Japan verslikt zich al langer in zeepbellen

De Japanse jongeren lijken volgens peilingen wel onder de meest pessimistische van de wereld. Na jaren van gedempte crisis volgend op het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel bijna 20 jaar geleden, heeft de huidige crisis zware gevolgen voor Japanners die van hun werk moeten leven. Maar vooral de jongeren worden erg getroffen, het neoliberale beleid van de voorbije jaren dreef veel jongeren in een flexibele marginaliteit.

De Japanse economie doet het barslecht. De cijfers over dalende productie en uitvoer zijn duizelingwekkend in de tweede grootste economische macht van de wereld. Japan zit sinds het begin van de jaren 1990 in een sukkelstraatje, toen barstte daar een enorme zeepbel open, een vastgoedzeepbel zoals vorig jaar in de Verenigde Staten.

Stijl neerwaarts

Er vallen enkele lessen te trekken uit die crisis van bijna twintig jaar geleden: het heeft tien jaar geduurd eer Japan zich enigszins van de schok herstelde. Maar niet helemaal, daardoor is Japan nu zo gevoelig voor wat er elders in de wereld gebeurt.

De uitvoer stuikt ineen door de dalende vraag vanuit onder meer de VS maar ook China. De binnenlandse vraag zakt, de Japanners zelf kopen steeds minder, velen ook omdat ze al zo zwaar in de schulden zitten. De aankoop van auto’s zakte bij voorbeeld met bijna 30%. De nationale bank voorziet voor dit jaar een daling van het bruto nationaal product met twee procent. Maar de jongste cijfers over economische activiteit spreken van een neerwaartse trend van 12,7%!

Dat heeft zware sociale gevolgen. Japan kende de voorbije jaren een steeds grotere kloof in inkomens. Dat heeft veel te maken met die fameuze ‘flexibiliteit’ van de arbeid. Nu heeft 35% van de actieve bevolking werk zonder vast contract – van bepaalde duur, interim, los deeltijds. Dat cijfer is de voorbije 10 jaar zeer sterk toegenomen, vooral onder de jongeren van wie de meesten nu zonder vast contract werken. Hun gemiddeld loon bedraagt slechts 60% van een personeelslid met vast contract. Maar het is natuurlijk veel gemakkelijker hen te ontslaan, zonder enige vooropzeg.

Voor die werknemers betekent dat ook meestal dat ze sociaal zeer slecht of niet verzekerd zijn. Velen hebben geen verzekering tegen ziekte of werkloosheid. Als ze worden ontslagen, verliezen ze ook de voordelen verbonden aan hun werk, zoals ziekteverzekering of zelfs huisvesting. Het zijn vooral mensen zonder vast contract die worden ontslagen. De golf van ontslagen is begin dit jaar ingezet met enkele sombere aankondigingen van Panasonic, Sony, Toshiba en enkele andere grote namen die hun personeelsbestand inkrimpen.

“Brutaal”

Aan het huidig ritme zullen dit jaar miljoenen jobs sneuvelen, vooral onder jongeren zonder vaste contracten. Nu al kunnen de opvangtehuizen voor daklozen de toevloed niet aan. Zo had Sony bij voorbeeld tot voor kort 9.000 werknemers met tijdelijke contracten, nu geen enkele meer.

Dit komt hard aan in een land waar sociale stabiliteit zowat een dogma was. De sterke bedrijfscultuur – waarbij de onderneming samen met de job ook allerlei andere zaken garandeerde – is met de liberalisering van de tewerkstelling teloorgegaan. Japanse sociologen spreken van een brutale ommekeer zonder voorgaande. De minister voor administratie zei dat de tewerkstelling een crisis zonder voorgaande kent.

De Japanse regering zit met de handen in het haar. In de jaren 1990 volgden de relanceplannen voor de economie elkaar in razend tempo op: 12 plannen tussen 1992 en 2000. De staat trok zeer veel geld uit om de economische activiteit aan te moedigen, onder meer door grootscheepse werken – gebouwen, wegen, nieuwe centra… Achteraf bleken veel van die investeringen nogal nutteloos, er werden veel gebouwen opgetrokken en wegen aangelegd die geen enkel nut hadden. Maar die plannen hebben vooral de openbare schuld geweldig de hoogte ingedreven. Daarmee zit de Japanse regering nu met een enorme schuldenberg van 180% van het bnp. Dat maakt het moeilijk nieuwe grote relanceplannen op te zetten.

De Japanse bankwereld zat al in de jaren 1990 in zeer zwarte papieren. De staat heeft twee grote instellingen gedeeltelijk “genationaliseerd” (de schulden op het publiek afgewenteld) en alle depots gewaarborgd. Tegelijk daalde de rente tot …nul percent. Enkele jaren geleden belde een Japanse vriendin me op om te vragen of ze bij ons nog interest op spaarboekjes betalen, want zij kreeg nul procent en moest bovendien nog onkosten betalen: zij verloor dus geld op haar spaarcenten. Gaan we daar ook stilaan naar toe?

Malaise

De huidige economische financiële crisis valt samen met een diepe politieke malaise. Premier Taro Aso klopt het record van impopulariteit, minder dan tien procent van de Japanners vindt dat hij het goed doet. Het incident met zijn minister van Financiën, Nakagawa Shoichi, deed zijn regering geen goed. Shoichi gedroeg zich op een top van de G7 in Rome nogal eigenaardig (hij was stomdronken). Premier Aso trachtte zijn bondgenoot nog te redden, maar Shoichi moest dan toch aftreden. Wat velen het meest schokte was dat Aso die man op die belangrijke post niet had benoemd voor zijn kwaliteiten, maar omdat hij de steun van diens groep nodig had om zijn post te nemen.

Dat heeft allemaal te maken met de toestand in de Liberaal-Democratische Partij (LDP) die Japan al meer dan 50 jaar bijna onafgebroken regeert. Die partij bestaat uit verschillende fracties die elkaar vaak bestrijden. Maar als het erop aankomt sluiten ze de rangen om de macht niet te verliezen.

De LDP weet zich vooral te handhaven omdat de opposities zo zwak zijn. Dat leek de jongste jaren te veranderen, want met de tamelijk nieuwe Democratische Partij (DP) van Ichiro Ozawa boekt successen. Ze won al de meerderheid in de Senaat waardoor de regerende LDP met haar moet onderhandelen. Later dit jaar zijn er parlementsverkiezingen en het ziet er niet zo goed uit voor de LDP die de jongste jaren schandaal na schandaal beleefde. Met een minister die zelfmoord pleegden omdat zijn rol in een omkoopschandaal aan het licht kwam en andere die moesten aftreden.

Ozawa en zijn DP zijn nu niet bepaald radicale opposanten, veel kopstukken (zoals Ozawa) zaten ooit in de LDP. Maar die LDP is de jongste jaren zodanig naar rechts opgeschoven, dat de DP het etiket van een progressieve partij kreeg.

In de LDP hebben de nationalisten het meer en meer voor het zeggen gekregen. Onder premier Junichiro Koizumi (2001-2006) werden talrijke historische taboes opzij geschoven. De Japanse oorlogsmisdaden werden steeds openlijker ontkend en Japan bouwde weer een sterk leger uit, ondanks de pacifistische grondwet. Koizumi voerde een ultraliberaal beleid, waardoor de sociale ongelijkheden in enkele jaren zeer sterk toenamen.

Hij werd in 2006 opgevolgd door Shinzo Abe die dat ultraliberaal beleid voortzette. Abe is de kleinzoon van Kishi die in 1945 terechtstond voor oorlogsmisdaden. Maar de Amerikanen oordeelden dat ze hem goed konden gebruiken tegen de communisten. De man werd in 1957 zelfs premier. Zijn kleinzoon Abe verdronk echter als premier al snel in een reeks schandalen en in de economische problemen en trad af. Oude rot Yasuo Fukuda, ook de zoon van een vroegere premier, moest de potten lijmen, maar gaf er volkomen ontmoedigd al snel de brui aan. Waarop Aso in september vorig jaar dan premier werd en het nog erger maakte.

 

Oppositie

De Democratische Partij heeft intussen ook met een schandaal van illegale financiering te maken, maar ze rekent er toch op de komende parlementsverkiezingen te winnen. Misschien moet ze dan regeren met Komeito, de politieke arm van een strak georganiseerde boeddhistische beweging, de Soka Gakkai, die traditioneel met de LDP meeregeert.

Met de zware crisis krijgt de Japanse Communistische Partij, JCP, de voorbije maanden weer nieuwe rekruten. Die partij is goed georganiseerd, maar ze heeft vooral lokale inplanting, in het nationaal parlement heeft ze slechts 7 zetels. De jongste tijd sluiten vooral jongeren zich bij de JCP aan. Dat is al lang geen traditioneel Communistische Partij meer, maar veeleer een sociaaldemocratische partij. De leiders ervan zien er geen graten in een directeur van Toyota op de partijzetel te ontvangen.

De zware sociale gevolgen van de crisis zullen waarschijnlijk nog meer jongeren op zoek doen gaan naar een alternatief voor het vastgeroeste politieke establishment van de LDP. Die LDP ging totnogtoe prat op het feit dat ze de Japanners zekerheid bood. Maar die zekerheid is nu wel erg aan het wankelen.

(Uitpers, nr. 108, 10de jg., april 2009)

Deel dit artikel

Visited 115 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook