Koerden (voorlopig?) winnaars van Amerikaanse invasie

Iraaks Koerdistan is één van de veiligste, rustigste en welvarendste regio’s van Irak sedert de Amerikaanse invasie – alhoewel er wel een al een reeks zware aanslagen plaats hebben gehad, zowel tegen de Koerdische leiding als tegen de yezidi-minderheid vorig jaar augustus, waarbij 400 doden vielen. Koerdistan is in feite onafhankelijk en de steun aan de Amerikaanse invasie in 2003 heeft veel geld opgeleverd. Maar het blijft de vraag of die winst van blijvende aard zal zijn.

Koerdistan, of ten minste het grootste deel ervan, want ruim een derde is steeds onder Iraaks centraal gezag gebleven, is al feitelijk autonoom sedert het voorjaar van 1981. In februari van dat jaar voerden de Amerikanen, aan het hoofd van een indrukwekkende coalitie, een oorlog tegen Irak ter bevrijding van het emiraat. President George Bush sr. weigerde op te rukken naar Bagdad om het regime van president Saddam Hoessein ten val te brengen. Maar hij spoorde de sjiieten en Koerden wel aan om in opstand te komen om dat in zijn plaats te doen. Wat beide bevolkingsgroepen deden in de overtuiging dat de Amerikanen hen zouden helpen. Maar ze hadden zich gruwelijk vergist. Met desastreuze gevolgen. De opstanden werden met grof geweld neergeslagen.

Miljoenen Koerden vluchtten richting Iran en Turkije. In het eerste land werden ze goed opgevangen, maar in Turkije mochten ze niet binnen. Wat hun toestand nog dramatischer maakte. De geallieerden waren zo beschaamd dat ze “vrijhavens” uitriepen, onder hun bescherming, waarnaar de Koerden konden terugkeren. Kort daarna dwongen ze de Iraakse regering haar bestuur, ambtenaren en leger uit Koerdistan terug te trekken.

Maar die periode van Koerdische autonomie was alles behalve een gelukkige periode, getuige de tienduizenden Koerden die probeerden naar Europa te vluchten om daar asiel aan te vragen. Dit terwijl Koerdistan op royale steun kon rekenen van de geallieerden en van de Verenigde Naties, die er projecten allerhande opstartten. Het politieke klimaat was echter meer dan somber. In 1982 werden er parlementsverkiezingen gehouden. De stemmen werden nooit echt geteld en de twee grote partijen, de Koerdische Democratische Partij (KDP) van Massoed Barzani, en de Patriottische Unie van Koerdistan (PUK) van Jalal Talabani verdeelden de zetels onder elkaar. Aangezien geen van de twee rivaliserende leiders het idee kon verdragen dat ze de aangekondigde presidentsverkiezingen konden verliezen, werden die verkiezingen nooit gehouden.

Zelfs die beslissing kon niet verhinderen dat het in 1994 tot een regelrechte oorlog kwam tussen Barzani en Talabani, waarbij duizenden mensen om het leven kwamen. Aanhangers van Barzani werden uit Talabani-gebied verjaagd en vice-versa. Ondanks de bemoeienissen van Amerikanen en Britten ontwikkelden zich in “vrij” Koerdistan twee staatjes, met twee regeringen en twee parlementen. Pas in 2006, drie jaar na de Amerikaanse inval, werden de twee staatjes officieel herenigd. Onder een compromis werd Barzani president van Koerdistan en Talabani president van Irak.

Maar volgens vele waarnemers is de eenmaking grotendeels fictie en zijn er in feite nog altijd twee staatjes. In het ene gebied wordt de orde gehandhaafd door de peshmerga’s van Barzani, in het andere door die van Talabani. Die verdeling is niet alleen het gevolg van persoonlijke rivaliteit tussen Barzani en Talabani, maar ook van culturele en economische verschillen. “Barzanistan” ligt helemaal in het noorden, in de bergen tegen de Turkse grens. De taal is er het Kurmanji – een van de Koerdische talen – en de voornaamste sufi-confrerie is er de fundamentalistische Naqsbandi. “Talibanistan” ligt in het zuid-oosten van Iraaks Koerdistan, met als hoofdstad Soeleimania. Er wordt Sorani gesproken en de belangrijkste confrerie is er de Qadiriya. Het is ook een meer economisch en cultureel ontwikkeld gebied, vanwaar nogal neerbuigend wordt neergekeken op het hoger gelegen, veel conservatiever – er worden bv. nog veel eremoorden gepleegd – en minder ontwikkelde “Barzanistan”.

Ook heeft Koerdistan op zijn beurt te maken met een aantal eisen voor autonomie. De Assyrische christenen vragen een eigen gebied in de streek van Mossoel. Ook de yezidi’s, die aanhangers zijn van een syncretistische godsdienst met zoroastrische, christelijke en islamitische elementen, zouden graag autonomie hebben in de streek van Sinjar, in het uiterste noordwesten van Koerdistan. Om dan nog niet te spreken van de Turkmenen, van wie velen ook niet veel van Koerdisch bestuur over hen willen weten. En er is een reeks Koerdische islamistische partijtjes actief tegen zowel Barzani als Talabani.

Intern zitten er dus nogal wat breuklijnen in Koerdistan. Binnen Irak zitten de Koerden momenteel vrij goed. Ze zijn beschermd door het geweld, van soennitische en sjiitische kant tegen de Amerikaanse bezetters. De regering heeft geen gezag buiten de “groene zone” in Bagdad en kan dus nergens iets ondernemen. De Koerden kunnen dus zonder vrees voor enige represaille eigenlijk hun eigen gang gaan en voelen zich ook beschermd door een grondwet die Irak tot een federatie van Koerdistan en van de soennitische en sjiitische gebieden wil omvormen.

Zo eenvoudig ligt het echter niet. Enkel de sjiitische Hoge Islamitische Raad van Irak (SICI) en de soennitische Islamitische Partij van Irak zijn echt voorstander van federalisme. De beweging van de sjiitische leider Moqtada al-Sadr en de voornaamste soennitische partijen verwerpen het federalistische concept en willen een sterke centrale staat. Ook de wens van de Koerden dat de oliestad Kirkoek en omgeving bij Koerdistan zouden worden gevoegd, stuit op fel verzet. In principe had daar vóór eind 2007 een referendum over gehouden moeten worden. Wegens onenigheid is de deadline met zes maanden verschoven. Voor eind juni dus. Maar weinig waarnemers geloven er dat het referendum ooit zal plaats hebben.

Politiek is er wel verzet in Irak tegen het eigengereid optreden van de Koerden. Op 13 januari werd in Bagdad een “Nationaal Project” ondertekend door 150 (van de 275) Iraakse parlementsleden. Ze eisen dat het statuut van Kirkoek via een politieke consensus in het parlement wordt vastgelegd. Eveneens vragen ze dat enkel de regering van Bagdad oliecontracten kan afsluiten. Dit is een regelrechte aanval op de ondertekening door de Koerdische regering sedert augustus 2007 van 15 oliecontracten met buitenlandse oliemaatschappijen. Minister van Olie, Hoessein al-Shachristani, dreigde er toen al direct mee dat alle oliemaatschappijen die zaken hadden gedaan met de Koerdische regering, zouden worden uitgesloten van toekomstige contracten in Irak. Op 8 maart herhaalde hij, op een persconferentie met zijn Turkse collega Hilmi Güler, dat de Iraakse regering geen enkel van de door de Koerdische regering afgesloten contracten zou erkennen. Bovendien zou de regering in Bagdad beletten dat ze zouden worden uitgevoerd.

In Koerdistan en in Irak zitten de Koerden met problemen. Die hebben ze ook in de regionale en internationale context. Vorig jaar zijn de relaties met de buren Turkije, Iran en Syrië verslechterd. Met Turkije naar aanleiding van de aanwezigheid van de (Turkse) Koerdische Arbeiderspartij (PKK) in Irak, van waaruit ze guerrilla voert in Turkije. Dat Koerdistan zijn buren niet tegen de haren kan instrijken bleek toen Turkije en Iran, via wie het gros van de in- en uitvoer verloopt, hun grenzen tijdelijk sloten. Ondanks hun door de Amerikanen bewapende peshmerga’s stond Koerdistan machteloos toen Turkije een grootscheepse inval tegen de PKK lanceerde. Erger werd het nog, toen bleek dat die inval met volledige steun en op basis van door de Verenigde Staten, hun grote bondgenoot, geleverde informatie gebeurde. De Koerden voelden zich voor de zoveelste keer bedrogen. Maar dat hadden ze, zoals in het verleden al, kunnen weten: Turkije is nu eenmaal een belangrijke bondgenoot van het Westen in het Midden-Oosten, vergeleken waarbij de Koerden vrijwel niets betekenen. De Koerden hebben zich al tientallen jaren laten gebruiken voor de politieke doeleinden van Syrië, Turkije, Iran, Irak en het Westen, zonder daar de lessen uit te trekken. Tijd voor de Iraakse Koerden om ervoor te zorgen dat hun zege, ten gevolge van hun samenwerking met de Amerikanen, op termijn geen Pyrrhus-overwinning wordt.

(Uitpers, nr. 96, 19 maart 2008)

Print Friendly, PDF & Email

Visited 175 Times, 1 Visit today

Tags :
Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook