Latijns-Amerika heeft genoeg van economisch hervormingsbeleid

In Latijns-Amerika is de jongste jaren één en ander aan het bewegen. VRT-journalist Marc Van Glabbeek zette alles op een rijtje ter gelegenheid van de uitreiking van de Dirk Vandersypenprijs, zo genoemd naar de in 2000 voortijdig overleden Latijns-Amerika-journalist. Deze prijs, die voor het eerst werd uitgereikt in 2001, bekroont een documentaire over Latijns-Amerika. We publiceren hier de aangepaste tekst van de toespraak van Marc Van Glabbeek.

Als ik zou vragen om de beklijvende nieuwsbeelden van het voorbije jaar op een rijtje te zetten dan durf ik er veel om verwedden dat in de toptien geen beelden uit Latijns-Amerika voorkomen. De beeldcultuur kluistert ons vast aan het Midden-Oosten, aan Irak en aan de tsnunami: zelfmoordaanslagen, video’s van ontvoerde westerlingen in Irak, de soap rond Arafat , de beelden van Atjeh.

Het enige dat mij uit Latijns Amerika te binnen schiet is de uitschuiver van Fidel Castro op een trede, na een speech. De televisiecamera’s legden het haarfijn vast want elke speech van enige omvang van el Lider Maximo moet op de Cubaanse buis. Het leidde nog tot hilariteit toen de woordvoerder van het Witte Huis zei – ik citeer: “We hadden liever een andere soort val gezien”.

Neen , ik weet het ook niet , de beklijvende momenten. Maar dat wil niet zeggen dat achter gebeurtenissen en feiten in Latijns Amerika, waarvan we geen of weinig beelden te zien kregen, geen verhaal steekt.

Ik probeer 4 lijnen uit te zetten.

1/ In de eerste helft van vorig jaar bleek uit een rapport van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank dat Latijns Amerika genoeg heeft van het economische hervormingsbeleid. De bevolking ziet het niet meer zitten en de politieke leiders, of kandidaat-leiders, gaan met dat soort liberale hervormingen niet meer naar verkiezingen. Eind 98 waren nog 8 op de 10 van de ondervraagden in de Latino-barometer enthousiast over marktgerichte hervormingen. Maar 5 jaar later was dat helemaal omgeslagen. Nog geen 2 op de 10 inwoners knikte ja. Het Brazilië van president Lula de Silva haalde nog het hoogste cijfer, het Peru van president Toledo het laagste.

Politieke leiders in Latijns Amerika verkondigden vorig jaar dat de liberalisering van de markt niet heeft geleid tot hoge economische groei en tot meer jobs. Integendeel: de werkloosheid nam toe. De voorbije 2 tot 3 jaar deden kandidaten die openlijk kritiek hadden op het neoliberaal model, het zeer goed in verkiezingen of nog beter, ze wonnen de verkiezingen. Er was Lula in Brazilië en Nestor Kirchner in Argentinië. In Venezuela was de belaagde Hugo Chavez al enkele jaren verkozen en de oppositie – een bont allegaartje van rechtse liberalen, conservatieven tot en met en aantal vakbonden – slaagde er niet in om hem in een referendum af te zetten. En eind vorig jaar haalde een socialist, Tabaré Vazquez, het in de presidentsverkiezingen in Uruguay, een aardverschuiving in dat kleine land. Nog een vaststelling: Colombia en de landen van Midden-Amerika doen niet mee met de nieuwe wind.

Intussen zeggen ook vooraanstaande economen, Joseph Stiglitz om er één te noemen , dat marktgerichte hervormingen geen absolute voorwaarde zijn om te komen tot economische groei en ontwikkeling. Op het einde van de jaren 90 was het groeiverhaal, denk maar aan het Argentinië van Carlos Menem en zijn opvolger Fernando de la Rua, ten einde.

De Latijns-Amerikanen hebben de indruk dat de hervormingen de rijken ten goede kwamen en niet de armen. De Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank stelt dat de inkomenskloof tussen arm en rijk niet is vergroot, maar ook niet is verkleind. Andere onderzoeken hebben het over een grotere kloof. Eén ding is wel zeker: de perceptie is dat de inkomensongelijkheid toenam en dat heeft de oppositie tegen de neoliberale aanpak versterkt. En naast de bevolking is er een groeiend aantal politici, die daarop voortbouwen.

2/ Genoeg van een eenzijdig hervormingsbeleid dus, maar daar bleef het niet bij. Het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties schrijft vorig jaar in zijn rapport dat een kleine helft, 45 procent, van de Latijns-Amerikanen bereid is om een autoritaire staat en regering te gedogen indien die de economische problemen zouden kunnen oplossen. Het is een dramatisch voorbeeld van het risico dat democratieën in Latijns Amerika lopen. Denk maar aan het wegsturen in Bolivia eind 2003 van een gekozen president, Sanchez de Losada, na weken straatgeweld en vele tientallen doden. Sanchez de Losada had een sterk uitgesproken neoliberaal programma. Buitenlandse ondernemingen werd weinig in de weg gelegd bij de exploitatie van de gas- en oliewinning en bij het management van een nutsvoorziening als water. Kijk hoe Venezuela en zijn gekozen president Chavez onder druk is gekomen. Na betogingen tegen en ook voor president Chavez was er even een kortstondige staatsgreep van een deel van het leger, werkgevers, ondernemers en vakbonden. Kijk even terug naar het Argentinië van eind 2001 en begin 2002 met de grote financiële en politieke crisis. De pariteit van de peso met de dollar bleek een hersenschim en in nog geen twee weken kreeg het land 5 presidenten of interim-presidenten. 20 jaar na het herstel van de democratie kregen de vermelde landen , maar er zijn er nog andere , de rekening gepresenteerd van de “democratie”. In Latijns Amerika bestaat een verkiezingsdemocratie, una democracia electoral, maar het is duidelijk dat om de 4 jaar naar het stembureau gaan niet het ultieme doel kan zijn. Wel: via het stemhokje politieke, burgerlijke en sociale rechten afdwingen. En dan is er nog een eind te gaan. In een recent rapport van CEPAL, de Economische Commissie voor Latijns-Amerika, lezen we dat het continent nog altijd de grootste kloof heeft tussen arm en rijk. Als de populariteit van president Toledo in Peru zakt tot 8 procent is er een probleem. Nochtans was de man na de vlucht van president Fujimori en bij het begin van zijn ambtstermijn ontzettend populair. Toledo “vergat” heel snel zijn sociale verkiezingsbeloften en precies als Fujimori maakte hij een fameuze bocht. Toledo houdt nog altijd het hoofd boven water, maar in Ecuador in april en in Bolivia in juni slaagden zijn collega’s daar niet langer in. President Lucio Gutierrez werd in Ecuador na betogingen en blokkades afgezet door het parlement. De verdenking van corruptie woog te zwaar om te kunnen aanblijven. In de democratie Ecuador was het al de derde president die in amper 10 jaar op die manier voor de bijl ging. Het verhaal van Bolivia en interim-president Carlos Mesa is genuanceerder. Vriend en vijand vond hem een goed president, maar hij kreeg niet de tijd om de tegenstellingen te overbruggen na een brede consultatie over de toekomst van het land. Tegenstellingen tussen rijkere blanken en mestiezen aan de ene kant en arme Indiaanse bevolkingsgroepen aan de andere; tussen de altiplano met zijn verouderde mijnindustrie en de llanos, de laagvlakte in het oosten , met zijn moderne intensieve landbouw en de rijke gas- en olievelden van Santa Cruz en Tarija. Na een wekenlange blokkade van onder meer La Paz door vakbonden, boeren, Indianen en de militanten van de autonome bestuursraden van El Alto (de Indiaanse slaapstad bij La Paz) had ook Mesa geen andere uitkomst dan zijn ontslag aan te bieden. De discussie in Bolivia gaat over de controle en de opbrengsten van de energiewinning. De oostelijke provincies willen zelf over meer middelen van die opbrengst kunnen beschikken om hun economische ontwikkeling uit te bouwen, de bewoners van de altiplano zien dat niet zitten en willen dat van de winsten alle Bolivianen, de armen in de eerste plaats, beter worden. Peru, Ecuador, Bolivia: het zijn landen met grote Indiaanse bevolkingen.

3/ Een derde trend die zich vorig jaar nog heeft doorgezet is dat de traditionele partijen hebben afgehaakt en dat nieuwe actoren in de regering zitten. Een treffend voorbeeld is Uruguay, waar de traditionele partijen ( colorados en blancos) voor het eerst niet regeren, maar wel een links front van socialisten, communisten, vroegere legerofficieren, guerrillaleiders van de jaren 70, etc. Opmerkelijk nog is dat het einde van de oude politiek niet overal op dezelfde manier verloopt.

De huidige president van Venezuela, Hugo Chavez, probeerde het in de jaren 90 met een militaire staatsgreep. Die mislukte , de kolonel zat een tijd in de gevangenis, maar hij had gezworen dat hij via de stembus zou terugkeren. Dat gebeurde ook nadat hij met een populistische aanpak een nieuwe beweging had opgericht die scherp van leer trok tegen de traditionele partijen – de christendemocraten en sociaaldemocraten – en de corruptie. Bij opeenvolgende verkiezingen werden ze van de kaart geveegd. Maar zo nieuw bleek Chavez weer niet te zijn: hij knoopte opnieuw aan met het populisme. Gevolg was dat de polarisatie voor of tegen Chavez het land een hele tijd in haar greep hield.

Ook in buurland Colombia tellen de conservatieve en de liberale partij niet meer mee. Het is een lijst rond president Uribe en een links front die in de plaats kwamen. In Brazilië ging de deur open voor een gewezen vakbondsleider en zijn partij die maar amper 20 jaar bestond. In Argentinië verdween de Radicale Partij bijna helemaal na het financiële debacle van enkele jaren terug, ze leverde ooit nog de eerste president na de dictatuur in 1983. De peronisten blijven wel aan de macht maar de partij is uiteengevallen in nog meer belangengroepen en met een president , Nestor Kirchner, die in zijn discours voortdurend afstand neemt van de oude politiek van zijn partij. In Bolivia verdwenen de traditionele partijen niet echt van het toneel, maar ze verloren wel de macht. De ministers in de regering van de opgestapte president Mesa waren allemaal partijloos. En ook in Ecuador kregen de oude partijen klappen.

4/ Vierde en laatste vaststelling is dat Latijns Amerika, of beter gezegd – de landen met veel grondstoffen – er vorig jaar een nieuwe vriend hebben bij gekregen: China. In november was president Hu Jintao de ster van de APEC- top van Santiago en NIET de Amerikaanse president Bush. Bush haalde wel even de media doordat een lijfwacht van hem op een banket even niet binnenmocht van de Chileense veiligheid. aar het interessante verhaal zit dieper. resident Hu was, VOOR hij in Chili aankwam al 8 dagen op reis in Brazilië en Argentinië met een grote delegatie van ministers en een paar honderd Chinese zakenlui. Er werden handelsakkoorden zonder voorgaande getekend en beloften voor investeringen gedaan.Terwijl Bush in Santiago weer uitpakte met zijn discours over de strijd tegen het terrorisme, deed China de Latijnsamerikaanse APEC-landen dromen van geld en werk. En daar liggen meer Latijns-Amerikanen van wakker dan van dat terrorisme.

Wat zoekt China in Latijns Amerika? Grondstoffen en energie om zijn groei van 9 procent per jaar te kunnen aanhouden. Brazilië levert staal en soja. Even een indrukwekkend cijfer: in 2003 vervijfvoudigde de uitvoer van Braziliaans staal naar China in vergelijking met het jaar daarvoor. Uit Argentinië voeren de Chinezen sojaolie in , vlees, wol, ijzer en staal. En in Chili heeft Peking interesse voor koper. Venezuela levert olie en VOOR Hu terugkeerde naar China deed hij ook nog even Cuba aan. Havana heeft tabak: in China is het nog niet verboden om te roken, het is de grootste afzetmarkt ter wereld. Cuba levert ook medische apparatuur, vaccins en zeevruchten. Investeren doet China nog in infrastructuurwerken: de bouw van een gasleiding in Brazilië (richting Bolivia) en ook nog één tussen Colombia en Venezuela.

Enthousiaste zakenlui zeggen dat China de zwaarste hoofdpijn van Latijns Amerika kan wegnemen. Van Mexico tot Uruguay is de boodschap: probeer een voet tussen de deur krijgen in Peking. Maar uitvoeren naar China betekent ook dat de poort voor Chinese producten open moet. Voor de Argentijnse textielbedrijven is dat faliekant afgelopen. Het drama van de textiel kreeg u te zien in RERUM NOVARUM van de Argentijn Sebastian Schindel, de eerste bekroonde reportage van de Dirkvandersypenaward. De teloorgang van Villa Flandria van West-Vlaamse ondernemers in de buurt van Buenos Aires. Het neoliberale experiment in Argentinië leidde niet tot minder hoofdpijn, maar tot meer, vooral bij de middenklasse.

China klopt aan de deur. Zijn de Verenigde Staten dan niet meer geïnteresseerd in Latijns-Amerika dat China zo maar zijn gang kan gaan? och wel, maar ze hebben andere onmiddellijke zorgen aan het hoofd: Irak, het Midden-Oosten, Iran, Noord-Korea, de relaties met Europa, het terrorisme. En de groei van de wereldeconomie en de kansen liggen in de toekomst in Azië, is het nieuwe credo. De Verenigde Staten hebben op dit ogenblik ook geen onverzettelijke bondgenoten meer in Latijns Amerika, zeker bij de grote landen , met uitzondering dan van Colombia. De uitleg is dat het intern conflict daar volgens president Uribe een kwestie is van terroristen verslaan. Bush gelooft dat ook. Maar grote landen als Brazilië en Argentinië hebben met Washington een koele, wat afstandelijke relatie.

In feite zijn er maar 5 landen die speciale aandacht krijgen van Washington. Er is de zuiderbuur Mexico: het dossier van de miljoenen illegale Mexicanen in de VS, hun regularisatie, dat blijft knellen en er is uiteraard de douane-unie NAFTA. Dan volgt Colombia wegens de gewapende rebellie van linkse guerrilla en rechtse paramilitairen en de financiering van ervan door drugsgeld. Er is Venezuela, de 5de olieproducent ter wereld, met een links-populistische president Chavez die de Verenigde Staten voor het hoofd stoot, onder meer ook, met zijn heel goede relaties met Cuba. En Cuba, de luis in de pels, is nu al een voorbode geworden van het terrorisme, als we de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Rice aanhoren. En een land dat sinds kort ook op veel interesse mag rekenen uit Washington is Bolivia, een land met oneindig veel grondstoffen. Het is er al anderhalf jaar niet meer rustig geweest en een vroegere vakbondsleider, Evo Morales, staat klaar om ook de traditionele partijen bij nieuwe verkiezingen naar huis te sturen.

(Uitpers, nr. 66, 6de jg., juli-augustus 2005)

Marc Van Glabbeek is journalist bij deVRT-radionieuwsdienst. Hij verzorgt er de politieke, sociale en exonomische berichtgeving over Latijns-Amerika en ook over Spanje en Portugal.

Informatie over de prijs Dirk Vandersypen is te vinden op: www.dvsaward.be

Visited 6 Times, 1 Visit today

Tags :