stemming over resolutie 1973 er ook een angst aanwezig was om de machtsverhoudingen in de regio te zien veranderen. Het is dus helemaal geen toeval dat Saoedie-Arabië een politiemacht stuurt om de opstand in Bahrein neer te slaan en dat de internationale gemeenschap daar helemaal niet op reageert. Zoals ze ook niet reageert tegen Jemen, ook al is de situatie daar anders.

Hoe kunnen de Verenigde Naties, die ooit stelden te willen leven in vrede met iedereen in een geest van goed nabuurschap en zei de krachten te willen bundelen om de internationale vrede en veiligheid te handhaven, zich vandaag herkennen in de mankier waarop de internationale gemeenschap zich gedraagt? Het gaat er niet langer om te leven in vrede en met een goed nabuurschap, maar wel de andere volken te overheersen met een imperialistisch doel voor ogen.

Op die manier wordt alles mogelijk.

De leden van de Veiligheidsraad zijn er met resolutie 1973 in geslaagd enerzijds te stellen dat ze gehecht zijn aan de soevereiniteit, de onafhankelijkheid, de territoriale integriteit en de nationale eenheid van de Arabisch-Libische Jamahiriya, en anderzijds toe te laten dat alle noodzakelijke maatregelen worden genomen, onverminderd paragraaf 9 van resolutie 1970 (2011) die de bevolking en de bedreigde burgerzones wil beschermen, met inbegrip van Benghazi. Wat niet mag is een buitenlandse bezettingsmacht, in welke vorm ook en op eender welk deel van het grondgebied. Deze resolutie is paradoxaal en niet legitiem.

Waarom kon zo’n resolutie niet worden goedgekeurd toen Israël Libanon aanviel in 2006, waarbij 1500 burgers werden gedood door Israëlische bommen?

Waarom werd er geen enkele resolutie aangenomen tegen Israël in de winter van 2008-2009, toen 1490 mensen werden gedood door Israëlische bommen? Waarom werd er geen procedure ingesteld bij het Internationale Strafhof tegen een staat die talrijke oorlogsmisdaden beging, en wellicht ook misdaden tegen de mensheid in Palestina? Palestina wordt illegaal bezet, en de Veiligheidsraad blijkt lak te hebben aan een eerlijke en gelijke behandeling, want hij vraagt de Procureur van het Internationale Strafhof wel de situatie in de Arabisch-Libische Jamahiriya te bekijken om de verantwoordelijken aan te duiden voor de aanvallen op de burgerbevolking.

Het kan goed zijn er even aan te herinneren dat de Veiligheidsraad ook de wet van de sterkste in ere houdt en het Strafhof vraagt geen onderzoek te doen naar en geen strafrechtelijke procedure in te stellen tegen mensen, al dan niet in actieve dienst, van Staten die bijdragen maar het Statuut van Rome niet hebben aanvaard, en dit voor handelingen en niet-handelingen verbonden aan operaties die de Verenigde Naties hebben toegestaan.

Het antwoord op al die kromme redeneringen moet gezocht worden in het belang dat Israël heeft voor alle westerlingen. Deze Staat wordt gezien als een burcht die de Arabische invasie moet tegen houden waar de westerse landen zo bang van zijn. Israël is zogenaamd de enige democratische Staat in de regio, waarbij men ook vlotjes voorbij gaat aan de verkiezingen in Palestina in 2006.

Alles wordt mogelijk van zodra men aanneemt dat deze ‘invasie’ moet worden gestopt. Elk voorwendsel is goed om de instanties van de Verenigde Naties te gebruiken voor andere doelstellingen dan waar ze voor bestemd zijn volgens het VN-Handvest.

De normen van het internationaal recht worden geschonden en Frankrijk geeft het beste voorbeeld van hoe het internationaal recht kan worden ontrafeld en worden gedelegitimeerd.

Frankrijk is niet opgetreden tegen Irak en wil dat doen vergeten. De Franse staat heeft wel doelgerichte aanvallen aanvaard, ook buiten, het kader van de VN en in naam van een interventierecht en van een verantwoordelijkheid om een burgerbevolking te beschermen.

Toch weet de regering zeer goed dat er geen geweld mag gebruikt worden of dat er niet met geweld mag worden gedreigd krachten artikel 2, lid 4 van het Handvest van de Verenigde Naties. In het huidige imperialistische kader is het tenslotte normaal dat Frankrijk als lid van de Veiligheidsraad niet garant wil staan voor deze dwingende norm van het internationale recht. Het geeft er de voorkeur aan te schermen met een interventierecht dat in geen enkele internationale conventie staat ingeschreven en dat de deur op een gevaarlijke manier open zet voor het recht van de sterkste en voor het ontrafelen van het internationale recht.

Men geeft de voorkeur aan geweld in plaats van te zoeken naar middelen om de vrede en de internationale veiligheid te handhaven voor alle volken. Dit betekent dat men het goed vindt dat het multilaterale systeem van de Verenigde Naties ongedaan wordt gemaakt, terwijl er toch andere middelen waren om in te zetten tegen de Libische dictator. Men had het wapenembargo met meer overtuiging kunnen toepassen, net zoals v oor militaire technologie en wetenschappelijke samenwerking; men had de handelsbetrekkingen en de investeringen kunnen stopzetten, kapitaal kunnen bevriezen en een einde kunnen maken aan alle akkoorden, zoals voor het luchtvervoer. Maar goed, met wat er gebeurd is in Libië, is de VN alle geloofwaardigheid kwijt en wordt het makkelijk de VN te omzeilen en te manipuleren en te doen alsof de organisatie niet eens bestaat.

Door te kiezen voor geweld, voor een mogelijke balkanisering van Libië, voor een mogelijke verzanding zoals in Irak met het voorwendsel de democratie te willen beschermen – volgens westerse principes – geven de grootmachten blijk van cynisme en zelfs van een rationele berekening zoals enkel zij dat kunnen doen. Het enige wat ze willen is de olierijke regio onder controle houden en hun democratisch model opleggen zonder rekening te houden met de verzuchtingen van de bevolking en vooral zonder het strategisch evenwicht op de helling te zetten waarvoor ze financiële, economische en militaire steun willen geven. De landen in de as van het goede worden beloond.

Sommige landen van de Veiligheidsraad – voornamelijk de BRIC-landen – hebben wellicht wel begrepen wat er aan de hand was met Libië. Het verklaart hun onthouding, hoewel ze beter hun veto hadden gebruikt mochten de krachtsverhoudingen in hun voordeel hebben gespeeld. Dat was niet het geval.

Deze landen en al diegenen die de resolutie hebben goedgekeurd, spelen met vuur en dragen ertoe bij dat het internationale recht verder wordt afgezwakt. Ze versterken de indruk dat er twee maten en twee gewichten zijn, wat de vele landen die nu al gedwongen worden akkoorden te aanvaarden waarin de internationale verplichtingen evenmin worden nageleefd, al wisten.

Toch hebben diverse VN-instanties er al op gewezen dat alle Lidstaten zich moeten onthouden van geweld in hun internationale relaties, dat er een zelfbeschikkingsrecht van volken geldt, en vooral dat er een Internationaal Pact voor economische, sociale en culturele rechten bestaat, net zoals een Internationaal Pact voor burger- en politieke rechten? Hun artikel 1 is identiek.

De Algemene Vergadering van de VN blijft wel wijzen op de noodzaak om de principes en de regels van het Handvest te respecteren. Ze wijst bijvoorbeeld op de verplichting om de gelijke soevereiniteit van landen te erkennen, zich te onthouden van geweld of van dreiging met geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van landen, of nog daden te stellen die strijdig zijn met de doelstellingen van de Verenigde Naties. De Algemene Vergadering heeft er ook aan herinnerd dat alle volken een internationale orde willen op basis van de beginselen die in het Handvest zijn vastgelegd, met de noodzaak om de mensenrechten en de fundamentele vrijheden te beschermen, evenals de principes met betrekking tot de gelijke rechten en de zelfbeschikking van volken, en verder de vrede, de democratie, rechtvaardigheid, gelijkheid, het recht, het pluralisme, ontwikkeling en betere levensomstandigheden en solidariteit.

Wie machtig is heeft dergelijke principes niet nodig. Ze schaden hun belangen en het beeld dat ze gecreëerd hebben van de wereld. Door zogenaamde humanitaire interventies willen ze de draagwijdte van al die verplichtingen ondergraven. Zo wordt het klassieke en harde internationale recht van het Handvest al enige tijd lang ondergraven. Door de Verenigde Staten en hun bondgenoten (Japan, Europese landen) wordt dit geneutraliseerd, vooral op het vlak van internationale samenwerking, het vreedzaam regelen van geschillen, internationale vrede en veiligheid, of zo men wil, het recht op vrede.

Door dit politieke recht te ondermijnen wordt het geweld van de sterksten gelegitimeerd. Zij vertrekken in naam van een nieuwe beschaving op kruistocht, zoals vroeger Amerika of de landen van het Ottomaanse rijk door de Europeanen in beslag werd genomen. Men wil de volken onderdrukken en de gemeenschappelijke hulpbronnen voor zichzelf opeisen. De VN, die het geweld juridisch zou moeten kunnen tegengaan wordt nu het instrument van hen die de wereld willen veroveren. Mondiale wanorde, anarchie, geweld, legitimiteits- en legaliteitscrisis, crisis van het wereldbestuur, institutionele crisis, democratische crisis. Dit zijn de kenmerken van de internationale gemeenschap. De Veiligheidsraad heeft niet langer als doel de internationale vrede en veiligheid te handhaven, maar wil de staten straffen die afwijken van de liberale wereldorde. Op die manier wordt dit het orgaan voor willekeurige interpretaties van het recht, in dienst van de grootmachten. Het discretionnaire recht dat hem werd toegekend door het Handvest van de Verenigde Naties is nu een machtsinstrument in dienst van de belangen van de sterksten. Het zijn hun overheersingsstrategieën die worden gelegitimeerd en hun ernstige schendingen van de internationale regels die door de vingers worden gezien.

Tegen de hoop van de volken in, wordt de deur zo wijd open gezet voor nieuwe internationale relaties op basis van het recht van de sterkste.

De wereld komt op die manier in het oog van de orkaan. Dit kan oorlog betekenen.

(Uitpers nr. 130, 12de jg., april 2011)

(Vertaling: Francine Mestrum)

(Visited 4 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 80 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook