Grote winst voor xenofobe partij
De Japanse regeringspartijen gaan zwaar onderuit in de verkiezingen van zondag waarin de helft van de zetels in het Hogerhuis op het spel stonden. Het lot van premier Shigeru Ishida is erg wankel nu zijn Liberaal-Democratische Partij (LDP) en coalitiepartner Komeito hun meerderheid kwijt zijn. Die meerderheid verloren ze vorig jaar ook al voor de Kamer. De grote overwinnaars zijn kleinere partijen van diverse strekkingen.
Dure rijst
Ishida bijt zich ondanks de nederlaag echter vast in zijn functie van partijleider en tegelijk premier; Van de 124 te begeven zetels haalt de LDP er nog 39 (- 13) en Komei 6 (- 8). Daarmee zakt de coalitie in totaal tot 122 zetels, tegen 126 voor de rest.
Er zit sleet op de LDP die de Japanse politiek al domineert sinds haar oprichting in 1955 en op een korte onderbreking na, de premiers leverde. Maar dat er sleet op zit, werd al enkele keren eerder gezegd, ze blijft teren op haar imago van garant voor stabiliteit.
De dure rijst heeft de LDP deze keer wellicht parten gespeeld. De prijs van rijst is in één jaar verdubbeld. Daardoor zijn de reële lonen volgens de regering zelf op één jaar met 2,9 % gedaald. In mei was er het schandaal met minister van Landbouw Taku Eto die als “grap” zei dat hij toch nooit rijst moest kopen omdat hij er zoveel kreeg. De verontwaardiging was zo groot, dat hij moest ontslag nemen. Zijn opvolger Shinjiro Koizumi kreeg opdracht de rijstprijs in te tomen, wat hij onder meer deed met reserves op de markt te brengen waardoor de prijs inderdaad is gezakt.
Grote sprongen
De grote winnaars zijn de DPP (Democratische Partij van het Volk) en de uiterst-rechtse Sanseito. De centrumpartij DPP springt van 4 naar 17,Sanseito van 1 naar 14. De grootste oppositiepartij, de Constitutionele Democratische Partij (CDP) blijft stabiel op 22, maar dreigt haar positie als twee grootste bij een volgende ronde kwijt te spelen.
De CDP had gerekend op versterking om zo sterk te staan in het verenigen van de oppositie en een alternatieve meerderheid te vormen. Maar vooral de winst van de DPP doorkruist dat. Sinds de regering vorig jaar haar meerderheid in de Kamer kwijtraakte, moet ze soms een beroep doen op die DPP om een meerderheid te hebben voor voorstellen.
Links is het huilen met de pet op, de Communistische Partij kan amper 3 van haar 7 zetels redden. Nieuwkomers breken niet door, Reiwa Shinsengumi (vaak omschreven als ‘links-liberaal’) haalde met haar campagne voor afschaffing van de BTW 3 zetels, winst 1.
De DPP staat vooral sterk onder jongere kiezers bij wie ze de LDP overtroeft. Haar leider, Tamaki Yuichiro, hoopt van zijn partij de spil te maken van een nieuwe meerderheidscoalitie waarvan hij dan de premier wordt.
Sanseito
De DPP heeft bij de jonge kiezers zware concurrentie van Sanseito, de partij met als centrale leuze “Japan eerst”. Sanseito had gehoopt op 10 zetels, het werden er 14. Ze voert sinds haar oprichting vijf jaar geleden campagne tegen vreemdelingen, voor het vrijwaren van de Japanse identiteit en cultuur en voor allerlei traditionele familiewaarden.
De partij vindt onder meer dan de plaats van de vrouw aan de haard is, wat bij veel jongemannen in goede aarde valt. Men zag iets gelijkaardig in onder meer Zuid-Korea waar de dit jaar afgezet president verkozen raakte met aan zeer masculinistische campagne. Het is in de VS en enkele Europese landen niet anders. Sanseito vindt ook dat Japan zich niets moet aantrekken van Koreanen, Chinezen, Taiwanezen en anderen die de Japanse oorlogsmisdaden tijdens de bezetting aanklagen. Sanseito wil een patriottische geschiedschrijving.
Het is echter vooral de campagne tegen vreemdelingen die aanslaat, ook al telt Japan slechts 3,8 miljoen ‘vreemdelingen’ op een bevolking van 125 miljoen. Elk incident waarbij een vreemdeling is betrokken, wordt op de “sociale media” fel uitvergroot in dagenlange campagnes waarin het onderscheid tussen vreemdelingen en misdadigers zoek is.
Volgens peilingen vindt een meerderheid van Japanners dat vreemdelingen in hun land teveel privileges hebben.
