Koloniseren en dekoloniseren vijfhonderd jaar na de val van Tenochtitlan (3)

De geschiedenis schrijven van vijfhonderd jaar kolonialisme is een delicate en riskante onderneming. Wat zijn de bronnen? Hoe betrouwbaar zijn die bronnen? In hoeverre was de verovering van Amerika anders dan de kolonisering van Afrika en Azië? Was de Europese onderneming fundamenteel anders dan wat vorige grote keizers en koningen ondernamen, denk aan Alexander de Grote, Gengis Khan of de Romeinen, en ja, waarom niet de Mexica’s en de Inca’s die een groot deel van de volken van respectievelijk Centraal en Zuid-Amerika onderdrukten?

Het zijn vragen waarop de antwoorden niet definitief gegeven kunnen worden. Historici werken in het heden met een referentiekader dat hun resultaten onvermijdelijk beïnvloedt. Geschiedenis is politiek.

De kronieken

Voor de geschiedenis van de eerste kolonisering van Noord- en Midden-Amerika waren er kroniekschrijvers en later missionarissen die het verhaal van de overgebleven inheemse bevolking moesten noteren.

De kroniekschrijvers waren in eerste instantie de ontdekkingsreizigers zelf, Christoffel Columbus en Hernan Cortés.

Volstrekt onbetrouwbaar is vooral Columbus die uiteraard de taal van de inheemsen niet sprak, geen besef had van diversiteit en andere talen en voortging op klanken die hij hoorde en deed aansluiten bij Spaanse woorden en klanken. ‘Cariba’ zeiden de inheemsen in het Caraïbisch gebied, en Columbus verstond ‘Caniba’, ah ja, het volk van de grote Khan in India. Want dat was het land waar hij was aangekomen. Hij beschrijft niet wat hij ziet maar wat hij meent te weten, en hoewel er weinig goud gevonden wordt meent hij dicht bij de mijnen van Koning Salomon te zijn. Cuba is een eiland, zo vertellen de inheemsen, maar voor Columbus is het vasteland en hij laat zijn bemanning onder ede verklaren dat het vasteland ís.

Cortés deed het iets beter en was wel in staat om buiten zichzelf te treden maar ook hij had enkel zijn Spaanse achtergrond en zijn bijbelse kennis om te interpreteren wat hij zag. Bovendien zijn de originele kronieken verloren gegaan.

Aan de echtheid van het verhaal kan Bernal Díaz de Castillo wordt getwijfeld, omdat er té veel zaken onsamenhangend zijn en zijn verhaal misschien ook van Cortés zelf kan komen.

Bartolomé de las Casas, de beschermheer van de inheemsen en latere bisschop van Chiapas, beschrijft niet enkel wat hij met eigen ogen zag op Cuba en Hispaniola, maar vooral wat hij weet van horen zeggen.

Bernardino De Sahagún kent nahuatl en werk meticuleus met vragenlijsten voor zijn inheemse bronnen. Maar hoe betrouwbaar kunnen beide partijen zijn, onder druk van de kerk en van wat we vandaag de ‘nodige politieke correctheid’ zouden noemen? Wat mogen de inheemsen vertellen zonder te worden gestraft? Wat mag de Sahagún vertellen zonder de inquisitie op zijn nek te krijgen? In 1577 verbiedt de Spaanse koning Felipe II trouwens elke onderzoek naar het heidens verleden van de inheemsen, het zijn dingen, zo stelt hij, die beter niet zijn gekend.

José de Acosta schreef zijn verhaal tegen het eind van de zestiende eeuw, meer dan vijftig jaar na de verovering van Tenochtitlan.

En de mesties Inca Garcilosa de la Vega schreef zijn verhaal in Spanje, op het eind van zijn leven.

In 1524 stuurt Spanje twaalf franciscanen naar Mexico om er het verleden en het leven van de Mexica’s op te tekenen. Ze zien zichzelf als de twaalf apostelen, met millenaristische hoop voor het einde van de geschiedenis. Voor het eerst moeten Europeanen de geschiedenis van niet-Europeanen schrijven en uiteraard is dat wat ze schrijven in dienst van hun opdracht en hun engagement.

De Mexica’s

De Mexica’s hadden geen schrift, hun geschiedenis was opgetekend in codexen met pictogrammen, maar de grote meerderheid daarvan is verloren gegaan, gewild of ongewild. Twee dingen staan echter vast: in de zestiende eeuw wordt alles wat de Spanjaarden zien, vertaald in hun referentiekader, dat van de bijbel en van de oude Griekse verhalen. Ze vinden het aards paradijs, ze vragen zich af of de inheemse bevolking misschien tot de verloren stammen van Israël behoren, De pyramide die ze in het land van de Maya’s zien heet ‘Gran Cairo’, de tempels op het grote plein in Tenochtitlan doen hen denken aan de tempel van Salomon, het uiteindelijke doel van alle veroveringen is en blijft Jeruzalem. De verhalen van Herodotus en Plinus, de eenhoorns, de mensen zonder hoofd of met een hondenhoofd, de mensen met de grote voeten, de amazones, je vindt het allemaal in dat nieuwe Amerika. En de Spaanse koning zal snel Jeruzalem innemen, want ook de inheemsen zijn betrokken bij de strijd tegen de islam. Motolinía past de verhalen van de plagen van Egypte toe op Mexico.

De grote schok voor de wereldgeschiedenis komt echter van het ander tijdsbegrip in Amerika. De Mexica’s kennen geen lineaire tijd en geen historische causaliteit. De Spanjaarden komen echter met hun visie op tijd en data en gebeurtenissen, met hun manier om het verleden te construeren, de inheemsen moeten zich daaraan aanpassen en hun eigen geheugen en kijk op henzelf en de wereld opgeven. Voor het eerst moeten ze leren zichzelf van buitenaf te bekijken, ze moeten ‘westers’ worden, vanaf de eerste dag.

Daarbij ontstaat voor het eerst een besef van één wereld en voor de inheemsen is hun wereld ‘Anahuac’ niet langer dé wereld, maar slechts één van vele werelden. De inheemse elites die bij het schrijven van die geschiedenis betrokken worden zullen uiteraard hún belangen en hún visie verdedigen, maar moeten daarbij opletten niet van afgoderij te worden beschuldigd. Het is een delicaat afwegen, van wat kan en van wat niet kan, voor beide partijen.

De kerstening van de inheemsen is uiteraard wat de kolonisering voor de Spanjaarden legitimeert, en dan niet enkel hun vele goden, maar voor hun de ‘absolute abominatie’ van het kannibalisme. En zo komt het dat de Spanjaarden mogen doden opdat anderen niet zouden doden, dat ze levend mogen verbranden wat anderen zouden eten.

De Europeanen hadden enig idee van Afrika en van Azië, maar dit nieuwe continent verandert uiteindelijk en onvermijdelijk ook hun visie op de wereld. Europa zal nooit meer hetzelfde zijn. Vandaar dat 1492 vandaag door velen als een absoluut breukpunt in de geschiedenis wordt gezien en het voor velen het begin van de westerse dominantie is met alles wat dat aan negatieve invloed met zich brengt.

Moderniteit, kapitalisme, slavernij, racisme, patriarchaat?

Hoe weinig we ook weten over het verleden van de inheemse volken, hoe schokkend de ‘ontdekking’ van een nieuwe wereld voor Europa ook was, hoe wreed de kolonisering ook was, de verhalen die in de 21ste eeuw verspreid worden doen onrecht aan de feiten.

De ‘primitieve’ volken op de Caraïben werden door de eerste ontdekkingsreizen beschreven als ‘tedere lammeren’ die geen vlieg konden kwaad doen. Ze waren primitief, want ze liepen naakt rond, ‘zelfs de vrouwen’! Toch konden ze ook ‘wreed’ zijn als ze in de verdediging van zichzelf en hun families Spanjaarden doodden. Helaas weten we bijzonder weinig van deze volken  want op nauwelijks enkele decennia waren de eilanden volledig ontvolkt door uitroeiing, slavernij en ziektes.

We weten meer over de Mexica’s, de Maya’s, de Andesvolken en de amazonevolken. De wreedheid waarmee mensen werden geofferd en nadien vaak verorberd, de oorlogen die werden gevoerd om anderen schatplichtig te maken, de interne conflicten en broedermoorden, de oorlogen als instrument van sociale cohesie, het doet vermoeden dat binnen een andere cosmovisie toch dezelfde menselijke en maatschappelijke mechanismen bestaan. Dank zij antropologisch werk weten we ook meer over die cosmovisie, hoewel we steeds voorzichtig moeten omspringen met een blanke visie op niet-blanke volken. Duidelijk is wel dat we best meteen en totaal afstand nemen van alle mythes en visies op de ‘harmonie’ met de natuur, het vreedzaam omgaan met elkaar en het holistisch begrijpen. Of nog met andere woorden, inheemse volken, in Amerika, Afrika of Azië kunnen beslist een andere cosmovisie en tijdsbesef, een ander begrip op de mensheid en op de natuur hebben, maar het zijn mensen zoals U en ik, met een grote verscheidenheid en beslist niet met alle oplossingen voor de grote wereldproblemen in de hand. Dat besef en dat inzicht, met respect voor de diversiteit en voor afwijkende opvattingen, met een verlangen om te leren van anderen, kan ons veel verder brengen dan het beaat aanbidden en bewonderen van een mythisch en onbestaand volk.

Ook de vandaag gangbare opvattingen over de ‘bron van alle kwaad’ kan best even onder de loep genomen worden.

Ja, men kan 1492 zien als een belangrijk moment in het ontstaan van de moderniteit. Het is een periode waarin Europa zijn dominantie heeft bevestigd, zijn tijdsbesef heeft opgedrongen, zijn filosofie heeft doorgedrukt. Maar dat kwam uiteraard niet uit de hemel vallen. De moderniteit, zoals Jack Goody beschrijft in zijn ‘theft of history’ was al eeuwen in de maak en de ontdekkingsreizen waren geen oorzaak maar een gevolg van die ontluikende moderniteit, van de honger naar kennis en avontuur. Dat die moderniteit vandaag moet worden herzien ten einde mens niet boven maar ín de natuur te plaatsen is positief maar doet niets af van haar intrinsieke belang.

Het zijn ook niet de ontdekkingsreizen en de kolonisering die aan de oorsprong liggen van de slavernij. Zeer zeker, vanaf de 18de en vooral de 19de eeuw heeft de slavenhandel ongekende hoogtes bereikt, maar het fenomeen zelf komt uit de prehistorie. Zowel het oude Tenochtitlan als Sevilla hadden slavenmarkten. Columbus wilde slaven meebrengen naar Spanje, maar dat vonden de Katholieke Koningen geen goed idee. De Spanjaarden haalden wel slaven uit de kleine Antillen en later uit Afrika. En zoals geweten heeft de Afrikaans-Arabische slavenhandel eeuwenlang bestaan en werd als excuus gebruikt voor de Afrikaanse kolonisering. Niets nieuws onder de zon, kan men zeggen. Tot vandaag bestaat er een echte en verkapte slavernij op de plantages en in de mijnbouw in Afrika, Amerika en Azië. Daarbij geldt dat racisme, de afkeer van alles wat ’vreemd’ is, van alle tijden en alle werelddelen is. Het siert Europa dat het dit racisme illegaal heeft gemaakt met een filosofie over de gelijkheid van alle mensen en een Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens. Het is een essentieel instrument om het nog bestaande racisme te bestrijden.

1492 was evenmin het begin van het kapitalisme. De ontdekkingsreizen werden mogelijk dank zij de ontwikkeling van vennootschappen, van het bankwezen en de invoering van nieuwe financiële instrumenten, zoals de wisselbrief. Spanje was bovendien geen kapitalistisch land in de 16de eeuw, het voerde in Amerika de feodale praktijken van het eigen land in en die methodes bleven eeuwenlang van toepassing in Amerika. Uitbuiting en mishandeling, moet het nog herhaald worden, zijn geen monopolie van het kapitalisme.

De geschiedenis is van de overwinnaars

Dit is een gouden wet van alle tijden. Voor zover ik weet is het enkel Nathan Wachtel die heeft geprobeerd ‘De visie van de overwonnenen’ te schrijven. In een opmerkelijk boek schreef Roca Barea recent een gerelativeerde visie op de ‘zwarte legende’, niet om ze te ontkennen, wel om alles in een relatiever daglicht te stellen. Ze wijst er terecht op dat zuiver juridisch bekeken Amerika nooit een kolonie is geweest van Spanje, dat de koningen eeuwenlang diverse pogingen hebben ondernomen om de inheemse bevolking te beschermen, maar die wetten stelselmatig door de lokale machthebbers naast zich neer werden gelegd. Nogmaals, dit is alles behalve een excuus, maar het is goed dit te weten. Zeker indien we willen dekoloniseren. De moorden en wreedheden zijn feiten. De uitroeiing van culturen en van de lokale kennis is een feit. Van een bevolking die in 1492 op 65 tot 100 miljoen werd geschat, bleef honderdvijftig jaar later nog nauwelijks vijf miljoen over.

Het is goed eraan te herinneren dat al diegenen die vandaag in Latijns Amerika de geschiedenis herschrijven voornamelijk blanken zijn, alsof ze zich schuldig voelen en zich willen legitimeren door de inheemsen eindelijk een rol in hun eigen geschiedenis te laten spelen. Het zijn niet enkel intellectuelen, maar evenzeer de vele ngo’s die nog steeds op zoek zijn naar de ‘goede wilden’, naar een ‘verloren wereld’ en hen een misplaatst identiteitsdenken opdringen. Een halve eeuw geleden werd niet gesproken over ‘pachamama’. Het is één ding dat inheemse volken hun plaats in de geschiedenis en in de huidige politiek en maatschappij opeisen, het is iets helemaal anders wanneer daarbij opnieuw verhalen worden uitgevonden die meer beantwoorden aan wat Europeanen en Noord-Amerikanen willen, dan wat van de inheemsen zelf komt. Zoals Aníbal Quijano ooit stelde: ‘er zijn geen inheemsen, er zijn wel uitgebuite boeren’. In diezelfde zin kan men stellen dat de ‘strijd tegen het extractivisme’ uiteraard een strijd moet zijn om het milieu en de mensen te beschermen, maar tegelijk en in eerste instantie om de mijnbouw uit de handen van grote multinationals te halen en de bevolking ten goede te laten komen zonder het leefmilieu te vernietigen.

Geschiedenis is geen éénrichtingsverkeer, we leven inderdaad in één wereld en beïnvloeden elkaar. Zoals de Spanjaarden hun bijbelse kennis naar Amerika overplaatsten, sturen de oorspronkelijke Amerikanen hun visie op de wereld en op de mensen terug, en kijk, zal het iemand verbazen dat daar diezelfde bijbelse taferelen inzitten?

In dat opzicht kan het bezoek van de neo-zapatisten aan Europa erg nuttig zijn. Zij zijn het die met een erg aantrekkelijk verhaal en met de methoden van de moderne wereld de aandacht hebben getrokken op hun onderdrukking en achterstelling. Zij zijn het die tegelijk een volwaardige integratie in het Mexicaanse politieke landschap hebben opgeëist. Europeanen en Amerikanen kunnen erg veel van elkaar leren, zeken op een ogenblik dat de bescherming van het leefmilieu centraal moet staan.

Terug naar vroeger is niet mogelijk, hoe en wat de oorspronkelijke bewoners dachten kunnen we niet weten, we weten wel dat het kapitalisme de moderniteit heeft verkracht, ons heeft doen vergeten dat alle mensen recht hebben op een leven waar ze zelf voor kiezen, individueel en collectief. De kolonisering was een misdaad, gepleegd door mensen, onder invloed van de kerk.

Het zijn die feiten die blijvend moeten aangeklaagd worden in onze zoektocht naar samenleven met wederzijds respect. Dat heet dekoloniseren. Wat mij betreft mogen de standbeelden van Columbus en tutti quanti gerust blijven staan.

 

(Visited 151 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 338 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Francine Mestrum

Francine Mestrum is doctor in de sociale wetenschappen en doet onderzoek naar sociale rechtvaardigheid, ontwikkeling en samenwerking, armoede, ongelijkheid en mondialisering. Zij is voorzitter van het mondiale netwerk van Global Social Justice en werkt momenteel aan een project voor ‘social commons’ voor een transformatieve en universele sociale bescherming. Francine schrijft geregeld voor Wall Street International Magazine, Other News, Alainet, Social Europe en Uitpers

zie ook