“Latijns-Amerika is het imperialisme beu”

In verschillende Latijns-Amerikaanse landen kunnen linkse partijen de laatste jaren en maanden rekenen op steeds meer aanhang. De herkiezing van Chavez in Venezuela, de opkomst van Morales in Bolivië, de electorale overwinning van Lula in Brazilië staven de opkomst van rode regeringen. Over de interpretatie van de linkse successen en de verschillende strekkingen binnen links hebben we het in een interview met Francis Vanden Berghe.

De verkiezingenresultaten in verschillende Latijns-Amerikaanse landen wijzen op een succes van links op het continent. Is dit compleet nieuw of was dit al eerder het geval op het continent?

“In de geschiedenis van Latijns-Amerika is dat geen uniek gegeven. Aan het begin van deze eeuw, de jaren ’30, was links ook in de opmars als reactie tegen onderdrukking van de imperiale grootmachten. Vandaag zou je kunnen stellen dat de geschiedenis zich herhaalt, weliswaar niet op dezelfde manier. Het imperialisme vandaag is zo mogelijk nog machtiger en de ideologie heeft aan belang toegenomen.”

Links in Latijns-Amerika deelt een afkeer van het neoliberalisme, het imperialisme en overdreven opening van de landsgrenzen. In de manier van aanpak en graad van krachtdadigheid onderscheiden verschillende linkse strekkingen zich. De radicalere trend is verpersoonlijkt in Chavez. Kirchner en Lula staan een meer gematigder sociaal democratisch beleid voor.

“Het is moeilijk de politieke bewegingen in Latijs-Amerika precies thuis te brengen, voor ons Europeanen. Sociaal-democratie in Latijns-Amerika is niet te vergelijken met sociaal-democratie hier. De sociaal-democraten zouden in theorie tegen de privatisering moeten zijn. Maar in de praktijk is dit in Latijns-Amerika nog niet gebleken. Dat zijn dus gevaarlijke woorden socialisme en sociaal-democratie. Maar de algemene lijn is dat men het imperialisme beu is. Men wil terug meer de hefboom over het lokale beleid krijgen, dat teveel in buitenlandse handen is gekomen.”

“De anti-liberale taal die sommige Latijns-Amerikaanse leiders hanteren, is noodzakelijk om aan te slaan bij de bevolking. Wat men nu als radicaal bestempelt, zou men in de jaren ’40 eerder progressief genoemd hebben. Radicaal waren toen het socialisme en het communisme. In tegenstelling tot deze laatste gaat Chavez niet over tot de socialisering van de productiemiddelen, hij wil ze enkel nationaliseren. Hij neemt gewoon maatregelen die progressieve militaire regimes in de jaren ’30 al uitvoerden.”

Chavez verpersoonlijkt een meer uitgesproken links nationalistische trend. In het buitenland krijgt hij niet zelden het etiket van populist.

“Het begrip populist wordt tegenwoordig om de haverklap gebruikt om vijanden, niet pro-Amerikaanse leiders te bestempelen. In Knack las ik onlangs een artikel waarin men Chavez een ‘Zuid-Amerikaanse dictator’ noemt. Men mag niet vergeten dat hij volgens democratische principes verkozen is.”

“Bovendien zie ik niet in wat er verkeerd is met het nemen van populaire maatregelen. Waarom moeten er impopulaire maatregelen worden genomen? Zolang er financiële draagkracht is om die populaire maatregelen uit te voeren lijkt me dat niet onverantwoord. Met de nationalisering van de olie, en de hoge prijs die hij voor deze grondstof kan krijgen, weet hij zijn hervormingsplannen te financieren.”

“De laatste twee decennia heeft men niet anders gedaan dan impopulaire maatregelen nemen om hun buitenlandse schulden te kunnen afbetalen. Plots blijken impopulaire maatregelen niet meer nodig en wat blijkt? Mirakel.”

Chavez heeft nu wel hervormingen doorgevoerd ten guste van de bevolking, maar gaat hij wel ver genoeg? Er zijn toch nog talrijke obstakels: de corruptie…

“Rome is toch ook niet op twee dagen gebouwd. Je moet er ook rekening mee houden dat hij veel machtige tegenstanders heeft met zeer veel geld en invloed. Hij moet opboksen tegen de traditionele politieke partijen, de lokale burgerij en de Amerikanen. Ook van de vakbondsleiders hoeft hij weinig steun te verwachten. Veel vakbonden zijn immers gelieerd aan de traditionele politieke partijen. De machtige oppositie ondernam in april 2002, met steun van de Amerikanen, een poging om Chavez af te zetten.”

“Chavez’ macht bestaat uit de enorme aanhang bij het volk. Die massale volkssteun heeft hij ook nodig om te kunnen ingaan tegen de imperialistische belangen en de lokale belangen te laten primeren. Dat leert ons ook de geschiedenis”.

Chavez toont bijzonder veel sympathie voor Fidel Castro. Zou het kunnen dat Chavez hetzelfde tracht te bereiken in Venezuela als Castro in Cuba?

“In tegenstelling tot Castro behoort Chavez tot de progressieve militairen, een burgerlijke strekking. Het beleid van Chavez bestaat erin alle grote delen van de economie te nationaliseren. Daarvoor krijgt hij grote steun van de bevolking en een groot deel van de Latijns-Amerikaanse burgerij. Die steun dankt hij ook aan het dégout van die burgerij voor de overheidscorruptie.”

“Chavez ziet in dat de lokale economie in handen van de burgerij niet kan floreren indien buitenlandse krachten een grote greep in de binnenlandse economie kunnen behouden. Dat wordt dan met nationalistische bombarie ingekleed.”

“Dat veel Venezolanen een behoorlijke ommekeer in het beleid wensen, heeft ook te maken met de slachting tegen betogers tegen het neoliberalisme onder Carlos Andrez Perez in Caracas in 1989. Die gebeurtenis leeft nog in het bewustzijn.”

Niet alle linkse leiders in Latijns-Amerika hebben evenveel sympathie voor Chavez. Kirchner in Argentinië en Lula in Brazilië wensen zich van het te distantiëren.

“Dat ligt voor een stuk aan de verschillende context van die landen. Het neoliberalisme en de corruptie van Menem in Argentinië hebben daar ook een economische ramp veroorzaakt. De verkiezingsslogan “Que se vayan todos” (Dat ze het allemaal afbollen) vertaalde het uitgesproken ongenoegen van de burgers. Argentinië is namelijk lid van de Mercosur. Dat is een heel andere constellatie als met Venezuela die er nog niet bij is. Bovendien beschikt Argentinië ook wel over olie, maar die is geprivatiseerd.”

“Kirchner behoort ook tot de nationale burgerij. De hervormingen die Kirchner zal doorvoeren zullen minder radicaal zijn. Het belangrijkste is dat hij breekt met de recepten van het IMF. Ze wensen hun schulden enkel op eigen ritme af te betalen. Op die manier beschikken ze weer over geld voor de opbouw van sociale zekerheid en infrastructuur.”

“Lula is een linkse vakbondsleider van wie men in het Westen grootse sociale hervormingen verwachtte. Hij vertegenwoordigt vooral de belangen van de lokale kapitalisten die op sommige punten een progressief standpunt innemen. In tegenstelling tot de meeste andere Latijns-Amerikaanse landen is de greep van multinationals in de Braziliaanse economie niet zo groot. De lokale kapitalistische burgerij wil dat zo houden. Daarom verzetten ze zich ook tegen de vorming van de FTAA (Vrijhandelszone van de Amerika’s).”

“Veel structurele maatregelen ten gunste van de onderste laag van de bevolking moet je, volgens mij, van Lula niet verwachten.”

“Brazilië is het leidende land van de Mercosur. Dit handelsverdrag is in eerste plaats gesloten uit eigenbelang, maar ook om een macht te vormen Amerikaanse vrijhandelsverdrag. De Brazilianen pleiten voor een sterkere regionale integratie om dat als een blok te kunnen onderhandelen met de Amerikanen. Daarin schuilt het anti-imperialistisch karakter van de Mercosur. Het Bolivariaanse ideaal, de regionale integratie, is in het belang van de Latijns-Amerikaanse landen om te ontkomen aan de imperiale afhankelijkheid.”

Welke obstakels liggen op de weg naar regionale integratie?

“In de eerste plaats is Latijns-Amerika al sinds de koloniale grootmachten er neerstreken verdeeld. In de tweede plaats is er de VS. Die proberen een stok in de wielen te steken van regionale integratie door landen afzonderlijk aan zich te binden met bilaterale vrijhandelsakkoorden. Daarnaast gooien de plaatselijke marionetten van het IMF en andere banken roet in het eten. De uiteenlopende belangen van de verschillende Latijns-Amerikaanse landen liggen aan de basis van het feit dat ze er niet in slagen als één blok met de VS te onderhandelen.”

“Veel Latijns-Amerikaanse leiders spelen een dubieuze rol. Hun band met Chavez is daar een mooi voorbeeld van. Van de ene kant kunnen ze zich niet veroorloven Chavez te verketteren. Daarvoor heerst onder hun bevolking te veel sympathie voor de Venezolaanse president. Aan de andere kant kunnen politici Chavez’ beleid ook niet publiekelijk bejubelen, want dan verliezen ze hun steun van de VS.”

Ook in het binnenland zijn er drukkingsgroepen die zich verzetten tegen het beleid van de regering: de inheemse bevolking, arbeidersorganisaties en boerenbevolking. Wat is hun opstelling?

“Algemeen gesteld, is het reactionair gedachtegoed veel meer doorgedrongen in de sociale bewegingen in vergelijking met vroeger. Vandaag de dag is de arbeidersbeweging in Latijns-Amerika sterk verzwakt ondermeer omdat ze zomaar de vrije markt heeft aanvaard.” “Bovendien ondervinden Latijns-Amerikaanse vakbonden van alle kanten tegenkanting. Niet zelden worden vakbondsleiders bedreigd. Werkgevers wensen enkel nog eigen organisaties opgesplitst per bedrijf. De belangen die vakbonden verdedigen gaan in tegen die van de maquiladores.”

“Wat betreft de inheemse bewegingen heb ik mijn voorbehoud. Het is waar dat in alle Zuid-Amerikaanse landen de inheemse bevolking steeds verwaarloosd is gebleven, van in de koloniale tijd, tot nu (want de macht wordt steeds uitgevoerd door blanke elites die mijlenver afstaan van het Indiaans levenspatroon in de bergen). Daarom hebben ze alle reden om hun eisen te stellen en dat klopt. Wat betreft sociale emancipatie betreft ben ik van mening dat ze zich beter bij een vakbond aansluiten. Ik begrijp niet waarom een arme inheemse boer anders verdedigd zou moeten worden dan een arme blanke boer.

Op cultureel vlak heb ik het er bijzonder moeilijk mee omdat sommige van die culturen nog weinig ontwikkeld zijn en enkele zelf nog een rechtssysteem toepassen van voor de Bolivariaanse tijd.”

Op welke manier verhouden de sociale bewegingen zich tot politiek links?

“Traditionele sociale bewegingen hebben meestal nog een link met een politieke partij, hoewel dat nu wel verminderd is. Maar om effectiviteit van een sociaal beleid te kunnen bewerkstelligen, ben ik ervan overtuigd dat sociale bewegingen een politieke mond moeten krijgen. Dat is nu veel te weinig het geval. Voor het ogenblik zie ik weinig echt linkse politieke partijen.”

“Daarnaast is er ook een gebrek aan organisatie binnen het linkse kamp. Alle linkse spelers zijn het er over eens dat de imperiale invloed moet worden ingeperkt. De strategie voor een concrete aanpak voor het oplossen van dit vraagstuk laat volgens mij teveel te wensen over.”

Zijn de sociaal-democratische regeringen wel capabel genoeg om hervormingen door te voeren recent?

“Sociaal-democraten zijn meestal liberalen wanneer ze aan de macht zijn. Ik zie weinig verschil in beleid wanneer ik bijvoorbeeld kijk naar Perez in Venezuela en Garcia in Peru. Dat zijn liberalen, maar die zullen wel een meer sociale toon voeren. Het zijn weliswaar eerder progressieve liberalen maar daarom nog geen socialisten.”

Welke belemmeringen ondervinden die sociale regeringen?

“Alles wordt bepaald door de mate waarin zij zich houden aan de regels die de bankiers stellen. Ook opportunisme en corruptie spelen daar een rol in. Natuurlijk moeten regeringen ook rekening houden met hun coalitiepartner.”

Durf je te stellen dat met de niet-verkiezing van progressieve presidenten in Peru en Mexico de progressieve golf tot stand is gekomen?

“Dat kan ik moeilijk inschatten. Het brute imperialisme van de jaren ’90 heeft zijn stempel gedrukt en dat willen de Latijns-Amerikanen niet meer. Er zijn pogingen voor alternatieven zoals Chavez. Maar om dat te evalueren moeten we de resultaten afwachten en de reactie van de bevolking. Nu genieten dergelijke leiders de steun van de bevolking al was het alleen maar uit afkeer voor wat ze in het verleden hebben meegemaakt.”

Wat is uw evaluatie van de eerste democratische linkse, anti-imperialistische regeringen?

“Het is bijzonder moeilijk de prille linkse regeringen nu al te evalueren. De uitwerking van verschillende maatregelen zijn vaak pas zichtbaar na verloop van tijd. Volgens mij moet je Chavez zeker tien jaar gunnen om het land te hervormen. Het neoliberalisme werd ook niet in twee jaar opgelegd. Het duurde ruim tien jaar voor alles kapot was.

De tendens van de politieke leiders om lokale belangen boven die van het imperialisme te plaatsen, vind ik goed. De invulling van dat anti-imperialisme verschilt naargelang het land en politicus. De terugkeer naar het neoliberalisme zal in elk geval zeer moeilijk zijn omdat de generatie van vandaag weet hoe verschrikkelijk die tijd was.”

(Uitpers, nr. 77, 7de jg., juli-augustus 2006)

Francis Vanden Berghe is journalist, gespecialiseerd in Latijns-Amerika, en lid van de redactie van Uitpers.

(Visited 3 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 82 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook