Kosovo dus onafhankelijk: op de Balkan wordt weer met vuur gespeeld

Het fiat voor de onafhankelijkheid van de Servische provincie Kosovo is psychologisch goed voorbereid. Na maandenlang te hebben laten geloven dat het geen formele onafhankelijkheid zou worden, maar iets “tussenin”, heeft de Finse diplomaat Martti Ahtisaari dan toch gezegd dat volledige onafhankelijkheid onafwendbaar is.

Impliciet wordt de schuld bij Servische onverzettelijkheid gelegd, al waren de leiders van de Kosovaarse Albanezen zeker even onverzettelijk. Er moet volgens Ahtisaari wel een internationaal toezicht komen. Hier wordt alweer met vuur gespeeld.

Toen Ahtisaari van de Verenigde Naties opdracht kreeg de toekomst van Kosovo uit te tekenen, was er nog een VN-resolutie uit 1999 waarin dat gebied als een provincie van de rest van Joegoslavië (Servië-Montenegro) werd bestempeld. Ahtisaari moest een formule vinden die rekening hield met het Servische standpunt – Kosovo hoe dan ook formeel als deel van Servië – en met dat van de Albanese meerderheid van de bevolking van Kosovo – niets minder dan onafhankelijkheid. Uiteindelijk werd alleen aan het standpunt van de Albanese meerderheid tegemoet gekomen.

Regels van Federatie

Toen Joegoslavië in 1991 begon uiteen te vallen, bleef de “internationale gemeenschap” bij het formele standpunt dat elk van de zes republieken die samen de Joegoslavische Federatie vormden, zich kon afscheiden. Dat recht was immers ingeschreven in de grondwet van die Federatie. Dat standpunt werd ook nog vorig jaar gehuldigd toen Montenegro zijn onafhankelijkheid uitriep. Daarmee waren de zes vroegere republieken nu allemaal onafhankelijke staten. Dat recht kon absoluut niet gelden, zo was altijd voorgehouden, voor de Serviërs in Bosnië-Herzegovina.

Die regel kon dus niet gelden voor Kosovo, want dat was een (weliswaar sinds 1974 autonome) provincie van de republiek Servië. Binnen de Joegoslavische Federatie hadden de Albanezen, nochtans de derde grootste bevolkingsgroep van het land, nooit het recht op een eigen republiek gekregen. Toen ik daarover na de onlusten van 1981 in Pristina zowel in Belgrado als Kosovo vragen stelde, werd daar steevast op geantwoord dat dit recht op een eigen republiek – en dus op mogelijke afscheiding – niet voor de Albanezen kon gelden omdat er het onafhankelijke Albanië was. Afscheiding zou dan volgens Belgrado zijn neergekomen op aansluiting bij Albanië.

Nu wordt in het geval van Kosovo afgestapt van dat formele standpunt. De Kosovaarse Albanezen hebben volgens Ahtisaari hun recht op onafhankelijkheid afgedwongen door de onderdrukking waarvan ze onder het bestuur van Slobodan Milosevic slachtoffer waren. Dit lijkt toch wel een nieuwigheid van het internationaal recht. Dat gaat dan zeker ook op voor bij voorbeeld de Koerden in Turkije en Irak of de Tsjetsjenen in Rusland.

Het is een interessante nieuwigheid die volledig in de lijn ligt van recht op zelfbeschikking van een volk. Het heeft inderdaad geen zin Kosovo tegen de wil van de overgrote meerderheid van de bevolking in Servië te houden. Het is juist dat de regering Milosevic een bijzonder grote verantwoordelijkheid voor de zware tegenstellingen draagt, tien jaar lang voerde ze in Kosovo een apartheidsbewind. Maar aan het recht op onafhankelijkheid zijn plichten verbonden, waaronder eerbiediging van de rechten van minderheden.

Bijval

Het plan voor een onafhankelijk Kosovo viel onmiddellijk in goede aarde bij de VS en de Europese Unie. De Servische en Russische bezwaren worden opzij geschoven met onder meer het argument dat er in een overgangsperiode toezicht van de internationale gemeenschap zal zijn. Die “gemeenschap” zal een vertegenwoordiger van de EU opdracht geven dat toezicht uit te oefenen. Op dat vlak is de praktijk erg ontmoedigend, het toezicht van de EU-vertegenwoordiger in Bosnië is allesbehalve een voorbeeld van onpartijdig toezicht.

Waarop zal die voogd moeten toezien? Dat de rechten van de minderheden worden geëerbiedigd? In de voorbije zeven jaar heeft die “internationale gemeenschap” zich niet zo efficiënt getoond om met haar troepen die rechten te doen eerbiedigen. De Serviërs die in Kosovo blijven, zouden in hun dorpen een grote autonomie krijgen, alsof dat veel kan voorstellen. Het is niet voor niets dat Serviërs al een tijdje bezig zijn zelfs de graven van verwanten naar Servië te verhuizen. Die gemeenschap zou de kerken van de Servisch-orthodoxe kerk moeten beschermen, maar dat konden ze ook niet in de voorbije jaren.

Bovendien hebben de vertegenwoordigers van de VN bij de Kosovaarse bevolking een slechte reputatie. Hun bijnaam: de benden van de witte 4 x 4 die zich als arrogante neokolonialen gedragen. De machtige lokale maffiabazen spelen op die afkeer in om de VN-vertegenwoordigers regelmatig het vuur aan de schenen te leggen, al kunnen die maffiabenden niet echt klagen. Ze hebben ook onder het VN-bestuur Kosovo kunnen handhaven als een draaischijf van vele criminele handels, waaronder die van drugs en vrouwen.

Risico’s

Ahtisaari dringt aan op spoed, want uitstel zou de vrede en stabiliteit in de regio kunnen bedreigen. In verscheidene commentaren op zijn plan werd gezegd dat de verbrokkeling van het vroegere Joegoslavië nu wel moet ophouden, er kunnen niet verder grenzen worden hertekend.

Zo eenvoudig ligt het echter allemaal niet.

Er is inderdaad het prangend probleem van de rechten van minderheden. Dat zijn in de eerste plaats de Serviërs, hooguit nog 200.000, die nog niet gevlucht zijn. Het demografisch overwicht van de Albanezen is tamelijk recent en heeft naast het hoge geboortecijfer (lang het hoogste van Europa) ook te maken met de uittocht van Serviërs die zich niet meer op hun gemak voelden. Er zijn ook nog enkele andere minderheden die de jongste jaren in het vizier liggen van Albanese groepen die een etnisch homogeen Kosovo nastreven – vooral de zigeuners hebben het hard te verduren.

Grensgevaar

De grenzen: Met een onafhankelijk Kosovo zijn de grenzen op de Balkan niet noodzakelijk “definitief” getrokken. In het noorden van Kosovo is er een bijna homogeen Servische regio, in het zuidoosten wordt het stadje Gjilan/Gnjilane omgeven door Servische dorpen. De autonomie die ze zouden krijgen, gekoppeld aan het recht om zelfstandig banden met Servië te onderhouden, zouden kunnen leiden tot een minirepubliek van Serviërs in Kosovo, zoals de Republiek Srkspa (de Servische) in Bosnië. Maar vooral is er de vallei van Presevo, in het zuiden van Servië, waar 100.000 Albanezen wonen. Het UCK ‘Kosovaars Bevrijdingsleger) voerde daar ooit al strijd voor de aansluiting bij Kosovo.

Maar er zijn andere grenzen die dan aantastbaar worden. Waarom mag Kosovo zich afscheiden, maar mogen de Serviërs niet weg uit Bosnië-Herzegovina waarbinnen ze hun eigen Srpska hebben? Dat werd totnogtoe afgewezen met het argument dat Bosnië nu eenmaal één republiek van de Federatie vormde en als dusdanig recht had op onafhankelijkheid en territoriale integriteit. Maar dat gold ook voor Servië waarvan Kosovo – weliswaar als autonome provincie – deel uitmaakte.

Groot-Albanië

Er is nog een groter risico: de Albanese kwestie. Het Albanese irredentisme, de vereniging van alle Albanezen in één staat, is niet dood en zal vroeg of laat, zeker met een onafhankelijk Kosovo, weer de kop opsteken. Dat betreft niet alleen Albanië en Kosovo, maar ook de vallei van Presevo en vooral het westen van Macedonië waar de Albanezen in de meerderheid zijn. En misschien ook wel regio’s in Montenegro waar de Albanese minderheid in het referendum de doorslag gaf ten gunste van een onafhankelijk Montenegro.

Dan is er nog het verzet van Rusland tegen het plan. Niet uit solidariteit met de Slavische Serviërs, maar omwille van het principe. Bij het uiteenvallen van de Sovjet-Unie werd ook het beginsel gerespecteerd dat de vroegere republieken (15) het recht hadden onafhankelijke staten te worden. Als van dat principe wordt afgestapt in ex-Joegoslavië, dan kan dat ook voor de gewezen Sovjet-Unie, bij voorbeeld voor Tsjetsjenië. Moskou vindt anderzijds dat als Kosovo onafhankelijk kan worden, ook de internationale erkenning moet volgen voor onder meer Transdnjestrië (afgescheiden van Moldavië) en Abcahzië (afgescheiden van Georgië).

Een onafhankelijk Kosovo heeft nog een andere grote handicap: meer dan de helft van de bevolking is werkloos. Ook ten tijde van de Joegoslavische Federatie sproten veel spanningen voort uit de grote werkloosheid. Het plan Ahtisaari voorziet niet in een luik om dat probleem op te lossen. Kosovo zal dan ook nog lang een goede voedingsbodem blijven voor ultranationalistische groepen en voor criminele organisaties.

(Uitpers, nr 85, 8ste jg. , april 2007)

(Visited 6 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 79 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook