De kleur is veranderd. Zuid-Amerika kleurt niet langer rood of roze maar Noorders oranje, zoals dat van de man in Washington.
Op 7 juni won Keiko Fujimori de tweede ronde van de Presidentsverkiezingen in Peru. Ze haalde nauwelijks 0,25 % van de stemmen meer dan haar linkse tegenstander, Roberto Sanchez, 50,12 % tegen 49,88 %. Die voorsprong behaalde ze dankzij de stemmen in het buitenland. Keiko is de dochter van en beloofde een beleid te voeren zoals dat van haar vader, hopelijk minder dictatoriaal maar zeker uiterst rechts.
Op 21 juni was er een tweede ronde in de Presidentsverkiezingen in Colombia. Hier won Abelardo de la Espriella met 49,66 % van de stemmen van Ivan Cepeda met 48,7 %, eveneens minder dan 1 % verschil. Er moeten nog een aantal betwiste kiesbureaus worden herteld, maar niemand twijfelt aan de uitslag.
Het zijn twee sterk gepolariseerde landen waarin de bevolking is verdeeld. In een normale democratie zou men mogen verwachten dat de President voor zijn hele bevolking regeert. In deze twee gevallen echter is de kans groot dat het één helft tegen de andere wordt. Het waren dan ook twee sterk verschillende maatschappijprojecten die tegen elkaar stonden, uitgesproken links en sociaal tegen uitgesproken rechts en sancties.
Vragen voor de linkerzijde
Na het eerder verlies in Argentinië, Chili, Honduras en Bolivië is het duidelijk dat de linkerzijde zich zal moeten beraden over hoe het verder moet. Uiteraard is elk land verschillend en kan er verwezen worden naar telkens opnieuw de invloed van sociale media, de Verenigde Staten en Israël. Als de linkerzijde wil her opstaan zal er wel een hernieuwde strategie moeten worden uitgedacht.
Na de militaire dictaturen en de burgeroorlogen van de jaren ’80 greep de bevolking met beide handen naar de democratie die toen werd aangeboden. Er kwamen toen overal ‘democratische’ neoliberale regeringen die een ‘schoktherapie’ moesten ondergaan. Openbare diensten werden afgebouwd, de grenzen gingen open voor vrijhandel die werkloosheid veroorzaakte, de collectieve keukens moesten de sociale nood opvangen. Democratie volstond niet. Rond 1990 voerde UNDP, het ontwikkelingsprogramma van de V.N., een grote peiling uit waaruit bleek dat mensen hun sociaal-economische rechten belangrijker vonden dan democratie.
Er kwam toen een rode golf op gang, in Argentinië met Nestor Kirchner, in Brazilië met Lula, in Venezuela met Hugo Chavez, in Bolivië met Evo Morales, in Paraguay met Fernando Lugo, in Uruguay met José Mujica. Later met Manuel Zelaya in Honduras, Gabriel Boric in Chili en Gustavo Petro in Colombia. In Mexico werd de rechterzijde eindelijk verslagen in 2018 met de verkiezing van Andrès Manuel Lopez Obrador.
Het kan verkeren. Vandaag blijven weliswaar de twee grootste landen van Latijns- Amerika in linkse handen, Brazilië en Mexico, daarnaast ook nog Yamandu Orsi in Uruguay en Bernardo Arévalo in Guatemala.
Terecht werd er rond de eeuwwisseling op gewezen dat geen enkele democratie kan standhouden als geen zorg wordt gedragen voor de mensen, als er geen werk met een decent loon is, als er geen degelijke gezondheidszorg en onderwijs zijn. De linkse regeringen hebben daar met vallen en opstaan voor gezorgd, voor zover de financiële middelen beschikbaar waren. In alle landen is de armoede gedaald.
Wat echter niet verdween en wat in veel gevallen nog erger werd zijn het geweld en de criminaliteit. Een peiling vandaag zou ongetwijfeld aangeven dat dit de belangrijkste reden is waarom mensen hun stem geven aan uiterst rechts. Mensen willen hun sociaal-economische rechten, beslist, maar ook orde in de samenleving zodat ze hun leven kunnen leiden in rust en kalmte.
Tel daarbij dat veel jonge mensen zich wel kunnen vinden in het libertaire aanbod van een Milei of een de la Espriella. Het individualisme viert hoogtij, men denkt het met meer vrijheid wel te kunnen redden, de bescherming wordt soms overbodig geacht.
Er zijn beslist heel wat fouten gemaakt en er is bovendien heel wat interferentie van het buitenland geweest. De economische omstandigheden – grondstoffenprijzen, om maar iets te zeggen, blijven een doorslaggevende rol spelen.
Niet alles loopt op wieltjes
Ik oktober zijn er presidentsverkiezingen in Brazilië. Het resultaat is niet voorspelbaar, soms geven de peilingen meer stemmen aan Lula dan aan tegenstander Flavio Bolsonaro, zoon van. Ook hier blijken jongeren heel vaak voor rechts te kiezen wegens de grotere vrijheid die ze verwachten. Maar het rommelt geweldig aan de rechterzijde, tot in de familie Bolsonaro zelf.
In Mexico blijft President Claudia Sheinbaum zeer populair, ze begrijpt dat ze de steun van de bevolking nodig heeft, maar de druk vanuit de V.S. is immens en versterkt de oppositie. In 2027 zijn er verkiezingen voor de helft van de deelstaten, ze zullen aangeven hoe sterk de Morenapartij nog staat.
De nieuwe rechtse regeringen hebben het niet voor de boeg. De sociale protesten in Argentinië zijn groot, in Chili beginnen jonge mensen zich opnieuw te roeren. In Bolivië werd na zes weken van stakingen en wegblokkades de noodtoestand uitgeroepen. In Ecuador kan President Noboa zich evenmin recht houden zonder noodtoestand. In Venezuela begint de bevolking zich vragen te stellen, omdat de sociaal-economische situatie in niets is verbeterd.
In Peru heeft de nieuwe President wel de grootste fractie, maar geen meerderheid in het Parlement. In Colombia heeft de linkerzijde de grootste fractie, maar evenmin een meerderheid. Abelardo de la Espriella is uit het niets opgedoken, zonder partij, met een beweging ‘Defensores de la Patria’ die nog geen jaar oud is. Hij is een volkomen outsider in de politiek.
De komende periode wordt daarom zeer boeiend. Het valt niet te verwachten dat de linkerzijde snel weer aan de macht komt. Ze zal zich grondig moeten herdenken, zonder angst voor zelfkritiek. De behoeften van de samenleving én de wereld zijn veranderd. De harde aanpak van een Bukele in El Salvador slaat bij zeer veel mensen aan, ondanks alle mensenrechtenschendingen. Moreel gezag is niet langer een pluspunt.
Latijns-Amerika is verkleurd, van rood naar roze en nu oranje. Hoe het verder gaat zal afhangen van hoe efficiënt de rechterzijde kan regeren en omgaan met sociaal protest, en van hoe degelijk de linkerzijde zich kan herdenken én verenigen. Dat staat niet in de sterren geschreven.

