De warmste week is achter de rug, ik neem aan dat een kritische blik op liefdadigheid weer ongestraft kan.
L’Abbé Pierre leed niet aan een onzichtbare ziekte, of misschien toch? Hij leed aan een ernstige, mannelijke kwaal die men zag maar toch liefst niet wilde zien. Hij werd 95 jaar oud en pas na zijn dood werd bekend wat voor leven hij had geleden.
Het officiële verhaal gaat zo: Henri Grouès werd geboren in een rijke familie in Lyon, 1912. Op 19-jarige leeftijd zegt hij vaarwel aan luxe en rijkdom en treedt in bij de Capucijnen, de orde die werd gesticht door Franciscus van Assisi. Hun regel zegt: armoede – kuisheid – gehoorzaamheid.
Op 39-jarige leeftijd treedt hij uit en wordt parochiepriester. Hij was actief in het verzet tijdens de tweede wereldoorlog en werd twee keer verkozen tot parlementslid na die oorlog, voor de beweging van Charles de Gaulle.
In 1954 wordt hij geconfronteerd met een dakloze vrouw met kinderen. Hij doet een oproep tot heel Frankrijk om daklozen en armen te helpen. De weerklank was enorm. Gewone mensen geven wat geld, rijke mensen komen met juwelen en bontjassen. Zo begon zijn loopbaan als ‘apostel van de armen’. Hij sticht de’ ‘Emmaüs’ – beweging en zal zijn hele leven lang rondlopen in een versleten soutane en hulp bieden aan arme, weerloze mensen.
Zijn roem in Frankrijk was en bleef enorm. Hij werd gezien als een onaantastbare heilige.
Geld
Toch liep het van in de jaren ’50 van vorige eeuw ook mis. Over het vele geld dat werd geschonken was er geen enkele transparantie. Bovendien kwamen er klachten binnen van vrouwen die door hem zouden zijn misbruikt. Hij wordt er even voor aangesproken, gaat in behandeling en komt terug. Alles in orde.
Enkele jaren geleden, na zijn dood, komen de archieven van de kerkelijke instanties wel naar boven. Er zijn tijdens zijn hele loopbaan klachten blijven binnenkomen van vrouwen, ze werden niet of nauwelijks gehoord.
Zijn financiën bleven duister en donker. Toen iemand hem een nieuwe soutane aanbood werd dat halsstarrig geweigerd, hij moest er immers ‘arm’ uitzien.
De Emmaüs-beweging besliste al in de jaren ’50 om hem niet langer in het bestuur van de beweging te houden, de risico’s waren te groot.
Vandaag zijn bijna alle archieven vrij gegeven.
L’Abbé Pierre was een pervert. Hij maakte gebruik van de liefdadigheid die veel mensen zo hoog inschatten om veel geld in te zamelen en dat te gebruiken voor zijn seksuele misdaden. Nu alle blikken gericht zijn op Jeffrey Epstein mag ook dit verhaal bekend worden gemaakt.
L’Abbé Pierre was beslist niet arm.
Het geld dat binnenkwam van vele goedbedoelende burgers werd over verschillende rekeningen bij verschillende banken verspreid. Soms ging het naar Emmaüs, meestal ging het naar één van zijn rekeningen. Als té veel geld rechtstreeks op de rekening van Emmaüs werd gestort, eiste hij dat terug. Ook het vele geld dat door de talloze vrijwilligers werd verdiend met een soort ‘spullenhulp’ ging grotendeels naar zijn rekeningen.
Daarnaast had hij een pensioen van zijn periode als Parlementslid én een loon voor zijn priesterarbeid.
Hij schreef tientallen boeken en ontving daarvoor auteursrechten. In 1994 gaf hij een inkomen van (omgerekend) 155.000 € aan; in 1995 zelfs 620.000 €.
Seks
Waarvoor kan een priester zoveel geld gebruiken? Hij heeft beslist zeer veel behoeftige mensen geholpen die steun kwamen vragen. Hij hielp ook enkele grote organisaties zoals Handicap International.
Het geld was ook nuttig om voor de steun die hij gaf een wederdienst te vragen. Toen na zijn dood de eerste archieven open gingen, was er sprake van zo’n 70 slachtoffers. Vandaag durft men nog nauwelijks te tellen.
Het waren trouwens niet enkel weerloze vrouwen die de zweep kregen of naakt moest toekijken hoe hij zich masturbeerde.
Hij was vaste klant bij enkele prostituees, had pooiers tot zijn beste vrienden gemaakt en vond kinderen ook best leuk. Hij zat in een netwerk van pedocriminelen.
Zelfs lesbische vrouwen waren zeer welkom. Ze werden uitgenodigd bij hem hun ding te komen doen, zodat hij hijgend kon klaar komen.
Een pervert
Niets menselijks was hem vreemd. Zijn leven lang werden er klachten ingediend, de kerk was perfect op de hoogte van wat er gebeurde maar is nooit opgetreden. Zijn imago van heilige was immers zo nuttig! Hij was een weldoener! Hij was de woordvoerder van de daklozen, pardon, de ‘buitenslapers’! Hij was de kip met de gouden eieren!
Het onderzoek is nog lang niet afgelopen.
Abbé Pierre heeft veel gereisd, maar van wat hij in het buitenland aanrichtte is nog zo goed als niets geweten.
Over zijn rekeningen is ook nog veel te ontdekken, het onderzoek wordt gevoerd aan de hand van de binnen gekomen cheques.
Onvermijdelijk hebben zijn seksuele handelingen met vrouwen hier en daar ook voor kinderen gezorgd, ook dat onderzoek loopt nog, maar erg moeilijk.
‘Armoede is nodig om echt mens te zijn’, was één van zijn leuzen. Wellicht zag hij de seksuele wederdienst als een fundamenteel element van dat ‘mens zijn’.
Op zijn grafsteen stond ‘Il a essayé d’aimer’ – Hij heeft geprobeerd lief te hebben. De Emmaüs-beweging heeft dat inmiddels laten weghalen. Ook zijn naam als ‘stichter’ verdween uit hun logo.
Eens te meer blijkt uit dit hele verhaal hoe nuttig ‘armoede’ en hulpeloosheid kunnen zijn voor de kerk en voor perverte criminelen. Liefdadigheid is de mantel waarmee alles wordt toegedekt.
