Jordanië: dansen op een slappe koord

Jordanië heeft het niet gemakkelijk. Het land ligt al jaren tussen twee conflictgebieden, waar oorlog zowat een constant gegeven is geworden. De Israëlische bezettingsoorlog heeft zijn weerslag in Jordanië, dat naar schatting 2,7 miljoen (bijna 60 procent van de totale bevolking) Palestijnen telt. In het Oosten is er de oorlog tegen Irak. Jordanië is onder andere sterk afhankelijk van de goedkope Irakese olie, en moet het wegvallen daarvan nu compenseren.

Tweede Golfoorlog

De hasjemitische monarchie van koning Abdallah II heeft alle redenen om te vrezen voor de politieke en economische stabiliteit van het land. De opstelling van Abdallah contrasteert nogal sterk met die van zijn inmiddels overleden vader Koning Hoessein. Abdallah doet er alles aan om een herhaling van de problemen van de tweede Golfoorlog te vermijden. De anti-Amerikaanse en anti-Israëlische retoriek van Saddam Hoessein kreeg veel gehoor bij het Jordaanse publiek. Saddam raakte een gevoelige snaar door de eis om zich terug te trekken uit Koeweit te koppelen aan de stopzetting van de Israëlische bezetting van de Palestijnse gebieden. De pro-Iraakse demonstraties en steunbetuigingen van zowel Palestijnen als Trans-Jordaniërs waren zo massaal dat Hoessein er wel rekening moest mee houden. Op een mini-top in Rabat verdedigde Hoessein zelfs een plan dat neerkwam op de annexatie door Irak van Koeweit. Het Jordaanse parlement veroordeelde de westerse agressie en feliciteerde het volk met zijn ‘moedige leiderschap’. De Jordaanse pers voerde een campagne tegen Saoedi-Arabië. Die pro-Irakese houding zou Jordanië zuur opbreken. De diplomatieke relaties met Koeweit en Saoedi-Arabië verzuurden sterk, de olietoevoer werd stopgezet en de financiële steun teruggetrokken. Nochtans deed Hoessein zijn best om voldoende afstand te nemen van Saddam Hoessein en probeerde hij zelfs de boycot van de VN na te leven. Niet gemakkelijk als je weet dat Irak een belangrijke handelspartner is.

Economie

Jordanië heeft berekend dat de economie 1 tot 1,5 miljard dollar zou verliezen indien de oorlog tussen de 4 en 8 weken aanhoudt. Jordanië heeft al zijn voorzorgen genomen en grote oliereserves aangelegd, voldoende om meer dan twee maanden bevoorradingsproblemen aan te kunnen. Maar dat neemt niet weg dat de industrie ongerust is. Jordanië haalt een belangrijk deel van zijn inkomen uit de export van farmaceutische producten. In 2002 was die goed voor een opbrengst van 142 miljoen Jordaanse Dinar (bijna 2 miljard Euro), na textiel is dat het hoogste resultaat. Nagenoeg alle zeventien farmaceutische bedrijven exporteren naar Irak. Hoewel die de afgelopen jaren sterk is gedaald gaat het toch nog over een goede 10 procent. Een sector die het bijzonder hard te verduren krijgt is de nog maar net opgebloeide toeristische sector. De hoofdattractie is de beroemde rotstempelstad, Petra. In het hoogseizoen, maart-april, bedraagt het gemiddelde bezoekersaantal 4.000 bezoekers. Nu is dat een fractie van enkele tientallen bezoekers. De hotels staan overal leeg. Veel ondernemers vrezen binnenkort de boeken te moeten sluiten. Bij een langdurige oorlog zal de economische malaise ongetwijfeld voor groeiend ongenoegen zorgen.

Evenwichtsoefening

Het gevaar voor de interne stabiliteit na een oorlog verklaart ook waarom Jordanië meer dan andere Arabische landen zich zwaar heeft ingespannen op het diplomatieke front. Op de enigszins chaotisch verlopen top van de Arabische Liga begin maart, waarschuwde de koning voor de gevolgen voor de regio en het gevaar op het uiteenvallen van Irak. Bovendien wees hij op het feit dat het ook noodzakelijk was om de resoluties met betrekking tot het Arabisch-Israëlisch conflict toe te passen zodat "het hele Midden-Oosten bevrijd wordt van massavernietigingswapens", waarmee hij verwees naar een passage in VN-resolutie 687.

Het Jordaanse regime weet dat het heel wat risico’s loopt. Een meerderheid van de bevolking is Palestijns. Velen zijn vluchtelingen met een diepgewortelde haat tegen alles wat Amerikaans en Israëlisch is. Saddam Hoessein kan er nog steeds op de nodige sympathie rekenen. Daarnaast zijn er nog eens naar schatting 400.000 Irakezen in het land. Een groot deel van hen is gevlucht voor het regime of zocht economisch beterschap. Een oorlog kan het aantal Irakese vluchtelingen sterk opdrijven. Jordanië garandeert vrije doorgang en opvang, maar het is wel iets dat de regering extra kopzorgen geeft.

Op het terrein vertaalde het regime zijn officieel standpunt door verschillende keren te herhalen dat het geen toestemming zou geven voor het gebruik van zijn grondgebied voor een oorlog tegen Irak. Maar begin maart moest Eerste Minister Ali Abul Ragheb de aanwezigheid van enkele honderden Amerikaanse troepen in Jordanië toegeven. Toen het Islamitisch Actiefront, een coalitie van oppositiepartijen de aanwezigheid van "Amerikaanse en Britse invasietroepen" veroordeelde en opriep tot een boycot ervan, verdedigde het regime zich door te stellen dat het ging om antiraket-eenheden bedoeld om het grondgebied te verdedigen. De waarheid is dan ook dat Abdallah krampachtig de realiteit probeert te minimaliseren, namelijk dat het zich gehoorzaam schikt naar de wensen van Washington. Of misschien is het beter te stellen dat hij zich laat verleiden voor de geldsommen die het krijgt van de VS. Als tegenprestatie voor Abdallah’s steun, heeft Jordanië al tal van interessante handelsakkoorden ter waarde van 3 miljard dollar afgesloten met Israël en de VS. Als beloning voor het sluiten van vrede met buurland Israël en om de pil van het Irakese embargo wat te verzachten krijgt Jordanië al enkele jaren een goede 450 miljoen dollar van Washington. Nu de oorlog met Irak is uitgebroken heeft Washington daar nog een smak bovenop gedaan. Onlangs werd beslist om Jordanië 1,1 miljard dollar steun te geven. Pikant detail: daarvan is 400 miljoen dollar voorzien in de vorm van militaire steun.

In ruil zorgt Abdallah er al geruime tijd voor dat de binnenlandse oppositie zich niet teveel kon roeren. Hoewel hij na de dood van zijn vader in 1999 op de troon is gekomen met de belofte van meer democratisering, zag hij zich al vlug genoodzaakt om die belofte terug in te slikken. Het uitbreken van de Palestijnse intifada zorgde ook voor spanningen in eigen land. De werkzaamheden van het parlement werden geschorst en verkiezingen uitgesteld. Manifestaties werden verboden, tenzij er uitdrukkelijke toestemming voor was verkregen, wat zelden gebeurde. Hoewel de pers er in vergelijking met verschillende buurlanden redelijk vrij kan werken, staat ze toch onder strenger toezicht.

Abdallah is er tot nu toe in geslaagd om het protest wat in te dammen. Het land deed het de jongste jaren economisch goed – een economische groei van 4,9 procent in 2002 en groei van de export van 27 procent – en dat deed de ergste kritiek verstommen. Wat Irak betreft benadrukken de meeste Jordaniërs dat ze niet veel voelen voor het regime van Saddam Hoessein. Maar het Irakese volk blijft hen wel nauw aan het hart liggen. Een korte, pijnloze oorlog die het regime van Saddam Hoesein zou verwijderen zou een schokgolf in Jordanië kunnen vermijden. George Hawatmeh, hoofdredacteur van de belangrijkste (regerings)krant Al Rai, stelde het begin maart zo: "Als het vlug en chirurgisch gebeurt – als Saddam in zeven dagen van de macht wordt verdreven – zal er niets gebeuren, dan zijn we in staat om alles onder controle te houden. Maar als het twee, vier of, god help ons, zes maanden zou aanslepen, dan komt er een sneeuwbaleffect in Jordanië en elders in de Arabische wereld. Hoe zal iemand dat kunnen indammen?" De eerste week na het begin van de oorlog, verliep inderdaad vrij rustig. Er waren heel wat kleinere manifestaties, maar die waren niet te vergelijken met die van Jemen en Egypte bijvoorbeeld waar ze veel woeliger verliepen. Maar een week later, is het protest in omvang toegenomen en verloopt het ook, zoals na het jongste vrijdaggebed, veel emotioneler en grimmiger. Geleidelijk aan houdt het koningshuis rekening met een noodscenario: een opstand tegen het koningshuis. Volgens bepaalde bronnen heeft de koning in elk geval al zijn schikkingen voor een mogelijke ballingschap getroffen. Dat is dan ook exact het ‘droomscenario’ voor het extreemrechtse regime in Israël. Daar wordt al een tijdje gespeculeerd op de val van het hasjemetische regime en een Palestijnse machtsovername, tijdens een oorlog in Irak. De geboorte van een Palestijnse staat zou het ultieme argument zijn voor de ‘transfer’ (uitdrijving) van de Palestijnen naar Jordanië, de annexatie van de Gazastrook en de westelijke Jordaanoever. Sharon heeft daar, toen hij bevelhebber was aan het zuidfront al op gealludeerd toen in 1970 in Jordanië ‘zwarte september’ uitbrak. Als het wat mee zit is het resultaat de natste droom van elke zionist, namelijk de verovering van het voor de joodse geschiedenis belangrijke westen van Jordanië zelf. Mensen als Benyamin Netanyahu vinden dat de joden ook daar hun ‘historische rechten’ moeten laten gelden.

(Uitpers, nr. 41, 4de jg., april 2003)

Deel dit artikel

Visited 123 Times, 1 Visit today

Tags :
Ludo De Brabander

Ludo De Brabander is redactielid en medeoprichter van Uitpers. Hij is tevens woordvoerder van Vrede vzw. De meeste van zijn geschreven bijdrages gaan over militarisme en conflict (NAVO, bewapening, wapenhandel, militaire interventies,...) en de regio van het Midden-Oosten. Hij is medeauteur van 'Als de NAVO de passie preekt' (EPO, 2009) en auteur van 'Oorlog zonder Grenzen' (EPO, 2016), 'Het Koerdisch Utopia' (EPO, 2018) en 'Weg van Oorlog. Over militarisme en antimilitarisme' (EPO, 2019).

zie ook