Libië en de sabotage van een politieke oplossing

Al enkele dagen na de goedkeuring van resolutie 1973 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en de bombardementsvluchten op Libië groeit de internationale weerstand. Blijkbaar zijn er heel wat landen die nu de aard en de consequenties van de militaire interventie vrezen. China en India, twee grote leden van de VN-Veiligheidsraad, vragen nu openlijk dat er een einde wordt gemaakt aan de bombardementen.

Linkse intellectuelen en activisten tonen zich verdeeld. Een niet onbelangrijk deel van hen toont zich voorstander van de no-flyzone als antwoord op een dreigende slachting van de rebellen door de troepen van het regime Kadhafi. De linkse professor Gilbert Achcar zegt dat het “onmogelijk is om in naam van anti-imperialistische principes tegen maatregelen te zijn die een slachtpartij onder burgers voorkomen”. In eigen land gaat Groen! heel ver. Wouter De Vriendt en Eva Brems ‘juichen’ de beslissing van de VN-veiligheidsraad toe en vinden dat “het Belgisch leger haar verantwoordelijkheid moet nemen”. In de persmededeling geen enkele aarzeling, geen vragen over de uitvoerders van de militaire interventie, de duur van de operatie, de vermeende doelstelling, mogelijke niet-militaire oplossingen en onze eigen verantwoordelijkheid als wapenleverancier en zakenpartner van het nu verguisde regime.

Voor alle duidelijkheid. In deze complexe wereld met zijn even complexe conflicten bestaan geen simpele of perfecte remedies. Voor links lijkt het een verscheurende keuze: moeten we ‘mensen aan hun lot overlaten’ of toch liever steun geven aan westerse landen die zich op andere plaatsen en in andere tijden alles behalve humanitair hebben getoond en waarvan we weten dat ze ook over een verborgen geostrategische agenda beschikken. Links zou er zich ook vanaf kunnen maken door te stellen dat er elke dag een genocide plaatsvindt met 35.000 kinderen die omkomen van honger en perfect te vermijden ziektes en dat daar – ver van de schijnwerpers – geen kat om treurt. Of, dat er ingegrepen wordt in Libië ten voordele van de democratiseringsbeweging en elders zoals in Bahrein tegen de protestbeweging. Of nog, waarom in Libië en niet in Jemen of Ivoorkust? Dat is wat gemakkelijk.

En toch, dat deel van links dat zich achter de militaire interventie in Libië schaart maakt een grote vergissing. Zij laten zich leiden door de illusie dat oorlog, waar het afdwingen van een no-flyzone op neerkomt, een oplossing biedt. Neen, oorlog is de kwaal die links moet bestrijden.

Regime tegen opstandelingen of burgeroorlog

Het begint al met het ‘frame’ van het conflict dat in de mainstream media en door de leiders van de oorlogsvoerende coalitie geportretteerd wordt als een ‘opstand van het Libische volk tegen het regime van Khadafi’. Maar dat is maar een deel van het verhaal. De Libische maatschappij is ook een tribale maatschappij die nota bene door Khadafi zelf erg onderhouden werd als middel tot machtsbehoud. Het conflict in Libië is dus evenzeer een burgeroorlog waarbij Khadafi, hoe weinig leuk we dat ook mogen vinden, nog steeds over een reële aanhang beschikt. Stammen als de Hasoony hebben meer te verliezen dan te winnen als het regime valt. Omgekeerd zijn er stammen, vooral in het oosten, die onder Khadafi naar een tweederangspositie werden geplaatst nadat ze goed boerden onder de Sanussi monarchie, waartoe de door Khadafi afgezette Idris I behoorde. Dit plaatst het militaire ingrijpen in een ander kader. Als het conflict verder langs tribale lijnen escaleert, hoe gaat de zogenaamde ‘internationale coalitie’ daar dan mee omgaan? Wat als blijkt dat er in het milieu van de ‘goede’ opstandelingen de neiging bestaat om weinig medeleven te tonen met de overwonnenen? Gaan we dan ook ‘humanitair’ interveniëren of zoals in Somalië is gebeurd vast komen te zitten in het oorlogsmoerras? Deel van het opgevoerde ‘frame’ is ook dat de Khadafi-troepen bij een overwinning een grote slachtpartij zullen aanrichten genre (dixit verhofstadt) Srebrenica waar 8.000 mannen werden geëxecuteerd. Uitsluiten kan je dit niet, maar dat het een efficiënt propagandamiddel is om een hard militair optreden te verantwoorden staat buiten kijf.

Een tweede probleem houdt verband met het mandaat van de VN-resolutie en de aangewende middelen. De focus ligt op de bescherming van de burgerbevolking en daarvoor wordt een no-flyzone ingesteld. Dat lijkt duidelijk, maar dan is er een contradictie. Enerzijds stelt de resolutie dat alle middelen mogen worden ingezet om dat doel te bereiken en anderzijds kunnen volgens dezelfde resolutie geen grondtroepen worden ingezet. Er is in elk geval veel ruimte tot interpretatie en de vraag is of de resolutie bewust zo is opgesteld om de handen vrij te hebben. Zo is niet duidelijk of de verwijdering van het Khadafi-regime onder het mandaat ‘bescherming van de burgerbevolking’ valt.

Oorlogslogica obstakel voor oplossing

Maar het belangrijkste bezwaar is toch dat ‘alle middelen’ inzetten wel een eigenaardige manier is om de burgerbevolking te beschermen. De ‘coalitie’ voegde alvast de daad bij het woord en startte vanaf de eerste dag hevige bombardementen en vuurde tientallen Tomahawk-raketten af. Dit is nog maar een begin. Als we onze minister van Defensie De Crem mogen geloven kan de militaire interventie nog weken aanslepen. Dat betekent elke dag onvermijdelijke ‘collateral damage’ en komen we bij de vraag of het doel de middelen heiligt. Scherper gesteld: is de remedie op termijn niet erger dan de kwaal?

In een worst-case scenario escaleert de militaire logica, die nu alle partijen lijkt te beheersen, tot een escalerende burgeroorlog en een steeds bloediger wordende bommencampagne van de ‘internationale coalitie’. Het is niet moeilijk te voorspellen dat in naam van de bescherming van de burgerbevolking tientallen burgerslachtoffers zullen vallen. M.a.w. is een oorlog geschikt om mensenrechtenschendingen en doden te vermijden? Soms misschien wel, maar meestal niet. In dit geval lijkt het eerder niet. De luchtsteun zal de rebellen aanmoedigen om voor niets anders dan een militaire overwinning te gaan, het regime van Khadafi zal reageren als een kat in het nauw en nog verder wegwandelen van een onmogelijke onderhandelende oplossing en bij de internationale coalitie wordt het alsmaar duidelijk dat het gaat om een ‘regime change’, wat extra militair geweld betekent. De militaire logica verscherpt de tegenstelling en vreet de ruimte voor een politieke oplossing op. In de media mogen kolonels en generaals de glorie uitspreken over de heldhaftige moed van ‘onze jongens’ en worden sceptici van de oorlogstrom naïviteit of in het ergste geval onverantwoordelijkheid verweten. De grootste winnaar is cynisch genoeg de wapenindustrie die bij elke oorlog de kassa ziet rinkelen, nadat ze al heel wat poen heeft verdiend aan de bewapening vban de dictators die we nu moeten bevechten. Is het dat wat links wil zien gebeuren?

Niet-militaire weg gesaboteerd

In tegenstelling tot wat men doet geloven, waren de niet militaire middelen zeker niet uitgeput. Begin maart al stelde de Venezuelaanse president Hugo Chavez voor om te bemiddelen onder het oog van een internationale commissie. De Libische regering aanvaardde het aanbod, maar de rebellen weigerden met de woorden dat “ze nooit met ‘hem’ willen onderhandelen”. Dat is emotioneel begrijpelijk, maar zorgde wel voor een verloren kans om een politieke uitweg te vinden die op termijn het minste menselijke leed veroorzaakt. Bovendien waren de rebellen overmoedig. Khalid Alsahly, een advocaat die fungeert als verbindingsofficier tussen de militaire en burgerraden van de opstandelingen zei in The Guardian van 3 maart: “we zullen naar Tripoli marcheren omdat we over de wil tot vechten beschikken en zijn mensen niet. We zullen aanzetten wanneer we klaar zijn.” Nochtans had de Arabische Liga oor naar het plan van Chavez en ook de Afrikaanse Unie maakte in de dagen daarop in een verklaring duidelijk dat ze geloofde in een onderhandelde oplossing waarbij ze zich tegen een militaire interventie uitsprak. Maar in het Westen stuwden de Britse premier Cameron en de Franse president Sarkozy al naar een militaire interventie met als einddoel ‘regime-change’. De mogelijkheid van een politieke oplossing werd gesaboteerd. Is het daar nu te laat voor? Een oorlog beginnen is gemakkelijk, maar doen stoppen is veel moeilijker. In elk geval is er weinig keus als we Libië niet willen laten verzanden in een Irak of Afghanistan-scenario. Er kan druk nog altijd bij alle partijen druk worden uitgeoefend voor een onmiddellijke wapenstilstand waarbij een prominente rol kan weggelegd worden voor de Arabische Liga, de Afrikaanse Unie of de BRIC-landen. Zij beschikken nog over een zekere morele autoriteit – wat Libië betreft tenminste – om Tripoli te overtuigen om de kar te keren, terwijl het Westen zijn invloed kan aanwenden bij de rebellen. Velen zullen reageren met ‘je onderhandelt toch niet met een gek’, maar het is nog meer zo dat ‘je best geen oorlog voert met een gek’.

Oorlogscoalitie is ongeschikt voor een ‘humanitaire interventie’

Tenslotte nog een bedenking over de landen van de internationale oorlogscoalitie. Het is onbegrijpelijk dat het hele Belgische parlementaire halfrond zich in een militair avontuur in Libië wil storten terwijl de meeste Europese landen tot voor kort er geen graten in zagen om gouden zaken te doen met Khadafi en voor hem de rode loper uitrolden. Dit zou ‘ons’ tot enige bescheidenheid moeten aanzetten. Een deel van de vredesbeweging wordt verweten zich tegen een no-flyzone te kanten en daarmee een slachtpartij te riskeren, terwijl exact een jaar geleden diezelfde vredesbeweging er in slaagde om een exportlicentie voor FN-wapens naar Libië door de Raad van State te laten schorsen. Dat zorgde voor veel wrevel bij de PS en de vakbonden die met het argument van de werkgelegenheid schermden. Sinds de opheffing van het wapenembargo tegen Libië in 2004 leverden vier Europese landen, Italië, Frankrijk, Groot-Brittannië en Duitsland voor 500 miljoen Euro aan wapenvergunningen af. Plots vinden we drie van die vier landen terug in de oorlogscoalitie tegen Libië voor een ‘humanitaire interventie’. Wel hypocrieter kan het niet. Dit gegeven alleen al zou er minstens moeten voor zorgen dat ze best zo ver mogelijk wegblijven van elke deelname aan welke interventie dan ook. Zij zijn met andere woorden hoe dan ook ongeschikt om VN-resolutie 1973 uit te voeren.

Links moet beseffen dat het portretteren van oorlog als een humanitaire interventie, een contradictio in terminis is. Alleen het militair-industrieel complex vaart er wel bij.

(Uitpers nr. 130, 12de jg., april 2011)

http://www.guardian.co.uk/world/2011/mar/03/libyan-rebels-reject-hugo-chavez

http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/De-Gedachte/article/detail/1237703/2011/03/18/No-flyzone-in-Libie-algemene-oorlog.dhtml

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 82 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook