Kosovo "een maffiastaat"

In het onafhankelijke Kosovo blijft Hashim Thaci eerste minister en wordt Behgjey Pacolli president. Met deze twee leiders geeft de onderwereld meer dan ooit de toon aan in Pristina. Voor de talrijke landen van de Europese Unie die Kosovo intussen erkenden, is het even slikken, al is hier geen sprake van een verrassing. Pino Arlacchi, lid van het Europees Parlement en vooral bekend als jarenlange bestrijder van de Italiaanse maffia’s, heeft het onomwonden over Kosovo als een maffiastaat.

Nadat Navo-troepen in 1999 de feitelijke afscheiding van Kosovo uit Servië bewerkstelligeden (en daarbij net als Kadhafi burgers vanuit de lucht bestookten), hadden Navo-rapporten het al over het UCK – Kosovaars Bevrijdingsleger – als een coalitie van diverse maffiagroepen. Thaci is de belangrijkste leider van dat UCK, omgevormd tot Democratische Partij van Kosovo (PDK). Ze haalde bij de verkiezingen van eind vorig jaar 33 % van de stemmen – bij een opkomst van 47%! Pacolli’s Nieuwe Alliantie voor Kosovo haalde 7% van die 47%.

Kremlingate

Thaci en Pacolli gooiden het op een akkoord: samen met enkele kleinere groepen de Democratische Liga van Kosovo erbuiten hou!den, Thaci opnieuw premier en Pacolli president. Pacolli staat bekend als veruit de rijkste Albanees op aarde. De naam van zijn firma Mabetex doet een belletje rinkelen bij al wie indertijd het “Kremlingate” volgde.

De 60-jarige Pacolli trok op 17 jaar weg uit Pristina om in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland met allerlei werkjes zijn brood te verdienen. Volgens het UCK werkte hij vooral voor de Servische geheime dienst en later, als zakenman, met Slobodan Milosevic die als Servisch nationalist de Albanese meerderheid van Kosovo zwaar onderdrukte.

Maar na de val van het Sovjetrijk brakenvoor Pacolli tijden van glorie en rijkdom aan. Vanuit het Zwitserse Lugano strekten de activiteiten van zijn bouwfirma Mabetex zich ineens uit over bijna alle continenten. Hij raakte goed bevriend met de leiders van de nieuwe uit de Sovjet-Unie ontstane staten, Kazachstan en Rusland voorop. In het diamantrijke Jakoetië had hij kennis gemaakt met de lokale bestuurder Pavel Borodyn die tot nut van Pacolli eind 1993 hoofd werd van de presidentiële staf van Boris Jeltsin.

Het waren de periode van de grote plundering, ingekleed als privatiseringen, waarbij de clan van president Jeltsin zich immens verrijkte. Mabetex kreeg via Borodyn de vernieuwing van de presidentiële verblijven toegewezen, waarop de firma de familie Jeltsin met geschenken overlaadde. Pacolli hielp de familieleden ook aan Zwitserse bankrekeningen en kredietkaarten waar de opbrengsten van de corruptie werden naartoe versluisd. Procureur Skoeratov stelde vanuit Moskou een onderzoek in, maar in Zwitserland kreeg hij niet zoveel steun. “Omkoperij van buitenlandse gezagsdragers en ambtenaren is voor de Zwitserse justitie geen misdrijf”, legden de Zwitsers uit.

Procureur Skoeratov zag zijn onderzoek deskundig gedwarsboomd door niemand minder dan de toenmalige chef van de geheime dienst, Vladimir Poetin. Omdat die zo goed zijn belangen had verdedigd, benoemde Jeltsin hem kort daarop tot premier en opvolger. Als president zorgde Poetin er in 2000 voor dat het onderzoek naar het Kremlingate voorgoed zonder gevolg werd afgesloten.

Organen

Thaci is een ander paar mouwen. Er waren in de jaren 1990 al eerder berichten dat het UCK betrokken was bij smokkelroutes – vrouwen, wapens, drugs. In 2003 was er een eerste vertrouwelijk rapport dat aan de UNMIK, de toenmalige VN-administratie voor Kosovo, werd bezorgd. Daarin stonden verklaringen van getuigen die het hadden over honderden gevangen genomen Serviërs die door het UCK, daarbij werd de naam Thaci genoemd, naar het “gele huis” bij Burrel, in het noorden van Albanië, werden gebracht. Daar werden ze vermoord en hun organen werden verkocht.

Een ploeg van UNMIK en van het Internationaal Joegoslavië Tribunaal stelden in Burrel een onderzoek in. Er werden bloedstalen genomen, maar daar bleef het bij, er kwam geen enkel verder onderzoek. In 2008 maakte Carla del Ponte, voormalig aanklaagster bij het Joegoslavië Tribunaal en in een vroegere loopbaan onderzoekster in Zwitserland naar de vertakkingen van het Kremlingate, in een boek melding van die orgaansmokkel. Maar daar bleef het bij, tot een gewezen Zwitserse aanklager, Dick Marty, vorig jaar de zaak weer naar boven haalde in een rapport aan de Raad van Europa. Thaci zou verantwoordelijk zijn geweest voor de ontvoering van rond 500 personen – zowel Serviërs als Albanezen – die later werden omgebracht en hun organen werden verkocht.

Doodgebloed

Waarom deed de UNMIK geen ernstig onderzoek? Deze VN-instantie wou het hele kaartenhuisje van de “wederopbouw van Kosovo” niet in elkaar doen storten met een onderzoek dat gruwelijke dingen aan het licht zou brengen over de lieden met wie de VN dagelijks samenwerkten. Het Joegoslavië Tribunaal ging nog verder, dat vernietigde alle materiaal over het onderzoek naar het “gele huis”. Het Tribunaal vond ook dat het zijn bevoegdheid niet was, want die gruweldaden hadden plaats gevonden na 1999 en daar had het Tribunaal “niets mee te maken”. Dus, zegden UNMIK en Tribunaal, er waren geen elementen voor een verdere behandeling van de zaak. Die daarmee doodbloedde.

Intussen ondersteunen nieuwe documenten met getuigenissen de beweringen van Marty. De getuigen zijn allen gewezen leden van het UCK die details geven over de affaire. EULEX, de EU-bijstand voor politie en justitie, voert nu een onderzoek, maar is niet bereid om getuigen de nodige bescherming te beiden. In Pristina is het een publiek geheim dat UCK-kringen jacht maken op die getuigen.

Maffiastaat en EULEX

Maffiajager Arlacchi is ongenadig over Kosovo: een maffiastaat. Hij dringt in het Europees Parlement sterk aan op een onderzoek naar wat EULEX in Kosovo uitricht – of veeleer niet uitricht. Arlacchi stuit op heel wat weerstand naar een onderzoek over de aantijgingen van Marti en breder over de invloed van de georganiseerde misdaad in Kosovo.

Na drie jaar werking heeft EULEX nog geen enkel resultaat. EULEX doet niets om een programma op te stellen voor de bescherming van getuigen in maffiazaken. Onderzoekers wijzen er wel op dat personeelsleden van EULEX die zouden trachten een onderzoek te openen, zichzelf en hun familie blootstellen aan zware vergeldingsrisico’s.

“We weten allemaal wat de nauwe banden zijn tussen de leiders van Kosovo en de georganiseerde misdaad”, aldus Arlacchi eind februari op de BBC.

Desondanks doen de meeste EU-landen alsof hun neus bloedt. Servië wordt onder druk gezet om tot een regeling te komen waardoor de onafhankelijkheid van Kosovo internationaal algemeen kan worden erkend en de weg open komt om deze maffiastaat in de EU op te nemen.

(Uitpers nr. 129, 12de jg., maart 2011)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 74 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook