Kabila, Kongo’s nieuwe sterke man?

Het was me de 24ste november het dagje wel in Kinshasa. Niet omdat we dan de veertigste verjaardag herdenken van de interventie van Belgische para’s in Stanleystad. En in een moeite door dat op die dag, 39 jaar geleden, de stafchef van het Kongolese leger, Mobutu, een staatsgreep pleegt die hem voor 32 jaar aan de macht brengt. Maar omdat op die dinsdag, de 24e november 2004, de voorzitter van de Assemblée Nationale het rapport over corruptie in de overheidsbedrijven aan president Kabila overhandigd heeft.

“Voici bien une bombe pour bien commencer la journée“, luidt de aanhef van het bericht, waarmee een correspondent uit Kongo me van een en ander op de hoogte brengt.

Dat bericht gaat vergezeld van het signaal dat Kabila van plan is om fors te reageren. ‘s Anderendaags vernemen we hoe. Hij schorst zes ministers. Zijn minister van portefeuille doet die dag nog een schep erbovenop. Hij schorst acht raden van bestuur en twee bestuurscomités van overheidsbedrijven. Alsof dat nog niet genoeg is, maakt diezelfde donderdag de krant Uhuru bekend dat er de week voordien verscheidene officieren van het Kongolese leger aangehouden zijn. Ze zijn ervan beschuldigd dat ze de desertie van zestien Kongolese militairen georganiseerd hebben. Zestien uit een groep van 280, die enkele weken geleden voor een doorgedreven opleiding naar Elsenborn, in de Oostkantons, gestuurd waren. Je wrijft je ogen uit. Is in Kongo de strijd tegen de corruptie in een stroomversnelling terechtgekomen?

Wat is er aan de hand? De corruptie, zoals ze in Kongo tijdens de overgangsperiode vorm gekregen heeft, is in kaart gebracht. Maandenlang heeft een commissie van het Kongolese parlement onderzoek gedaan en hoorzittingen gehouden in een reeks fraudedossiers. In september heeft het Rekenhof een audit gedaan in overheidsbedrijven.

Het is geen toeval dat precies daar de corruptie woedt. De overheidsondernemingen waren in de tijd van Mobutu al de melkkoeien. In hun kas graaide hij als hij zijn onverzadigbare honger naar liquiditeiten wou stillen. Snél (elektriciteit), Régideso (water) Onatra (transport) e.a. zijn van de weinige ondernemingen in Kongo, die dollars en euro’s in huis hebben. De machtsstrijd is al een tijd volop aan de gang. Wie er verleden jaar bij de samenstelling van de overgangsregering buiten de prijzen valt, rekent daarna op een troostprijs bij de aanstelling van nieuwe pdg’s. Voormalige rebellen als vice-president Bemba weren zich als een duivel in een wijwatervat om hun slag thuis te halen. Tegen die achtergrond heeft het onderzoek van de parlementscommissie plaatsgevonden. Achttien moeten zich komen verantwoorden. Zeven ministers heeft de commissie geconvoceerd. Zes zijn er door de mand gevallen.

Wat valt er op bij het schorsingsbesluit van Kabila? Dat hij zonder aanzien des persoons opgetreden is. Minister van Energie, Kalema, is uit zijn eigen partij afkomstig. Zijn collega van hoger onderwijs, Mudumbi, uit de rebellenbeweging RCD-Goma, die in het oosten van het land bedrijvig geweest is. Lumbala van buitenlandse handel leidt een kleine scheurgroep, RCD-National. Minister van openbare werken, Endundo, komt uit de rangen van Bemba’s MLC. De minister van Verkeer, Olenghankoy, en zijn ambtgenoot van Mijnen, Diomi, spruiten voort uit de rangen van de ongewapende oppositie. M.a.w., Kabila heeft geen enkele groep binnen de overgangsregering gespaard. Ze krijgen allemaal van de roe.

Kabila geeft zich zo het aureool van de staatsman die boven alle verdenking verheven is en de veralgemeende corruptie meteen met wortel en tak uit wil roeien, ook al is ze tot in zijn eigen omgeving doorgedrongen. Dat image van onkreukbare heeft hij zich ook aangemeten toen de strijd om de benoemingen in de openbare ondernemingen volop aan de gang was. Daarin neemt hij het standpunt in dat er geen evenredige verdeling van de functies komt over de vier composantes van de overgangsregering, n.l. zijn eigen partij, RCD-Goma, MLC en de vierde pijler, waarin de ongewapende oppositie en de société civile, de maatschappelijke organisaties, thuishoren. Bekwaamheid, ervaring en onberispelijk gedrag zijn de criteria die Kabila zegt te willen toepassen. Hij steunt daarbij op de afspraken die er, bij het sluiten van de vredesovereenkomst, in Sun City, in Zuid-Afrika, gemaakt zijn. Ook in die periode werpt hij zich dus op als het geweten van de Kongolese natie.

Er zijn enkele bedenkingen te maken bij het gebeuren. Ten eerste, dat één van de zeven ministers, die de parlementscommissie gehoord heeft, zijn hachje op de valreep heeft kunnen redden. Ondekane op defensie met name, de militaire leider van RCD-Goma. Was hém schorsen net te riskant?

Ten tweede dat de geviseerde politici echt wel zwaargewichten zijn, die zware portefeuilles beheren, en elkaar, over de partijgrenzen heen, in corruptieaangelegenheden blijkbaar perfect kunnen vinden. Kabila’s man op energie, Kalema, en Mudumbi van RCD-Goma zijn samen verwikkeld in een affaire van premies, die Snél uitgekeerd heeft, de op een na belangrijkste zaak op de hitparade van fraudegevallen, die aan het licht gebracht is. Op de kop 3.269.651 $ (2,5 miljoen €) heeft Snél uitgetrokken als vergoeding voor de stappen die er gezet zijn om van een financieel wankele onderneming uit Kongo-Brazzaville, via de inschakeling van een fictieve maatschappij, toch zo’n 33 miljoen $ betaald te krijgen, een commissie van 10% dus. Zei er onlangs iemand dat de maffiose praktijken en netwerken, die in het Zaïre van Mobutu schering en inslag waren, weer de kop opsteken?

Drie. Kabila speelt zoals altijd het spel dat de internationale gemeenschap, die hem na de dood van zijn vader mee in het zadel gehesen heeft, van hem verlangt. Ze is altijd zijn steun en toeverlaat geweest en als het moet, brengt hij zoenoffers. Ministers opzijzetten, ook al zijn ze lid van zijn partij, heeft hij nogal gedaan. Met name, als de Uno het rapport van deskundigen over de plundering van Kongo’s rijkdommen vrijgeeft, waarin het aangeeft hoe hoog geplaatsten uit Kabila’s omgeving daarbij een vinger in de pap hebben. De laatste tijd zijn de signalen dat het met de corruptie in Kongo de spuigaten uitloopt, legio. De uitspraak van minister van buitenlandse zaken De Gucht dat hij in Kinshasa maar weinig politieke leiders ontmoet heeft, die opgewassen zijn tegen hun taak, heeft opschudding veroorzaakt omdat hij het zo openlijk verwoord heeft. Maar achter de schermen is zijn opvatting mondgemeen. De Gucht heeft het vooral niet begrepen op Bemba, die in België veroordeeld is wegens mensensmokkel, en ook in de benoemingsronde binnen de overheidsbedrijven zijn beste beentje voorgezet heeft.

Maar er is meer aan de hand. Kabila wil zich profileren als de enige staatsman met allure die Kongo rijk is, een politicus die boven la pagaille staat, die het gekwetter en gekissebis tussen de partijen overstijgt. Daarom geen partijpolitieke criteria bij de verdeling van lucratieve posten en een fors optreden tegen de nieuwe baronnen van het overgangsregime die hun handen niet uit de vleespotten kunnen houden. Zijn volgende zet kan best een offensief zijn om werk te maken van de verkiezingen volgend jaar. Zijn omgeving is ervan overtuigd dat Kabila ze wint. Door ze op het geplande moment door te laten gaan kan hij verscheidene vliegen in een klap slaan. Als overwinnaar kan hij dan een punt zetten achter een overgangsperiode, met een regering die nooit gefunctioneerd heeft, en tegelijkertijd alle andere geblokkeerde situaties ontgrendelen. De verkiezingen zullen in de ogen van Kabila’s spin doctors duidelijk maken dat sommige composantes, de RCD-Goma b.v., tijdens de overgang buitengewoon veel macht gekregen hebben, die niet in verhouding staat tot hun populariteit, zoals die uit de stembusslag blijkt. Kortom, verkiezingen zijn het toekomstige toverwoord. En wees gerust, the winner takes all. Kabila kent genoeg Engels om die uitdrukking naar waarde te schatten. In Kongo geen Zuid-Afrikaans scenario, met een verslagen F.W. De Klerk als vice-president onder Nelson Mandela.

Is Kabila echt de engelachtige figuur, waarvoor hij zich uitgeeft? Heel waarschijnlijk niet. Een aanwijzing. De helft van de premie van 3.269.651 $, die het elektriciteitsbedrijf Snél uitbetaald heeft, is terechtgekomen bij Kabila’s kabinetschef. Het verhaal staat tot in de details te lezen in Kongo’s best geïnformeerde blad, Le Soft, van … alweer diezelfde 24ste november. Le Soft publiceert een kopie van een document van de 29ste maart van dit jaar, van de hand van de kabinetschef, op basis waarvan hem ’s anderendaags 1.634.825 $ uitbetaald is. ’s Mans naam komt niet voor op de lijst van geschorsten. Je moet altijd voorzichtig zijn met dat weekblad, want de stichter-uitgever en editorialist Kin-kiey Mulumba, is in de tijd Mobutus minister van informatie geweest en politieke manipulaties zijn hem nooit vreemd. Maar de informatie over deze zaak oogt overtuigend.

Op die naaste medewerker van Kabila – op dat moment net in Brussel – heeft de Belgische diplomatie een beroep gedaan om te bemiddelen, toen die vrijdag de 19de november, op de topconferentie over de Grote Meren, in Dar-es-Salaam, in Tanzania, bleek dat zijn baas De Gucht niet wou ontvangen. Om maar te zeggen dat er gespreksstof is als laat Congo’s nieuwe sterke man het over afzienbare tijd toch tot een ontmoeting komen.

(Uitpers, nr. 59, 6de jg., december 2004)

Visited 12 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Guy Poppe

Guy Poppe (73) is journalist. 31 jaar heft hij op het radionieuws gewerkt, tot in 2007. Afrika heeft altijd zijn bijzondere aandacht gekregen.