Koele NAVO minnaars

In kringen van de sociaal-democratie in België lijkt de NAVO-liefde aan het bekoelen. De tijden van weleer met Pol Henri Spaak of veel recenter met Willy Claes, lijken voorbij? Minister van Defensie, Flahaut, wil het voortouw nemen. De Sp-a lijkt volledig akkoord. Maar is een en ander al niet in vaste vormen gegoten?

In juni wordt in het federaal parlement gedebatteerd over de NAVO. Hiermee wordt de top over de toekomst van het bondgenootschap van 28 november in Riga voorbereid. Begin mei tijdens een conferentie over de soft-power van de Europese Unie kwam de cabinetchef van de Minister van Defensie, de heer Régibeau, verrassend uit de hoek met een oproep tot waakzaamheid wat er met de NAVO staat te gebeuren(1).

Kritiek

,,Voor ons is de NAVO geen wereldspeler. Waarom zouden we de NAVO bevoorrechten, als veel lidstaten ook lid zijn van de EU, een organisatie die niet enkel militaire doeleinden heeft?”, zei de kabinetschef. ,,Wij stellen ons vragen bij sommige bondgenoten die de NAVO als de politieagent van de wereld zien. Moet de NAVO actief zijn in Afghanistan, Irak en Darfour? Is dit niet eerder de rol van de VN?” Hij vroeg zich af waarom de NAVO op sommige plaatsen wel opereert, en op andere niet: ,,Sommigen willen een groter engagement in Darfour. Wij, Belgen, hebben een belangrijke band met Congo. De slachtoffers van de Congolese burgeroorlog zijn voor ons minstens even belangrijk. Waarom interesseert de NAVO zich dan wel voor Soedan en niet voor Congo? Wij voelen er ons nu wat eenzaam.” “De strategische keuze om steeds meer snelle interventiekracht op te bouwen, baart ons zorgen. We moeten meer en meer klaar staan om de democratie aan de andere kant van de wereld te gaan verdedigen Wij verwerpen dat principe niet, maar willen toch wat meer uitleg over de precieze bedoelingen”, zegt Régibeau.

In december 2005 keurde Flahaut de NAVO-begroting af, een signaal dat hij het oneens is met het huidige financiële beleid. “Men stelt te vage begrotingen op, en vraagt steeds meer geld”, zei Régibeau. “Al die buitenlandse operaties zijn enorm duur. Steeds vaker wordt de hand van bepaalde landen omgewrongen om mee te betalen voor de hele operatie. Zo’n gedeelde rekening is eerlijk voor iedereen, tenzij voor één bondgenoot ( bedoeld is de VS, red.) Die bondgenoot betaalt maar tweederde van wat zou moeten, als men de economische verhoudingen respecteert. De paradox is dat de kleine landen in feite de operaties betalen van één groot land. Is dat echt solidair? We denken van niet.” Aldus de kranten.

Bij de Sp-a leeft een gelijkaardig gevoel. Reeds in de teksten voor het congres van april zei voorzitter Vande Lanotte: “Een transformatie van de NAVO tot een internationale brandweer onder Amerikaanse leiding is een onzinnig en onaanvaardbaar idee.” Midden mei breit fractieleider en defensiespecialist Dirk Van der Maelen voort op dit idee: “Het kan niet dat de NAVO een onderdeel wordt van het wereldwijd netwerk waarmee de Verenigde Staten haar politiek uitvoert”(2). En in De Standaard zegt hij: “We zien de hervormingsplannen die de VS voor de NAVO hebben uitgetekend niet zitten. De Amerikanen willen de NAVO opnemen in hun globaal defensienetwerk, en dat netwerk uitbouwen tot de gendarme van de wereld”. Hij vervolgt: “De Amerikaanse aanpak van conflictoplossing neigt te vaak naar een militaire oplossing, en binnen de vernieuwde NAVO dreigen wij daarin meegesleurd te worden. De remmen die er nu bestaan op de NAVO, zoals budgettaire beperkingen en het gebrek aan eigen militaire capaciteit, willen de Amerikanen wegnemen. Bovendien zou een verder uitbouwen van de NAVO wel eens ten koste kunnen gaan van de internationale rol die de VN spelen. De NAVO als semi-VN zien wij niet zitten. Wij pleiten dan ook voor een NAVO op twee peilers, een Europese en een Amerikaanse, elk met eigen politieke beslissingsmechanismen. Alleen zo hebben we de garantie niet meegesleurd te worden in Amerikaanse avonturen.”

In een publiek gesprek dat Vrede had met mensen van de CNAPD – die het initiatief hiertoe hadden genomen -, Surveillance Otan en vier franstalige volksvertegenwoordigers (PS, CdH, Ecolo en MR)

bleek bij de politieke vertegenwoordigers een fundamenteel akkoord over de NAVO te bestaan. Sommigen leggen daarbij alle nadruk op het charter en het verdedigend aspect van het bondgenootschap terwijl ze op die manier volledig voorbij gaan aan de werkelijke aard en strategie van de NAVO sedert midden de jaren ’90: interventie (Bosnië, Kosovo, Servië, het Nieuw Strategisch Concept van 1999). Ook het feit dat de NAVO en ook België in ex-Joegoslavië een oorlog heeft gevoerd zonder dekking of mandaat van de VN wordt als een uitzondering afgedaan. Ze lijken ervan uit te gaan dat de NAVO nog altijd in de eerste plaats een defensiebondgenootschap is. Kijkt u maar naar de reële situatie een paar paragrafen verder. Het nucleaire karakter van de NAVO werd eigenlijk alleen door Ecolo echt in vraag gesteld.De drie anderen herhalen steeds weer opnieuw “onze bondgenoten mogen niet als eerste denucleariseren”.

Interventie

We kunnen ons alleen maar verheugen over de kritische ingesteldheid van de sociaal-democraten in België ten opzichte van het Noord-Atlantisch Bondgenootschap. De NAVO is altijd al een instrument geweest om de machtsverhoudingen van na de Tweede Wereldoorlog te institutionaliseren en te bestendigen. Het is volledig overgestapt naar een interventiedoctrine, blijft de nucleaire ‘first strike’ als centrale strategie behouden, en duwt alle lidstaten naar meer militaire uitgaven. Als de sociaal-democratische familie de top in Riga nu wil aangrijpen om haar ongenoegen en kritiek te formuleren, is dat geen slecht gekozen moment. Blijft natuurlijk nog de partners in de regering te overtuigen.

De oplossing die in Sp-a kringen wordt voorgesteld om twee politieke beslissingsorganen te creëren binnen één bondgenootschap komt gedeeltelijk tegemoet aan de noodzaak om zich af te kunnen zetten van de dominante VS politiek, maar biedt geen fundamentele oplossing voor het probleem van (dure) interventie. Het veiligheidsbeleid van de Europese Unie is immers zelf volledig op interventie gebaseerd. In de grondwettekst die alle Belgische parlementen hebben goedgekeurd, wordt letterlijk de uitbouw beschreven van een interventieleger dat moet kunnen optreden voor de zogenaamde Petersbergtaken – d.w.z. van vredeshandhaving tot peace-enforcement – en voor het ter plaatse ontwapenen van gewapende groepen; dit alles gekaderd in de strijd tegen het terrorisme. Als we dan bovendien lezen in de beleidsverklaring van de Unie dat de voornaamste bedreigingen voor de Unie te vinden zijn bij terrorisme, internationale criminaliteit en mislukte staten, de verspreiding van de massavernietigingswapens, dan zitten we niet zo geweldig ver van de analyses die in Washington circuleren. Als het klopt wat kabinetschef Rigébau zegt dat de strategische keuze om steeds meer snelle interventiekracht op te bouwen, de Minister zorgen baart, zal de heer Flahaut toch nog eens de EU-teksten er moeten op nalezen.

Wereldspeler

De toon in de recente uitspraken van PS en SP-a lijkt ook te suggereren dat totnogtoe alles in orde is, en dat we ons moeten verzetten tegen een bepaalde nieuwe ontwikkeling binnen de NAVO. Maar sedert het einde van de koude oorlog is die ontwikkeling – met name een globale mondiale opdracht – al lang het hoofdkenmerk en het wezen zelf van de NAVO geworden(3). Op verschillende plaatsen is de NAVO werkelijk met gewapende operaties bezig, op andere plaatsen zoekt het een uitbreiding van samenwerkingsakkoorden. Kijken we even wat de NAVO vandaag allemaal doet(4).

Het installeren van het Partnership for Peace (PfP) begin de jaren 1990, vormde de strategische wending voor het afstappen van de beperking niet buiten het grondgebied van de lidstaten op te treden. Een aantal concrete uitwerkingen zijn van recentere datum, maar ze werden maar mogelijk gemaakt dank zij dit PfP.

De NAVO is actief in de Balkan. In 1995 heeft de NAVO de Servische stellingen in Bosnië-Herzegovina gebombardeerd. Vandaag is de hoofdverantwoordelijkheid voor de veiligheid er overgedragen aan de Europese Unie, maar ‘Evere’ blijft betrokken bij de zoektocht naar mogelijke oorlogsmisdadigers en heeft met de nationale regering de ‘Defence Reform Council’ opgericht. Het Bondgenootschap is nog altijd de centrale as van het veiligheidsbeleid in Kosovo: 17500 manschappen. Macedonië is sedert 1995 lid van het PfP en sinds 1999 van het Membership Action Plan. De NAVO heeft in 1999 bombardementen uitgevoerd op Belgrado. Het nieuwe regime betracht nu de toetreding tot het PfP.

De relaties tussen de NAVO en Oekraïne dateren al van 1991. In 1994 treedt het land als eerst toe tot het PfP. In 1997 wordt er specifiek samenwerkingscharter ondertekend. In mei 2002 kondigde president Leonid Koetchma aan dat het land lid wil worden van de NAVO. In april 2005 wordt de dialoog in dit verband opgevoerd.

De NAVO werkt samen met Georgië in het Partnership Action Plan on Defence Institution Building om het Georgische leger operationeler te maken en onder burgerlijk toezicht te plaatsen. Dit land sloot zich bij het Individudeel Partnerschipsactieplan (IPAP). Armenië en Azerbeidjan hebben dat ook gedaan, en beiden zijn al lid van het PfP sedert 1994. Armenië werkt mee aan operaties van de NAVO en ontplooide troepen in het kader van de internationale missies in Kosovo en Irak. In 2005 is er een IPAP overeenkomst met Azerbeidjan, maar in NAVO kringen twijfelt men aan de nodige politieke bereidheid om die ten volle uit te voeren.

De NAVO is erg aanwezig in Afghanistan in het kader van de ISAF (international security assistance force). Er is daar nauwe samenwerking met de operatie Enduring Freedom die door de VS wordt geleid. De ISAF heeft een drieledige structuur: het tactisch hoofdkwartier, de interventiemacht van de internationale luchthaven (waar België aan deelneemt), en de multinationale brigade van Kaboel. Sedert oktober 2003 heeft de VN toestemming gegeven om ISAf ook buiten Kaboel te ontplooien. Naast de VS, Groot-Brittannië en Canada zijn nog 14 NAVO-landen actief in Afghanistan: België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Italië, Noorwegen, Nederland, Portugal, Spanje, Tsjechische Republiek, Roemenië en Turkije. Voor sommige opdrachten nam Eurocorps de plaats in van Canada bijvoorbeeld.

Het Partnership for Peace telt ook 5 Centraal Aziatische landen: Kazachstan, Kirgizië, Oezbekistan, Tadzjikistan en Turkmenistan. De relaties met Oezbekistan zijn meer dan koel, aangezien de Amerikaanse strijdkrachten op de K-2 basis een uitwijzingsbevel hebben gekregen. Kazachstan daarentegen tekende onlangs een IPAP om onder meer de interoperabiliteit tussen het nationale leger en de NAVO te vergroten. Ook Kirgizië zoekt een grotere interoperabiliteit met de NAVO. De relatie met Turkmenistan is van een andere aard omdat het land een statuut heeft van “permanente neutraliteit” erkend door de VN in 1995.

Verder heeft de NAVO een gans reeks akkoorden lopen met landen rond de Middellandse Zee. En wil ze de relaties versterken met Japan, Zuid-Korea, Australië en Nieuw-Zeeland.

Besluit

De grijparmen van de Navo zijn al langer in min of meerdere mate geïnstitutionaliseerd. De samenwerkingsverbanden reiken tot aan de Chinese grens. Het bondgenootschap heeft een recent verleden van actieve militaire interventie, van oorlog. Hoog tijd dat al diegenen die menen dat dit geen manier is om de wereldvrede te bevorderen hun stem verheffen en het beleid trachten te keren. Ik denk dat we hierbij niet om het bestaan zelf van de NAVO zullen kunnen.

(Uitpers, nr. 76, 7de jg, juni 2006)

Georges Spriet is secretaris van Vrede VZW

Noten:

(1) De Standaard 17 mei 2006, Het Nieuwsblad 23 mei 2006

(2) www.s-p-a.be

(3) Voor het verder uitspreiden van de NAVO-tentakels zijn er inderdaad ook nieuwe plannen. Zie artikel van Hans Lammerant in Uitpers van maart 2006

(4) www.nato.int; infonota parlement; internationale pers

(Visited 5 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 101 Times, 1 Visit today

Tags :

zie ook