Leidt de oprichting van een Palestijnse Staat tot een oplossing voor het Palestijns probleem?

De Palestijnse staat werd 23 jaar geleden al eens uitgeroepen, op 15 november 1988. Niemand die het zich nog herinnert. Ik wel. Ik woonde toen in Dar es Salaam en de Palestijnse ambassadeur organiseerde daar een champagnefuif. Met 103 flessen, zoveel als er landen waren die de staat erkenden. De flessen waren snel leeg. Ook de staat bleek een lege doos.

Nochtans besloot de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toen onder meer dit: “Wij erkennen de uitroeping van de Palestijnse Staat door de Palestijnse Nationale Raad op 15 november 1988… Wij verzoeken de Secretaris-Generaal de nodige actie te ondernemen om deze resolutie toe te passen.” (ref. 43/177) en verder vroeg de Algemene Vergadering ook nog (ref. 43/176): “Het terugtrekken van Israël uit het Palestijns gebied dat het sinds 1967 bezet, waaronder ook Jeruzalem, en uit alle ander bezet Arabisch gebied… De ontmanteling van de Israëlische kolonies die er sinds 1967 zijn gebouwd.”

Niets laat mij denken dat het nu meer resultaat zal opleveren. Ik betwijfel het ten zeerste, en dit niet alleen omdat de VS en de belangrijkste EU-staten er tegen zijn. Daarvoor moeten we terug naar de grond van het probleem: de massale immigratie van joden in wat eens (voor WO I) een Arabisch land was en de kolonisatie van Palestina door de zionistische beweging.

De zionistische beweging wou een antwoord geven op de situatie waarin de Oost-Europese joden in de negentiende eeuw verkeerden. Ze stelden zich de vraag: wat doen we tegen het antisemitisme en ook nog: zijn wij een religieus-culturele groep of een natie?

De stichter van de zionistische beweging was Theodor Herzl, een Oostenrijkse jood die in 1895 Der Judenstaat schreef en die twee jaar later, in 1897 het eerste Zionistische Wereldcongres bijeen riep in Basel. De voertaal was het Duits. De beweging ontstond trouwens, en zal tot nu toe geleid worden door joden afkomstig uit Oost-Europa die als omgangstaal het jiddish-Deutsch gebruikten. De zionistische beweging is dan ook het kind van wat er toen leefde in Oost-Europa, in wat gemeenzaam ook Jiddisch Land wordt genoemd.

Oost-Europa kende dan een grote opstoot van antisemitisme, met tussen 1881 en 1884 erg gewelddadige vervolgingen (pogroms) in Kiev, Warschau en Odessa. En deze golf van antisemitisme verspreidde zich ook naar West-Europa. Het zionisme zal hier een reactie op vormen, een bizarre reactie want in feite geven zij de antisemieten gelijk wanneer die beweren dat joden hier niet thuis horen.

Hun antwoord op het antisemitisme is namelijk weg trekken uit Europa naar het mythische vaderland dat tweeduizend jaar geleden bestond en daar gaan koloniseren.

De negentiende eeuw is ook de eeuw waarin het nationalisme als ideologie werd geboren: In Duitsland met Johann Gottlieb Fichte, “Rede an die Deutsche Nation” (1808), in Frankrijk met Ernest Renan en zijn “Qu’est-ce qu’une nation” (1882) en de oprichting van nationale staten zoals België of Griekenland (1830). De zionisten beslisten toen om zich niet louter als een religieus ‘Gods Volk’ te beschouwen, maar als een aparte nationaliteit. Een mythische nationaliteit die twee duizend jaar geleden verloren was gegaan en die tot wat de antisemieten noemen een ‘onnatuurlijk volk’ had geleid. Die oude natie moest worden heropgebouwd.

De mythe van de verdwenen natie proberen de zionisten in stand te houden door ondermeer hun oorspronkelijke Oost-Europese naam te verloochenen en een nieuwe, zelf gekozen hebreeuwse naam te verzinnen. Zo heet Tzipi Livni oorspronkelijk Benozovitsj; Shimon Peres, Persky; Ariel Sharon, Schönerman, enz…

En daar wordt demagogisch gebruik van gemaakt. Zo vertelde Benjamin Netanyahu in zijn speech tot de delegatie van de European Friends of Israël in Jeruzalem op 7 februari 2011 dat hij in zijn kantoor een zegelring bewaard die werd opgegraven naast de klaagmuur en die dateert van 2700 jaar geleden. “Weet u welke naam daarop in het hebreeuws staat? “Wel dat is mijn familienaam.” Onzin zijn vader en grootvader droegen de naam Mileikowsky. De naam Netanyahu hebben ze pas zelf verzonnen toen ze naar Palestina immigreerden.

 

Het zionisme bezit dus drie componenten: een reactie op het antisemitisme, een negentiende-eeuws nationalisme, en kolonialisme. Hiervan is het aspect kolonialisme het bindend bestanddeel omdat het zogezegd de oplossing biedt voor de twee andere componenten.

De eerste stap die het Zionisten Congres dan ook zette was de oprichting van de Jüdische Colonial Bank, later de Jewish Colonial Trust. Palestina is dan nog (tot 1918) onderdeel van het Ottomaanse Rijk en de zionisten zoeken voor hun kolonisatie steun bij de Ottomaanse Sultan. Die heeft daar geen oor naar. Daarop keren zij zich in 1898 voor patronage naar de Duitse Keizer, een bondgenoot van de Ottomanen tot in de Eerste Wereldoorlog. Ook dat lukt niet.

De Britten zullen wel toehappen. Herzl wordt als leider opgevolgd door de Britse jood en chemicus Haim Weizman. Samen met de bankier Lord Rothschild zal hij van de Britten bekomen dat die het koloniaal experiment van de zionisten steunen.

De Brit die hierbij een grote rol heeft gespeeld is Lord Balfour. Balfour was in 1905 eerste-minister en had toen de Aliens Act laten goed keuren. Die was vooral gericht tegen de toevloed van Oost-Europese joden naar Engeland, als gevolg van de pogroms in hun thuisland. Die Aliens Act wou al die vluchtelingen buiten Groot-Brittannië houden. Balfour verklaarde in het House of Commons toen ondermeer “er is het land een immens ongeluk overkomen door deze immigratiegolf die vooral uit joden bestaat.” En ook nog: “Zij blijven een volk dat zich apart houdt. Ze belijden niet alleen een andere religie dan de overgrote meerderheid van onze landgenoten, maar huwen ook alleen maar onder elkaar”. Hierop riep het 7de Zionisten Congres hem uit tot “openlijk antisemiet en vijand van heel het joodse volk.”

Deze lord Balfour werd in 1917 minister van Buitenlandse Zaken en zal in een naar hem genoemde Balfour Declaration de zionisten Britse hulp aan bieden bij hun kolonisatie van Palestina, dat net door Britse troepen was veroverd. In 1922 kreeg Groot-Brittannië van de Volkenbond officieel het mandaat om het land als kolonie te besturen.

Hierbij speelden nog andere belangen, dan het ‘wegwerken van ongenode joden uit Oost-Europa’. Engeland zag in de zionisten “een zelfgeorganiseerde groep Europese kolonisten die daar onder Britse bescherming het land konden bezetten.” Zoals Balfours voorganger Lord Chamberlain het formuleerde. En die de strategische route naar India, het Suez-kanaal konden mee bewaken.

En er was, toen al, de olie. Vanaf 1900 werden de oliereserves van Irak bekend. De Britten richtten daarop in 1912 de Turkish Petroleum Company op. Irak viel toen nog onder Turks-Ottomaans bestuur en de Engelsen droomden van een pijpleiding van Mosul (Irak) naar Haifa (Palestina) om zo de aardolie via de kortste weg naar Europa te krijgen. Iets wat ze in 1934 konden verwezenlijken.

De Britten zullen de zionisten toestaan een eigen regering te vormen in Palestina, het Jewish Agency en die zal eerst eigen milities, later een eigen leger uitbouwen. Wanneer de Palestijnen in opstand komen tegen het Britse bestuur en de zionistische kolonisatie – en dit gebeurt al direct na de officiële machtsovername door de Engelsen in 1922 – zullen die zionistische milities ingezet worden tegen het Palestijns Verzet. Wanneer tijdens de jaren 1936-1939 de grote Palestijnse revolte om onafhankelijkheid op gang komt, zal het weer het zionistische leger, de Hagannah zijn die als hulptroepen aan de zijde van de Britten vechten. En na de Tweede Wereldoorlog zullen die Europese kolonisten zich sterk genoeg voelen om tegen de Britten, en het Verdeelplan van de Verenigde Naties in, het grootste deel van Palestina militair te veroveren. In 1948 waren de zionisten er slechts in geslaagd om maar 6,7% van de grond op te kopen. De rest van wat de staat Israël werd is veroverd met militair geweld, waarbij 418 Palestijnse dorpen werden vernietigd en hun bewoners verdreven. Het is een mythe dat de UNO de staat Israël gesticht heeft. De Uno heeft zich bij het resultaat van de oorlog neergelegd en daarbij tekenden nogal wat landen bezwaar aan. Zelfs België dat in 1947 voor het verdeelplan had gestemd. België zal, samen met de twee andere Benelux-landen de joodse staat pas in 1950 erkennen, maar met deze restrictie, geformuleerd door onze toenmalige minister van BuZa, Van Zeeland: “cet acte du gouvernement belge ne signifiait pas que la Belgique reconnaît les limites territoriales d’Israël”. België erkende dus de grenzen van 1948 niet. Maar dat is onze diplomatie al lang wetens en willens ‘vergeten’.

De zionistische kolonisatie heeft drie feiten gecreëerd:

* De massale landonteigening van de autochtone Palestijnse bevolking:

Israël binnen de grenzen van 1948 controleert nu 78% van historisch Palestina. Daarbij komt nog dat iets meer dan de helft van de Westbank in handen is van joodse kolonies. Dit maakt dat er voor de Palestijnen maar 10% van hun oorspronkelijk land overblijft.

*De reductie van de meerderheid der Palestijnen tot vluchtelingen door hen de nationaliteit van hun land te ontnemen. Er zijn nu 7,6 miljoen Palestijnse vluchtelingen, waarvan 4,6 miljoen geregistreerd door de UNO.

*De creatie van een nieuwe hebreeuwstalige natie.

Elke oplossing voor het Palestijns-Israëlisch probleem moet een oplossing bieden aan deze drie feitelijke toestanden. Doet de uitroeping van een Palestijnse staat dit?

 

De uitroeping van de Palestijnse staat lost het grondprobleem niet op: tachtig of meer procent van het land zal zo nog in handen blijven van de 5,7 miljoen joden. De Palestijnen die nog ter plekke wonen, 5,3 miljoen zullen het met het restant moeten doen. De grondrechten van de vluchtelingen die nu buiten historisch Palestina wonen, worden al helemaal vergeten. Trouwens, de creatie van deze Palestijnse staat biedt ook geen oplossing voor het vluchtelingenprobleem. De 7,6 miljoen vluchtelingen zijn afkomstig uit wat nu Israël is en een ‘terugkeer’ zal slechts gedeeltelijk mogelijk zijn naar de Westoever, niet naar hun dorpen en steden van origine. Ook compensatie voor het geleden landverlies –zoals voorzien in de Uno-resoluties en door het internationaal recht – komt niet ter sprake bij de uitroeping van deze Palestijnse staat.

De gevolgen van de kolonisatie voor de Palestijnen worden niet verholpen en op het terrein zal er niets veranderen, tenzij Israël daartoe gedwongen zou worden. Ik zie namelijk Obama, Sarkozy, Merkel en De Crem geen internationale troepenmacht sturen om Israël uit de Westbank te verdrijven en zo die staat mogelijk te maken.

Voor de nieuwe hebreeuwstalige natie is zo’n Palestijnse ministaat globaal positief want zij behouden hun staat op het grootste gedeelte van wat ooit Palestina was.

Waarom is Israël dan zo tegen de uitroeping van die staat?

Stel dat die staat er toch komt dan zouden de Palestijnen klacht kunnen indienen bij het Internationaal Gerechtshof in Den Haag tegen Israël omdat het, tegen het internationaal recht in, grote delen van hun gebied bezet en een deel van zijn bevolking, namelijk de kolonisten, heeft getransfereerd naar dit bezet gebied. Dit zou in theorie leiden tot de veroordeling van de Joodse staat, in theorie: want Israël erkent het Hof niet, en zou op papier het einde betekenen van de verdere kolonisering van de Westelijke Jordaanoever. Nu is kolonisatie juist de essentie van het zionisme en van Israël. Daarom willen zij het gebied blijven beheersen en bezetten. Vergeet niet dat de PA van Mahmoed Abbas alleen bevoegd is voor persoonsgebonden materies en ordehandhaving. Israël beheerst de grenzen, de grond, de lucht, het water én de economie en is er oppermachtig. Dat willen ze zo houden, om verder te kunnen koloniseren. Een politiek die ze trouwens ook nu nog toepassen binnen hun grenzen van 1948. In Galilea, waar 85% van de inwoners Palestijnen zijn, nemen ze nog dagelijks verder grond in beslag om er joodse nederzettingen op te bouwen. Ook daar gaat de kolonisering nog steeds door, want Israël kan niet leven zonder de motor achter haar ideologie, kolonisatie.

Nog een argument om tegen te zijn:

Heel de heisa rond de Palestijnse kanditatuurstelling in de UNO door de Palestijnse Autoriteit is er intern op gericht om de erg getaande glorie van de PA op te poetsen. De betogingen pro Abbas in Ramallah zijn zwaar georchestreerd: wie voor de PA werkt krijgt verlof om samen met de schoolkinderen te gaan betogen. Heel de mobilisatie nu is voor hen een middel om zich weer als representatief op te werpen, ook al is zowel het mandaat van ‘president’ Abbas als die van het parlement al lang verlopen en regeren ze verder bij de gratie van buitenlandse steun.

De PA is verworden tot een gewoon Arabisch regime, dit wil zeggen: autoritair, corrupt en zonder respect voor de eigen bevolking. Zoals de Palestijnse socioloog en politicus Azmi Bishara het ooit uitdrukte: ” Vroeger zou men hen collaborateurs en verraders hebben genoemd, nu zijn ze zogezegd onze vertegenwoordigers.”

Een mooi voorbeeld van dit zelfvoldane autoritair gedrag zagen we bij de terugkeer van Abbas na zijn terugkeer uit de UNO. In Ramalla riep hij de Palestijnse Lente uit. In andere landen breekt zo een Lente spontaan uit. In Palestina wordt ze door de president gedecreteerd.

(Uitpers nr. 135, 13de jg., oktober 2011)

Lucas Catherine is auteur van “Palestina, de laatste kolonie?” en “De Israëllobby”.

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 30 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook