Komt er vrede in het Midden-Oosten?

Sedert de dood van Yasser Arafat op 11 november en de zege van Mahmoed Abbas, alias Aboe Mazen, in de Palestijnse presidentsverkiezingen van 9 januari, duiken alom weer optimistische geluiden op over de mogelijkheid van vrede in het Nabije Oosten. Maar kranten als de Londense Times en Le Monde waarschuwden inmiddels wel al dat er eigenlijk nog geen vooruitgang is geboekt en dat het nog lang kan duren vooraleer er resultaten uit de bus komen.

De Times sprak van “praten over praten”. En meer is het inderdaad niet ondanks de handdruk van Mahmoed Abbas en de Israëlische premier Ariel Sharon op 8 februari in de Egyptische badplaats Sjarm-el-Sjeikh. Verontrustend is op zijn minst dat het Israëlische leger, ondanks het bestand dat Mahmoed Abbas wist te verkopen aan organisaties als het islamistische Hamas, blijft doorgaan met Palestijnen dood te schieten. Onder wie ten minste twee kinderen, waardoor het aantal door Israël gedode kinderen sedert het najaar van 200 op ongeveer 800 is gekomen.

Maar wie maalt daarom in Europa en de Verenigde Staten? Niemand, want de EU heeft niet beter gevonden dan in december een Nabuurschapsakkoord met Israël te sluiten, dat neerkomt op een tussenstadium tussen het huidige Associatieakkoord en lidmaatschap van de EU. Onder dit akkoord kunnen ook massavernietigingswapens worden besproken. Maar de EU weigert al te spreken over de mensenrechten die in het Associatieakkoord zijn opgenomen. Waarom zou het dan massavernietigingswapens effectief gaan aankaarten? Dat doet het alleen wat Iran betreft.

Evenzeer verontrustend is dat Israël gewoon doorgaat met de bouw van de door het Internationaal Gerechtshof veroordeelde scheidingsmuur op de Westelijke Jordaanoever. En dat de kolonisatie zonder meer wordt voortgezet. Nog geen week na de top in Sjarm-el-Sjeikh kondigde premier Sharon aan dat er een nieuwe nederzetting, Gvaot, zal worden gebouwd tussen Bethlehem en Hebron om een deel van de 8.000 kolonisten, die uit de Gaza-strook moeten verhuizen, op te vangen. Sharon bewijst dan wel lippendienst aan het “stappenplan”, hij veegt er vierkant zijn voeten aan. Hij eist ook nog steeds dat Mahmoed Abbas een Palestijnse burgeroorlog zou ontketenen door met geweld Hamas en Islamitische Jihad te lijf te gaan.

Wel zijn er “gebaren van goede wil” zoals de vrijlating van 500 Palestijnse gevangenen, de stopzetting van het vernietigen van huizen van de familie van plegers van zelfmoordaanslagen. En het niet reactiveren van de wet waaronder Palestijnse grond kan worden geconfisqueerd. De regering had daar nochtans diskreet toe beslist op 1 februari. Van die wet werd vanaf 1948 gebruik gemaakt om de Palestijnen hun land en huizen afhandig te maken, zonder enige vergoeding natuurlijk. Want, aldus de wet, wie zijn land niet bewerkt verliest er het eigendomsrecht op. Ook al kan dat niet door maatregelen van de regering zoals bv. afsluiting van land voor “militaire doeleinden” of gewoonweg een toegangsverbod. Sharon kon de verleiding niet weerstaan de wet weer in te roepen om Palestijnen, die door de muur van hun land zijn afgesneden, aldus hun bezit te ontstelen. Maar dat feestje gaat – voorlopig – niet door.

De gebaren van goede wil worden meestal als een goed voorteken geïnterpreteerd. Maar niets is minder waar. Het betekent gewoonweg eventjes gas terugnemen tot de woede van de publieke opinie in de wereld genoeg bedaard is zodat de regeringen niet onder druk komen om sancties op te leggen of echte druk te gaan uitoefenen. Eens dat doel bereikt kan er gewoon worden voortgedaan zoals vroeger, kan er door het doden van enkele Palestijnen weer een geweldronde worden ontketend, tot de druk weer wat te groot wordt en er een nieuwe rustpauze moet worden ingelast…

Dat Sharon de Gaza-strook wil ontruimen is louter het gevolg van het feit dat de kosten om die strook, waarop zo’n twee miljoen Palestijnen bijna letterlijk op elkaar gestempeld zijn, onder controle te houden te hoog zijn geworden. Het is een prima gevangenis voor de Palestijnen. Men mag ook gerust zijn, ondanks sommige Israëlische suggesties dat de grensstrook met Egypte ook zou worden overgedragen en dat de vernietigde luchthaven en zeehaven van Gaza zouden kunnen worden heropgebouwd, zal daar zeker geen sprake van zijn. De “onderhandelingen” daarover zullen verzanden zoals de enorm toegejuichte Oslo-akkoorden van 1993 al snel volledig zijn vastgelopen. In dezelfde optiek kan de beloofde ontruiming van vier kolonies op de Westelijke Jordaanoever, en de bouw van nieuwe, worden gezien: het gaat om een consolideren van de “joodse gebieden” en de Palestijnen op te sluiten in een viertal Bantoestans. De in het vooruitzicht gestelde kolonie Gvaot heeft duidelijk als doel Bethlehem van Hebron af te isoleren.

Dat Sharon weinig in vrede is geïnteresseerd blijkt ook uit de hele reeks voorwaarden die stelt vooraleer Israël weer met Syrië wil onderhandelen over de bezette Golan-hoogten. Het overleg werd vijf jaar geleden stopgezet en Sharon is doof gebleven voor de herhaalde Syrische verzoeken om de draad weer op te nemen. Zo moeten de kantoren van alle “terroristische” groepen (in de ogen van Israël) in Syrië worden gesloten, moeten de Libanese strijdkrachten toestemming krijgen om naar de grens met Israël te komen en moeten alle daden van agressie tegen Israël worden stopgezet. Ook heeft Israël nooit geantwoord op een al enkele jaren oud vredesplan, dat normalisering en diplomatieke betrekkingen tussen alle Arabische landen en Israël behelst in ruil voor volledige terugtrekking uit alle in 1967 bezette gebieden.

Het is Sharon, en Israël, gewoonweg te doen om een “Groot-Israël”, sluipende gebiedsuitbreiding. Daarom dient alles gewoonweg op de lange baan te worden geschoven. Wat Sharon en Israël willen werd klaar en duidelijk uit de doeken gedaan door Dov Weinglass, de “éminence grise” van Sharon. In een interview met de krant Ha’aretz op 6 oktober bestempelde hij het plan voor terugtrekking uit de Gaza-strook als “een briljant taktisch maneuver” om alle gesprekken over bredere terugtrekking uit de bezette gebieden en over een Palestijnse staat “in de motteballen te zetten”. Zolang er over Gaza wordt gesproken is er volgens hem geen gevaar dat Israël in betekenisvolle vredesbesprekingen wordt gedwongen.

Ook Sharon zelf vertelt steevast dat er uiterst voorzichtig, stap voor stap en over een lange periode moet worden gepraat om tot vrede te komen. Ondertussen kan er natuurlijk gewoonweg worden voortgedaan met de bantoestanisering van de Palestijnen en de kolonisatie van de bezette gebieden. En het stappenplan, dat voorzag in een onafhankelijke en leefbare Palestijnse staat dit jaar? Ach ja, “data zijn niet heilig” zeggen de Israëli’s steevast als ze er baat bij hebben. En wie zal hen tegenhouden. Het credo van Amerikanen en Europeanen is dat “Israëli’s en Palestijnen samen” naar een oplossing moeten zoeken. Dit wil zeggen dat de Israëlische Goliath de vrije hand krijgt om te doen wat het wil.

Ondanks alles blijft president Mahmoed Abbas optimistisch. De vraag is wat hij de Palestijnen zal kunnen voorleggen bij de parlementsverkiezingen in juli a.s. Mahmoed Abbas is enkel tot president verkozen geworden dankzij de partijdiscipline binnen Fatah, de voornaamste Palestijnse beweging. Maar velen zijn er niet gelukkig mee. Dat bleek al toen premier Ahmed Korei, alias Aboe Alaa, zijn nieuwe regering aan het parlement voorstelde, waarin Fatah 62 van de 83 zetels heeft. Vele parlementsleden vonden het te veel van het oude, te veel verbrande figuren. De roep naar vernieuwing, hervorming en verjonging klonk hier duidelijk in door. En in inmiddels lijkt Hamas het bij de reeks in december begonnen gemeenteraadsverkiezingen bijzonder goed te doen.

(Uitpers, nr. 62, 6de jg., maart 2005)

Visited 9 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).