INTERNATIONALE POLITIEK

Japans negationisme besproeit Chinees patriottisme

De internationale Olympische kringen zijn niet zo gerust in de komende Olympische zomerspelen, die van 2008 in Peking. Toen ze voor Peking kozen, waren ze er nogal zeker van dat de Chinese autoriteiten orde en stabiliteit zouden doen heersen, dat er niet zou moeten gevreesd worden voor ongeregeldheden. Sinds de incidenten bij de finalematch tussen China en Japan voor het Aziatische kampioenschap, zijn ze niet meer zo zeker. Alles heeft te maken met de massale en steeds fellere anti-Japanse gevoelens bij een groot deel van de Chinese bevolking.

Peking kende op 7 augustus van dit jaar (2004) een bewogen dag. In het “Arbeidersstadion” speelden de voetbalploegen van China en Japan om de Beker van Azië, een match gewonnen door de Japanners. Zoals bij vorige gelijkaardige matchen hadden Chinese supporters met fluitjesconcerten het Japans nationaal volkslied overstemd. Nu bleef het daar niet bij, na de match kwam het tot anti-Japanse demonstraties die ondanks de aanwezigheid van 16.000 politiemannen uit de hand liepen. Dit incident illustreerde nogmaals hoe moeilijk de Chinese overheid het heeft de anti-Japanse gevoelens in het land te kanaliseren.

Schoolboeken

Die gevoelens worden onophoudelijk gevoed vanuit Japan. Peking reageerde in september verontwaardigd op de beslissing van de Schoolcommissie van Tokyo om in een school voor gehandicapten een geschiedenisboek te gebruiken van de “Vereniging voor de herziening van de handboeken geschiedenis”. Die Vereniging werd in 1997 opgericht door de nationalist Kanji Nishio. Die vindt dat de Japanse jeugd nationale trots moet worden bijgebracht en dat dit niet kan met geschiedenisboeken die vertellen hoe het Japanse imperialisme en militarisme een groot deel van Azië terroriseerden. De Vereniging werkte dus een eigen handboek uit waarin al die wandaden worden weggelaten en waarin de Japanse bezetting van Korea, China enz. wordt afgeschilderd als oorlogen om de Aziatische volkeren te bevrijden.

Die Vereniging kan onder meer rekenen op de gouverneur van Tokyo, de in 1999 verkozen Shintaro Ishihara. Die werkt zich regelmatig in het nieuws met anti-Chinese uitlatingen en met pleidooien voor het bezoeken van de Yasukuni-tempel in Tokyo. Dat is niet zomaar een tempel, want hier bewaren ze ook de resten van notoire oorlogsmisdadigers. De gouverneur dringt er bij de keizer op aan volgend jaar, bij de zestigste verjaardag van de Japanse overgave, die tempel te bezoeken en dus eer te bewijzen aan die oorlogscriminelen. Premier Junichiro Koizumi vereert die tempel jaarlijks met een bezoek.

Koizumi, leider van de Liberaal-Democratische Partij (LDP), steekt daarmee een hart onder de riem van de nationalistische negationisten voor wie al die verhalen over Japanse oorlogsmisdaden alleen maar tot doel hebben Japan te vernederen. Tot enkele jaren geleden waren die nationalisten niet meer dan enkele geïsoleerde groepen. De jongste jaren is dat sterk veranderd, hun invloed laat zich onder Koizumi sterk in de regering voelen. Die premier profiteerde in september van een regeringswissel om een geestesverwant, Nobutaka Machimura, tot minister van Buitenlandse Zaken te bemoedigen.

Ook in de literatuur en de stripverhalen is het negationisme in opmars. Een van de geliefkoosde thema’s is de ideale samenleving die Japanse ‘idealisten’ in Mantsjoerije wilden opbouwen – nadat Japanse troepen dat gebied van China in 1931 hadden bezet. De idealisering van die kolonisten wil de indruk wekken dat de verovering van Mantsjoerije een nobele zaak van beschaving was. De stripverhalen van de populaire Yoshinori Kobayashi gaan over de vele redenen om als Japanner trots te zijn en zich zeker de les niet te laten lezen door anderen.

Grondwet

De nationalisten voelen zich sterk genoeg om de pacifistische grondwet, die Japan zogenaamd verbiedt een leger te hebben, uit te hollen. Een leger heeft Japan al lang en het feit dat Tokyo militairen naar Irak stuurde, illustreert dat de regering zich aan de grondwet niet stoort. Volgens een recente peiling is 63 procent van de Japanse twintigers voor het schrappen van de pacifistische bepalingen van de grondwet. Steeds minder scholieren en studenten zien er graten in om de imperiale vlag te groeten. Studenten die bij de ingangsproef voor de universiteit een vraag kregen waarin ook werd gesproken over de gedwongen volksverplaatsingen uit Korea naar Japan, dienden klacht in voor morele wreedheid…

Dat nationalisme weegt zwaar op de relaties tussen Japan en de rest van Oost- en Zuidoost-Azië. Zodanig zelfs dat het Japanse patronaat de weerslag ervan vreest. Hiroshi Okuda, de baas van Toyota en voorzitter van de machtige patronale organisatie Keidanren, drong er onlangs bij premier Koizumi op aan duidelijk te zeggen hoe hij de relaties met China ziet. Okuda wil die namelijk zo goed mogelijk, want China is voor veel Japanse ondernemers erg belangrijk als klant en terrein voor investeringen.

Rancunes

Die Japanse patroons zien in China hoe het Japans nationalisme de al zo sterke anti-Japanse gevoelens van veel Chinezen aanwakkert. Toen Peking vorig jaar de bouw van een spoorlijn voor hoge snelheidstreinen aan een Japanse onderneming toekende, hield ze dat zo discreet mogelijk. Desondanks kreeg een petitie tegen die toekenning zonder veel moeite 90.000 ondertekenaars, wat noch Peking noch Tokyo zinde.

Het was lang niet de eerste anti-Japanse petitie. Nadat de groep van Deng Xiaoping de macht in 1979 stevig in handen had, maakte ze een einde aan de korte democratische opening die ze gebruikt had tegen haar tegenstrevers. Eén “dissidente” strekking liet ze redelijk ongemoeid, namelijk initiatiefnemers van anti-Japanse petities. Nochtans waren de relaties tussen Tokyo en Peking toen goed sinds hun normalisering in 1972. Maar dat was normalisatie op het officiële niveau, de geschiedenis was daarmee bij de Chinezen niet uitgewist.

In hun geschiedenisboeken leerden en leren de Chinezen dat ook Japan, zoals de westerse mogendheden en Rusland, een ongelijk verdrag opdrong. In 1895 moest het Chinese keizerrijk bij het verdrag van Shimonosheki het eiland Taiwan aan Japan afstaan. In 1931 trokken Japanse troepen Mantsjoerije binnen, enkele jaren daarop trokken ze de rest van China binnen. Ongeveer elke Chinees kent details over het lot van Nanking eind 1937 waar de Japanse troepen het gros van de bevolking uitroeiden. De Chinese communistische partij (CP) verwierf veel aanhang door haar strijd tegen de Japanse bezetters, daar waar de Nationalisten van Tsjang Kai-tsjek vooral bekommerd waren over het vullen van hun zakken.

Met de normalisatie van 1972 wou Peking de spons niet vegen over het verleden. Maar hulp, handel en beloften van investeringen maakten dat de Chinese communisten geduld oefenden. Dat geduld werd vaak op de proef gesteld, onder meer toen Tokyo in 1995 na een Chinese kernproef de kredieten opschortte.

Toen de Chinese president-partijleider Jiang Zemin in 1998 Japan bezocht, hoopte hij officiële schriftelijke excuses te krijgen voor al wat Japan China in de voorbije eeuw had aangedaan. Tokyo had immers kort daarvoor schriftelijke verontschuldigingen aangeboden aan Zuid-Korea, waarom dan niet aan China. Jiang vroeg een officieel gebaar, maar ving bot. De Chinese leider reageerde woedend, hij had immers openlijk het gezicht verloren. Toen Koizumi in 2001 dan voor de eerste keer als premier de Yasukini-tempel bezocht, vond Peking dat een regelrechte provocatie.

Intussen hadden Japanse nationalisten een ander symbool, de eilanden Diaoyu (Senkaku voor de Japanners), opgeëist door zowel China als Japan en Taiwan. Zij hadden er de Japanse vlag gestreken, wat in China spontaan en massaal protest uitlokte. In juni vorig jaar trachtte een groep Chinezen die eilanden te “heroveren”, maar het slechte weer en Japanse kustwachten deden dat avontuur mislukken.

Bij elk incident opnieuw blijkt hoe sterk, hoe massaal de anti-Japanse gevoelens in China zijn. Elke petitie waarin van Japan excuses of schadeloosstelling wordt gevraagd, kan op massale bijval rekenen. In augustus vorig jaar kwam een arbeider om het leven toen bij werken een Japanse obus met mosterdgas uit de bezettingsjaren ontplofte. Een petitie om van Japan te eisen dat het zijn verantwoordelijkheid zou opnemen voor al de chemische wapens die nog in China liggen, kreeg een miljoen handtekeningen. De jongste jaren zorgt Internet ervoor dat alle nieuwtjes over Japan en Japanners snel het land rondgaan.

Patriotten

De Chinese leiders hebben gemengde gevoelens. Aan de ene kant trachten ze daar munt uit te slaan en die gevoelens te bespelen, maar zonder er de controle over te verliezen. In de handboeken geschiedenis worden de Japanse bezetting en oorlogsmisdaden uitvoerig uit de doeken gedaan, het patriottisme van de Chinese jongeren kan er maar wel bij varen.

Sinds de Chinese communistische partij niet langer communist is, doet ze nog harder haar best om Chinees, vaderlandslievend, te zijn en zo haar legitimiteit te vrijwaren. De economische groei brengt de Chinezen niet alleen meer welvaart, ze streelt ook hun nationale trots.

De partijleiding is echter beducht voor al te spontane bewegingen. Na het Amerikaans bombardement op de Chinese ambassade in Belgrado was de verontwaardiging in China zeer groot, er kwamen spontane demonstraties. De partij haastte zich zelf demonstraties te organiseren zodat ze die verontwaardiging kon kanaliseren en vooral beëindigen. Met de anti-Japanse gevoelens, permanent aanwezig, ligt dat moeilijker, zoals bij de voetbalmatch in Peking bleek.

(Uitpers, nr. 58, 6de jg., november 2004)

Print Friendly, PDF & Email

Relevant

Pakistan: geen aandacht voor wie werkt

Op 8 februari 2024 zijn er verkiezingen in Pakistan, maar bij de arbeiders valt er voorlopig niet veel enthousiasme te bespeuren. Dit heeft deels te maken met de onzekerheid…

Print Friendly, PDF & Email

China weegt voorzichtig de kansen af in het Afghanistan van de Taliban

Twee decennia geleden werd het Taliban-regime in Afghanistan omvergeworpen. De Taliban zijn sinds augustus terug aan de macht in Kaboel. De Verenigde Staten en hun NAVO-partners zijn afgedropen en…

Print Friendly, PDF & Email

Uit Afghanistan (en Irak) vertrekken om er te blijven

Afghanistan is het zoveelste ‘gewapend conflict’ dat de Verenigde Staten in een ontwikkelingsland voerden en uiteindelijk verloren hebben. Na het fiasco in Vietnam en nadat ze konden toezien op…

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

Mexico Ecuador: een diplomatieke rel

Zoiets is nooit eerder gebeurd, zo wordt gezegd; zelfs Pinochet zou dat niet hebben aangedurfd! Spectaculair was het zeker. Met veel geweld drong de militaire politie van Ecuador, in…

Print Friendly, PDF & Email

Twee nieuwe en alarmerende milieurapporten

Het mondiale regenwoud wordt aan tien voetbalvelden per minuut ontbost en de meeste fossiele brandstofbedrijven produceerden meer fossiele brandstoffen in de zeven jaar na het Klimaatakkoord van Parijs (12…

Print Friendly, PDF & Email

Don’t cry for me …

Don’t cry for me Argentina … telkens wanneer je denkt, erger kan het niet, gebeurt er toch weer iets dat het wél erger maakt. Met een anarchistisch uiterst rechtse…

Print Friendly, PDF & Email
Vele Joden willen geen joodse staat

You May Also Like

×