Kif Kif met Gramsci op schoot

Ico Maly (red), Cultu(u)renpolitiek, Over media, globalisering en culturele identiteiten, Garant, Antwerpen-Apeldoorn, samen met Kifkif.be ,261 blz. ISBN 9789044122121

Marx is out. Er wordt vandaag overwegend gekeken in de ‘bovenbouw’ om maatschappelijke fenomenen te duiden. Dat doet Kif Kif ook, maar dan met de dissidente Italiaanse marxist Antonio Gramsci op schoot. Cultu(u)rENpolitiek gaat over cultuur en politiek. De verwevenheid ertussen wordt taalkundig goed weergegeven in deze titel. Volgens de auteurs van Kif Kif Mediawatch is culturenpolitiek het politiek discours dat cultuur verheft tot motor van de wereld en de aandacht afleidt van sociaaleconomische oorzaken, macht en machtsverhoudingen.

Sinds 2000 brengt Kif Kif, een Nederlandstalig jongerenplatform, website én webradio met nieuws over de multiculturele samenleving, frisse en kritische geluiden binnen in het Vlaamse medialandschap. Alleen de naam dekt al een hele lading. Kif Kif betekent immers idem dito in het Arabisch en ook wel in het Frans. Het refereert aan het ideaal van gelijkwaardigheid. Midden 2006 organiseerde Kif Kif Mediawatch een intensieve workshop over ‘culturen’ voor een beperkte groep van acht jongeren. De bedoeling? Instrumenten aanreiken om de desinformatie in de reguliere media aan te vechten. In een theoretisch luik werd ingegaan op de kritische discoursanalyse met uitvoerige verwijzingen naar het werk van Gramsci, Foucault, Laclau, Mouffe, Fairclough, Blommaert, Verschueren en andere auteurs. Dat vormde de basis voor een praktische luik waarin mediaberichten, invloedrijke ‘wetenschappelijke’ werken en politieke documenten grondig geanalyseerd werden. Het resultaat is deze “Cultur(en)politiek” geworden waaraan een vijftien auteurs meegewerkt hebben. Het geheel stond onder redactie van de Gentse antropoloog (en hoofdredacteur van webradio Kif Kif) Ico Maly, die ook tekende voor een groot aantal bijdragen.

Zoals de ondertitel “Over media, globalisering en culturele identiteiten” al aangeeft, is het een zoektocht naar de wortels en de invloedrijke stemmen in de huidige gemediatiseerde discoursen over culturen en culturele identiteiten. Op die manier hoopt Kif Kif Mediawatch een bijdrage te leveren aan het ontwikkelen van een alternatief discours om de werkelijkheid te begrijpen en te structuren.

Theoretische basis

In een eerste theoretisch hoofdstuk “Tussen natuur en verbeelding” gaan Jan Zienkowski en Ico Maly uitvoerig in op het onderzoeksperspectief van Kif Kif. Het bevat de theoretische bespiegelingen die ten grondslag liggen van de analyses in dit boek. Daarnaast wordt er ook grondig ingegaan op de belangrijkste concepten zoals ideologie, discours, hegemonie en cultuur. Gramsci gebruikt de term ‘hegemonie’ om te verwijzen naar de ideeën en overtuigingen die via intellectueel en moreel leiderschap een dominante positie toebedeeld krijgen. In die zin, zo stellen de auteurs, kan men stellen dat politiek in essentie draait om het hegemoniseren van de eigen ideologie of zienswijze.

Dislocaties of ontwrichtingen kunnen dat proces versnellen. Als voorbeeld daarvan verwijzen zij naar het Project for the New American Century van Amerikaanse neoconservatieve denktanks die al jaren een alternatief buitenlands beleid voorbereiden. In het belangrijke PNAC-document Rebuilding America’s defenses stellen de auteurs dat een rampzalige gebeurtenis hun plannen kan versnellen. In 2000 verwezen ze naar een katalyserende gebeurtenis, zoals een nieuw Pearl Harbor. Het is dan ook interessant dat George W. Bush in een van de eerste toespraken na 11 september 2001 een vergelijking maakte tussen Pearl Harbour en 9/11. Dat PNAC-discours werd ook uitvergroot door gezaghebbende academici, journalisten en machthebbers. Intellectuelen spelen dus een belangrijke rol in het verklaren van de werkelijkheid, maar dat kan evenzeer een alternatief discours zijn om de werkelijkheid te begrijpen en te structureren, besluiten zij hoopvol.

Het einde waarvan?

Na dit theoretisch begrippenkader volgen dan drie delen waarvan het eerste “Ingrediënten voor gescheiden werelden” heet. Het zijn analyses van invloedrijke teksten en berichtgeving uit de jaren negentig van vorige eeuw. In “Het einde van de geschiedenis en de westerse overheersing” analyseren Ico Maly en Griet Deroo het beroemde artikel The end of history? uit 1989 van Francis Fukuyama. Hij ziet de VS als de voortrekkers van de nieuwe wereldorde, van de verspreiding van het liberalisme en de democratie. Alleen de ‘historische’ wereld bedreigt deze nieuwe orde. Vroeger was het de ‘rode vijand’, nu de historische wereld. The West against the rest. Dit essay – en later het boek – heeft voor velen het denkkader geleverd om de realiteit te definiëren.

In hoofdstuk drie “de nieuwe wereldorde” wordt het oorlogsdiscours van George Bush sr, de Burgermanifesten van Guy Verhofstadt en het 70-puntenprogramma van het Vlaams Blok bekeken. Zij zijn sterk gemediatiseerde voorbeelden van Fukuyama’s ideeën. “Net zoals Verhofstadt, Fukuyama en Bush ziet het Vlaams Blok het onderscheid tussen ons en de Ander in culturele termen. Wat Fukuyama nog voornamelijk beschreef in termen van ideologie, wordt meer en meer vertaald naar cultuur. De rode vijand van weleer is vervangen door de fundamentalistische moslim.” (p. 91)

In hoofdstuk vier “De botsing der beschavingen” wordt The Clash of Civilizations van Samuel Hungtington geanalyseerd. In dit essay wordt de wereld weer in twee grote blokken verdeeld: het Westen en de ‘islamitisch-confucianistische alliantie’. De culturele verschillen tussen de beschavingen ziet Huntington als een statische en onveranderlijke realiteit die onvermijdelijk en keer op keer uitmondt in conflicten.

In hoofdstuk vijf “De culturalisatie van het politieke discours” brengt Ico Maly de lijnen uit de vorige hoofdstukken samen en licht ze verder toe door in te zoomen op het migrantendebat. Ook daarin hoort men dezelfde geluiden: het migrantenprobleem is een cultureel probleem geworden, hun cultuur botst met onze cultuur en dat veroorzaakt onveiligheid. En Ico Maly besluit: “Omdat de aanwezigheid van migranten het (nooit gerealiseerde) ideaal van de homogene Belgisch/Vlaamse natie bedreigt, dienen zij zich te ‘integreren’. De ‘migrantenproblematiek’ wordt dan in eerste instantie een cultureel probleem eigen aan de aanwezigheid van migranten. De ‘problematiek’ verhelpen, kan dan alleen maar door de samenleving weer homogeen te maken. Aan het einde van de jaren negentig is cultuur verheven tot een centraal politiek item.” (p. 126)

Verbeelding van de wereld

In deel twee van dit boek “Verbeelding van de wereld” wordt meer gefocust op de rol van de media in de opgang van deze culturele logica. Ook nu weer wordt er gegrepen naar buitenlandse en binnenlandse voorbeelden van gemediatiseerde gebeurtenissen. In hoofdstuk zes “De panoptische media en 11 september” illustreren Jan Blommaert en zijn studenten dat de vrije media zich na 11 september hebben gemanifesteerd als een nagenoeg uniform en sterk gedisciplineerd systeem. Precies dezelfde beelden, formats en interpretaties werden geproduceerd door dozijnen redacties en zenders, die zichzelf allemaal graag onafhankelijk en vrij noemen. De auteurs verwijzen daarvoor naar Michel Foucault die de panoptische samenleving beschreef: “In het panopticon wordt iedereen afhankelijk van zijn plaats gesurveilleerd door alle anderen of daar sommigen. We hebben hier te maken met een instrument van wantrouwen dat absoluut is en circulerend, want er is geen vast punt. De perfecte surveillantie is het toppunt van vijandigheid.” (p. 129)

In “de vrijheidsideoloog van de Lage Landen” houden Fatma Arikoglu en Patrick N’ Siala Kiese de werken van de Nederlandse rechtsfilosoof Paul Cliteur kritisch tegen het licht. De auteurs vinden dat Cliteur, net als Fukuyama en Huntington op internationaal vlak doen, het cultuurdebat in het mediadenken van de Lage Landen indirect en direct meestuurt. In “Over de doden niets dan goeds” wordt de berichtgeving in de eerste weken na de moord op Theo van Gogh, zowel in Nederland als in Vlaanderen, geanalyseerd op zoek naar onderliggende interpretatieschema’s. Daarover ontfermen zich Hatim El Sghiar, Ico Maly en Najat Amerrouss. De kern van het probleem zou liggen bij de aanwezigheid van moslims en de islam. Zij krijgen per definitie het etiket barbaars, achterlijk, fundamentalistisch, radicaal, extremistisch, terroristisch en gevaarlijk opgekleefd.

In hoofdstuk negen “Collaboratie in abnormalisering” duidt Ico Maly – hij weer – het fenomeen culturenpolitiek als een ideologische bestuiving tussen verschillende internationale en nationale stemmen. Hij verwijst hiervoor naar de houding van de Open VLD die zich door Bart Somers met uitspraken over allochtone werkloosheid en Patrick Dewael die culturen niet als gelijkwaardig wil beschouwen, zwaar bezondigt aan culturenpolitiek. Ook de Sp.a gaat helemaal niet vrijuit volgens Maly. “De Sp.a focust niet op sociaaleconomische ongelijkheid, de onderbouw van de huidige realiteit, maar laat zich meezuigen in de culturele logica.” (p. 195)

Ook in hoofdstuk tien “De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet” toont Marc-Antoon De Schryver met artikelen uit De Standaard, De Morgen en De Tijd aan dat ook in die zogenaamde kwaliteitskranten het fenomeen van culturenpolitiek doorwerkt.

In “Afkomst als motor” belichten Ico Maly, Bilal Benyaich en Patrick N’ Siala Kiese het discours over ‘allochtonencriminaliteit’ in het begin van de jaren 2000. Er wordt een analyse gebracht van de berichtgeving over het onderzoek van de Nederlandse onderzoeker Marion van San en over de moord op Joe Van Holsbeeck.

In hoofdstuk twaalf “Over there” focussen Jan Zienkowski, Joan Leeflang, Jessy De Maeyer en Ico Maly op de in Amerika sterk gehypte reeks die ook op kanaal 2 werd uitgezonden. De serie verraadt zeker op impliciet niveau de dominante culturele logica die sinds de jaren negentig opgang maakte, waarbij wij en zij geconstrueerd worden als elkaars tegendeel.

Samenvattend schrijft Ico Maly in een afsluitend hoofdstukje: “Culturenpolitiek speelt duidelijk in de kaart van de verrechtsing van de samenleving. Als blijkt dat ook de linkse partijen gedwongen worden om mee te stappen in de dominante logica en afstappen van sociaaleconomische analyses van de realiteit dan is ‘Cultu(u)rEnpolitiek’ een diagnose gebleken van de opgang van een rechtse dominantie in het verbeelden van de wereld.” (p. 246)

Uitdaging voor nieuwe linkerzijde

Mocht het na lectuur van het vorige nog niet duidelijk zijn dat Kif Kif uitvoerig met Gramsci op schoot heeft gezeten, dan laat Kif Kif-voorzitter Tarik Fraihi (samen met Dany Neudt) in een bijzonder geïnspireerde epiloog daarover geen onduidelijkheid bestaan. Zij geven aan hoe zij vijf belangrijke Gramsciaanse uitgangspunten binnen Vlaanderen, en meer in het bijzonder binnen Kif Kif, proberen toe te passen. Ten eerste benadrukte Gramsci het geloof in de kracht van gewone, maar wel mondige en kritische mensen. Daarnaast voerde hij strijd tegen het deterministisch en mechanisch denken, dat toen binnen de linkerzijde hoogtij vierde. “Ook binnen Kif Kif geloven we sterk in de kracht van de jongeren die aan ons project willen meewerken. Ook vandaag merken we een sterke opmars van het deterministisch geloof. Niet langer in de val van het kapitalisme, maar wel in de clash of civilizations.” (p. 251) Ten tweede legde Gramsci zich toe op de studie van het toenmalig hegemonisch gedachtegoed. Dat is wat ook Kif Kif probeert. Zeker met dit boek. Ten derde wil Kif Kif, zoals Gramsci, veel aandacht besteden aan de vorming van eigen intellectuelen, die een belangrijke rol kunnen spelen in het verwerven van een hegemonische positie. Ten vierde benadrukken ze heel Gramsciaans en tegen het denken van traditionele marxisten in dat discoursen wel degelijk voor een stuk de wereld kunnen veranderen. Maar dan moet men ingaan tegen het dominante discours van de culturenpolitiek dat ‘normaal’ wordt bevonden en binnen zowat alle politieke partijen en ook heel wat middenveldorganisaties is binnengedrongen. “Het is nu aan de linkerzijde om een alternatief uit te werken. Tijd om de wereld in te kleuren met felle en vrolijke tinten. Een betere en rechtvaardige wereld is mogelijk,” eindigen zij zeer andersmondialistisch.

“Cultu(u)renpolitiek” is een belangrijke publicatie. Goed geschreven studieboeken met een stevig onderbouwd en tegendraads discours die niet alleen op een theoretisch niveau blijven hangen maar ook de maatschappelijke discussie niet uit de weg gaan, zijn schaars. Zeker in Vlaanderen. Die totaal andere benadering doet me denken aan de publicatie “Het Belgische migrantendebat” van Jan Blommaert en Jef Verschueren. In 1992 kwamen die twee toen relatief onbekende taalkundigen die zich toeleggen op de pragmatiek uit met een zeer verhelderende analyse van het Belgische migrantendebat. Dat was ook zo’n intellectuele uppercut aan het establishment waarvan het effect nog steeds doorwerkt, want Jan Blommaerts pragmatiek en vertooganalyse zijn ook zeer aanwezig in “Cultu(u)renpolitiek. Dit boek zal ongetwijfeld een stevig wapen worden voor de dagelijkse praktijk van de Kif Kif-mensen die, omdat zij kunnen terugvallen op een stevige theoretische basis, minder dan ooit moeilijke onderwerpen uit de weg zullen gaan. Maar er is meer: dit bijzonder inspirerend boek is een uitdaging aan de huidige stuurloze linkerzijde om de creativiteit en rebellie te heroveren.

 

(Uitpers, nr. 93, 9de jg., januari 2008)

U kunt dit boek via de link hieronder rechtstreeks bestellen bij:

en wie via Uitpers bestelt, helpt Uitpers!

De link:

http://www.groenewaterman.be/anne/index.dll?webpage=index.htm&inpartcode=726222&refsource=uitpers

Over Walter Lotens

Walter Lotens studeerde moraalfilosofie, ex-leraar, woonde lang in Suriname, reiziger, Latijns-Amerika watcher en freelancer. Hij schrijft voornamelijk over bewegingen van onderuit van Borgerhout over Madrid en Barcelona tot Cochabamba en Paramaribo. Hij houdt lezingen rond de thema’s die hij in zijn boeken aansnijdt (www.walterLotens.net).