INTERNATIONALE POLITIEK

Jan Servaes: Van Beringen langs 5 continenten tot Chiang Mai en Diest

Image
Jan Servaes, de wereld zijn dorp

Begin jaren tachtig kon ik de in het Limburgse Beringen opgegroeide Jan Servaes (°1952) leren kennen tijdens mijn studies communicatiewetenschappen aan de KULeuven. Uit die tijd bewaar ik hier zijn boek waarmee hij ons toen les gaf: “Het web van de media-business – Doorlichting van de bewustzijnsindustrie in Vlaanderen” (Kritak, 1979). In de jaren nadien werd Jan Servaes een echte kosmopoliet die onder meer les gaf inzake ‘Internationale Communicatie’ en ‘Communicatie voor Sociale Verandering’ in Nederland, Australië, China, Hong Kong, de V.S. en Thailand, naast verschillende opdrachten aan ongeveer 120 universiteiten in 55 landen.

Jan was daarbij onder andere werkzaam als UNESCO-leerstoelhouder aan de Universiteit van Massachusetts. Hij was ook meer dan tien jaar hoofdredacteur van het Elsevier-tijdschrift ‘Telematics and Informatics: An Interdisciplinary Journal on the Social Impacts of New Technologies’.

Na het in een vorige bijdrage besproken ‘Handbook of Communication for Development and Social Change’ uit 2020 was hij nog co-redacteur van het ‘Palgrave Handbook of Sustainable Development and International Communication‘ (2021) en redigeerde hij recent (april 2023) samen met Muhammad Jameel Yusha’u twee volumes met als titel ‘SDG18 Communication for All’. (https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-031-19142-8 + https://link.springer.com/book/10.1007/978-3-031-19459-7 ) .

In totaal heeft Servaes zo’n 25 boeken op zijn naam, gepubliceerd in zulke uiteenlopende talen als Nederlands en Chinees, Frans, Duits, Indonesisch, Portugees, Spaans, Russisch en Thai.

Nadat we elkaar enkele jaren geleden voor het eerst in Brussel weer ontmoetten, kon ik Jan de jongste jaren opzoeken in Diest. Het echtpaar Servaes-Malikhao zoekt daar jaarlijks zijn toevlucht tijdens de periode dat in de regio Chiang Mai in Thailand de luchtverontreiniging door het verbranden van oogstresten weer tot dodelijke hoogtes piekt.

Zij klaagden al herhaaldelijk de luchtvervuiling aan, maar wanneer er machtige economische belangen mee gemoeid zijn, kan vaak ook de beste communicatie over oorzaken en oplossingen, de gang van zaken niet rechtzetten. Waarmee al meteen ook de onmacht blijkt van veel communicatie- en mediawerk in een wereld waarin immens kapitaalkrachtige transnationals in collaboratie met nationale ‘elites’, mensen en planeet exploiteren en het politieke beleid voor hun kar weten te spannen. Meteen de aanzet voor een eerste zware vraag in het nu volgende interview.

Jan-Pieter Everaerts

INTERVIEW

Jan Servaes: “Streven naar sociale rechtvaardigheid via dialoog, democratische én participatieve communicatie”

Jan, jij met al je wereldwijde ervaringen: wat doen al onze inspanningen er toe ? Je kan zoals jij het deed, de verstandigste boeken over bewustzijnsindustrie en ‘duurzame communicatie’ schrijven, zonder macht om ‘het web van de mediabusiness’ te veranderen, blijft het bij woorden. Kortom: waar haal jij als sociale wetenschapper de motivatie om door te blijven gaan met publiceren waarbij je merkwaardig genoeg zowel op het hoogste internationale niveau actief bent, alsook lokale alternatieve media niet te min vindt.

Jan Servaes: “Dan verwijs ik naar ‘Das Prinzip Hoffnung’, het tussen 1938 en 1947 in ballingschap in Amerika geschreven boek van de Duitse filosoof Ernst Bloch. De hoop als het nastreven van het hoogste goed, dat echter nooit bereikt wordt maar altijd na te streven valt.” https://de.wikipedia.org/wiki/Das_Prinzip_Hoffnung

Het hier eerder besproken ‘Handbook of Communication for Development and Social Change’ uit 2020 werd zowel gedrukt als digitaal gepubliceerd want zoals je in je inleiding schreef, vormt het “essentiële lectuur voor academici zowel als praktijkmensen, studenten en beleidsmakers”. Hoe werd het boek ontvangen ?

Jan Servaes: “Redelijk positief. Het komt aan bod in cursussen en ik krijg nog uitnodigingen voor internationale conferenties; de laatste jaren vooral in Zuidoost-Azië en India.”

Bereikte het handboek zijn doelgroepen ?

Jan Servaes: “Ja, academici en sommige beleidsmakers.”

Waarin verschilt het Palgrave handboek uit 2021 met het bij Springer uitgegeven handboek uit 2020 ? Nieuwe klemtonen ?

Jan Servaes: “Het Palgrave handboek legt meer de focus op internationale nieuwsstromen, de discussie over duurzaamheid en SDG, de ‘Sustainable Development Goals’ van de Verenigde Naties. In het dubbelvolume ‘SDG18 Communication for All’ uit 2023 wordt dit verder uitgediept met een theoretisch en methodisch kader.”

Opgroeien midden de Limburgse mijnen

Het begon voor Jan Servaes allemaal in Beringen, in de jaren vijftig nog een bedrijvig Limburgs mijnstadje. De jonge Servaes groeit er op als zoon van een bakker van wie tijdens de Tweede Wereldoorlog de beide ouders stierven.

Jan Servaes: “Omdat vader bij hem thuis de oudste was van 8 kinderen, moest hij voor zijn broers en zussen zorgen. Dus moest hij de bakkerij openhouden. Dat is wat hij de rest van zijn leven heeft gedaan. Elke dag vertrok hij rond 7 uur ‘s avonds, werkte de hele nacht in de bakkerij in Houthalen en kwam rond 7 uur ‘s ochtends thuis. Hij heeft niet veel van een gezinsleven gehad.

Moeder was de dochter van een groothandelsagent in Beringen. Haar vader had een winkel voor lokale ambachtslieden. Moeder werd naar een traditioneel katholiek internaat gestuurd. Ze waren niet de top van de samenleving, maar hadden wel opwaartse ambities.”

En hoe groot was het gezin waarin je zelf opgroeide ?

Jan Servaes: “We waren thuis met twee zonen. Onze ouders hebben ons gepusht om hard te studeren. In mijn geval was dat de richting Latijn-Grieks. Het college was een beetje elitair. We werden klaargestoomd om intellectuelen en leiders van de samenleving te worden, maar er waren ook kinderen van arbeiders zoals ik die studeerden. We hebben dus ook aandacht besteed aan de maatschappelijke vraagstukken om ons heen.

Mijn jongere broer maakte de middelbare school wel af, maar wilde niet verder. Op een gegeven moment besloot hij naar de mijn te gaan, maar in de laatste dagen van die industrie. Hij was nadien vele jaren werkloos. Terwijl ik in het buitenland was, zorgde hij voor onze zieke moeder. Nu is hij ook gepensioneerd.

Over mijn relatie met de mijnwerkers wil ik je nog een anekdote vertellen. Toen ik al op de universiteit zat, ging ik met een van de linkse studentengroepen naar mijn geboortestad om steun te betuigen aan de stakende mijnwerkers. We kwamen om zes uur ‘s ochtends aan bij de mijn toen de mijnwerkers arriveerden voor hun dagelijkse dienst. Sommigen van hen met wie ik ben opgegroeid, zagen me en vroegen: “Wat doe je hier? Waarom studeer je niet in Leuven?”

Wat heb je geantwoord?

Jan Servaes: “Ik zei: ‘Ik ben hier om mee te leven met jullie zaak.’ Ze vertelden me: ‘Je bent belangrijker voor ons als je studeert en ons in de toekomst kunt helpen, in plaats van een beetje een domme paljas te spelen hier aan de mijn.’ Ik ben hun harde maar eerlijke opmerkingen nooit vergeten.”

Oei, ik heb iets soortgelijks beleefd, maar van lager niveau. Toen ik op een koude winterochtend met AMADA-kameraden aan de poorten van het Leuvense bedrijf Terumo pamfletten stond uit te delen, vroeg een grove arbeidersvrouw me ook wat ik daar kwam doen. Ze sneerde: “Je zou beter je lief gaan neuken.” Probleem: ik had toen weer eens geen lief … Bij den AMADA waren ze daar niet zo mee bezig. De schoon maskes zaten allemaal bij de trotskisten, RAL enzo. Ben jij ooit lid geworden van een politieke partij ?

Jan Servaes: “Nee, nooit. Ik had mijn problemen met allemaal. Tot op zekere hoogte was mijn motivatie intellectueel. Ik wilde echt politieke discoursen en maatschappelijke verandering bestuderen in plaats van activist te worden. Met een groep vrienden begonnen we een boekenclub om het ‘zware’ werk te bespreken: Marx natuurlijk, maar ook Gramsci, Althusser, Habermas, Bourdieu, Foucault. Introducties tot het marxisme en maoïsme werden aangeboden in filosofiecursussen.”

Aan de weledele Katholieke Universiteit Leuven ?

Jan Servaes: “Jawel. Onze traditioneel katholieke hoogleraren konden nog een onderscheid maken tussen ‘dit is het’ en ‘dit is wat wij ervan vinden’; Met andere woorden, ‘feiten en ideeën’ werden duidelijk gescheiden van ‘meningen’. Tegenwoordig lijkt het alsof alles wazig is geworden, vooral op de online sociale media. Terwijl ik me bezighield met vaak verhitte debatten en discussies, uitgedaagd om meer argumenten te verduidelijken of te geven, begon ik ook te schrijven voor lokale studentenpapers.”

Journalist in België én in revolutionair Latijns-Amerika

Wilde je destijds journalist worden ?

Jan Servaes: “Wat ik dacht dat journalistiek was, was een deel van mijn motivatie om naar de universiteit te gaan. Thuis leerden ze ons altijd kritische vragen te stellen. Ik raakte ook steeds meer geïnteresseerd in wat toen de Derde Wereld heette, naast de Westerse ‘1ste wereld’ en het Oostblok als ‘2de wereld’. Ik raakte ook betrokken bij de Anti-Apartheidsbeweging en reisde naar Afrika. Onder het pseudoniem Jan Havelaar begon ik boekbesprekingen in te dienen bij ‘De Nieuwe’, een toen belangrijk weekblad voor kritische intellectuelen.

Hoofdredacteur Mark Grammens (1933-2017) had bij de Britse ‘New Statesman’ gewerkt en probeerde de stijl en het formaat ervan te kopiëren. Na een tijd vroeg hij me om meer artikelen bij te dragen. Op freelance basis raakte ik steeds meer betrokken bij ‘De Nieuwe’ en het zustermaandblad ‘Tijdschrift voor Diplomatie’. Ik vond Grammens echter een dubieus figuur. Iemand uit ‘linkse Vlaamse kringen’. Hij was de zoon van de bekende taalactivist Flor Grammens, weet je. Toen Mark Grammens het Egmontplan (1977) begon neer te sabelen, hield ik het voor bekeken. Grammens zou zelf ook ‘De Nieuwe’ verlaten, in 1980. Piet De Moor ging er mee verder, tot aan het einde in 1985. Grammens startte in 1988 zijn ‘Journaal’ dat hij tot aan het einde in 2013 in zijn eentje uitgaf, beetje zoals jij. Met dat verschil dat het ‘Journaal’ maar om de twee weken uitkwam.

Nu moet je je de context van de jaren zestig en zeventig even herinneren. Ik begon in Leuven te studeren in 1970, twee jaar na ‘Leuvens Vlaams’, de splitsing van de universiteit in een Nederlandstalig en een Franstalig deel dat naar Louvain-La-Neuve trok. Het was ook de tijd van de mijnstakingen, voorafgaand aan de sluitingen tussen 1987 en 1992 van de zeven mijnen in Limburg en ook die in Wallonië. De mijn van Beringen sloot in 1989. Internationaal waren er de militaire regimes in Zuid-Amerika en de Culturele Revolutie in China. Op de campus waren er in die tijd maoïsten, trotskisten en alle andere ideologieën ter linker- en rechterzijde. Als student woonde ik allerlei bijeenkomsten bij en nam deel aan protestmarsen.

In 1975 heb ik het Bevrijdingsperagentschap nog mee opgericht met onder andere de jou wel bekende maar jong overleden Zuid-Amerika-journalist Dirk Vandersypen en de latere Sint-Lucas-directeur Willem De Greef.

Ik was ook actief in de Wereldscholen van Jef Ulburghs, bij Kritak en AKZA (Aktiekomitee Zuidelijk Afrika). En verder schreef ik dus voor het weekblad ‘De Nieuwe’, werkte als freelance journalist voor de BRT en gaf Viewpoint-lezingen met BRT-journalist William Van Laeken.

Vooral Latijns-Amerika zag ik toen als hotspot voor nieuwe ideeën, het zogenaamde afhankelijkheidsparadigma. Ik had een hekel aan zowel de Sovjet-aanpak als het westerse moderniseringsperspectief. Uit het niets vroeg ik een beurs aan in Mexico.

Onder president Luis Echeverría was Mexico de gastvrije plek geworden voor intellectuelen en politieke vluchtelingen die de Latijns-Amerikaanse dictaturen ontvluchtten.”

En de president zijn broer, de dynamische Rodolfo Echeverria die aan het hoofd kwam van de ‘Banco Cinematografico’, bezorgde de Mexicaanse cinema de nodige impulsen.

Jan Servaes: “Juist ja. Mexico werd een vrijhaven voor links denken. Mijn fellowship-beurs verbond me met de UNAM-universiteit, maar ik bracht ook tijd door bij ILET, het Instituto Latinamericano de Estudios Transnacionales, waar ik o.a. Cees Hamelink voor de eerste keer ontmoette. Er werd van mij verwacht dat ik maar een jaar in Mexico zou zijn, maar een Belgische redacteur vroeg me om verslag te doen van de revoluties in Midden-Amerika: Nicaragua, El Salvador, Guatemala. Ik stemde toe, wederom op freelance basis.

Naast het schrijven van verhalen, assisteerde ik soms enkele groepen. Terug in België vroeg het katholieke Broederlijk Delen of ik deel wilde uitmaken van hun projectevaluatieteam voor Latijns-Amerika. Ik werd een paar keer uitgezonden naar Latijns-Amerika, maar toen kreeg ik van een voormalige professor te horen dat er een positie beschikbaar was als zijn assistent.”

Journalist wordt academicus/onderzoeker

Die prof dat was Luk Boone van wie ik ook nog wat les kreeg. Een man uit de familie die nu nog de Lotus-koekjesfabrieken bezit.

Jan Servaes: “Inderdaad. Ik had een goede band met Luk Boone. Hij was ondersteunend, ook ideologisch. We keken op dezelfde manier naar de rol die communicatie in de samenleving zou moeten spelen, hoewel zijn focus vooral lag op de Belgische pers en omroep. Na mijn master-studies – toen nog licenties geheten – werkte ik als onderzoeksdocumentalist aan het jou ook goed bekende CeCoWe, het Centrum voor Communicatiewetenschappen in Leuven. In feite was dit een vrijwillige functie als gewetensbezwaarde, omdat ik weigerde in militaire dienst te gaan, wat toen nog verplicht was. In plaats van één jaar moest men dan wel twee jaar ‘dienen’.

Tijdens die jaren kon ik onderzoek doen naar onderwerpen die me interesseerden. Ik kende dus de afdelingscultuur en Luk Boone kende mij. We startten, samen met collega’s en vrienden van andere universiteiten, een ‘Vlaamse Werkgroep Mediaonderzoek’, publiceerden opiniestukken in de pers en de twee boeken die je eerder vermeldde over de Belgische ‘bewustzijnsindustrie’, een concept van Hans Magnus Enzensberger. Naast het lesgeven was mijn belangrijkste project echter om te promoveren op ontwikkelingscommunicatie. In het begin was ik erg ambitieus. Ik wilde onderzoek doen door nationale communicatiebeleidsmaatregelen te vergelijken.”

Je werd ook werkzaam voor UNESCO. Hoe raakte je daar bij betrokken ?

Jan Servaes: “Dat kwam door een combinatie van onderzoeksinteressen en ‘serendipity’ … Unesco bestelde en publiceerde in de jaren 1970 tal van landenstudies. Communicatieplannen voor de meeste landen in de wereld. Ik wilde iets soortgelijks doen. Ik wilde nationale communicatiesystemen vergelijken in een derdewereldcontext en een ideaal communicatieplatform bedenken voor sociale doeleinden.”

En hoe kon je dat financieren ?

Jan Servaes: “In die tijd werd onderzoek nog goed gefinancierd. Als ik een reisbeurs aanvroeg, kreeg ik die meestal. Ik bracht nogal wat tijd door in verschillende delen van Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Ik begon mensen te ontmoeten in de bredere gemeenschap, waaronder politici, media en zakenmensen. Om mijn kennis en inzicht te vergroten, ben ik naar Den Haag gegaan voor een postdoctorale opleiding communicatiebeleid en ontwikkelingsplanning, gecoördineerd door Cees Hamelink. Een van de lesgevers was Alan Hancock, de communicatiedirecteur van Unesco. Hij vroeg me of ik geïnteresseerd zou zijn om in Thailand de Thammasat-universiteit te helpen met een masterprogramma in communicatie.

Zo ben ik naar Thailand gegaan. Daar leerde ik ook mijn echtgenote kennen. In de loop der jaren raakte ik gefascineerd door de cultuur in dat deel van de wereld. Een van de discussiepunten die ik heb met de meeste moderniseringstheoretici is dat ze cultuur over het hoofd hebben gezien. Het belang van cultuur, is zeker iets dat ik in Azië ontdekt heb.”

Academicus/onderzoeker wordt ‘wereldprof’ …

1987 was het jaar waarin je promoveerde en daarna verliet je België, voor eerst de V.S. en daarna Nederland. Hoe ging dat in zijn werk ?

Jan Servaes: “Zoals je weet was het toen – nu niet meer – de Leuvense traditie dat je niet kon blijven aan de universiteit waar je afstudeerde. De beurs was een leuk aanbod omdat het een Scholar-in-Residence Fulbright was. Daarbij wordt je volledig gefinancierd door het systeem. Ik heb een jaar in de VS doorgebracht en kon kiezen waar ik naartoe wilde. Ik kon er bv. makkelijk naar New York en Washington reizen. Ik had vrienden bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en de Wereldbank. Ik stelde me ook voor aan het Ministerie van Buitenlandse Zaken en ging naar de Voice of America.

Mijn laatste functie tijdens het Fulbright-jaar was op Cornell. Ze vroegen me om te blijven. Ik was echter nog niet klaar voor de Amerikaanse politiek en cultuur … Ik ging in op een uitnodiging uit Nederland: in 1988 kon ik aan de Katholieke Universiteit Nijmegen aan de slag als professor ‘International Communication and Media Policies’. Later volgden o.a. de Katholieke Universiteit Brussel, in 2003 de universiteit van Queensland in Brisbane en in 2007 de ‘University of Massachusetts’, Amherst. Ik denk dat wij twee in die tijd terug contact kregen. In 2013 kwam er nog de ‘City University of Hong Kong’ bij, in 2016 de ‘Huazhong University of Science and Technology’ in het later door de coronapandemie berucht geworden Wuhan. In China kwam ik terecht via een Chinese student die ik leerde kennen in Australië. Zo leerde ik ook de broer van de Chinese minister van Onderwijs kennen.

Naast al die universitaire activiteiten was ik van 1994 tot 2000 ook ‘Chair’ – zeg maar coördinator – van ‘the Unesco-IAMCR Roundtables on Development Communication’. Van 2000 tot 2004 was ik vice-President van IAMCR, dat is de ‘International Association for Media and Communication Research’ https://iamcr.org/ alsook voorzitter van het ‘European Consortium for Communications Research’, het ECCR dat later ECREA werd: “European Communication Research and Education Association” https://www.ecrea.eu/ .

Communicatie-onderzoekers organiseren zich internationaal

Dat waren veel afkortingen op een rij. Waar staan zo’n organisaties voor ? Wat doen ze en wat deed jij bij hen ?

Jan Servaes: “Wel, ik was zichtbaar geworden in de internationale arena. In de Internationale Associatie voor Media en Communicatie-onderzoek – IAMCR dus – zijn we samen met Tom Jacobson een werkgroep gestart over participatief communicatieonderzoek. Maar toen we panelvoorstellen indienden bij andere secties, wezen ze ons af. Voor sommigen was ons werk niet marxistisch genoeg. Wij hadden meer benaderingen die aansloten bij de inzichten van de bekende Braziliaanse pedagoog en onderwijshervormer Paulo Freire. Er was gelukkig nogal wat belangstelling voor onze bijeenkomsten.

Er waren in de IAMCR destijds interne ruzies. Bij een verkiezing behaalde ik zoals Cees Hamelink, voorzitter van de verkiezingscommissie, me melde, meer stemmen dan wie ook. Ik had president kunnen worden maar zo ambitieus was ik niet. Als vicepresident pleitte ik ervoor dat IAMCR zichtbaarder werd als uitgever en producent van onderzoek.

We vonden ook dat IAMCR moest decentraliseren. Er was een Europese invalshoek nodig. Ik was bereid om het te proberen, maar ik wilde geen Europese versie van IAMCR, omdat ik de spelletjes kende van mensen die niet echt betrokken waren. Sommigen vinden het leuk hun naam overal bovenop te zetten maar zonder het harde werk te doen.

Ik begon met mensen te praten over het idee van een Europese vereniging, de ECCR. Het was niet altijd eenvoudig. Op een gegeven moment hadden we een probleem met Duitse collega’s die hun eigen ding wilden doen. Ze splitsten zich af.”

Je trok ook een tijd naar Australië. Maar hield wel contact met de Europese scène.

Jan Servaes: “Australië was een aangename ervaring, maar na verloop van tijd zie je de beperkingen van zo’n land. Net als de Verenigde Staten vond ik het te oppervlakkig. Wel veel leuke mensen allemaal, maar je mist daar toch iets. En onze dochters brachten te veel tijd door op het strand … Dus ook omwille van de kinderen wou ik er weer weg. Ondertussen had mijn bij de Europese Commissie werkende doctoraatsstudent Andrea Ricci me in contact gebracht met de Europese Commissie en politici die hij kende. Maar in dat soort kringen is communicatie ‘quantité négligeable’. Ze hebben het allemaal over communicatie, maar dan onder de vorm van public relations en journalistiek. Als ze wetenschappelijk onderzoek willen, vragen ze een politicoloog in plaats van een communicatiewetenschapper.

Wat ook erg is, is dat ondanks de rijke Europese traditie het Europese communicatieonderzoek is overgenomen door Amerikaanse benaderingen. Daarom moeten we ons belang in de Europese context opnieuw uitvinden.”

Al die internationale conferenties, je hield ze op den duur wel voor bekeken ?

Jan Servaes: “Ik zie mezelf meer als antropoloog dan als sociaal activist. Ik observeer de dingen graag zo goed mogelijk. Om afstand te houden heb ik een soort onthechting nodig. Het grote conferentiemodel werkt niet echt vanuit een academisch perspectief. Althans niet voor het soort onderzoek waarin ik geïnteresseerd ben.”

Unesco en Wereldbank

Van al je activiteiten en prestaties, welke vind je nu nog het meest waardevol ?

Jan Servaes: “Tot begin 2017 bekleedde ik de Unesco-leerstoel communicatie voor duurzame sociale verandering. Dat was een positie die ik in de VS kreeg toen ik verbonden was aan de Universiteit van Massachusetts. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken steunde de later als staatssecretaris bekend geworden John Kerry me. Hij was toen voorzitter van de senaatscommissie voor buitenlandse betrekkingen. Het academische proces was deels gekoppeld aan de Unesco-commissie in de VS en deels aan het Orbicom-netwerk aan de Universiteit van Quebec in Canada.

Dat is iets waar ik trots op ben. Een andere eer was de uitnodiging van de Wereldbank om het wetenschappelijk onderzoekscomité voor te zitten voor het eerste en enige Wereldcongres over Communicatie voor Ontwikkeling, in 2006 in Rome. Ik ben overigens nog betrokken bij projecten van de Wereldbank over klimaatverandering.”

Heb je daar nog invloed ?

Jan Servaes: “Ik ben het niet altijd eens met het beleid en de methodologieën die ze gebruiken. Het grootste deel ervan is sociale marketing waarbij filmmakers of PR-bureaus betrokken zijn. Maar ze hadden wel de neiging om naar me te luisteren. In de academische wereld was ik ook niet altijd succesvol. Laten we niet vergeten dat de academische cultuur zeer conservatief is en tegenwoordig een business is. In bepaalde gevallen was ik geïsoleerd of in het nauw gedreven, maar ik heb dit nooit als mislukkingen gezien. Het gaat er veel meer om te leren wat er aan de hand is om het in de toekomst anders te doen.”

“Onderwijs is business geworden”

Uit al jouw jaren van wereldwijd les geven, wat is het belangrijkste dat je zelf opstak ?

Jan Servaes: “Het belangrijkste dat ik geleerd heb ? Dat participatie moet vertrekken vanuit de culturele basis van de mensen, van een bevolking.”

Je vertelde me hoe je je lessen vaak begon met de studenten de vraag te stellen wat ze vonden van de gebeurtenissen van de voorbije week.

Jan Servaes: “Ja, ik begon mijn lessen met de vraag: Heeft er iemand iets te melden ? Dat lukte meestal na een tijdje vrij goed. Ik heb altijd gestreefd naar een gemoedelijke sfeer en naar een  informele relatie met die studenten die geïnteresseerd waren. Dat lukte de ene keer beter dan de andere. In Europa en de V.S. zijn studenten vaak individualistisch ingesteld en hebben ze al op jonge leeftijd grote ego’s. In China daarentegen wordt er braaf genoteerd. Stellen ze geen vragen. Moeilijk om een discussie mee te voeren.

Om een goede relatie te krijgen gingen we vaak samen iets eten. Soms hadden we ook een soort ‘potluck’. Ken je dat gebruik ? Iedereen brengt dan zelf wat eten mee maar ook de gastheer of gastvrouw zorgt voor eten.”

Als ik je zo bezig hoor, moet ik denken aan hoe het in België veranderd is onder invloed van de ‘Me too’-beweging. Op de filmschool van het RITCS hoorde ik van collega-docentes dat zij vinden dat je niet met je studenten op café mag gaan. En een ‘directrice’ vertelde me dat wat ik vroeger deed, de studenten bij me thuis ontvangen voor lessen documentaire filmgeschiedenis temidden van mijn uitgebreide videotheek, dat dat nu niet meer kan …

Jan Servaes: “De slinger slaat soms te ver door. Zo ook met ‘Black Lives Matter’. In de V.S. hoorde ik zwarte studenten meisjesstudenten aanspreken met ‘Ho’, de afkorting van ‘whore’, hoer. Ik vond dan een video waarin een zwarte rapper stelde dat hij niet wou dat zijn dochters zo werden aangesproken. Die video toonde ik de studenten. Waarop zij reageerden met te stellen dat ik als geprivilegieerde witte man hen niet te vertellen had hoe zij moesten spreken. Met zo’n mentaliteit, houdt de communicatie op.”

We hadden het er bij vroegere gesprekken ook al over, dat de achteruitgang van het onderwijs niet beperkt blijft tot België. Hoe zag je het internationaal evolueren ?

Jan Servaes: “Onderwijs is business geworden. Ik zeg vaak half gekscherend dat 80 % van wat aan universiteiten als communicatieonderzoek wordt onderwezen, nutteloos is in termen van duurzaamheid en sociale verandering. Samen met studenten uit verschillende delen van de wereld proberen we duurzame indicatoren te identificeren en veerkrachtige kaders te ontwerpen voor communicatie voor sociale verandering. Al te vaak draait communicatieonderzoek echter om sociale marketing, verspreiding van innovaties en technologiepromotie. Er valt nog een lange weg te gaan.”

SDG’s en demografie ?

Met de realisatie van de SDG’s , de Duurzame Ontwikkelingsdoelen van de V.N., leek het een tijdje vooruit te gaan tot dictator Poetin zijn oorlog tegen Oekraïne begon, of is dat te simpel gesteld ? Want het record van nu al zo’n 110 miljoen vluchtelingen wereldwijd komt er niet alleen door die oorlog.

Jan Servaes: “Het probleem zit ingebakken in de top-down benadering en ‘onwil’ om structurele oplossingen te implementeren.”

Bevolkingsgroei krijgt weinig aandacht in je ‘Handbook of Communication for Development and Social Change’. Ik zag de term ‘demography’ wel een keertje vermeld worden, maar niet één studie over communicatie rond zoals het nu heet ‘reproductieve rechten’. Een leemte ? Uitgerekend van een land dat jij goed kent, Thailand, is me uit het contact met de Hongaar Gyula Simonyi en de ‘BOCS Civilization Planning Foundation’, bekend hoe in Thailand succesvolle geboortebeperkingsprogramma’s liepen om onbedoelde zwangerschappen te voorkomen. Simonyi lichtte ons vorig jaar op een bijeenkomst in Brussel toe hoe belangrijk een positieve aanpak met veel humor is om gedragsveranderingen te bekomen. Zijn ervaringen hadden een mooie ‘case’ kunnen opleveren voor het handboek.

Jan Servaes: “Over Thailand hebben Malikhao en ik wel boeken geschreven, zoals ‘Culture and Communication in Thailand’ – https://link.springer.com/book/10.1007/978-981-10-4125-9 . Thailand was aanvankelijk een ‘uniek’ geval dankzij de combinatie van culturele elementen (de Meechai) en ‘charismatisch leiderschap’. Maar het promoten van ‘sex for fun’, had ook zijn keerzijde. Ik hoef je hoop ik niet uit te wijden over de grote seksindustrie in Thailand …

Nieuwe wereld-informatie-orde en alternatieve media

Zoals je boeken over de bewustzijnsindustrie in Vlaanderen het aantonen, was jij al vrij jong een scherp criticus van de massamedia.

Ik meen me te herinneren dat jij ons ook in contact bracht met Cees Hamelink, die toen pleitte voor een nieuwe wereld-informatie-orde waar ook het ‘niet-Westen’ volop kan aan deelnemen. Maar als we het nu overschouwen blijven de Amerikaanse en Europese mediabedrijven en met name de digitale mediagiganten zoals Facebook en Google nog altijd veel machtiger dan de zuiderse en oosterse. Hoe kan dat behalve vanuit de historisch opgebouwde macht en het gebruiksgemak van het Engels, verklaard worden ? Misschien toch ook vanuit het ‘democratisch’ karakter van veel westerse landen tegenover de vele dictaturen buiten het Westen ?

Jan Servaes: “Ik denk dat ik Hamelink, die ik voor het eerst samen met Herb Schiller bij het ILET in Mexico ontmoet heb, via De Nieuwe in Vlaanderen geïntroduceerd heb.  Wim van der Biesen organiseerde jaarlijks in Leuven een lezing met Maurice De Wilde. Daar heb ik, net zoals jij later, De Wilde ontmoet.

Mijn stelling is dat historisch opgebouwde macht vanuit de politieke economie moet aangepakt worden. Communicatie/journalisten/media vormen het ideologische cement van de ‘superstructuur’. Zie wat mensen zoals Marcuse, Bourdieu, Appadurai en Eribon daar al over schreven.”

“De mainstream media blijven bevragen vanuit een basisperspectief”

Tot slot Jan: jij bent zowel actief op internationaal vlak bij een mondiale uitgever zoals Springer, alsook in alternatieve media zoals De Groene Belg, Uitpers en Pala. Hoe zie jij je bijdragen aan de alternatieve media ?

Jan Servaes: “Sociale rechtvaardigheid is voor mij nog steeds erg belangrijk. Ik blijf de mainstream media bevragen vanuit een basisperspectief. De zogenaamd ‘sociale media’ kunnen geweldig zijn, maar zijn niet het alfa en omega. Het is niet de ultieme oplossing voor wat we als academici moeten proberen te promoten. Ik geef de voorkeur aan een goede dialoog, een meer participatieve en democratische manier van communiceren. Behalve voor de drie die je vermeldt, schrijf ik overigens ook weer regelmatig voor IPS Home | Inter Press Service (ipsnews.be) en Indepth News IDN Home – IDN-InDepthNews | Analysis That Matters. Terug naar mijn beginjaren in de journalistiek !”

Verdere lectuur omtrent het werk van Jan Servaes:

https://philpapers.org/rec/SERRTN

https://historiek.net/author/jan-servaes/

http://blexkom.halemverlag.de/iamcr-servaes/

https://ojs.mau.se/index.php/glocaltimes/article/view/114/109

https://www.comminit.com/children/content/jan-servaes-university-massachusetts-amherst

Print Friendly, PDF & Email

Laatste bijdrages

Guatemalteekse regering focust op plattelandsbevolking

Bernardo Arévalo schopte het half januari dit jaar met de hakken over de sloot tot president van Guatemala. Zijn electorale tocht naar de politieke macht werd langs alle kanten…

Print Friendly, PDF & Email

Europees uiterst-rechts in grote herschikking

“Ik wil samenwerken met Meloni” (Ursula) Marine Le Pen breekt nu uitdrukkelijk met het Duitse AfD, terwijl ze in Madrid deelnam aan een extreem-rechtse top georganiseerd door het zeer…

Print Friendly, PDF & Email

70 ton militaire goederen via Bierset naar Israël

België zal de Palestijnse staat niet erkennen, want “symboliek lost niks op, ik wil impact op het terrein”, aldus premier Decroo. “Het is vooral van belang de voorwaarden te…

Print Friendly, PDF & Email
Armoede uitgelegd aan mensen met geld

You May Also Like

×