INTERNATIONALE POLITIEK

Kongo op weg naar desintegratie?

In een vorig interview legde Koen Vlassenroot, professor Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent, vooral uit hoe bij het conflict in Kongo verschillende lagen met elkaar scharnieren. Lokale problemen en conflicten waarop politieke, economische en veiligheidsbelangen van buurlanden zich enten in een geglobaliseerde economie, zou een zeer summiere synthese kunnen zijn. In dit gesprek hadden we het voornamelijk over het transitieproces in de huidige periode na de wapenstilstand en vòòr de verkiezingen.(GS) (1)

Laat ons beginnen met een schets van de binnenlandse politieke situatie

Koen Vlassenroot: In deze transitieperiode – van gewapend treffen naar verkiezingen – is de grote uitdaging voor elk van de spelers om hun militaire structuren, hun optreden en hun strategieën te transformeren naar politieke strategieën. Daarbij worden door iedereen dubbele scenario’s gehanteerd. Enerzijds wil men zich in het verkiezingsproces engageren met een strategie om de tegenstrevers politiek uit te schakelen, en toch nog iets (militairs) achter de hand te houden. Anderzijds wil men zoveel mogelijk terrein, invloed en middelen naar zich toe trekken, als het moet met militaire middelen.

De militaire situatie heeft de invloedssferen van enkele grotere partijen vastgelegd. Bovendien heeft de eenmaking van het leger het land in 11 militaire zones verdeeld waar, naargelang de streek, een bepaalde ex-militie of het (oude) nationale leger de hoofdmoot van vormt. De PPRD (Parti du Peuple pour la Reconstruction et la Démocratie – partij van het volk voor de heropbouw en de democratie), de partij van president Kabila, heeft vaste voet in Kinshasha, Maniéma en Katanga. De MLC (Mouvement de Libération du Congo – beweging voor de bevrijding van Kongo) van Jean-Pierre Bemba, heerst voornamelijk in de evenaarprovincie. De RCD-Goma (Rassemblement Congolais pour la Démocratie – Kongolese groepering voor de democratie) zit in het oosten, heeft geen echt nationale figuur in de rangen en haar politieke macht lijkt duidelijk te tanen. Daarnaast zijn er in Kivu nog Mai-Mai groepen, maar ook zij verliezen aan invloed. Ook de gouverneur van Noord-Kivu, Serufuli, moet hier meegeteld worden. Verder is er nog altijd de UDPS (Union pour la Démocratie et le Progrés Social – unie voor de democratie en de sociale vooruitgang) van de oude Tshisekedi die sterk staat in Kasaï en naar verluidt nog heel wat aanhang heeft in Kinshasa.

Aangezien het oosten van Kongo niet echt door een groep of partij wordt gedomineerd vormt deze streek hét uitbreidingsterrein voor de verschillende politieke actoren. Wie goede kans wil maken bij de verkiezingen moet ook de Kivu streek voor zich winnen. Hier komen voornamelijk de PPRD en MLC in concurrentie met elkaar en met de lokaal aanwezige andere politiek militaire groepen.

Heeft de onrust in het oosten daar dan mee te maken?

Koen Vlassenroot: Niet alleen. Een aantal maatschappelijke groepen of fracties –zeker ook in het oosten van Kongo – komen eigenlijk in het transitieproces niet aan de bak. Kijken we, bij wijze van voorbeeld, even naar de Mai-Mai. Ze hebben hun eigen politieke partijen gevormd, maar de militaire Mai-Mai komen in het transitieleger niet echt aan hun trekken. Dat leidt tot heel wat frustraties. Bepaalde van hun leiders hebben een officiële functie gekregen in een ander gebied, en de bevolking ziet hen als een deel van het huidige systeem, dat niets doet voor haar. Openlijke frustratie dus bij de Mai-Mai. In Ituri, een ander voorbeeld, – aan de grens met Oeganda en Soedan – is er duidelijk geen vertrouwen over de plaats die Ituri nog in kan nemen in de Kongolese samenleving, geen vertrouwen in hun toekomstige politieke en economische situatie. Er is een zekere hang naar zelfstandigheid aanwezig. Zij weigeren dus te demobiliseren. Het plaatje van Oost-Kongo wordt nog complexer gemaakt door de schaduw van Rwanda in grote delen van Kivu.

Door de oorlogssituatie zijn mensen zich ook bewuster geworden van hun positie. Ze moesten constant uitkijken om te overleven en zich aanpassen aan nieuwe situaties. Ze moesten leren leven met economische beperkingen, er kwamen nieuwe sociale relaties en nieuwe autoriteitsstructuren. De bevolking moest zich dus wel weren en emanciperen.

Wat voor mij een belangrijke vaststelling is dat de breuk tussen oostelijk en westelijk Kongo kennelijk veel sterker is geworden. Of dit tot desintegratie zal leiden, is een goede en cruciale vraag. In Kinshasa leeft de interesse voor het oosten helemaal niet (meer). En in het oosten is er een veralgemeend gevoel van frustratie, van alleen gelaten te worden: “Kinshasa doet niks voor ons”. Kongo is gefragmenteerd. Dat is mij bij mijn twee laatste reizen, in december vorig jaar, en nu nog opnieuw begin februari, bijzonder sterk opgevallen. In bepaalde kringen wordt de gedachte van een autonoom of zelfstandig Oost-Kongo ook niet langer geheim gehouden. Natuurlijk speelt ook hier nog de factor Rwanda, dat vooral in de Kivu-provincies de drang naar zelfstandigheid tempert

Die fragmentatie, hoe moet ik die concreet begrijpen?

Koen Vlassenroot: Kijk. Onder Mobutu betekende de overheid vanuit de hoofdstad Kinshasa voor de modale Kongolees de aanwezigheid en het optreden van het leger of van corrupte ambtenaren. Vandaag zijn er lokale milities die controle uitoefenen op de economische exploitatie. Via taksen of belastingen halen ze hun deel van de koek binnen. Dat is op zich niet zomaar een eenvoudig verrijkingsproces. De milities laten de mensen produceren maar die moeten aan wegbarrières bijvoorbeeld taks betalen. Zo zit het goud van bepaalde streken voor bijna een derde bij de milities. De lokale milities voeren meteen ook een controle uit op de mobiliteit, en werpen zich op als nieuwe (lokale en enige) autoriteit.

Je kan dus zeggen dat de oude beleidsvoering blijft. Met name dat politiek (ook gesteund op wapens) toegang geeft tot economische bedrijvigheid en/of ontplooiing. Daarbij gaan er maar weinigen corruptie uit de weg: politiekers, politie, ambtenaren en functionarissen. Alleen werd het vroeger vanuit de Mobutu-clan georganiseerd, met delen voor lokale relaismensen van het systeem. Vandaag gebeurt het voor een zeer groot deel op microniveau.

Zoals ik al zei is de relatie tussen bevolking en milities complexer. Het gaat ‘m niet alleen om pure macht en uitbuiting. Je kan stellen dat er een wederzijdse afhankelijkheid bestaat tussen hen. Zo hebben de milities de bevolking economisch nodig (om taksen te kunnen heffen), maar ook de bevolking heeft de milities nodig voor bescherming. Deze relatie loopt echter geregeld fout. Milities hebben blijkbaar een gemeenschappelijk kenmerk om het evenwicht niet langer te zien. Zij heffen inderdaad taksen of belastingen via wegblokkeringen, barrières, maar bezondigen zich daar ook aan verkrachtingen, dikwijls van jonge meisjes. Ze installeren zoiets als een eigen rechtssysteem en zetten mensen gevangen. Die daar dan opnieuw onderworpen worden aan vrijkoopsommen bijvoorbeeld. De gevangenis wordt dus ook een middel tot economische verbetering voor de milities.

Ik spreek het meest over het oosten van Kongo, de streek die ik geregeld bezoek, maar ook in Katanga is het desintegratieproces aanwezig. Het zou zeker sedert de transitieperiode aanving, versterkt zijn. Het gaat ook daar om lokale groepen die eigen systemen opzetten en afdwingen op politiek en economisch vlak.

Het punt in je betoog is eigenlijk de afwezigheid van een centrale overheid?

Koen Vlassenroot: Het transitieproces is erg door de internationale gemeenschap gepromoot, en haast opgedrongen aan de Kongolese actoren. De internationale gemeenschap heeft daar zeer sterk rekening gehouden met de gewapende groepen. Met andere woorden de boodschap is daar eigenlijk geweest: geweld loont. Wie gevochten heeft, kreeg een politieke of militaire post. Ook op microniveau geldt deze boodschap. Neem bijvoorbeeld de programma’s van “voedsel voor werk” die men heeft opgezet voor ex-gewapende strijders. Deze programma’s gelden niet voor de burgerbevolking. Geweld wordt op die manier een ‘gerechtvaardigde’ strategie naar verbetering van de eigen positie. Op lange termijn heeft dit nefaste gevolgen voor de cohesie binnen de samenleving. De staat heeft hierbij niet de macht om dit proces om te keren en is zelf een bron van onveiligheid. Dus er hangt in verschillende streken een gevoel en een sfeer van: “De centrale staat helpt ons niet, kunnen we het dan niet zonder hem?”

Hoe moet het dan met de verkiezingen in dergelijke omstandigheden?

Koen Vlassenroot: De huidige transitieperiode heeft niet speciaal veel kunnen bieden aan de Kongolese bevolking. Er is een enorme instabiliteit. De verkiezingen moeten het einde van deze transitieperiode inluiden. Men heeft de verkiezingen steeds voorgesteld als het begin van de mooie dagen, het einde van de miserie, en de ellende, als het begin van een periode van rust. Eindelijk zal er veiligheid zijn. Daarom is het van essentieel belang dat het verkiezingsproces niet stokt. Of de datum in juni haalbaar is op dit ogenblik hoogst twijfelachtig. Maar er bestaat voor mij geen twijfel over: verkiezingen op redelijke (en haalbare) termijn zijn noodzakelijk.

In de berichtgeving is er steevast sprake van de internationale gemeenschap. Over wie spreken we dan precies?

Koen Vlassenroot: De voornaamste landen die hun stempel drukken op wat de zogenaamde internationale gemeenschap doet, zijn de Verenigde Staten en Frankrijk. De Unie-missie in Kongo, Monuc, staat onder leiding van de Amerikaan Swing. We hebben het optreden gehad van de EU-interventietroepen – wat in feite een optreden was van het Franse leger, met steun van een aantal vrienden – in de stad Bunia midden 2003. Ze hebben daar toen inderdaad op korte termijn rust gebracht, maar alleen in de stad zelf, want verder ging de opdracht niet. We hebben toen gezien dat vrij snel het mandaat van Monuc werd versterkt onder impuls van de Verenigde Staten.

Het probleem met Monuc is er zeker ook een van communicatie. De politieke wereld en de militairen communiceren slecht met elkaar. Bovendien zijn er veel VN-soldaten die de taal niet spreken en dus niet met de bevolking kunnen communiceren.

En de invloed van de buurlanden?

Koen Vlassenroot: Rwanda heeft toegegeven dat ze nog militaire operaties heeft uitgevoerd. Maar in mijn ogen is het militaire niet de essentie van het probleem. Wat wel fundamenteel meespeelt is hoe Rwanda Oost-Kongo kan sturen, welk systeem ze daarvoor gebruikt, bijvoorbeeld via lokale bewindslui als de gouverneur van Noord-Kivu, Serufuli. Oeganda lijkt mij minder een systeem van beïnvloeding te hanteren. Het gebeurt meer via individuele militaire figuren die persoonlijke zaakjes regelen. Er is steun aan milities als er daartegenover ruimte gelaten wordt voor hun import-export business. Wie wel sterk economisch aanwezig is, is Zuid-Afrika. Dat is echte de nieuwe macht in Afrika. Ze hebben troepen toegezegd voor Oost-Kongo. Deze troepen maken de weg vrij voor Zuid-Afrikaanse investeerders die zich in het hotelwezen in Kongo inkopen, in de telecommunicatiesector, de grondstoffensector en het transport. Alles wat op dit ogenblik geld kan opleveren valt onder hun schaduw. De mijnsector wordt beheerst door slechts enkele landen: Australië, Verenigde Staten, Canada en Zuid-Afrika. Angola lijkt vandaag haast geen rol meer te spelen in de binnenlandse ontwikkelingen van Kongo. Het olierijke Cabinda is voor Luanda verzekerd, de Unita-rebellie is uitgeteld, verder ging de interesse niet.

België?

Koen Vlassenroot: Zware economische Belgische belangen staan er niet meer op het spel. Er zijn wel een reeks kleinere spelers, van wie bijvoorbeeld een Georges Forrest een van de bekendste is. Bepaalde Belgische groepen willen een voet tussen de deur houden, om in te kunnen spelen op bepaalde kansen die zich zouden aanbieden. Denken we maar aan de bouwsector of aan de haven van Matadi.

Politiek gezien zit de huidige Minister van Buitenlandse Zaken met de erfenis van zijn voorganger Louis Michel, voor wie Kongo wel echt een politiek dossier vormde. België speelt hier ook nog een relaisrol naar de Europese Unie toe. Anders dan Louis Michel wil De Gucht de aandacht van België vooral naar Azië richten. Dat kan haast niet anders dan ten koste van Afrika zijn. De positieve ingesteldheid om de gevolgen van de tsoenami aan te pakken bijvoorbeeld, past in een algemene lijn dat noodhulp een voorbode kan zijn van politieke toenadering en invloed.

Als synthese zou ‘k toch nog ’s op de hoofdtrend willen wijzen dat het land een weg opgaat van fragmentatie en desintegratie. Mocht de internationale gemeenschap dit aanvaarden, dan zouden daar onoverzienlijke gevolgen kunnen uit voortvloeien voor andere landen in Afrika. Denk maar ’s aan Nigeria in zo’n kader.

(Uitpers, nr. 63, 6de jg., april 2005)

(1) Koen Vlassenroot is professor Politieke Wetenschappen aan de Universiteit Gent en Georges Spriet is secretaris van de vzw Vrede

Print Friendly, PDF & Email

Relevant

Sahel-Exit

Mali, Burkina Faso en Niger vertrekken uit regionaal blok ECOWAS Mali, Burkina Faso en Niger kondigden eind januari aan dat ze uit ECOWAS stappen, de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse…

Print Friendly, PDF & Email

Turkije breidt invloed in Afrika uit

Economische motieven vormen een belangrijke drijfveer, maar daar blijft het zeker niet toe beperkt. In toenemende mate vertaalt de Turkse aanwezigheid zich in Afrika ook vanuit militair-strategische motieven waardoor…

Print Friendly, PDF & Email

Opflakkering van geweld en jihadisme in Sahel-regio

Terwijl wij al enige tijd geveld worden door dé grote dreiging, Covid-19, strijden enkele Afrikaanse landen noodgedwongen aan verschillende fronten. Naast de aanhoudende druk van de pandemie die de…

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

Val van cruciale grensstad is vernederende nederlaag voor het militair regime van Myanmar

Operatie 1027 heeft in Myanmar voor een kentering gezorgd. Sinds oktober 2023 heeft de opmars van de anti-junta-coalitie van het Arakan-leger (of AA, een voornamelijk Rakhine-groep), het Myanmar National…

Print Friendly, PDF & Email

Angst en beven van Teheran tot Tel Aviv: de opera.

Driehonderd drones of meer, plus een niet gespecifieerd aantal ballistische missielen (maar van de tragere soort, gemakkelijker op te sporen dan de supersonische raketten die Iran ook heeft) die…

Print Friendly, PDF & Email

Met zijn militaire aanval op Israël, speelt Iran Netanyahu in de kaart

Zaterdagavond laat lanceerde Iran een luchtaanval op militaire faciliteiten in Israël – de eerste rechtstreekse Iraanse aanval op Israëlische bodem ooit. De actie zat er al een tijdje aan…

Print Friendly, PDF & Email
De trein naar het Imperium.

You May Also Like

×