Kaboel, 11 september 2001-2021

Het Afghaans regime stort als een kaartenhuisje in elkaar. Volgens Washington kunnen de Taliban binnen 90 dagen meester zijn in Kaboel. Maar zolang zal het niet duren, het zit erin dat de Taliban al op 11 september, de 20ste verjaardag van de Al Qaida aanslagen in de VS, hun vlag in de Afghaanse hoofdstad plaatsen en precies op die dag hun terugkeer te vieren. Wie zou ze tegenhouden?

Forfait

Het is nu aan de Afghanen zelf om zich te verdedigen, aldus VS-president Joe Biden in een hypocriete mededeling. Hij stuurt in allerijl duizenden VS-militairen naar Kaboel om Amerikaanse diplomaten en hun Afghaanse medewerkers te helpen vluchten – Saigon 1975! Nu de Taliban zonder bijna slag of staat de steden Kandahar en Herat innamen, is Kaboel nog een kwestie van weken – of van dagen. 11 september zou wel een zeer symbolische datum zijn voor een intocht: Taliban-VS, 5-0, forfaitcijfers.

Biden weet zeer goed dat de VS op 29 februari 2020 door hun akkoord met de Taliban in Doha (Qatar) de poorten van Kaboel openden. Want de Afghaanse strijdkrachten, die van het allegaartje in Kaboel dat regering wordt genoemd, mogen talrijk en opgeleid zijn, ze zijn niet gemotiveerd. Het was de aanwezigheid van Amerikaanse en Navo-troepen die de Taliban afremde. (Dat Washington het niet eens de moeite vond de Navo-bondgenoten bij hun aftocht te betrekken, zegt veel over die relatie).

Want waarom zou een Afghaanse militair vechten voor een door en door corrupt regime waarin misdadigers het mee voor het zeggen hebben. Voor een regime waar legerleiders af en toe de soldij van de soldaten in eigen zak steken. Dat is een eerste sterkte van de Taliban: hun manschappen zijn wèl gemotiveerd.

Etnische handicap

Een andere sterkte is dat ze hun etnische handicap hebben overwonnen. Niet zo lang geleden bestond deze beweging bijna uitsluitend uit Pathanen – de grootste bevolkingsgroep van Afghanistan die ook in Pakistan sterk aanwezig is. De Taliban hadden weinig aanhang bij andere groepen, zoals Tadzjieken, Oezbeken, Hazara’s, Noeristani, Baloetsji’s.

Dat was tot 2001 de kracht van de “Noordelijke Alliantie” van Ahmed Massoed die de Taliban bevochten. Nu zal het heel wat lastiger zijn om tot een dergelijke alliantie te komen, de Taliban bewezen de voorbije weken in het noorden erg sterk te staan.

Het zijn vooral de Hazara’s die de terugkeer van de Taliban vrezen. Deze overwegend sjiïtische bevolkingsgroep kreeg het onder het Talibanbewind zwaar te verduren, en dat zal nu wel niet anders zijn. Al hebben ze nog meer te vrezen van Daesh (IS) dat zich de voorbije jaren specialiseerde in aanslagen op Hazara’s.

President Ashraf Ghani roept nu in allerijl de hulp in van enkele beruchte krijgsheren en hun milities om de Taliban weg te houden uit Kaboel. Voorop Rashid Dostom de Oezbeekse krijgsheer die vorige week een deel van zijn gebied verloor en veel te verliezen heeft: hij heeft duizenden Talibanstrijders na 2001 in kampen doen ombrengen, op clementie moet hij niet rekenen.

Deze krijgsheren dreigen ook hun royale inkomsten uit de opiumteelt en aanverwante te verliezen, een sector die de Taliban voor zich alleen willen. Want waarom zouden ze die opgeven zoals ze vorige keer deden om de VS en de VN te behagen.

Pakistan

De Taliban hadden de voorbije twintig jaar een andere grote troef: hulp van Pakistaanse militairen. Hun zegetocht in 1996 was voor een zeer groot deel het werk van de Pakistaanse geheime militaire dienst ISI die zwaar materiaal en gespecialiseerde manschappen leverde na de Taliban de jaren daarvoor te hebben gefinancierd en opgeleid. Belangrijkste motivatie van de ISI: beletten dat India in Afghanistan aan invloed wint. Wat de voorbije 20 jaar inderdaad gebeurde.

De Afghaanse Taliban hebben de voorbije 20 jaar zonder probleem opleidingskampen in Pakistan kunnen uitbouwen, ze bleven financiële en logistieke steun krijgen. Met de Taliban trekt ook de Pakistaanse ISI Kaboel binnen. Washington heeft al die tijd, voor zover het dat probeerde, geen vat gekregen op het Pakistaanse beleid voor Afghanistan.

Toch is er binnen Pakistan, ook binnen de strijdkrachten, een beetje terughoudendheid. Onder meer omdat het succes van de Afghaanse Taliban, toch nog altijd overwegend Pathanen, de oude droom van een verenigd Pathanistan – Afghanistan en een deel van Pakistan- weer levendig kan maken. Concurrent IS speelt daar op in. En er is ook de bezorgdheid dat dit succes de Pakistaanse Taliban een hart onder de riem steken.

Gegadigden

Het ligt voor de hand dat de Taliban en de ISI weinig ruimte zullen laten voor andere gegadigden. En die zijn er in overvloed.

Rusland bakt al een tijdje zoete broodjes met de Taliban, voor hun vertegenwoordigers wordt de rode loper uitgerold. China heeft onlangs de Taliban als een volwaardige Afghaanse speler bestempeld, Peking wil zijn investeringen in onder meer de mijnbouw veilig stellen en liefst uitbreiden. Voor China mag Afghanistan gerust deel uitmaken van de Nieuwe Zijderoute. Zolang de Taliban het islamistisch vuur in het nabije Xinjiang maar niet aanwakkeren.

Turkije nam als lid van de Navo deel aan de steun aan het regime, het staat op goede voet met krijgsheren als Dostom. Maar als zelfverklaarde aanvoerder van de soennitische moslims, kan president Erdogan snel zijn kar keren. Iran moet zich niet teveel illusies maken, de etnische verwantschap met de Tadzjieken en de religieuze met de Hazara’s, zijn in deze context geen sterke troeven.

En de VS zelf. Welke afspraken zijn gemaakt in de marge van het akkoord van Doha van 29 februari? Toen de Taliban aan de macht waren, zocht de VS-diplomatie ook toenadering tot de Taliban. De firma Unocal had toen projecten om olie en gas uit Centraal-Azië, o.m. uit Turkmenistan, via Afghanistan naar Pakistaanse havens te brengen.

De banden van Unocal met de Taliban speelden wellicht mee in het enthousiasme waarmee Washington aanvankelijk de opmars van de Taliban begroette. De projecten voor die pijpleidingen zijn niet dood, de Taliban kunnen voor de nodige ‘stabiliteit’ zorgen. Te volgen.

(Visited 436 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 688 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook