Stabiliteit is tegenwoordig een kostbaar en zeldzaam goed. Giorgia Meloni’s regering die sinds 2022 rechts en extreemrechts combineert, kan trots zijn op haar lange levensduur en populariteit. Maar al scoort Meloni’s partij Fratelli d’Italia nu nog steeds 30% in de peilingen, toch lijken er wat donkere wolken aan de horizon.
Allereerst is er het referendum deze zondag en maandag, 22 en 23 maart, over de hervorming van het rechtssysteem. Sinds de operatie Mani Pulite – Schone Handen – van de Milanese rechters in 1992, die leidde tot de verdwijning van vrijwel alle traditionele partijen die betrokken waren bij corruptie en verduistering, is de relatie tussen de politieke macht en de rechterlijke macht in Italië altijd turbulent geweest. De spanningen bereikten hun hoogtepunt tijdens de ongeveer twintig jaar dat Silvio Berlusconi va de macht was. De Cavaliere, die in tientallen processen voor verschillende misdrijven werd vervolgd, werd uiteindelijk veroordeeld voor belastingfraude.
Tegenmacht
Italiaanse magistraten hebben altijd hun rol als tegenmacht uitgeoefend die de Italiaanse Grondwet van 1948 hen toevertrouwt door hen een totale onafhankelijkheid ten opzichte van de uitvoerende macht te verlenen. En de magistraten lieten het niet afweten ten opzichte van de regering van Meloni. Verschillende rechterlijke uitspraken blokkeerden overheidsmaatregelen of verwezen ze door naar het Europese Hof, met name inzake immigratie en veiligheid.
Giorgia Meloni beschuldigde hen – die zij net als Berlusconi de ‘rode toga’s’ noemt – ervan, haar te verhinderen te regeren en in de kaart van links te spelen.
In haar hervormingsproject, dat al door het parlement is gegaan zonder enige mogelijkheid tot wijziging en dat nu door een referendum moet worden bevestigd, valt de regering de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht aan. Maar ze mikt ook op de Italiaanse Grondwet dat haar vanwege het resoluut antifascistische karakter ervan, niet bevalt.
Momenteel behoren rechters en aanklagers tot hetzelfde korps en kunnen zij van de ene functie naar de andere overstappen. [1] Belangrijker nog, zowel de rechters als de aanklagers van het openbaar ministerie zijn afhankelijk van één Hoge Raad van de Rechterlijke Macht. Die is volledig onafhankelijk van de politieke macht en wordt gekozen op basis van lijsten die uitsluitend door magistraten worden samengesteld op basis van lijsten die hun visies weerspiegelen.
De hervorming nu beoogt de carrières van rechters en aanklagers te scheiden en twee aparte raden én een Hoge Disciplinaire Rechtbank op te richten. Sommige leden van deze organen zouden worden benoemd door loting uit lijsten die door het Parlement worden opgesteld.
Plebisciet
Vandaar de angst voor een verzwakking van bevoegdheden en de vertegenwoordiging van diverse gevoeligheden en vooral voor een grotere nabijheid tot de politieke macht. De hele linker- en centrumlinkse beweging, de vakbonden, het grootste deel van de rechterlijke macht, intellectuelen en associatieve bewegingen zijn tegen deze hervorming en roepen op tot een “nee”-stem. Zonder erg druk opgevolgd te worden, kwam het tijdens de referendumcampagne tot ernstige verbale botsingen toen het regeringshoofd de rechterlijke macht beschuldigde van “ideologische degeneratie” of toen de minister van Justitie zelf de ‘Hoge Raad van de Rechtspraak’ omschreef als een “maffia-mechanisme”.
Giorgia Meloni zelf wilde voorkomen dat ze te veel betrokken raakte bij de campagne om te vermijden dat een mogelijke nederlaag gevolgen zou hebben voor de toekomst van haar regering. En toch lijkt het erop dat de reikwijdte van het referendum, zonder echt een ‘plebisciet’ te worden, kan uitdijen naar het gehele overheidsbeleid. Naast het lot van de rechterlijke macht kunnen verschillende kwesties de keuze van de kiezers beïnvloeden. Voorlopig geven de peilingen een voorsprong aan de aanhangers van de “nee”-stem. Veel zal afhangen van de deelname en of de consultatie wordt omgezet in een oordeel over het gehele overheidsbeleid. Om nog maar te zwijgen van het feit dat de uitslag van referenda, die altijd een element van ambiguïteit bevatten, vaak verrassingen met zich meebrengen.
Hier moet worden herhaald dat de populariteit van Giorgia Meloni hoog en stabiel blijft. Maar belangrijke zaken hebben haar in een ongemakkelijkere situatie gebracht. Het veiligheidsbeleid, dat sinds het begin van de wetgevende macht een belangrijk kenmerk van het overheidsbeleid is, is steeds repressiever en illiberaler geworden, waardoor fundamentele vrijheden worden geschonden.
Onlangs, na confrontaties tussen politie en demonstranten bij de sluiting van een sociaal centrum in Turijn, voerde de regering nieuwe strafbare feiten in die de weg vrijmaakten voor preventieve arrestaties en straffeloosheid aan de politie garandeerden in naam van zelfverdediging. Een beleid dat door Giuseppe Riggio, directeur van ‘Aggiornamenti sociali’ (het Italiaanse jezuïetensociaal-culturele tijdschrift), werd omschreven als “het strafrecht van de vijand”.
Excessen
Dit beleid wordt nu breder betwist dan voorheen. Een recent geval heeft de excessen van de ‘veiligheid voor alles’ aanpak aan het licht gebracht. In januari schoot een politieagent in Milaan een dealer van Marokkaanse afkomst dood, hoewel hij geen gevaar vormde. De politieagent wachtte de hulpdiensten te bellen om zijn actie te kunnen verbergen door een nepwapen naast de man die was neergeschoten te plaatsen. Toen bleek dat de politieagent, een extreem gewelddadig iemand, zelf betrokken was bij drugshandel. Maar de minister van Transport van de Lega, Matteo Salvini, had al een petitie gelanceerd met de titel “Ik sta aan de kant van de politieagent”. Meloni had zelf ook haar steun gegeven aan de schuldige agent. Waarna beiden heel verveeld zaten met de zaak.
De huidige coalitie botst ook op de komst van een nieuwe partij aan haar rechterzijde… “Futuro Nazionale”. Een neofascistische formatie, opgericht door een dissident van de Lega, ex-generaal Roberto Vannnacci. Die werd in 2023 ontslagen na de publicatie van een racistisch en homofoob boek. [3] Vannacci, die zich beroept op Mussolini’s nalatenschap, werd door Salvini’s Lega gerekruteerd en op een Lega-lijst als Europarlementariër gekozen. Maar hij scheurde zich af en wil de huidige coalitie ontwrichten. Voorlopig wordt de aanhang van zijn partij geraamd op 4% van de stemintenties.
Barsten
Dan is er nog de flatterende economische balans die Meloni presenteerde en die vreemd genoeg werd verwelkomd door een groot deel van de internationale pers, maar nu barsten begint te vertonen. Toegegeven, de premier kan er zich op beroepen het Italiaanse publieke tekort ernstig te hebben verminderd (van 8,1% van het BBP in 2022 tot 3,4% in 2024). Dit heeft het vertrouwen van de markten opgeleverd. Maar Meloni’s prestaties zijn vooral te danken aan externe factoren en in het bijzonder aan de meevaller van het Europees Herstelfonds, waarvan Italië de belangrijkste begunstigde is (200 miljard euro). Voor de rest is de balans behoorlijk somber: het groeipercentage bleef in 2025 beperkt tot 0,5%, de productiviteit is erg laag en komt niet op gang, de lonen liggen bijzonder laag (in reële termen zijn ze zelfs in de afgelopen 10 jaar gedaald). En een bezuinigingsbeleid heeft geleid tot een algemene precaire situatie met een aanzienlijke toename van het aantal Italianen dat onder de armoedegrens leeft. [4] Het zal steeds moeilijker worden voor de regering om dit beleid aan de Italianen te “verkopen”.
Er is ook de internationale politiek. We weten dat Meloni Donald Trumps bevoorrechte gesprekspartner is geweest. Ze heeft voortdurend geschommeld tussen een brug zijn tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten en de mogelijkheid om van haar status te genieten in een poging de Italiaanse belangen te beschermen. Die ambiguïteit was mogelijk tot het uitbreken van de oorlog in Iran en Libanon. Nu wordt het onmogelijk om aan beide kanten te spelen.
Meloni’s schaamte wordt steeds zichtbaarder. Des te meer omdat er een zeer sterke pacifistische traditie bestaat in Italië, de indrukwekkende demonstraties van afgelopen herfst voor solidariteit met het Palestijnse volk overschreden de traditionele politieke grenzen.
Zullen al deze elementen meespelen voor de uitslag van het referendum over de hervorming van de rechterlijke macht? Er is niets dat dit bevestigt of uitsluit… De vraag blijft open, maar het referendum brengt de meerderheid onmiskenbaar in verlegenheid. Het is ook niet zeker dat de oppositie, nog steeds verdeeld en zonder een echt alternatief project, zal kunnen profiteren. Maar iedereen weet dat dit referendum ook een voorspel is op de volgende parlementsverkiezingen van 2027 .
Vertaling JP Everaerts voor De Groene Belg
Italie : un referendum périlleux | Le blog-notes de Hugues Le Paige
[1] Hoewel in de praktijk nauwelijks 0,5 van de juryleden deze mogelijkheid in de afgelopen vijf jaar hebben benut.
[2] https://www.centreavec.be/international/litalie-sous-meloni/
[3] “De Tegengestelde Wereld” (niet vertaald)
[4] In 2024 liep 23,1% van de Italiaanse bevolking risico op armoede of sociale uitsluiting (vergeleken met 22,8% in 2023). Dit bleek uit het rapport van het Nationaal Instituut voor Statistiek (Istat)

