Japan nog wat verder naar rechts

Shinzo Abe is Junichiro Koizumi opgevolgd als premier van Japan. Veel verandert er daarmee niet, Abe is de dauphin van Koizumi. Maar Abe gaat de politiek van zijn voorganger nog wat accentueren: meer economisch liberalisme, een echt leger, ‘patriottisch’ geschiedenisonderwijs en nog nauwere banden met Washington. Abe is een spruit van de meeste rechtse fractie binnen de rechtse Liberaal-Democratische Partij (LDP) die al meer dan een halve eeuw nauwelijks onderbroken Japan regeert.

Abe is een volwaardige telg van een familiedynastie die vorige eeuw een vooraanstaande rol speelde in Japan, ook ten tijde van Japans imperialisme dat voor Azië een nachtmerrie werd. Vader Shintaro Abe was een van de chefs van de meest nationalistische clan binnen de LDP. Zijn grootvader langs moeders zijde, Nobusuke Kishi, was een kopstuk van het Japans bestuur in bezet Mantsjoerije (het noordoosten van China dat Japan in 1931 bezette). Later werd hij minister van Handel en Industrie in de regering die in 1941 Pearl Harbour aanviel.

Hij werd na de Japanse nederlaag in 1945 aangehouden als een oorlogsmisdadiger. Maar de Amerikanen lieten hem in 1948 vrij op aanraden van de Amerikaanse geheime dienst. De Amerikanen zetten vanaf 1948 talrijke gewezen oorlogsmisdadigers in om een rechts Amerikaansgezind blok te vormen zodat Japan een trouwe bondgenoot zou worden in de Koude Oorlog.

Kishi bracht het in 1957 zelfs, met steun van de CIA, tot eerste minister: hij zou dat drie jaar lang blijven. Kishi zorgde natuurlijk voor zeer nauwe banden met de VS, hij was een van de architecten van een vernieuwd veiligheidsverdrag dat in nauwe militaire samenwerking voorzag.

Grondwet

Abe zit volledig op deze lijn van nationalisme én samenwerking met de VS. Hij is een trouwe opvolger van zijn illustere familieleden, maar ook van voorganger Koizumi. Een van de oogmerken van Abe is de wijziging van de grondwet. Die grondwet van 1947 schrijft voor dat Japan alleen “strijdkrachten voor zelfverdediging” mag hebben. Dat is allang grotendeels theorie, Japan heeft zeer goed uitgeruste “zelfverdedigingskrachten”. Maar toch is die pacifistische grondwet de nationalisten een doorn in het oog. Zij vinden dat Japan daardoor te weinig zijn rol van Aziatische macht kan spelen. Door dat grondwettelijk concept heeft Japan bij voorbeeld geen bommenwerpers, vliegdekschepen, precisiewapens met grote reikwijdte… iets wat de nationalisten allemaal wel willen.

Rechts voert al jaren campagne voor een nieuwe grondwet. Tijdens de meer dan vijf jaar dat Koizumi premier was, kreeg die campagne volop de wind in de zeilen. Koizumi trok zich niets aan van binnen- en vooral buitenlandse protesten tegen zijn bezoeken aan de tempel van Yasukuni, middenin Tokio. Daar worden de zielen van de doden herdacht, ook die van de oorlogsmisdadigers die na de oorlog ter dood werden veroordeeld. Yasukuni is door Koizumi’s talrijke bezoeken, zes in vijf jaar, uitgegroeid tot een tempel van negationisme.

Abe maakte als parlementslid deel uit van een groep die opkomt tegen wat ze noemen “de masochistische visie op de vaderlandse geschiedenis”. Daarmee bedoelen ze de visie die het heeft over het Japans imperialisme en zijn misdaden, waaronder de moordpartij op de bevolking van de Chinese stad Nanjing en de moordpartijen in het in 1910 bezette Korea.

Uiterst-rechts

De grenzen vervagen van langs om meer tussen de rechtse clans in de LDP (een partij die nog altijd een verzameling van diverse in clans georganiseerde belangengroepen is) en uiterst-rechts. Uiterst-rechts, dat zijn talrijke kleine en grotere groepen waarvan sommige geweld gebruiken. Een uiterst-rechtse militant stak deze zomer de woning in brand van een LDP-politicus die had geprotesteerd tegen Koizumi’s bezoek aan Yasukuni.

Deze politicus, Koichi Kato, had gewaarschuwd tegen het gevaar dat uitgaat van een emotioneel nationalisme. Hij weet de opkomst ervan aan het liberaliseringsbeleid van Koizumi die volgens hem de gemeenschapsbanden kapot maakte. Kato is gewezen secretaris-generaal van de LDP, dus zeker niet de eerste de beste.

Koizumi gaat er prat op dat hij zijn opvolger een herlevende economie in handen geeft. Maar in verscheidene Japanse media luidt een andere klok: Koizumi is beducht dat hij de rekening van zijn liberaliseringsbeleid voorgeschoteld krijgt. De economie herleeft, maar na vijftien jaar neergang en stagnatie. Zijn economisch beleid heeft de rijken rijker gemaakt, de rest armer. De sociale ongelijkheid is gevoelig toegenomen, Koizumi heeft ook zwaar gesnoeid in de openbare uitgaven, wat voor een groot deel van de Japanners zwaar is aangekomen. Zijn liberale hervormingen hebben het sociale weefsel verder aangetast, de invloed van de vakbonden in de openbare sector (is zeer klein in de privé-sector) is gevoelig teruggedrongen. Die toegenomen sociale onveiligheid speelt uiterst-rechts in de kaart.

Regionale spanningen

Abe wil Japan “volwaardige” strijdkrachten geven, met andere woorden een machtig leger uitbouwen dat door de grondwet niet meer gehinderd wordt om buiten de grenzen op te treden. Hij wol tevens een “minder masochistische visie” op de geschiedenis, met andere woorden toch een vorm van negationisme.

De bezoeken aan Yasukuni en diverse pogingen om in schoolboeken Japans imperialisme te verdoezelen (volgens sommige negationisten speelde Japan de rol van bevrijder van Azië, van beschaver…), zetten al jaren veel kwaad bloed in de rest van Azië, vooral in Korea, Taiwan en China. Onder Koizumi zijn er geen contacten op hoog niveau meer geweest met Peking. Dat belet natuurlijk niet dat de economische relaties steeds steviger werden– Japan heeft een groot deel van zijn economisch herstel aan de groei van de Chinese economie te danken. Maar de Chinese leiders moeten rekening houden met sterke anti-Japanse gevoelens bij een deel van de bevolking.

De kwestie van de geschiedenisboeken ligt hoe dan ook erg gevoelig. Abe verklaarde dat hij de relaties met China en Zuid-Korea wil verbeteren. Dat zal echter moeilijk kunnen als hij tegelijk wil dat de Japanse scholieren een “minder masochistische visie” op de geschiedenis krijgen.

Zie ook Uitpers nr. 12 (oktober 2000), nr. 25 (december 2001), nr. 46 (oktober 2003) en nr 58 (november 2004)

(Uitpers, nr.79, 8ste jg., oktober 2006)

Visited 4 Times, 1 Visit today

Tags :