Laat het bauxiet in de bergen zitten!

In verschillende delen van India woeden een aantal ‘hulpbronnen-oorlogen’ die dreigen te escaleren. In de Indische deelstaat Orissa is bauxiet, een belangrijke grondstof voor de fabricage van aluminium, het nieuwe goud. De bewegingen tegen de bauxiet-aluminium projecten opgericht door de landbouwers van Orissa, behoren tot de sterkste verzetsbewegingen in India.

 

Mijnbouw in tijden van terreur

De aluminiumnijverheid is van vitaal belang voor het militair-industrieel complex. De bevoorradingsketen tussen de mijnen en de wapenproducenten vormt samen met de financiële instituties die erin investeren, de kern van dit complex. In een context waarin het staatsgeweld, net zoals het terrorisme waartegen het gericht is, in vele landen escaleert, heeft de ‘oorlog tegen het terrorisme’ een klimaat gecreëerd waarin weinigen zich vragen stellen bij de wapenindustrie en haar rol in het promoten van oorlog. Zo is bijvoorbeeld de enorme uitstoot van broeikasgassen door wapenfabrieken een nauwelijks bestudeerd onderwerp, dat alleen opvalt door zijn afwezigheid in het debat over de klimaatsverandering. Hetzelfde geldt voor het onderwerp van de metaalproductie in het algemeen, dat zwaar onderbelicht is in vergelijking met de aandacht voor de olie-industrie en de individuele CO2-uitstoot. Wat met ons verbruik van metaal? En wie berekent de CO2-uitstoot van onze oorlogen?

De mijnindustrie moet begrepen worden als intrinsiek destructief voor het menselijk leven (indien al niet voor alle leven op aarde), van het begin tot het einde van het productieproces. Aan het begin van het proces is er de inplanting van mijnen en fabrieken in inheemse gemeenschappen, en in enkele van de laatste ongerepte stukken natuur op onze planeet die door deze gemeenschappen in stand gehouden werden. Aan het einde van het productieproces is er het verkregen metaal, dat gebruikt wordt in wapensystemen en oorlogen, ten koste van een exorbitante economische en menselijke prijs. Het produceren van 1 ton staal vereist naar schatting 44 ton water. Het produceren van 1 ton aluminium vereist een onthutsende 1378 ton water. Bijgevolg dreigen de uitbreiding en de verspreiding van aluminiumfabrieken de toegang tot water voor de toekomstige inwoners van Orissa (deelstaat van India) te verstoren. Dit voorspelt niet veel goeds voor de landbouwers. Bij de productie van één ton aluminium wordt bovendien ook gemiddeld 15 ton CO2 uitgestoten.

Onder de meest significante sociale bewegingen van India vallen zeker deze die zich verzetten tegen nieuwe mijnprojecten en tegen de dammen die hen bevoorraden, in Orissa en de aanpalende staten. Op sommige plaatsen dreigt de gewelddadige repressie tegen deze bewegingen uit te monden in een toestand van burgeroorlog. Eén voorbeeld is de strijd van de ‘Salwa Judum’-milities tegen maoistische rebellen (naxalieten) in het zuiden van de staat Chhattisgarh. Een strijd die onder andere het platbranden van honderden dorpen en het verdrijven van de bevolking binnen een context van reusachtige nieuwe ijzer/staal-projecten inhield. In de Indiase deelstaat West Bengalen, heeft de onderdrukking door de politie van de protesten van de Santal-stam tegen de geplande staalfabrieken, een andere oorlogszone gecreëerd tussen de door maoïsten gesteunde dorpsbewoners en de staatsveiligheidsdiensten. Dit volgt op de successen -zij het tegen een hoge menselijke kost- van de bewegingen tegen de installatieplannen van immense fabrieken op de landbouwgronden in de omgevingen van Singur en Nandigram. In deze West Bengaalse gebieden wordt het protest, net zoals in Orissa, vaak verkeerdelijk gebrandmerkt als geleid door de maoisten, om zo de steeds wranger wordende repressie te rechtvaardigen. De overheid in Orissa kopieert zelfs de brutale Salwa Judum-methodes om het protest te breken. Ze leidt verschillende honderden jongeren uit volksstammen op tot Speciale Politieagenten (SPOs) om te opereren in de districten die onder invloed staan van de maoisten. Dit maakt het gevaar voor burgeroorlogen des te reëler. Zeker in een context waarin de neoliberale orthodoxie de meeste Indiase landbouwers als inefficiënt beschouwt en hen van hun grond wil verwijderen om plaats te maken voor bio-technologische grootschalige boerderijen. India herhaalt de Europese geschiedenis waarin de kleine landbouwers werden verdreven door het afsluiten en braak leggen van hun grond.

Er wordt nu reeds een ongelijke oorlog gevoerd in India, waarbij de eerste minister het heeft over de maoisten als de grootste bedreiging voor de veiligheid van het land. In een typerend incident, doodde de politie op 12 augustus 2009 zes dorpelingen in het Dantawara district, het epicentrum van de oorlog tegen het terrorisme sinds 2005.

Het landschap in Orissa

De tekst ‘Aluminium voor veiligheid en voorspoed’ uit 1951, van de hand van Dewey Anderson van het ‘Public Affairs Institute in Washington’, is misschien wel de enige waarin een top-expert in aluminium eerlijk heeft geschreven over de industrie:

“Aluminium is één van de belangrijkste materialen voor de moderne oorlogsvoering. Vandaag de dag is geen gevecht mogelijk en kan geen oorlog succesvol beëindigd worden zonder het gebruik en de vernietiging van reusachtige hoeveelheden aluminium…

Het produceren van aluminium is afhankelijk van een enorme en voortdurende toevoer van goedkope elektriciteit…

Het produceren van aluminium schept niet veel banen, maakt van slechts weinig geschoolde arbeid gebruik, en draagt maar weinig bij tot de onafhankelijke ontwikkeling van een gebied…

De VS kan het zich niet langer veroorloven aluminium aan te maken als ze het in voldoende grote hoeveelheden en aan gunstingse prijsvoorwaarden kan verkrijgen uit andere bronnen.” (pp. 3, 10, 21)

Nieuwe aluminiumprojecten in Oost-India, gebaseerd op plannen om in enkele van de hoogste bergen in het zuiden van Orissa en het noorden van buurstaat Andhra te delven, zijn zeer grootschalig. Het mijnbouwbedrijf Sterlite/Vedanta heeft er reeds een nieuwe raffinaderij en smeltoven, Hindalco/Utkal is er aan het bouwen en andere bedrijven hebben vergevorderde plannen voor de installatie van nog meer raffinaderijen. In de woorden van Bhagaban Maijhi, één van de leiders van de beweging tegen het mijnbouwbedrijf Uktal: “Het vernietigen van de miljoenen jaren oude bergen is geen ontwikkeling. Als de overheid beslist dat we aluminium nodig hebben en dat we bauxiet moeten ontginnen, dan zouden ze verplicht moeten zijn om ons vervangende gronden te geven. Wij zijn landbouwers. Wij kunnen niet leven zonder land… Als ze het zo erg nodig hebben, dan moeten ze ons uitleggen waarom. Hoeveel raketten zullen er met ons bauxiet gemaakt worden? Welke bommen zullen ze ermee maken? Hoeveel militaire vliegtuigen? Ze moeten ons het hele verhaal doen.”

De raffinaderij van het mijnbouwbedrijf Vedanta werd geconstrueerd bij het dorpje Lanjigarh op de Niyamgiri-bergketen, een van de dichtst beboste gebieden in India. Het oorspronkelijke woud op de top van de bergen wordt beschermd door de Dongria Kond-stam. Na afloop van de zaak voor het Hooggerechtshof (2004-8), dat uiteindelijk een vergunning afleverde voor de ontginning op de Niyamgiri, probeert Vedanta nu een weg en een transportband te bouwen op deze bergen, alle verzet van Dongria en andere dorpsbewoners ten spijt. De mening van de Dongria werd in de zaak voor het Hooggerechtshof niet gehoord. Eén van de rechters zei vlakaf dat “tribale volkeren geen recht van spreken hebben in deze zaak”. Maar het vonnis kreeg een belofte los van het bedrijf om enorme sommen vrij te maken voor de ontwikkeling van de stammen, voor herbebossing en voor natuurbeheer. Gezien de projecten rond de ontwikkeling van de stammen gekend zijn voor hun corruptie en gezien de leiders van de stammen herhaaldelijk gevraagd hebben om “niet overspoeld te worden met geld”, zijn deze plannen niet in overeenstemming met de wensen van de meeste stammen. Het is bekend dat de houtkap-maffia heel actief is op het traject van de nieuwe wegen die omwille van de mijnbouwprojecten aangelegd worden in de bergen. Ze werken samen met Vedanta. De bedrijven die moeten instaan voor de ‘rehabilitatie’ van de afgedankte bauxietmijnen, plannen het gebruik (en gebruiken nu al) vooral uitheemse planten, zoals eucalyptus, die geen goede vervangers zijn voor de vernielde biodiversiteit. Tot zover het natuurbeheer.

De meeste Dongria verzetten zich tegen de mijn, maar sommigen werden omgekocht door het bedrijf, of geloven de loze beloftes die hen gemaakt werden. Het is een klassieke tactiek van de mijnbedrijven -overgenomen van de koloniale mogendheden doorheen de geschiedenis- om de bevolking op deze manier te verdelen.

De situatie is gelijkaardig in de stad Kashipur, waar de bouw van de gigantische raffinaderij van het bedrijf Hindalco op stapel staat. Elke berg is een heilige entiteit voor de lokale Adivasis (verzamelnaam voor een heterogene groep aan etnische stammen) die zich verzetten tegen de mijnbedrijven, waaronder Jindal, Larsen en Toubro en een aantal bedrijven uit de Verenigde Arabische Emiraten, terwijl andere bedrijven zoals BHP Billiton, Rio Tinto en Alcoa aan de zijlijn afwachten

Hoewel Vedanta en Hindalco hun raffinaderijen in het zuiden van Orissa en smeltovens in het noorden van Orissa al gedeeltelijk opgebouwd hebben, is geen van beide bedrijven er tot nog toe in geslaagd om met de eigenlijke ontginning van het bauxiet te beginnen. De mijnen van Vedanta’s zusterbedrijven Malco en Balco zijn gesloten of kregen op bevel van de overheid een verbod om uit te breiden omwille van de negatieve impact op het milieu en de lokale gemeenschappen. Tegen de smeltovens, die enorme hoeveelheden water van het Hirakud reservoir gebruiken, wordt herhaaldelijk geprotesteerd door de lokale landbouwers. Aan hen werd water uit dit opgeknapte reservoir beloofd, maar ze hebben het nooit gekregen. Integendeel, zij ontdekken nu dat hun irrigatiekanalen aan het opdrogen zijn, net omdat het merendeel van het water naar de bedrijven gaat.

Sterker dan staal

Het gaat net zo met staal als met aluminium. Toen Ratan Tata, voorzitter van het grootste conglomeraat van India, een deal had gesloten met de multinational Lockheed-Martin, stond er een foto van hem in de krant terwijl hij nogal maniakaal lachend op de achterbank van een F-16 zat, klaar voor een testvlucht.

Een beweging van lokale stammen uit het Hajpur district, gericht tegen Tata’s plannen om een staalfabriek te construeren in Kalinganagar, kwam op de voorpagina’s van het nieuws terecht toen de politie het vuur opende op haar actievoerders (2 januari 2006). Het lokale ‘Platform Against Displacement’ blokkeerde de Noord-Zuid autostrade voor meer dan een jaar na dit incident, waardoor het transport van ijzererts voor export gesaboteerd werd. Aan de havenstad Paradip, hadden de pogingen van Posco (het Pohang staalbedrijf van Zuid-Korea) om een nieuwe havenbedrijf uit te bouwen af te rekenen met stevig en voortdurend verzet van de wijnboeren en de vissers. Een van de leiders van deze beweging, Abhay Sahuv (van de communistische partij van India) werd gearresteerd.

Vele van de bergen in het noorden van Orissa zijn al helemaal vernietigd door de ijzerertsontginning, en de gebieden die nog intact zijn worden bedreigd door Tata, Posco, Mittal en andere bedrijven. Toen er een publieke hoorzitting gehouden werd voor het ijzererts-project van Mittal in de gemeente Keonjhar, arresteerde de politie 250 dorpsbewoners om er zeker van te zijn dat ze niet zouden kunnen komen opdagen. De chromietmijnen vlakbij het dorpje Kalinganagar worden beschouwd als een van de tien meeste vervuilde plaatsen in de wereld. De regio herbergt 98% van India’s chromietvoorraad. Dat verklaart de aanwezigheid van het Kalinganagar staalbedrijven complex.

De spectaculaire stijging in het aantal nieuwe staalfabrieken in Orissa startte in het midden van de jaren 1990, met de plannen voor een Tata-fabriek vlakbij Gopalpur, die er uiteindelijk niet gekomen is dankzij het verzet dat harder was dan staal. Verschillende vrouwen uit een Nari Sena (een zogenaamd vrouwenleger) werden gedood door de chargerende politie in die strijd en de bevolking van verschillende dorpen werd verdreven.

In de Indiase deelstaat Chhattisgarh zijn de ijzermijnen en staalfabrieken van Tata en andere bedrijven de inzet van de Salwa Judum-oorlog tegen de maoisten. De staatsgesponsorde militie heeft al zo’n 600 tribale dorpen in de as gelegd en meer dan 100.000 dorpsbewoners op de vlucht gejaagd.

Oorlogen om natuurlijke bronnen

Deze oorlogen om natuurlijke bronnen worden aangedreven door buitenlandse investeerders die er op uit zijn de controle over de ‘minerale schatten’ van Oost-India te verwerven, door een nieuw tijdperk van voorspoed te beloven eens deze schatten gebruikt kunnen worden. Dit, ondanks dat de hele geschiedenis aantoont dat landen -of regio’s in landen- die rijk zijn aan mineralen of olie, zelden of nooit profijt halen uit de extractie ervan. Vaak worden ze in een cyclus van armoede en geweld gekatapulteerd. De mijnregio’s van India zijn vaak de meest verarmde en aan conflicten onderhevige gebieden. Vedanta wordt ondersteund door een aantal van de grootste financiële investeerders ter wereld. De recente overnames door het Tata-conglomeraat van Corus, Landrover en Jaguar, en de gigantische leningen die het aanging om deze overnames te kunnen doen, zijn factoren die haar projecten in India mogelijk maken.

De invloed van de aluminiumindustrie in IJsland, Guinea, Jamaica, Australië, Brazilië en andere landen is er een van economische chaos en ecologische vernietiging. Nieuw ontdekte bauxiet-reserves, gevonden in het centrale hoogland van Vietnam zullen binnenkort zwaar geëxploiteerd worden door Chinese en andere buitenlandse mijnbouwbedrijven, ondank het protest van een aantal gerespecteerde burgers, waaronder een 97 jaar oude generaal die het verzet tegen de Franse en Amerikaanse invasies geleid heeft.

De basis-steen van de bergen in Orissa wordt ‘Khondaliet’ genoemd (naar de Kond-stam). De bauxietlaag dicht bij de top houdt het water van de moessonregens vast gedurende het hele jaar en laat het geleidelijk los in tijdelijke stromen die definitief opdrogen van zodra het bauxiet ontgind wordt. De industrie beweert volledig onterecht dat de ontginning goed is voor het grondwater omdat er tijdens het proces microbarstjes in de flanken van de bergen ontstaan die de afvloeiing bevorderen, waardoor het grondwater beneden aangevuld wordt. De hele berg droogt met andere woorden uit tijdens het droge seizoen. 8% van de aardkorst bestaat uit aluminium, dat een weinig bekende maar vitale rol speelt bij het ophouden van vocht, door zich te binden met H2O (water). Sommige van de qua biodiversiteit rijkste gebieden in de wereld zijn ook zeer rijk aan bauxiet, zoals Brazilië, West-Afrika, het noorden van Australië en Orissa. Mijnbouw en metaalfabrieken doen de levensschenkende eigenschappen teniet.

Omdat het een metaal is, heeft het element bauxiet een reeks aan verbindingsmogelijkheden waardoor een hele waaier aan legeringen tot stand kunnen komen, die dan weer voor allerlei toepassingen gebruikt kunnen worden. In de ruimtevaart bijvoorbeeld, waar in het bijzonder de Lithium-variaties extreem vervuilend zijn. Het extraheren en verwerken van aluminium uit bauxiet, waar dan ontstekingsmechanismen, brandstof of raketomhulsels van gemaakt wordt, is eigenlijk een proces waarbij de levensschenkende krachten ervan worden omgezet in een dubbele dodelijke kracht -een oorlogsinstrument en een verpester van het milieu.

We kunnen ons de oorlog in Afghanistan zowel op ecologisch als economisch vlak niet veroorloven, om het nog niet te hebben over de menselijke kost en de contraproductiviteit van een strategie die terroristen maakt van de burgers die woest zijn om de moorden op hun geliefden en om de dubbele standaarden die gehanteerd worden (het aantal buitenlandse soldaten gedood in de oorlog wordt geteld maar het veel grotere aantal burgerslachtoffers niet, evenmin als de slachtoffers bij de Taliban of de Afghaanse soldaten). Op een gelijkaardige manier voedt de oorlog tegen de maoisten een al smeulende onrechtvaardigheid. De bewegingen tegen de golf van nieuwe industrialisering waar Oost-India door overspoeld wordt, is zeer nauw verbonden met de oorlog tegen terreur. Ten eerste omdat het ontgonnen metaal het meest gebruikt wordt in de wapenproductie en ten tweede omdat de pogingen om nieuwe mijnbouwprojecten op te zetten conflicten omwille van natuurlijke bronnen doet oplaaien. Dit is de oorlog tegen het terrorisme in India.

(Uitpers nr. 115, 11de jg., december 2009)   

Dit artikel verscheen eerder in het ‘Vrede. Tijdschrift voor Internationale Politiek’, nr 399, sept/okt 2009

(Visited 8 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 69 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook