Khatami erkent onmacht

Electoraal stapelde Mohammed Khatami het ene succes na het andere op. In 1997 won hij onverwacht de presidentsverkiezingen. In 1999 zegevierde hij bij de gemeenteraads- en in 2000 bij de parlementsverkiezingen. Nu is het niet eens zeker of de Iraanse reformistische leider naar een tweede mandaat zal streven bij de presidentsverkiezingen van 6 juni. De reden : gebrek aan macht.

De successen van Khatami gingen gepaard met een ongehoord harde campagne van de conservatieven tegen de hervormingsgezinde kranten en weekbladen. Die zijn ondertussen allemaal gesloten. Een poging van het Iraanse parlement in augustus 2000 om opnieuw persvrijheid in te voeren stuitte op een veto van de opperste geestelijke leider van Iran, ayatollah Sayed Ali Khamenei. Iets wat niet eens nodig was want de Raad van Bewakers zou de wet ongetwijfeld hebben afgeschoten.

Mohammed Khatami weet het inmiddels maar al te goed: de werkelijke macht ligt bij Khamenei, die in 1989 ayatollah Khomeini opvolgde ; bij de door conservatieven gedomineerde Raad van Bewakers, die moet nagaan of door het parlement goedgekeurde wetten niet in strijd zijn met de islamitische grondwet; bij de eveneens door de conservatieven gedomineerde justitie en geheime diensten. De 20 miljoen stemmen, of 70%, die hij in 1997 kreeg, bleken onvoldoende om beweging te krijgen in de Iraanse politiek.

De president sprak de voorbije maanden herhaaldelijk zijn teleurstelling uit over zijn onmacht. Volgens ingewijden is hij het allemaal beu en is hij wanhopig. Zodanig zelfs dat hij eraan denkt niet opnieuw deel te nemen aan de presidentsverkiezingen en het veld over te laten aan de conservatieven.

Bij zijn reformistische achterban zijn twijfels gerezen of Khatami wel eerlijk was toen hij in 1997 beloofde dat hij ervoor zou zorgen dat hij de burgerlijke rechten en vrijheden, zoals vastgelegd in de Iraanse grondwet, zou doen eerbiedigen. Hij bood immers bijzonder weinig weerwerk aan de conservatieven. Zij wijzen erop dat hij tijdens de eerste grote crisis van zijn bewind – de betogingen van de universiteitsstudenten in juli 1999 tegen de sluiting van het reformistische blad Salam – in een toespraak felle kritiek leverde op de studenten. Hij liet ook zonder morren toe dat medestanders van hem wegens kritiek op het religieuze sjiitische establishment achter de tralies gingen en dat vanaf het voorjaar van 2000 de ene hervormingsgezinde krant na de andere werd gesloten en vele journalisten achter de tralies verdwenen.

Kortom, het lijkt er volgens hen op dat Khatami in de eerste plaats deel uitmaakt van het religieuze establishment en daar geen botsing mee wil. In dit opzicht lijkt hij op zijn voorganger als president, Hashemi Rafsanjani, in wie velen ook hoop op opening en liberalisering van de in 1979 opgerichte islamitische republiek hadden gesteld, maar die uiteindelijk koos voor de conservatieve kaste van geestelijken. Rafsjani was een naaste medewerker van wijlen ayatollah Khomeini en Khatami is zeker geen vijand van Khomeini’s opvolger Khamenei.

Khamenei trekt macht aan zich

Deze laatste lijkt meer en meer het laken naar zich te trekken. Khomeini beperkte zich tot zijn rol als geestelijke leider, liet de dagelijkse leiding van het land over aan zijn medewerkers en kwam slechts tussen in geval van conflicten tussen die medewerkers. Khamenei daarentegen wil steeds meer het dagelijkse reilen en zeilen bepalen. Hij komt direct tussenbeide. Zoals hierboven gezegd intervenieerde hij persoonlijk bij het parlement om te verhinderen dat het een wet zou goedkeuren, die mogelijk moest maken verboden publicaties opnieuw uit te geven. En in december 2000 gaf Khamenei president Khatami opdracht de liberale minister van Islamitische Cultuur en Leiding, ataollah Mohajerani, te ontslaan. Daarmee kwam een einde aan een vier jaar durende campagne van de conservatieven tegen de hervormingsgezinde minister.

Een nieuw succes boekten de conservatieven vorige maand, in januari, toen acht leidende dissidenten, die het jaar voordien hadden deelgenomen aan een conferentie in Berlijn en daar wat al te vrij hadden gesproken tot gevangenisstraffen werden veroordeeld wegens ondermijning van de staatsveiligheid. De meest prominente onder hen is Akbar Ganji, een journalist en publicist die meer dan één best-seller schreef. Vorig jaar werd hij befaamd wegens zijn onthulligen over door de staatsdiensten georganiseerde doodseskaders die ten minste vier – mogelijks zelfs tot 80 – intellectuelen en schrijvers vermoordden. Hij kreeg tien jaar gevangenisstraf, waarop nog vijf jaar interne verbanning in het zuiden van het land zullen volgen. Kritiek op het islamitische regime wordt zwaar bestraft.

Drie doodstraffen

Het zal Ganji alvast een troost zijn dat zijn onthullingen inmiddels tot de doodstraf hebben geleid van drie geheime agenten wegens de moord op vier kritische intellectuelen. In totaal stonden achttien beklaagden terecht. De drie uitvoerders van de moorden kregen de doodstraf; de twee opdrachtgevers, ambtenaren van het ministerie van Veiligheid, levenslange gevangenisstraf. Een derde opdrachtgever, adjunct-minister van Veiligheid Saeed Emami, pleegde zelfmoord in de gevangenis.

Voor het proces waren strenge veiligheids- en censuurmaatregelen genomen. Dat laatste omdat Ganji en anderen zeggen dat de opdracht voor de moorden van een veel hoger niveau kwam en dat er verscheidene vooraanstaande geestelijken bij betrokken waren. Iets dat door vele Iraniërs werd geloofd. En dat blijkbaar door het conservatieve gerecht werd gevreesd: het beloofde iedereen te vervolgen die "niet-geautoriseerde onthullingen" zou doen. Ook werd het proces achter gesloten deuren gevoerd.

Het proces, dat op 23 december begon, zorgde voor zo’n beroering in Iran dat de conservatieve rechters het blijkbaar niet aandurfden de daders vrij te spreken. In juli vorig jaar ging het er nog anders aan toe. Toen werd de voormalige politiechef van Teheran vrijgesproken voor het organiseren van een aanval door gewapende mannen op studentenverblijven tijdens de grote studentenbetogingen van juli 1999. Officieel werd daarbij een student gedood. De studenten zelf zeggen dat er zes werden doodgeslagen.

(Uitpers, februari 2001)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 53 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Paul Vanden Bavière

Paul Vanden Bavière (°1944) is historicus en journalist. Hij werkte een 30-tal jaar in de gedrukte pers als journalist gespecialiseerd in buitenlandse politiek. Vooral het Midden-Oosten, waarover hij ook enkele boeken publiceerde. Toen de media veel te veel “mainstream” – d.w.z. gezagsgetrouw – en commercieel werden, richtte hij met enkele mensen in 1999 Uitpers, het eerste Nederlandstalig webzine voor Internationale politiek, op met de bedoeling weerwerk te bieden aan de mainstream media (MSM).

zie ook