Kosovo: het UCK is dood, leve het Beschermingskorps

In de Kosovaarse hoofdstad Pristina ging het televisiestation in de vlammen op omdat er ook Serviërs werkten. In dezelfde stad werd een Bulgaarse medewerker van de Verenigde Naties in volle centrum, in de drukke Moeder Teresastraat, onder het oog van een Albanese menigte, vermoord omdat men dacht dat hij Servisch sprak. In Mitrovica proberen de Albanezen geregeld masaal een door de VN-troepen bewaakte brug over te steken om het Servische deel van de stad te veroveren en er – naar eigen zeggen – “de vlag van de Albanese vrijheidsstrijders” te hijsen.


Het is maar een greep uit de vele anti-Servische incidenten in de Joegoslavische provincie Kosovo. Iedereen weet dat die het werk zijn van het Kosovaars Bevrijdingsleger (UCK). Officieel bestaat dat leger niet meer sinds 19 september. Maar het gaat in Kosovo zo ongeveer als in de tijd van de Franse koningen, toen bij de dood van de koning op het balkon meteen zijn opvolging aldus werd aangekondigd: “De koning is dood, leve de koning”.


Uiteraard dierf men dat in Kosovo niet zo expliciet zeggen. Daarom is het dan maar geworden: “Het UCK is dood, leve het Kosovaars Beschermingskorps”. Niemand is daar echter de dupe van. Het gaat, tegen resolutie 1244 van de Veiligheidsraad van 10 juni 1999 in, om een etnisch zuiver Albanees korps bestaande uit 5.000 UCK-strijders. Officieel heet het een burgerlijk korps te zijn om op te treden in burgerlijke noodgevallen, bij reddingsoperaties en om te helpen bij heropbouwprojecten. Even officieel beschikt het slechts over een beperkt aantal lichte wapens. Waarom is niet duidelijk als het om een “puur burgerlijke organisatie” gaat. Maar iedereen weet, en zeker de NAVO, die het UCK bewapende, dat het UCK nog over aanzienlijke voorraden wapens beschikt.


Het UCK steekt niet onder stoelen of banken dat het een van Serviërs en Roma gezuiverd onafhankelijk Kosovo wil. De leiders – niet de gewone leden – bewijzen enkel lippendienst aan het tegengestelde. Kosovaren doen er hun beklag over dat ze worden bedreigd als ze met bezoekers uit Kroatië of Bosnië Servo-Kroatisch spreken. De Missie van de Verenigde Naties in Kosovo (UNMIK), die wordt geleid door de Franse ex-Arts-zonder-grenzen en oud-minister van Humanitaire Zaken, Bernard Kouchner, die nochtans officieel opkomt voor een multi-etnisch Kosovo, gaat daar niet tegen in. De VN geven hun personeel de raad geen Servo-Kroatisch noch een andere Slavische taal te spreken omdat die als Servisch zou kunnen worden begrepen door de Albanese Kosovaren. Kouchner greep ook niet in toen het persbureau Kosovapress, dat wordt gecontroleerd door het (ex-)UCK, de directeur van een Albaneestalig blad met “wraak” bedreigde omdat hij protesteerde tegen de aanhoudende anti-Servische acties in Kosovo.

Oorlogsmisdadiger


Meer nog, UNMIK en de Kosovo Force (KFOR, of de VN-strijdmacht in Kosovo), zagen en zien er geen graten in dat een man tegen wie een onderzoek wegens oorlogsmisdaden loopt eerst stafchef van het UCK en nu de chef van het Beschermingskorps werd. Het gaat om Agim Ceku, 39, die niet eens een Kosovaar, maar een etnisch-Albanese Bosniër is.


In de Sunday Times van 11 oktober 1999 werd zijn hele, al lang bekende, zaak nog eens uit de doeken gedaan. Agim Ceku, geboren te Pec in Bosnië, “verdiende zijn sporen” als officier in het Kroatische leger bij de bestrijding van de Serviërs in de Krajina van 1993 tot 1995. Officieel was hij begin dit jaar nog steeds Kroatisch officier, maar gezien de Duits-Kroatische steun voor het UCK zal hij wel zonder moeite verlof gekregen hebben om zijn anti-Servische strijd voort te zetten in Kosovo.


Ceku wordt er onder meer van verdacht als bevelhebber van de negende brigade van het Kroatische leger, in september 1993 verantwoordelijk te zijn voor de moord op een vijftigtal Serviërs in het dorp Medak in de Krajina . Het dorp werd bovendien volledig met de grond gelijk gemaakt. Hij nam in 1995, met Amerikaanse hulp, deel aan de etnische zuivering van 300.000 Serviërs bij de verovering van de Krajina door Kroatië.


Voor beide feiten dreigt hij voor het Internationaal Joegoslavië-tribunaal in Den Haag te belanden. Momenteel buigt het tribunaal zich nog niet over mogelijke oorlogsmisdaden in Kosovo, waar ook massagraven van Serviërs werden gevonden. Maar de nieuwe procureur-generaal, de Zwitserse Carla Del Ponte, sluit ook een onderzoek naar het optreden van Ceku in Kosovo niet uit.


Ceku kan alvast op steun van de NAVO-landen rekenen. Een westers diplomaat zei tegen de Sunday Times dat “het een catastrofe zou zijn als we hem moesten verliezen”. Geen nood echter, Ceku kan terecht in Kroatië mocht de grond hem in Kosovo toch te heet onder de voeten worden. Hij heeft nog altijd een huis in Kroatië en is goede maatjes met de Kroatische president Franjo Tudjman, die op alle mogelijke manieren de werking van het tribunaal in Den Haag tracht te saboteren. Voor zijn “heldendaden” kreeg Ceku van Tudjman vijf hoge onderscheidingen.


Het is opvallend hoe zowel UNMIK als KFOR het UCK steeds hebben gesteund, het zelfs feitelijk aan de macht hebben gebracht, en weigeren het openlijk de schuld te geven van de anti-Servische zuiveringen en misdaden in de Joegoslavische provincie. Alles wordt vergoelijkt. Als een moord of moordpartij internationaal voor enige beroering zorgt, dan wordt gezegd dat het UCK niet alles in de hand heeft en dat het zeker om ongecontroleerde elementen van het UCK gaat. Ook voor de racistische ideologie van het UCK en zijn groot-Albanese gedachte (voor aansluiting bij Albanië en aanhechting van delen van Montenegro, Macedonië en zelfs van Noord-Griekenland) worden de ogen zedig gesloten.


Van KFOR kan men dat begrijpen: de strijdmacht bestaat grotendeels uit soldaten van NAVO-landen die het UCK hebben opgeleid en bewapend. KFOR is een vijgenblad voor de NAVO. De bevelhebbers, tot voor kort de Brit Michael Jackson en nu de Duitse generaal Klaus Reinhardt, zijn onderdanen van landen die bijzonder actief waren in de steun voor het UCK. (Duitsland draagt overigens een zware verantwoordelijkheid voor de hele Balkan-crisis omdat het in 1991 het toenmalige grote Joegoslavië opblies door eenzijdig Slovenië en Kroatië als onafhankelijke landen te erkennen). Het UCK is dus een oude bondgenoot die men niet zo maar laat vallen, ook al zegt men tegen alles te zijn waar het UCK voor staat. Het verklaart ook waarom KFOR, op een aantal uitzonderingen na, maar weinig bereid is de Serviërs en Roma in Kosovo te beschermen, alhoewel resolutie 1244 het dit expliciet opdraagt.

Het mysterie Kouchner


Wat Kouchner bezielt is minder duidelijk. Feit is dat zijn humanitaire gerichtheid enkel betrekking heeft op de Albanese Kosovaren. Hij bewijst wel rituele lippendienst aan het multi-nationale en multi-culturele Kosovo, maar doet, op hier en daar een benoeming na, niets om het te realiseren, door bij voorbeeld de terugkeer van de ruim 180.000 verdreven Serviërs en Roma te bevorderen. Meer dan eens lanceerde hij zelfs de idee van een eigen etnische zuivering onder het mom de Serviërs “tijdelijk te groeperen” om ze te kunnen beschermen tegen aanvallen van etnische Albanezen. Waarom pakt hij de aanvallers van het UCK niet aan in plaats van ze feitelijk te steunen?


De leider van de VN-missie werkt duidelijk naar de onafhankelijkheid van Kosovo toe, alhoewel Frankrijk zich daar officieel tegen verzet in de lijn van resolutie 1244. Die resolutie stipuleert duidelijk dat Kosovo deel blijft van (Klein-)Joegoslavië. Er is nog altijd geen terugkeer van een beperkt aantal Servische ambtenaren en militairen, zoals ook voorzien in resolutie 1244, voor de bewaking van grensposten en Servische monumenten, voor het markeren en ruimen van mijnenvelden en voor de verbindingen met de internationale burgerlijke en militaire aanwezigheid.


Kouchner maakte Kosovo monetair al los van Joegoslavië door de Duitse mark tot nationale munt te verklaren en zond de leider van het UCK, Hashim Thaqi, op rondreis door Europa in de hoop zo internationale erkenning voor hem te verwerven. Zo kwam hij begin september ook naar Brussel, waar Thaqi een welwillend gehoor vond bij minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel. Die stelde zelfs voor UCK-leden in België opleiding te laten volgen voor hun “burgerlijke opdrachten”!

Verlies aan populariteit


In Pristina kon men in VN- en KFOR-kringen overal horen dat de steun aan het UCK ook pragmatisch was: men werkte samen met de guerrillero’s omdat ze de feitelijke machthebbers waren aan het einde van de oorlog. Ibrahim Rugova, tien jaar lang “president” van Kosovo en bezieler van het passief verzet tegen de Serviërs, was inderdaad uitgeteld. Iedereen in Pristina had hem afgeschreven. Maar de kansen lijken nu te keren en de populariteit van Hashim Thaqi lijkt fel getaand.


Volgens de Washington Post (artikel gepubliceerd in de Internationa Herald Tribune van 18 oktober 199) zou Thaqi, die nu officieel leider is van de Partij voor Democratische Vooruitgang van Kosovo, vernietigend worden verslagen als er nu verkiezingen zouden worden gehouden. Rugova daarentegen lijkt teruggekeerd in de volksgunst en zou het gemakkelijk met 4 tegen 1 halen van zijn rivaal in een verkiezingsstrijd.


De reden voor die ommekeer: de arrogantie van de macht. Thaqi, Cegu en consoorten grepen de macht via een Voorlopige Regering, die begin april, tijdens de tweede week van de NAVO-bombardementen, werd gevormd. Eens de oorlog beëindigd richtte het UCK een reeks ministeries en een eigen politiemacht op in Pristina en riep zich uit tot enig wettig gezag, alhoewel dit formeel Kouchner en UNMIK is. In de steden en dorpen stelde het nieuwe gemeenteraden aan.


Bij dit alles werd grof te werk gegaan, zoals in 1998 toen het UCK al eens het grootste deel van Kosovo in handen had gekregen. Toen verbood het alle partijen, elke vrijheid van meningsuiting. De aanpak met de harde hand, de “confiscaties” van huizen, kantoren, wagens en ten slotte ook het aanhoudende UCK-geweld tegen de Serviërs is zeer vele Kosovaren te veel geworden. Thaqi mag dan wel dit geweld veroordelen, iedereen in Kosovo weet dat het uitgaat van het UCK en nu van het Beschermingskorps. Alleen Kouchner en KFOR willen dit (nog) niet weten en laten het UCK-Beschermingskorps begaan.