Japans negationisme in bloei


Elk jaar wordt in Japan op 15 augustus reikhalzend uitgekeken hoeveel ministers naar het Yasukuni-schrijn in Tokyo trekken. Het is een soort graadmeter van het Japanse negationisme, of veel erger: de verheerlijking van Japans oorlogsverleden. Er wordt geteld hoeveel ministers er zijn en hoeveel vlakaf zeggen dat ze er officieel zijn. Te oordelen naar die graadmeter bloeit het Japans negationisme, of erger: het ophemelen van het Japans militarisme met zijn wreedaardig oorlogsverleden.

Tot het begin van de jaren ???80 hielden de ministers zich afzijdig van de jaarlijkse ceremonie in dit schrijn waar talrijke veteranen van de oorlog, onder wie ook oorlogsmisdadigers, opgebaard liggen. Yasuhiro Nakasone was de eerste premier die de stap wel zette om in dit schrijn hulde te brengen aan de ???geest van Japanse krijgshelden???. Dat eerbetoon aan oorlogsmisdadigers stuitte toen op een golf van verontwaardiging zowel binnen als buiten Japan.


Zijn voorbeeld werd de jongste tien jaar steeds meer door andere kabinetsleden gevolgd. Sommige trachtten hun bezoek te relativeren door te beklemtonen dat ze als privé-persoon kwamen, dus alleen privé het militarisme herdachten, niet als minister. Hoe schijnheilig ook, in Japan maakte het blijkbaar een verschil.


Het aantal ministers dat dit jaar deelnam, tien ??? meer dan de helft van de kabinetsleden, illustreert hoe weinig de Japanse regeerders, vooral die van de Liberaal-Democratische Partij (LDP), zich nog aan de bezwaren storen. Het deert hen niet dat ze daarbij luidruchtig gezelschap krijgen van uiterst-rechtse nationalistische groepen wier leden in uniform opstappen. Een van de deelnemers dit jaar was minister van Justitie Okiharu Yasuoka die onomwonden verklaarde dat hij als een kabinetslid de oorlogsslachtoffers kwam herdenken en voor de vrede kwam bidden . Die "oorlogsslachtoffers" zijn dan wel beruchte oorlogsmisdadigers.


Het schrijn is de voorbije jaren uitgegroeid tot een museum over en ter verheerlijking van Japans militair verleden.

Premier Yoshiro Mori was er dit jaar niet bij. Niet uit overtuiging, maar omdat hij al zoveel kritiek over zich had gekregen na een reeks ophefmakende uitspraken, waaronder die over het goddelijk karakter van het Japanse keizerrijk. Vroeger was Mori een trouw bezoeker van het schrijn. Mori herhaalde onlangs zijn opinie dat de oorlogsellende niet aan Japan was te wijten, maar aan de oorlog, alsof het om een natuurramp ging.

De LDP afficheert zich als een ???liberaal-democratische??? partij. Zij bestaat uit diverse belangenclans waarin rechtse en zelfs uiterst-rechtse nationalisten de toon aangeven. Via een uitgebreid cliëntelistisch systeem, corruptie en samenwerking met de zeer goed georganiseerde onderwereld kon die partij zich aan de macht handhaven, daarin ook gesteund door de economische successen en de zwakheid van de oppositie.


Dat nationalisme weerspiegelt niet noodzakelijk een brede publieke opinie. Maar met de aanslepende crisis van het "Japanse model" en de identiteitscrisis bij de Japanse jeugd, neemt het risico toe dat nationalistische sentimenten weer aanhang winnen. Het relatief succes (volgens anderen tegenvaller) van de film "Fierheid, moment van lotsbestemming", 1998, is vooral zogrwekkend omdat hij zo gewoon werd behandeld. Die film is nochtans een lofzang op Hideki Tojo, eerste minister ten tijde van de aanval op Pearl Harbor in 1941 en in 1948 terechtgesteld als oorlogsmisdadiger. In die film wordt Tojo voorgesteld als een brave opa die tomaten kweekt en de keizer zo sterk aanbad. Dit is dus een duidelijke poging om kopstukken van het Japans militarisme te rehabiliteren, zoals men dat bij voorbeeld met Göring zou doen.

Maar erg verbazingwekkend en nieuw is het allemaal niet. Want het zijn tenslotte de Amerikaanse overwinnaars zelf die na de oorlog de basis legden voor negationisme en rehabilitatie. Voor een simpele reden: uit anti-communisme. Want onmiddellijk na de zege op Japan, zag Washington direct een andere vijand in het oosten van Azië: de Sovjetunie en vooral de Chinese communisten. Tegenover dat ???communistisch gevaar??? vonden de Amerikanen alle bondgenoten goed, waaronder de door en door corrupte kliek rond Tsjang Kai-tsjek en allerlei drugsbenden in Zuidoost-Azië. De Kwomintang-troepen verkochten trouwens heroïne aan de Japanse bezetters…


Op zoek naar bondgenoten wendden de Amerikanen zich ook tot Japanse oorlogsmisdadigers. Keizer Hirohito, in wiens naam gruwelijke en massale misdaden waren begaan, werd ???ontgoddelijkt??? op de troon gehouden, samen met zijn hofhouding. Enkele oorlogsmisdadigers als Tojo ontsnapten niet aan berechting, maar anderen boden op tijd hun diensten aan in de strijd tegen het communisme.


Het was Tsjang Kei-tsjek zelf die generaal MacArthur, een door en door conservatieve militair, ervan overtuigde een grote groep vooraanstaande orlogsmisdadigers uit de Sugamo-gevangenis vrij te laten. In ruil betaalden die criminelen grote sommen uit de oorlogsbuit die ze in China hadden weggehaald. Veel van die vrijgelaten criminelen werden later de stichters van de Liberaal-Democratische Partij!


Tsjang had in zijn hoofdstad, Chongqing, ook nog een andere beruchte oorlogsmisdadiger, kolonel Tsuji Masanobu, de "kannibaal" genaamd omdat hij in 1945 door de Amerikanen officieel in beschuldiging was gesteld voor het opdienen van de lever van een Amerikaanse piloot aan Japanse officieren. Hij was in 1945 gearresteerd en beschuldigd van kannibalisme, maar ontsnapte en landde via zijn contacten bij de Kwomintang in Chongqing. Daar stelde de man die verantwoordelijk was voor massaslachtingen Tsjang Kai-tsjek voor Japanse krijgsgevangenen in te zetten tegen de communisten van Mao Zedong. Het plan werd nooit gerealiseerd, maar Tsuji kon ongestoord een boek over Mao vertalen tot wanneer hij enkele jaren later met luide trom naar Tokyo trok. Daar werd hij opgewacht door enthousiaste collega???s die intussen door de Amerikanen waren vrijgelaten om het land te leiden.


Tsuji was nochtans de man van de grote ???zuiveringsoperaties??? in Maleisië, vooral in Singapore dat toen deel uitmaakte van Maleisië. Hij leidde in 1942 de Operatie Sook Ching die neerkwam op een grootscheepse etnische zuivering tegen Chinezen, die er onder meer in bestond massaal Chinese mannen te onthoofden. Er werden 71.000 Chinezen opgepakt; rond de 20.000 werden met touwen aan elkaar gebonden en in zee gegooid. Op de rubberplantages en in de tinmijnen werden minstens evenveel Chinezen afgemaakt. Zakenlui konden zich vrijkopen met enorme giften ten gunste van keizer Hirohito.


Die oorlogsmisdaden dienden ook de belangen van enkele Japanse monopolies, waarvan Mitsubishi het bekendste is. Want de Japanse militairen schakelden voor hen hun Chinese concurrenten in Zuidoost-Azië uit.


Maar uit anti-communisme veegden de overwinnaars de spons over die gruweldaden. Er zijn natuurlijk grote gelijkenissen met wat in Europa gebeurde waar ook verscheidene nazi???s werden ingeschakeld in de strijd tegen het communisme. Er zijn diverse vormen van negationisme, de pure van de nostalgiekers die de oorlogsmisdaden ontkennen, het relatief negationisme dat een deel van de slachtoffers van de terreur vergeet (communisten, socialisten, syndicalisten, zigeuners, homo???s…) en het negationisme dat erin bestond en bestaat oorlogsmisdadigers te rehabiliteren ??? zoals de Japanse keizerlijke familie en haar "dienaars" die al een halve eeuw in Japan de plak zwaaien als leiders van de LDP.

(Uitpers, oktober 2000)

Deel dit artikel

Visited 19 Times, 2 Visits today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook