Komt er ook een Palestijnse lente?

Terwijl de Arabische leiders geconfronteerd worden met een woedende bevolking die democratische hervormingen, vrijheid en primaire politieke, sociale en economische rechten eist, groeit de angst in Israël voor een derde intifada (‘volksopstand’). De Palestijnen zouden immers een voorbeeld kunnen nemen aan hun Tunesische, Egyptische, Bahreinse of Syrische collega’s.

Zeker nu de rivaliserende Palestijnse fracties Fatah en Hamas tot een samenwerkingsakkoord zijn gekomen en er dus weer sprake is van een zekere Palestijnse eenheid. Een eerste uitdaging voor Israël kwam er afgelopen 15 mei, toen tienduizenden Palestijnen de krachten bundelden voor een vreedzaam protest tegen het Israëlisch beleid.

Nakba

Op 15 mei 2011 vierde Israël de 63ste verjaardag van de oprichting van de Joodse staat. De Palestijnen herdenken die dag de Nakba (letterlijk ‘de catastrofe’), de terreurcampagne die één van de grootste gedwongen migraties in de moderne geschiedenis tot gevolg had. Een geschatte 700.000 Palestijnen ontvluchtten of werden verdreven van hun huizen en dorpen tijdens de Arabisch-Israëlische oorlog in 1948. Hun eigendommen werden in beslag genomen en het recht om terug te keren werd hen ontzegd door de regering van de kersverse Joodse staat. Tot op de dag van vandaag is zelfs het onderwerp ‘compensatie voor de verloren eigendommen’ onbespreekbaar voor de Israëlische autoriteiten. Ongeveer 4,5 miljoen Palestijnse vluchtelingen (zowel van 1948 als van de Zesdaagse oorlog in 1967) en hun afstammelingen leven in vluchtelingenkampen in Libanon en Syrië, in Jordanië en in de nog altijd bezette Westelijke Jordaanoever.

Er wordt in de Palestijnse gemeenschappen elk jaar stil gestaan bij de Nakba, maar dit jaar groeide 15 mei, gesterkt en geïnspireerd door de Arabische lente, uit tot een dag van collectief Palestijns verzet. Onder meer via het internet riepen vooral jonge Palestijnen op om op 15 mei 2011 massaal en vreedzaam te protesteren. Het was al weken op voorhand duidelijk dat de Nakba-herdenking dit jaar de gebruikelijke bescheiden acties in de Westelijke Jordaanoever zou overstijgen. In post-Moebarak Egypte en doorheen de regio werden allerlei oproepen verspreid voor de start van een derde intifada, te beginnen op 15 mei. In tegenstelling tot de eerste (1987-1993) en de tweede intifada (2000-2005) moest ditmaal de hele Arabische regio betrokken worden bij het lot van de Palestijnen. Het begon met een oproep via Facebook begin maart voor een derde intifada tegen de voortdurende bezetting van Palestijns land door de Israëlische regering. De Facebook-pagina verzamelde in een mum van tijd tienduizenden aanhangers. Israël diende een klacht in bij de sociale netwerksite. Op 29 maart -toen er al honderdduizenden fans aangesloten waren- werd de pagina van Facebook verwijderd omdat het “geweld promootte”. Maar op het internet doken onmiddellijk gelijkaardige initiatieven op. Zo verscheen er een Arabischtalige site genaamd ‘3rdintifada.com’ waarop opgeroepen werd tot vreedzame protestacties aan Israëlische ambassades en consulaten over heel de wereld. 15 mei werd omgedoopt tot ‘de dag van de bevrijding’. De eerste, eerder onrealistische initiatieven voor de dag van de Nakba werden uiteindelijk herleid tot demonstraties voor de ambassades in Jordanië en Egypte, de twee Arabische landen die diplomatieke betrekkingen hebben met Israël. Verder werd er opgeroepen om te demonstreren in Gaza en in de door Israël Bezette Gebieden.

Protest & repressie

Uiteindelijk kwamen op 15 mei tienduizenden Palestijnen op straat. Het waren de grootste Nakba protesten sinds jaren. Bovendien was er sprake van eenheid in actie. Niet alleen in de Westelijke Jordaanoever, maar ook in Jeruzalem, Gaza, en zelfs aan de Syrische en Libanese grens met Israël verzamelden vluchtelingen om te protesteren tegen hun situatie. In de sfeer van de Arabische lente, waarbij er opeens een gevoel heerst dat verandering effectief mogelijk is, werden de muren, hekken en checkpoints geviseerd die de Palestijnen van elkaar scheiden. Vanuit Ramallah, de zetel van de Palestijnse Autoriteit, trokken duizenden Palestijnen richting Qalandia, de belangrijkste militaire grenspost die de Westelijke Jordaanoever van Jeruzalem afsnijdt. De voorhoede van de mars bestond uit jongeren zwaaiend met Palestijnse vlaggen. Het is ongetwijfeld zo dat de Israëli’s, net zoals de rest van de wereld, verrast werden door de onverwachte dynamiek in de Arabische regio. Maar sinds de gebeurtenissen in Tunesië en zeker in Egypte was Israël op zijn hoede voor een mogelijke besmetting van de Palestijnen door het protestvirus. De Israëlische inlichtingendiensten waarschuwden al maanden voor dit soort massa-acties. Israël wilde tonen dat het geen ‘Palestijnse lente’ zal dulden en was dus voorbereid om elk activistisch enthousiasme op de Nakba-dag onmiddellijk en met geweld in de kiem te smoren. Zo geschiedde ook. Aan de Qalandia-checkpoint, schoten Israëlische soldaten uitgerust in oproerkledij met rubberen kogels en smeten met traangasgranaten. Er vielen tientallen ernstig gewonden. Sommige Palestijnen smeten met stenen. Zulke scènes zijn uiteraard niet ongewoon op 15 mei, zeker niet aan Qalandia, maar de schaal van de confrontaties was dit jaar veel groter dan anders. De protesten duurden er meer dan 7 uur. Ook het feit dat de protesten over zo veel verschillende plaatsen verspreid waren, weerspiegelde de hoop van de Palestijnen. Hoewel de betogers overal ongewapend waren, ontstonden er onder meer confrontaties in de grotere steden op de Westelijke Jordaanoever.

Op de Gaza-strook marcheerden duizenden Palestijnen van Gaza City naar Erez, de militaire grensovergang met Israël. Ten minste 15 ongewapende betogers geraakten gewond nadat de Israëlische troepen het vuur openden om de mars een halt toe te roepen. Naast waarschuwingsschoten werden er ten minste twee tankgranaten afgevuurd en werd er met een machinegeweer geschoten op een open veld vlakbij de betogers. Eén tiener werd door een sniper van het Israëlisch leger doodgeschoten. Ook aan de noordelijke grenzen van Israël vielen minstens 14 dodelijke slachtoffers. Palestijnen uit de 10 vluchtelingenkampen in Syrië trokken met honderden bussen tegelijk naar de grens met de door Israël bezette Golan-hoogte. Een duizendtal betogers stapten door no-mans-land, zwaaiend met vlaggen, richting grens. Een groep van ongeveer 200 betogers slaagde erin door de verschillende demarcatiehekken te breken die Syrië van het door Israël bezette gebied afscheiden. Ze marcheerden het Druzische dorp Majdal Shams binnen dat al sinds 1967 onder Israëlische controle staat. Het was de eerste keer dat er een bres geslagen werd in deze grens, waarlangs mijnen liggen en die bewaakt wordt door soldaten van zowel Israël, Syrië als de Verenigde Naties. De Palestijnse betogers werden door de dorpelingen van Majdal Shams als helden ontvangen en al zingend trokken ze samen naar het dorpsplein. Daarop zetten de Israëlische soldaten een offensief in om het dorp opnieuw te veroveren. Volgens ooggetuigen geraakten daarbij meer dan 100 mensen gewond.

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu verklaarde achteraf dat hij de Israëlische strijdkrachten (IDF) opgedragen had om zich terughoudend op te stellen, maar om de infiltratie binnen de grenzen te beletten. “Iedereen moet weten dat we vastberaden zijn om onze grenzen en onze soevereiniteit te beschermen”. Defensie minister Ehud Barak stelde: “Het IDF moet de soevereiniteit van Israël beschermen en het slaagde erin dat te doen”. In realiteit annexeerde Israël de Syrische Golan hoogte in 1967 illegaal en bezet het sindsdien. De zogenaamde “Israëlische soevereiniteit” waar de autoriteiten de mond van vol hebben wordt dus zeker niet internationaal erkend.

De gewelddadigste confrontatie vond plaats net buiten het Zuid-Libanese grensdorp Maroun al-Ras, waar tienduizenden Palestijnse vluchtelingen verzamelden aan de grenshekken met Israël. De Palestijnse vluchtelingen in Libanon genieten geen fundamentele burgerrechten en de helft leeft in armoedige kampen. Normaal gezien is de bewegingsvrijheid van de vluchtelingen er beperkt en is het absoluut onmogelijk voor hen om zelfs maar in de buurt te komen van de Libanees-Israëlische grens, maar voor deze ene dag besloten de Libanese autoriteiten niet te interveniëren. De betogers droegen sleutels van de huizen die hun ouders, grootouders of zijzelf destijds moesten achterlaten. Ze maakten Palestijnse vlaggen vast aan de prikkeldraad, droegen slogans voor het recht op terugkeer mee en zongen liedjes. Het was een zeer emotionele en belangrijke gebeurtenis voor de aanwezige Palestijnen. Sommige jongeren wierpen stenen over de grens. Toen betogers de grenshekken dreigden te doorbreken begonnen zowel de Israëlische als de Libanese soldaten waarschuwingsschoten af te vuren. De betogers probeerden in paniek weg te geraken. De Israëlische soldaten schoten daarop met traangas en rubberen kogels op de ongewapende menigte. Er vielen minsten 12 doden. Israël verklaarde achteraf dat het een klacht zal indienen bij de VN tegen Syrië en Libanon voor de “infiltratie” van zijn grenzen door Palestijnse vluchtelingen. Libanon zal op zijn beurt een klacht indienen tegen Israël voor het schieten op ongewapende betogers.

Democratie

In Israël zelf, organiseerde de Palestijnse minderheid op 15 mei voor het eerst een eigen mars ter herdenking van de Nakba. Palestijnse vlaggen wapperden plotseling in het hart van Israël, in Jaffa, de eens beroemde Palestijnse stad die nu herleidt is tot een voorstad van Tel-Aviv. Joodse vredesactivisten liepen mee in de betoging. Israël beschouwt zichzelf als de enige democratie in het Midden-Oosten. Het is inderdaad zo dat er vrije verkiezingen georganiseerd worden in een meerpartijensysteem, dat er een onafhankelijke justitie is, enzovoort. Op het eerste zicht een samenleving die gelijkaardig is aan de meeste liberale democratieën, waarin de Israëli’s kunnen genieten van fundamentele burgerrechten. Er gelden in Israël echter ook een heel aantal regels die de Joodse Israëli’s bevoorrechten ten opzichte van de niet-Joodse. Ruim 20% van de Israëlische bevolking bestaat uit Palestijnen met een Israëlisch staatsburgerschap. Deze minderheidsgroep werd van bij de oprichting van de Israëlische staat geconfronteerd met een geïnstitutionaliseerde discriminatie. Zo mogen ze bijvoorbeeld niet dienen in het Israëlisch leger wegens te onbetrouwbaar, maar aan die legerdienst zijn wel een hele resem sociale rechten verbonden waar Palestijnen dus nooit van kunnen genieten.

In Israël is er de laatste jaren bovendien een trend naar een meer restrictieve samenleving. Zo kwamen verschillende parlementsleden met wetsvoorstellen op de proppen die het temperen van de publieke kritiek tot doel hebben. Mensenrechtenorganisaties, de Palestijnse minderheid, groepen en individuen die hun stem verheffen tegen de rechtse agenda van de regering moeten het zwijgen opgelegd worden. De Associatie voor Burgerrechten in Israël waarschuwde onlangs nog voor bepaalde wetten die gepromoot worden door de Knesset (Israëlisch parlement) die de mensenrechten en de burgerlijke vrijheden aanzienlijk inperken. Zo keurde de Knesset een nieuwe wet goed die stelt dat organisaties en instituties die de Nakba herdenken “het Joods en democratisch karakter van de staat ontkennen” en dus geen publieke fondsen meer zullen ontvangen. Dat geldt ook voor de Arabische scholen in Israël. De Knesset keurde ook een wet goed die demonstranten vrijpleit die zich verzetten tegen de Israëlische terugtrekking uit Gaza van 2005. Uiteraard is een wet die de repressie vermindert ten opzichte van burgers die hun recht op politiek protest uitoefenen in theorie een goede zaak. Deze wet bevoordeelt echter activisten met een bepaalde politieke mening. Het is dus een aanfluiting van de gelijkheid van burgers. Mensen die iets publiceren dat het Joods en democratisch karakter van de staat Israël aanvecht, moeten volgens een door de regering gesteund amendement op een bestaande wet, opgesloten kunnen worden. Het is duidelijk dat de Israëlische regering met deze nieuwe wetten en wetsvoorstellen alternatieve politieke ideeën probeert te criminaliseren.

Naast de interne dubbele maatstaf en de tendens naar een meer gecontroleerde maatschappij, bezet Israël nog altijd bepaalde gebieden illegaal. In deze gebieden gelden regels die vergelijkbaar zijn met de regels opgelegd door de verguisde ondemocratische Arabische regimes in de buurlanden: geen vrijheid van beweging, militair bestuur, het instellen van avondklokken, gewelddadige repressie van protest, enzovoort. Ondanks het bestaan van een Palestijnse Autoriteit is het nog altijd de Israëlische regering die de werkelijke macht uitoefent over de bevolking in de Bezette Gebieden. Er geldt dus één democratisch bestuurssysteem voor Israël zelf en een ander bestuurssysteem voor de Bezette Gebieden waar de mensen als het ware geen fundamentele burgerrechten bezitten.

Egypte

Sinds de verdrijving van Moebarak van de macht in Egypte, de enige terughoudende bondgenoot van Israël in de regio, zijn de Israëlische autoriteiten op hun hoede. Het was onder Egyptische impuls dat de rivaliserende Palestijnse politieke groepen eind april in Cairo verklaarden een regering van nationale eenheid te zullen vormen. Vier jaren van interne Palestijnse verdeeldheid en vijandelijkheden tussen het islamistische Hamas, dat de plak zwaait in de Gaza-strook, en het seculiere Fatah, die in de Westelijke Jordaanoever de zeer beperkte Palestijnse autonomie vertegenwoordigt, kwamen daarmee ten einde. Door een eenheidsregering te installeren lijkt het alsof de twee rivaliserende Palestijnse fracties ingezien hebben dat ze geen vooruitgang kunnen boeken tegen Israël zolang ze politiek en geografisch gescheiden blijven. Het is ongetwijfeld zo dat alleen een eengemaakte bevrijdingsbeweging, die weigert zich te laten definiëren door de Israëlische politiek van fragmentatie, enig effect kan hebben op Israëls beleid. Het is echter nog helemaal niet duidelijk welke vorm het gezamenlijk verzet tegen de Israëlische bezetting zal aannemen. Het ligt anderzijds voor de hand dat een aanhoudende Palestijnse revolte op verschillende fronten tegelijk, Israël zwaar in de problemen zou kunnen brengen. De Joodse staat heeft tot nu toe altijd kunnen profiteren van een relatieve kalmte aan zijn grenzen waardoor het de bezetting van Oost-Jeruzalem en de Westelijke Jordaanoever, en de blokkade van de Gaza-strook probleemloos heeft kunnen opleggen. De vredesverdragen met Egypte en Jordanië maken een belangrijk deel uit van deze strategie. Maar het post-Moebarak regime in Egypte versoepelde ondertussen al de blokkade op Gaza aan zijn grensovergang in Rafah. De bevolking in Egypte was dan weer zeer actief in de aanloop naar de Nakba-protesten. In Cairo was er een massademonstratie gepland op het Tahrir-plein, vanwaar er gemarcheerd zou worden naar de Israëlische ambassade en de kantoren van de VN. De acties moesten vreedzaam verlopen en werden georganiseerd in coördinatie met de Hoge Raad van de Strijdkrachten, die nu de touwtjes in handen heeft in Egypte. Hoewel er al verschillende berichten zijn dat deze instelling repressief optreedt tegenover verdere revolutionaire initiatieven, ondersteunt ze de betogingen voor de bevrijding van Palestina omdat ze geen bedreiging vormen voor het eigen bestuur. Dit is al jarenlang zo in de hele Arabische regio. Waar het de lokale bevolking verboden is om op te komen voor de eigen rechten, vrijheid en democratie, konden betogingen tegen het Israëlisch beleid en voor de bevrijding van de Palestijnen als een handige katalysator dienen voor eventuele lokale frustraties. De situatie van de Palestijnen is immers een bron van ergernis voor de bevolkingen in de hele Arabische regio die alle politieke en lokale verschillen overschrijdt. In de maanden na de verwijdering van Moebarak kende Egypte al verschillende betogingen voor de Israëlische ambassade in Caïro en het consulaat in Alexandrië. Op 15 mei, de 63ste herdenking van de Nakba, kwamen duizenden mensen op straat in de hoofdstad. Ze trokken naar de Israëlische ambassade. Meer dan 100 mensen geraakten gewond toen de Egyptische politie traangas en rubberen kogels afvuurde om de menigte te beletten het ambassadegebouw te bestormen.

Besluit

De Nakba was dit jaar niet louter een herdenkingsdag van de heruitvinding van het thuisland van de Palestijnen als de Joodse staat. Het werd een dag waarop de Palestijnen er aan herinnerd werden dat ze ondanks hun verspreiding toch nog samen kunnen opkomen tegen de bezetting. De Arabische lente verleende een soort momentum aan het Palestijns verzet, maar de acties van 15 mei kunnen zeker nog niet als een derde intifada bestempeld worden. Ze geven echter wel een duidelijk beeld van wat zou kunnen komen. Israël verkeert dan ook in opperste staat van paraatheid. Een Israëlische commandant verklaarde dat de protesten een opwarming zijn voor september, wanneer het recent geünificeerde Palestijns leiderschap Israël en de Verenigde Staten wil uitdagen door een officiële erkenning van de Palestijnse staat aan te vragen bij de Verenigde Naties. De Israëlische minister van Defensie Ehud Barak insinueerde iets gelijkaardigs: “We zijn nog maar aan het begin van deze kwestie en het zou kunnen dat we met nog veel complexere uitdagingen geconfronteerd zullen worden”. Het afdwingen van een officiële erkenning bij de VN van een Palestijnse staat gebaseerd op de grenzen van 1967, is misschien meer een symbolische daad, maar het kan Israël politiek geïsoleerd doen overkomen. Ondertussen maken de Palestijnen zich op voor de Naksa (letterlijk: ‘nederlaag’ of ‘tegenslag’) in juni, de herdenking van de Arabisch-Israëlische oorlog in 1967 waarin de Westelijke Jordaanoever, Gaza, Oost-Jeruzalem en de Golan-hoogte bezet werden.

(Uitpers nr. 132, 12de jg., juni 2011)

(Visited 2 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 94 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook