Krimpen en groeien

Krimpen en groeien

De ‘Beyond Growth’ conferentie in het Europees Parlement, enkele weken geleden, heeft toch behoorlijk wat stof doen opwaaien. Dat is goed nieuws. Nog beter zou zijn mocht ze ook sneller tot haalbare oplossingen leiden. Dat is minder zeker.

Ik wil in dit artikel reageren op het essay van Dirk Holemans en het artikel van Daan De Zutter in SamPol, niet om kritiek te geven, want Holemans en De Zutter leggen correct uit waarom de huidige groei niet houdbaar is, wel om te pleiten voor een meer concrete en conceptuele aanpak. Als je mensen wil overtuigen, moet je klare taal spreken. Mensen moeten meteen begrijpen wat er nodig is en wat van hen wordt verlangd. Doe je dat niet, dan blijft het hele verhaal in het luchtledige hangen.

Mijn eerste punt is het conceptuele. Ik schreef het al in Uitpers, de-growth, post-growth, beyond growth, groene groei, de economie van het genoeg. Het zijn vele vlaggen die erg veel ladingen dekken en noodgedwongen tot verschillende doelstellingen met verschillende strategieërn leiden.

Niets daarvan werd duidelijk op de conferentie, noch in de arikelen. Ik was linguïst vóór ik socioloog werd, vandaar misschien dat ik het wel belangrijk vind.

‘De-growth’ heet ‘krimp’ in het Nederlands en betekent onvermijdelijk minder groei en eigenlijk zelfs negatieve groei. De vraag is of dat wenselijk is, gelet op de grote ongelijkheid in de wereld. Ik kom er nog op terug.

‘Post-growth’ kijkt al iets verder en spreekt over het economisch system dat kan ontwikkeld worden als de centrale groeidoelstelling wordt opgegeven.

‘Beyond growth’ kijkt ook naar een andere economische toekomst, hoewel er niet automatisch van uit gegaan wordt dat er geen groei meer zal zijn.

De ‘economie van het genoeg’ is al iets duidelijker, hoewel meteen de vraag moet gesteld worden wie zal bepalen hoeveel ‘genoeg’ is en genoeg ‘van wat’? Het is een vraag waar filosofen al bibliotheken over vol geschreven hebben. Denk maar aan het zogenaamd ‘algemeen belang’. Van wie?

‘Groene groei’ is voor groenen verwerpelijk. Dat blijkt ook uit het essay en het artikel en wordt definieert als ‘nieuwe verdienmodellen’ voor diegenen die geloven dat er een ontkoppeling mogelijk is tussen groei en de uitstoot van broeikasgassen. Je kan dan groeien en toch mindser uitstoten.

Wie die conceptuele verschillen over het hoofd ziet en spreekt over de-growth en dan meteen moet uitleggen dat het niet over negatieve groei gaat maar over een ander economisch system, heeft het debat van tevoren verloren. Je woorden moeten zeggen wat je bedoelt als je enige geloofwaardigheid wil behouden.

Mijn tweede punt vloeit logisch voort uit het eerste. Ik ben er zelf rotsvast van overtuigd dat we de economie op een ander spoor moeten brengen dan wat de groei-ideologie aangeeft. Maar, gaat het dan niet noodzakelijk, zo niet uitsluitend over materiële groei? Over het grondstoffengebruik? Waarom zou niet-materiële groei moeten beperkt blijven? Denk aan de zorgsector waar de behoeften immens groot zijn. Waarom wordt dit nooit vermeld? Waarom doet men alsof alle groei verfoeilijk is? De reden kan zijn dat veel groenen nog steeds een gemeenschapsvisie – zeg maar dorpsvisie – in het achterhoofd hebben waarin zorg gratis wordt verstrekt. ‘We moeten goed kunnen gedijen in ondersteunende gemeenszhappen’, stelt Holemans. En ‘we kunnen waarde creëren op tal van niet-monetaire vlakken’. Hhmmm. Hij stelt verder dat een drastische arbeidstijdverkorting de gendergelijkheid bevorderd wordt. Dat valt nog te bezien, zo denk ik.

Terecht wordt ook onderstreept dat landen in het Zuiden wél moeten kunnen groeien. Goed, maar het betekent dan wel dat de landen van het Noorden toch zeer ernstig zullen moeten krimpen. Bestaan daar berekeningen ervan? Ik ken ze niet.

Bedenk bovendien dat de transitie naar schone energie, de bouw van windmolens en zonnepanelen zeg maar, voor erg veel groei zullen zorgen, onvermijdelijk. Het is een gigantische opdracht die bovendien gigantische hoeveelheden grondstoffen vergt. Dat zegt zowel de Wereldbank als de radicale ‘Ecologistas en acción’. Hoe zit het dan met de hele beweging tegen het extractivisme? Wij kunnen in het Noorden best onze energiebehoeften doen krimpen, maar er zijn grenzen. En mensen in het Zuiden komen ontzettend veel energie tekort. ‘Duurzame mijnbouw bestaat niet’, stelt Holemans. Er is radicale actie nodig. Jawel, maar wat? En hoe? En waar? En met wie? Dit blijft een groot dilemma.

Kortom, het is makkelijk de redenering en de doelstelling te aanvaarden, maar een haalbare strategie heb ik nog nergens gezien. Enkel Kate Raworth komt met haar donutmodel inderdaad in de buurt, maar wat betekent het concrete?

Ten derde kan voortgeborduurd worden op die kleinere energiebehoeften. Ik kan zelf wel wat voorbeelden geven van zaken die we niet echt nodig hebben – pretparken bijvoorbeeld, of indoor skipistes, of lichtreclame – maar wie ben ik?

Is het vanzelfsprekend dat we het met minder staal kunnen doen? Met minder cement? Er wordt vandaag terecht gewezen op de grote vervuiling door de chemische sector in de Antwerpse haven, maar worden daar producten gemaakt die we totaal niet nodig hebben? Ik weet het niet.

Bovendien weten we sinds de gele hesjes hoe het zit met de draagkracht voor ecologisch gedegen maatregelen. Het moet twintig jaar geleden zijn dat een ernstig ecologist me zei: ‘draagkracht? Maatschappelijke draagkracht? Dat is mijn problem niet’. Tja, hoe doe je het dan? Is men bereid de energieslurpende bitcoins en andere articificiële intelligentie op te geven ? Het zonder mobiele telefoons en computers te doen ? Minder vliegen, wordt altijd gezegd, daar ben ik zelf helemaal geen  voorstander van. Mensen hebben uiteenlopende behoeften en verlangens, maar ook dat wordt zelden in het debat gegooid.

En nog iets. De helft van de broeikasgassen komt door het verbruik van de 10 % rijksten, terwijl de armste helft van de bevolking slechts 10 % uitstoot. Aanpakken die rijken, stelt Holemans! Jawel, maar beseft men dat, mondiaal bekeken, zowat de hele Belgische bevolking tot die 10 % behoort? Moet iedereen dan afzien van ‘private luxe’ om het ‘publiek welzijn’ te bevorderen? Dat is zeer wel mogelijk, maar nogmaals, hoe krijg je dit gedaan?

Tenslotte moet dat dorp toch weer vermeld worden. Zelf ben ik een boomer en heb mijn jeugd in een ‘gemeenschap’ doorgebracht. Ik wens dat niemand toe. Co-housing kan leuk zijn; communes waren dat na ’68 ook, maar duurzaam waren ze niet. Hoe leg je dat uit aan de mensen?

Belangrijker is echter het feit dat de mondiale context volledig uit beeld blijft. Een ander economisch systeem? Hoe pak je de machtige financiële sector aan? De schuldenlast die de grondslag van het kapitalisme vormt?

Wat ik op de conferentie in Brussel hoorde en lees bij Holemans, De Zutter of Jackson en andere Jason Hicks zijn schitterende ideeën die m.i. dringend een concrete uitwerking nodig hebben en zeer zeker een politiek debat. Met ‘minder minder minder’ zal je inderdaad geen mensen overtuigen. Waar blijft de strategie? Hoe ziet de wereld er uit die we nodig hebben ? Moet dat niet klaar en duidelijk aan mensen worden uitgelegd? ‘We hangen vast in een blind vooruitgangsgeloof’ stelt Holemans. Dag mag zijn, maar zullen mensen volkomen vrijwillig een stap achteruit zetten? De tijd dringt. Er zijn m.i. té veel vragen die onder de mat geveegd worden.

Print Friendly, PDF & Email

Visited 72 Times, 1 Visit today

Tags :
Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook