Dit is (een goed deel) van het toekomstperspectief voor Europa, toch?
In tijden waarin we ons druk maken over de afbouw van de democratie, over de barbaarse graaicultuur die via AI programma’s niet enkel de jeugd, maar vermoedelijk alle leeftijden in een soort verslaving aan kicks trekt, is het goed om nuchter en tegelijk bevlogen te denken aan wat ons vroeger en ook nu krachtig maakt. Dat is precies wat Eva Smets doet, met een helderheid en een kennis van zaken die bewonderenswaardig is.
Smets kent iets van de wereld, ook door haar langdurig verblijf en beroepsactiviteiten in veel verschillende landen. Dat ging voor haar van Brazilië en Congo over de VS tot België, met korter verblijf in nog andere landen. Ze begon ooit als vrijwilligster voor Oxfam in België, werkte voor Broederlijk Delen, maar ook voor Human Rights Watch (als lobbyiste bij ambassades in New York) en is nu al jaren directrice van Oxfam België. Ze heeft in die tijd de discussies meegemaakt die we allen met haar delen: over het neo-kapitalistische groeimodel, over ‘degrowth’, over klimaat en ecologische verwoesting, en over de groeiende nood aan een eigen Europees en Belgisch plan voor een duurzame toekomst. Typisch voor iemand die de wereld van dichtbij heeft gezien besluit ze om het alternatieve voorstel van Kate Raworth, de donuteconomie, ernstig te nemen en te onderzoeken welke ontwikkelingen zich hierrond over het voorbije decennium voordoen.
Twee grenzen
Na een korte maar adequate voorstelling van Raworths model focust de rest van het boek op de twee grenzen die deze onderzoekster aangeeft, en die in de klassieke economische theorieën (en zeker in de miljardairsmodellen van Musk, Thiel en andere machtigen van vandaag) ontbreken en soms ook ontkend worden: de donut is het gebied waarin economische activiteit mag plaatshebben. De bovengrens van de donut is de ecologische grens, en de ondergrens is die van sociale rechtvaardigheid. De negatie van de bovengrens leidt tot klimaat- en ecologische crisissen die op termijn zelfs het voortbestaan van de mensheid kunnen (of zullen?) bedreigen. De negatie van de ondergrens leidt tot toename van ongelijkheid, hongersnoden, migratiegolven, oorlogen rond energie en grondstoffen, zoals we die vandaag meer en meer zien ontstaan. De donut is echter, en dat staat haaks op de zogenaamde klassieke economische theorie, eindig: een basisprincipe als permanente groei (laat staan graaicultuur zoals in ‘greed is good’) zoals alle westerse regeringen dat nu weer hoog in hun programma bepleiten, vernietigt de donut op termijn.
Eva Smets stelt voor om over drie domeinen van regulering en politiek perspectief te spreken voor een realistische uitrol van de donutvisie: een rechtvaardige economie, klimaatrechtvaardigheid en gender- en sociale rechtvaardigheid. Op die manier worden de bovengrens van de donut (klimaat, ecologie) en zijn ondergrens (sociale keuzen) opgenomen in elke economische politiek. Tegelijk wordt het binnen-domein van de donut (de economische ruimte van activiteiten) onderworpen aan regulering, namelijk ook de economische keuzen zelf moeten ‘rechtvaardig’ zijn. Ik ben verplicht in een korte recensie om abstract te blijven, maar dat doet onrecht aan het boek. Elk van de drie ‘rechtvaardigheden’ wordt zeer concreet ingevuld, met veel voorbeelden uit verschillende delen van de wereld, die elk aangeven hoe concreet en realistisch de voorstellen en initiatieven vandaag al zijn.
Voorbeelden
Dat is een belangrijk sterk punt aan dit boek: dit is geen louter theoretisch betoog, maar de auteur geeft de lezer, de politicus en econoom, en de activist talloze voorbeelden van hoe dit in de praktijk werkt. Het hoeft geen betoog dat de politieke keuze voor zo’n benadering dan wel voor de ongelijkheidsvoorstellen van oude en nieuwe economische en politieke makelij natuurlijk aan de burger blijft. Maar die burger wordt hier grondig geïnformeerd over een rechtvaardig en daardoor alleen ook al duurzaam alternatief zoals dat in het donutmodel, via de talrijke plaatselijke en internationale verwezenlijkingen door nieuwe commons. Om de kracht van een dergelijk model nog meer herkenbaar op de kaart te zetten verwijst de auteur bijna terloops naar een oude en nu grotendeels verlaten vorm van ‘commons-denken’, die elke Belg moet aanspreken: de coöperatieven (zoals Vooruit) die als rechtvaardig alternatief op de onmenselijke economische uitbuiting van het ‘oude’ kapitalisme in onze streken bloeiden. Daar hebben we getoond hoe sociaal rechtvaardig economisch handelen vorm kan krijgen. We stonden daarvoor trouwens bekend in heel Europa. Maar natuurlijk is een eenvoudige terugkeer naar de oude vorm onvoldoende, ook al omdat noch klimaat en ecologie, noch gender-rechtvaardigheid toen tot de horizon van de activisten behoorde. Dat moet in de wereld van vandaag zondermeer anders.
Perspectief
Het boek is een zeer nuttig overzicht, met een helder en tegelijk realistisch perspectief en kader voor actie. Men zou hopen dat alle democratische krachten (binnen en buiten politieke partijen) er inspiratie uit putten om eindelijk een perspectief voor een nieuw ‘gemeenschappelijk front’ te vinden wat de economische waarden betreft, om zo opnieuw gezamenlijke voorstellen te formuleren die perspectief geven voor de komende generaties. Dat zou op vele vlakken heilzaam zijn: de ziekmakende politieke spelletjes over mediagenieke feitjes van politicus y of z zouden niet meer de aandacht van de bevolking vasthouden, via social en andere media en influencers; de dagdagelijkse en korte termijn afspraken en beslissingen in conclaven en bijzondere ministerraden zouden minder wegen op het lot van de wereld; en vooral: de discussie over een brede rechtvaardige manier om met de aarde en elkaar om te gaan zou eindelijk centraal staan, eerder dan de belangen van de 1% rijksten. In een tijd waarin Europa de speelbal lijkt te worden van het roekeloze Amerikaanse kapitalisme en/of de machtsontplooiing van een centralistisch China kan de nieuwe vorm van door Europeanen ontwikkelde commons een verrassend krachtig perspectief worden.
Dit boek is voor iedere geëngageerde burger een aanrader.
Eva Smets: Kantelen. Belgische recepten voor de donuteconomie. Tielt: Lannoo Campus, 2024, 190 p.
Rik Pinxten, Em. Hoogleraar UGent
.
