Zoals te verwachten was en reeds herhaaldlijk voorspeld, blijft Israël zijn vernietigingsoperatie in Zuid Libanon ongehinderd voortzetten. Ongehinderd alleszins door het zogenaamde “Staakt het vuren” dat VS-president Donald Trump op 17 april, twee weken geleden al, afkondigde zonder daarbij de andere partijen van het conflict in te lichten. Dat zal handiger geleken hebben. Immers, de aan gang zijnde oorlog werd door de V.S. samen met Israël begonnen tegen Iran. Libanon werd daar maar zijdelings in meegetrokken, door zijn ligging benoorden Israël, en door de onverzettelijkheid van de aan Iran gelieerde sjiïetische militie Hezbollah. Het kon dan logisch lijken de oorlog ook stop te zetten met een akkoord tussen V.S. en Israël en Iran alleen, in de ogen van haastige Amerikaanse strategen.
Maar omdat Teheran nauwelijks, en Libanon en zijn Hezbollah helemaal niet geconsulteerd werden, was discussie mogelijk over de vraag of dit opgelegde Staakt-het-Vuren alleen geldt voor de oorlog V.S./Iran/Israël, of voor de hele brandhaard, dus ook voor Libanon, zoals Iran en uiteraard ook Libanon het zien. Daar had Israëli premier Benyamin Netanyahu geen oren naar, aangezien een algemene wapenstilstand niet in zijn plannen voorkomt. Dus, verklaarde zijn regering, zou Israël de oorlog blijven voeren tegen Hezbollah, en wel in Libanon.
Litani als grens
Het doet dat op de stilaan vertrouwde Israëlische manier: met luchtaanvallen, drones en beschietingen en invallen op de grond, langs de hele Israëlisch-Libanese grens. Men weet dat Israël de strook in Zuid-Libanon zeer goed kent (aangezien het die van 1982 tot 2000 militair bezette), en tot de Litani rivier ongeveer als zijn rechtmatig eigendom beschouwt. Het gebied wordt grotendeels bewoond door christenen en sjiïtische moslims — die dan weer de geijkte rekruteringsbasis voor de Hezbollah vormen. Daarom handelt Israël nu vanuit het principe dat elk huis in Zuid-Libanon een basis van Hezbollah is, en dus vernietigd moet worden.
Dat laatste heeft een driedubbele bedoeling. Ten eerste wordt Hezbollah vernietigd, al zijn waarnemers het er al lang over eens dat dit een onmogelijke opgave is, zelfs voor Israël. Ten tweede wordt via de geteisterde bevolking druk gezet op de Libanese regering, om de Hezbollah te ontwapenen zoals vereist in vorige akkoorden, ook al weet men dat de Libanese regering daartoe noch militair noch politiek bij machte is, zodat Israël intussen de Libanese steden kan blijven bombarderen — zoals Beiroet, en Sidon, en Tyr. Ten derde is er een militair strategisch doel, aangezien de heuvels van Zuid-Libanon uit de hoogte neerkijken op het noorden van Israël.
Rode zone en gele lijn.
In de praktijk gaat het zo. Afgezien van de luchtbombardementen is het Israëlische leger Zuid-Libanon binnengedrongen over heel de lijn, daarbij alle dorpen verwoestend, over een diepte van vier tot acht kilometer vanaf de grens. Dit moet een “bufferzone” zijn, door de IDF aangeduid op pamfletten als “Rode Zone“. Wie in die zone aangetroffen wordt, wordt doodgeschoten. De noordkant van de zone wordt op de kaart aangeduid met een Gele demarcatielijn. Dat is de “vooruitgeschoven defensiezone”, die omvat 550 tot 600 vierkante kilometer, bijna zes procent van de totale oppervlakte van Libanon.
Binnen de Rode Zone worden alle dorpen ontruimd, de bewoners verjaagd naar het noorden, de huizen verwoest. Waar ze nog niet plat gebombardeerd zijn, vernielt de IDF ze met explosieven.
De filosofie is dat de zone onbruikbaar en onbewoonbaar moet zijn, en wellicht zo ook blijven, dit zogenaamd om de Israëlische dorpen in het noorden van Galilea te beschermen.
Het model van de Israëlische gele demarcatielijn is bekend van de recentere evolutie van de oorlog in Gaza, waar de IDF sinds het zogenaamde Staakt-het-Vuren de helft van de Strook langs de kust gemerkt heeft met een “gele lijn”, waar Palestijnen niet in de buurt mogen komen: één kant is Israëlisch militair bezet gebied, de andere kant is nog Palestina, zogenaamd.
Als dit alles, uitgevoerd onder de paraplu van de “grotere” Iraanse oorlog, tegelijk met de opportunistische versnelde etnische zuivering van de Palestijnse Westoever, zozeer op een militaire bezetting van langdurige aard lijkt, dan is dat waarschijnlijk omdat het dat ook is: de langdurige bezettiing van een strook Zuid-Libanon tot aan de Litani, door de Joodse Staat die dat met name al lang op zijn verlanglijst had staan. Dit in het kader van “Groot Israël”.
Diplomatie met zout
Natuurlijk wordt er ook aan diplomatie gedaan. Maar in de huidige Trump-era moet die vaker dan vroeger met een korrel zout genomen worden. Iedereen is er zich wel van bewust dat de aanhoudende “kleine” oorlog van Israël in Libanon eigenlijk dient om het “grote” Staakt het Vuren van Donald Trump met Iran te torpederen. Israël vindt immers dat de oorlog met Iran juist niét gestopt moet worden, Straat van Hormuz open dan wel dicht: voor Israël moet die oorlog duren tot Iran totaal onschadelijk gemaakt is, en niet alleen op nucleair gebied of dat van de lange-afstandsraketten, maar in zijn geheel door Israël controleerbaar, zoals, bij voorbeeld, Syrië.
Daarom bombardeert het Hezbollah in Libanon, bondgenoot van Iran, in de hoop dat Iran in de val zal trappen, en repliceren, terugschieten. Dàn kan de “grote” oorlog weer ongeremd zijn gang gaan. Intussen moeten er onderhandelingen georganiseerd tussen Israël en Libanon, die die “kleine” oorlog moeten stoppen (toch al meer dan 2500 Libanese doden en 7.755 veminkten). Alleen zal Israël daar aan de Libanese regering vragen dat ze haar leger inzet om de Hezbollah te ontwapenen. Wat die laatste weigert, en wat, zoals gezegd, voor de regering ondoenbaar is. Maar zelfs deelnemen aan onderhandelingen met Israël over zoiets, in volle oorlog, wordt door de Libanese oppositie al luidkeels als “verraad” afgedaan. Hezbollah zal ze daarop niet tegenspreken.

