Kopenhagen bracht ook hoop

De klimaattop van Kopenhagen heeft een dode muis gebaard. Klaar. Natuurlijk heeft dit tot een wereldwijde ontgoocheling geleid bij iedereen die de klimaatverandering een halt wil toeroepen. En toch was het niet enkel kommer en kwel in Kopenhagen.

Integendeel, de Deense hoofstad toonde naast een teleurstellend en treurig politiek schouwspel ook een ontluikende en krachtdadige klimaatbeweging, die bijzonder veel mensen op been wist te brengen, het thema van sociale rechtvaardigheid centraal stelde in het debat en uiteindelijk na Kopenhagen de armen niet laat zakken. Haar uitgangspunt was immers al een hele tijd: “No deal is better than a bad deal”. Deze klimaatbeweging maakte van Kopenhagen toch nog een beetje ‘Hopenhagen’.

Nee, die flauwe woorspeling verzinnen we niet ter plekke. De Deense autoriteiten hadden de stad, met de steun van een aantal multinationals, volgehangen met affiches met de slogan ‘Hopenhagen’. En ja, dat werd dus een opdoffer van formaat gezien de Deense hoofdstad ondanks deze gladde citymarketing voor een hele tijd vereenzelvigd zal worden met een historische misser van formaat. Maar toch werd Kopenhagen voor de sociale klimaatbeweging dus toch nog een beetje ‘Hopenhagen’.

100.000 betogers

De voorbereidingen van de acties rond de klimaattop verliepen niet bijzonder vlot. Eén en ander zorgde ervoor dat de objectieven behoorlijk getemperd werden tijdens de laatste rechte lijn naar de top. Officieel luidde het daarom dat men al tevreden zou zijn met een massamanifestatie op zaterdag 12 december van 25.000 betogers. Stiekem werd er gehoopt op 50.000, maar dat mocht zeker niet te luid worden gezegd. Uiteindelijk daagden er op die bitterkoude maar zonnige zaterdag zeker 100.000 betogers op. Een schot in de roos, een resultaat dat alle verwachtingen oversteeg. Bovendien werd ‘climate justice’ het algemene ordewoord van de acties en bleek het blok van de radicalere alliantie ‘Climate Justice Action, dat opstapte rond de slogan ‘system change, not climate change’ bijzonder talrijk en bepalend voor die massa-actie. In Kopenhagen dwaalde de geest van Seattle rond, de stad waar exact tien jaar eerder succesvol werd actiegevoerd tegen een top van de Wereld Handelsorganisatie.

We vertrokken zelf naar Kopenhagen met de ‘Climate Justice Train’, een klimaattrein die ingelegd werd door de Belgische actiegroep ‘Klimaat en sociale rechtvaardigheid’. De trein vertrok vanuit Brussel-Zuid op vrijdag 11 december, enkele dagen na de grootste klimaatmanifestatie in België totnogtoe. Op zaterdag 5 december trokken immers 15.000 betogers door de straten van Brussel. Ook die opkomst oversteeg de verwachtingen, zeker gezien de wat makke mobilisatie ervoor. De manifestatie van 5 december werd op touw gezet door de klimaatcoalitie, een brede alliantie van een veertigtal Belgische middenveldorganisaties. Natuurlijk was die uitstekende opkomst mede te danken aan de inspanningen van de Belgische vakbonden en enkele grotere ngo’s, maar toch was er meer aan de hand. Ook heel wat ongeorganiseerde landgenoten kozen ervoor om die dag naar Brussel te reizen om er samen de alarmbel te luiden aan de vooravond van de –voorlopig- belangrijkste klimaattop uit de geschiedenis.

De ‘Climate Justice Train’ telde in totaal bijna 900 passagiers, waarvan minstens de helft Belgen. Het ging om individuele activisten, jongeren, maar ook delegaties van de Belgische vakbonden en een heleboel sociale bewegingen. Oxfam installeerde een radio op de trein en tijdens de rit werden heel wat debatjes en interviews uitgezonden, hoorbaar in alle wagons. Daarnaast was er ook een veganistische cateringdienst aanwezig, die met de hulp van vele vrijwilligers CO2-arme maar bijzonder smakelijke maaltijden verdeelde op de trein. De ‘Climate Justice Train’ werd georganiseerd door de kleine actiegroep ‘Klimaat en sociale rechtvaardigheid’, die in 2007 ook al aan de basis lag van de eerste klimaatmanifestatie in ons land. Met een bang hartje tekenden de leden van de actiegroep het al bij al dure contract met de NMBS. Zou die trein, met minimaal 560 zitplaatsen, wel gevuld geraken? Ook daar weer hetzelfde fenomeen: in geen tijd werden alle plaatsen ingevuld en uiteindelijk ontstond er een lange wachtlijst van Belgen die graag nog een plaatsje naar Kopenhagen hadden bemachtigd.

Stop de klimaatconferentie!

Of je nu al dan niet zwaar ontgoocheld raakte door het mislukken van de top hangt uiteraard ook af van je verwachtingen. Zeker in de weken voor de top ontstond er een vreemdsoortig optimisme rond Kopenhagen. Hoewel de meeste waarnemers elk optimisme reeds in de kiem hadden gesmoord in de loop van het najaar van 2009, was het duidelijk not done om tijdens de weken voor de top uit dat vaatje te tappen. Twee jaar van intensief onderhandelen en lobbyen moest wel tot resultaat leiden. Optimism as a moral duty, je weet wel. Eens je ter plekke kwam, merkte je al snel dat dit optimisme niet meteen gedeeld werd door ondermeer grote sociale bewegingen uit het globale Zuiden. Activisten van de internationale boerenvakbond Via Campesina, die al geruime tijd een hele belangrijke rol speelt in de andersglobaliseringsbeweging, haalde tot consternatie van Westerse ngo-mensen hun paraplu’s boven met de slogan ‘Stop UNCCC’, oftewel stop deze klimaatconferentie. Voor hen was het duidelijk: als Kopenhagen al een akkoord zou opleveren, dan zou het er één zijn dat bijzonder kwalijke gevolgen zou hebben voor de arme landen, en voor de armste mensen. Zij bleken er geen greintje vertrouwen in te hebben en wilden dat de poppenkast stopte.

Dat scepticisme werd tegemoet getreden door invloedrijke activisten als Naomi Klein. In een opiniestuk over Kopenhagen citeert ze ondermeer Matthew Stilwell van het Institute for Governance and Sustainable Development – één van de invloedrijkste adviseurs van de gesprekken. “Stilwell zegt dat de onderhandelingen niet echt gaan over het vermijden van klimaatswijziging, maar dat ze eerder een potig gevecht zijn over een enorm waardevolle hulpbron: het recht op de lucht. (…) Stilwell vergelijkt de waarde van de CO2-markt – die door de Britse econoom Nicholas Stern geschat wordt op 1,2 biljoen dollar – tegenover het zielige bedrag van 10 miljard dollar dat op tafel ligt voor de ontwikkelingslanden en besluit dat de rijke landen proberen kralen en kruimels te ruilen voor Manhattan. Hij voegt er aan toe: Dit is een koloniaal moment. Dat is waarom er zoveel moeite wordt gedaan om de staatshoofden te overtuigen deze deal te sluiten. Dan is er geen weg terug. Je schenkt dan de allerlaatste hulpbron die van niemand was aan de rijken.” Conclusie van Klein: “Bij het begin van deze onderhandelingen was het opperen van een mogelijk uitstel ketterij. Maar nu zien steeds meer mensen de waarde van een vertraging.”

Het klinkt misschien nog steeds een beetje als ketterij, maar misschien is het zelfs hoopvol dat de deal die op tafel lag, maar het niet haalde, uiteindelijk van tafel geveegd werd door de landen uit het Zuiden. Een slechte deal, met veel te matige reductiedoelstellingen maar wel voorzien van een uitgekiend systeem om het Zuiden verder te pluimen, zou immers de zaken enkel maar verergerd hebben. Dan liever, zoals Via Campesina, Klein en vele anderen betogen, nog wat extra tijd inbouwen, verder mobiliseren met als doel een bindend, efficiënt en sociaal rechtvaardig klimaatakkoord, dat de geïndustrialiseerde landen verplicht om hun uitstootreducties in eigen land te realiseren en dat landen uit het Zuiden kansen op ontwikkeling biedt door een transfert aan middelen en technologie. Op die manier bekeken opent zelfs de politieke catastrofe van Kopenhagen nieuwe perspectieven.

Europa onder de lat en hand in hand met de bedrijven

De laatste jaren profileerde de Europese Unie zich graag als de morele leider in de klimaatonderhandelingen. Sinds de voorbereidende klimaattop van Poznan in december 2008 zit er al heel wat sleet op die retoriek. De reductiedoelstellingen van de Europese Unie zijn inmiddels gekend: twintig procent uitstootreductie tegen 2020. Met die doelstelling blijft Europa duidelijk onder de aanbevelingen van het IPCC, dat een vork van 25 tot 40 procent reductie naar voor schuift voor 2020. Europa vertelde er wel bij dat indien er een gunstig klimaatakkoord uit de bus zou komen in Kopenhagen, het bereid zou zijn om die doelstelling op te trekken tot dertig procent reductie.

Dat laatste werd dan toch erg voorzichtig geformuleerd en er is vandaag weinig dat erop wijst dat Europa werkelijk die stap zou zetten. De uiterst invloedrijke zakenlobby BusinessEurope eiste van de Europese onderhandelaars expliciet dat ze de twintig procent reductie niet zouden loslaten en waarschuwde tegen een reductie van dertig procent. Die waarschuwing viel duidelijk niet in dovemansoren en Jos Delbeke, de belangrijkste onderhandelaar namens de Europese Commissie, stelde de zakenwereld meteen gerust. Delbeke poneerde dat de Commissie nog steeds sterk gelooft in marktgebaseerde manieren om de CO2-uitstoot te verminderen, ondanks de mislukking ervan tot op vandaag, gezien de enige alternatieven voor marktmechanismen “doorgedreven regulering en belastingen” zijn. Die laatste oplossingen worden blijkbaar simpelweg van tafel geveegd door de Europese Commissie gezien de grote bedrijven er niet van houden en ze evenmin te rijmen vallen met de neoliberale dogma’s waar de Commissie zo sterk in vasthangt. De vice-eerste minister van Zweden, Maude Olofsson, bedankte namens het Zweedse voorzitterschap van de Europese Unie de bedrijfswereld en stelde onomwonden dat ze met die bedrijfswereld dezelfde visie deelt over “wat we willen voor de toekomst”.

Is China de schuldige?

Interessant is ook dat Europa volgens vele waarnemers er uiteindelijk niet of nauwelijks aan te pas kwam. Als dat zo is, hebben de Europese landen dat natuurlijk ook aan zichzelf te danken. Indien die landen met een duidelijke agenda, duidelijke prioriteiten en een duidelijke strategie naar Kopenhagen waren getrokken, hadden ze net zo goed de gangmakers van de debatten kunnen zijn. Maar vandaag werd het spel uiteindelijk beklonken door de grootste economie ter wereld, de VS, en de grootste opkomende economie ter wereld, China. Over de rol van de VS hoef je niet flauw te doen. Natuurlijk doet Obama beter dan zijn voorganger George W. Bush, maar het tegendeel zou dan ook bijna ondenkbaar zijn. De opgeklopte verwachtingen die er rond Obama kunstmatig gecreëerd werden corresponderen echter helemaal niet met de reële doelstellingen waarmee hij naar Kopenhagen trok. Obama wil een daling van de uitstoot van broeikasgassen in de VS genereren van 17 procent tegen 2020, maar dan ten opzichte van 2005. Voor Kyoto en ook voor het plan van de Europese Unie is het referentiejaar 1990. Als we die maatstaf doortrekken naar het plan van Obama is er nauwelijks sprake van een reductie van de uitstoot. De CO2-uitstoot zou in de VS tussen 1990 en 2005 immers met 16 procent gestegen zijn. Obama kwam dus niet naar Kopenhagen om een afdoend akkoord af te sluiten, meer nog, hij was ronduit gekant tegen een bindend verdrag. Het is dan ook onbegrijpelijk dat zovele ngo’s het voorstelden alsof alle hoop van deze man uitging. Obama is daarenboven –uiteraard- gewonnen voor marktoplossingen als koolstofhandel en zet in eigen land volop in op de ontwikkeling van agrobrandstoffen, met alle kwalijke gevolgen voor de landen uit het Zuiden vandien. Nee, je moet echt wel heel hard je best doen om in hem zelfs maar een bondgenoot in dit dossier te ontdekken. Obama bleek ook de enige regeringsleider te zijn in Kopenhagen die tijdens de conferentie zijn gewicht niet in de onderhandelingsschaal wierp. Binnenkomend langs een achterpoortje, hield hij een vlugge ongeïnspireerde speech om daarna even snel weer te verdwijnen.

Toch zijn het niet de VS of de Europese Unie die met de vinger mogen gewezen geworden als het over de politieke ramp van Kopenhagen gaat. De politieke verantwoordelijken van deze landen hebben meteen hun antwoord klaar als ze vraag krijgen gesteld wie er verantwoordelijk is voor de flop: het is de schuld van China. De Westerse geïndustrialiseerde landen, de historische vervuilers, worden dus zo cynisch dat ze uiteindelijk de zwarte piet van Kopenhagen willen doorsturen naar China, een land dat ondanks de sterk groeiende economie vandaag plaats 104 inneemt op de welvaartslijst van landen. Natuurlijk zal ook China zijn verantwoordelijkheid moeten nemen, en volgens heel wat experts bouwt het land een voorsprong uit inzake investeringen in hernieuwbare energie. Maar het is eigenlijk onheus om dat land, net als vele andere groeiende en minder groeiende economieën uit het Zuiden voor het blok te zetten.

Indymedia-redacteur Christophe Callewaert drukte het krachtig uit in een terugblik op Kopenhagen: “Een akkoord tekenen met een becijferde grens voor de CO2-uitstoot betekent voor China een bovengrens zetten aan de ontwikkeling. Je kan dat makkelijk aanschouwelijk maken door de reducties te nemen die zogezegd op tafel lagen. China zit nu aan 4,6 ton uitstoot per persoon. De VS stoten 19,8 ton uit per persoon. Als China de uitstoot halveert, wordt de uitstoot bevroren op 2,3 ton per Chinees. Als de VS inderdaad hun uitstoot met 80 % inkrimpen, kom je uiteindelijk aan 3,96 ton per persoon. De VS zouden zo het recht krijgen om dubbel zoveel uit te stoten als China. China is dan nog de fabriek van de wereld. Een studie stelt dat de productie van goederen die uitgevoerd worden naar Europa en de VS goed is voor een kwart van de Chinese uitstoot. En China heeft ook lang niet de middelen die de VS hebben om hun economie om te vormen tot een groene economie”. De Britse journalist en auteur van het gekende boek ‘Hitte’ voegt eraan toe: “Obama plaatste Peking in een onmogelijke positie. Hij vroeg toegevingen zonder daar iets tegenover te zetten. Ik gok dat dat een berekend manoeuvre was om een njet van China uit te lokken zodat China de schuld kon krijgen voor het resultaat dat hij eigenlijk wou.”

Het einde van een bepaalde lobby-strategie

Het mag dus duidelijk zijn dat er in Kopenhagen een cynisch machtsspel werd gespeeld, waar uiteindelijk de grootste inzet werd wie de zwarte piet zou doorgeschoven krijgen. De heersende politici uit de rijkste landen hebben er hun eigen belangen en bedrijven verdedigd, een zeer onrechtvaardige deal door de strot van de armere landen trachten te rammen en toen dat niet lukte hun gezicht proberen te redden door de schuld in andermans schoenen te schuiven. Het enige voordeel –als we dat zo mogen noemen- van Kopenhagen is dat dit machtsspel zich voor de ogen van de wereld heeft afgespeeld en dat de inzet van de klimaatonderhandelingen plots voor veel meer bewoners van deze planeet duidelijk is geworden.

Het volgend citaat plukten we uit een analyse gepubliceerd in de liberale krant Het Laatste Nieuws. Het kenmerkt zich door buitenmatige duidelijkheid: “Als Kopenhagen één ding duidelijk heeft gemaakt dan is het dat de belangen van staten, regeringen, politici en de bedrijven die ze vertegenwoordigen (en door wie ze steeds flagranter openlijk gefinancierd worden) ook in 2009 niet dezelfde zijn als die van de mensen die ze echt behoren te vertegenwoordigen. De meeste rijke landen, gesteund door enkele landen die snel hopen bij dat kransje te horen, hebben in Kopenhagen gewoon gevochten voor het recht om wat ze beschouwen als hun deel van de atmosfeer langer en beter te mogen blijven vervuilen.” Einde citaat. We zijn het helemaal eens met de commentator.

In die zin betekent Kopenhagen ook het einde van een lobbystrategie van een deel van de grote ngo’s. Het optimisme dat bepaalde ngo’s ten toon spreidden rond deze top staat in schril contrast met het resultaat ervan. Lobbyen, zonder mobiliseren, zonder politieke opheldering, zonder een breed draagvlak, zonder de reële conflicten te durven benoemen, heeft weinig of geen zin. De hoop in Kopenhagen kwam dan ook volledig van al die moedige activisten die ondermeer op woensdag 16 december getracht hebben om een alternatieve conferentie op te zetten in het Bella-center, samen met officiële delegaties van regeringen uit een aantal landen uit het Zuiden, zoals die van Bolivia of Venezuela.

Al werden deze activisten dan in de boeien geslagen en op een mensonterende manier opgesloten in ijzeren kooien in een grote hangar, toch zal de toekomst uitwijzen dat zij het bij het rechte eind hadden, dat hun alternatieve conferentie een veel interessantere weg aanwees en dat het uiteindelijk niet zij maar enkele van die wereldleiders uit het Bella-center zijn, die thuishoren in die ijzeren kooien. In Kopenhagen vond de tweede grootste klimaatmanifestatie ooit ter wereld plaats. Het kan de kiem zijn van een globale beweging voor klimaatrechtvaardigheid en voor een bindend, drastisch, efficiënt en sociaal-rechtvaardig klimaatakkoord. In Kopenhagen werd dat akkoord niet bereikt, maar wie niet door dat vreemde optimisme begoocheld raakte, had dit ook helemaal niet verwacht. Er zal dus nog wat meer tijd nodig zijn. Want ook Hugo Chavez wist het: “Mocht het klimaat een bank zijn, het was al lang gered.”

(Uitpers nr. 116, 11de jg., januari 2010)

David Dessers is actief in ‘Klimaat en sociale rechtvaardigheid’ en schreef samen met Matthias Lievens het boek “Gebroken Vitrines. De andersglobalisten tien jaar na Seattle” (Academiapress).

Deel dit artikel

Visited 131 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook