Italiaanse linkerzijden dichter en verder uit elkaar

Bij lokale verkiezingen van eind mei in Italië hebben de vele partijen van centrum-links tot uiterst-links hun posities licht kunnen versterken tegenover de parlementsverkiezingen van vorig jaar. Dat hebben ze onder meer te danken aan het feit dat ze, in tegenstelling tot vorig jaar, nu in de meeste gevallen allianties vormden. Maar dat mag zeker niet de indruk wekken dat die partijen ook politiek meer op dezelfde lijn zouden zitten. Integendeel, talrijke leiders trekken verder naar rechts, terwijl Rifondazione Comunista een linkse draai maakt.

Na de nederlaag bij de parlementsverkiezingen van 13 mei vorig jaar, trokken de leiders van de vorige regeringscoalitie weinig politieke conclusies. Ze staken de schuld voor het verlies deels op Rifondazione Comunista (PRC) en op ‘l’Italia dei valori’, de beweging van gewezen magistraat Antonio Di Pietro omdat die de eenheid zouden verbroken hebben. Wat zeker in het geval van Rifondazione niet klopte, die hadden voor de 475 districtzetels, toegewezen in één ronde, geen eigen kandidaten voorgedragen.

De leiders van de partijen van de ‘Ulivo’ (Olijfboom), de «coalitie» van centrum-links, bleven na het verlies gewoon doorgaan met hun onderlinge invloedstrijd om het leiderschap van die Ulivo. Ze hadden blijkbaar nog altijd niet door dat het project van de Ulivo al een tijdje volledig verdord was.

De Democraten van Links (DS) opteerden eind vorig jaar voor een resoluut nog sociaal-democratischer koers. Een linkse tendens ging daar tegen in en drong erop aan dat de partij aansluiting zou zoeken bij de nieuwe sociale bewegingen, zoals bij de ‘anders-globalisten’ die in de zomer met succes hadden gemobiliseerd tegen onder meer de G8 top in Genua, waarbij de politie een jonge betoger doodschoot.

Maar de nieuwe partijleider, Piero Fassino, wees elke zwenking naar links af. Ook al omdat dit haaks zou hebben gestaan op de ambitie van de DS voor het leiderschap van de Ulivo. In de campagne voor de parlementsverkiezingen was dat leiderschap toevertrouwd aan Francesco Rutelli, de flink naar rechts opgeschoven ex-burgemeester van Rome die toen enkele centrum-linkse partijen had gegroepeerd in een nieuwe formatie, de Margherita. Alhoewel, centrum-links is veelgezegd voor een groep als Rinnovamento italiano van Lamberto Dini, minister van Financiën in de eerste regering Berlusconi. Hetzelfde kan worden gezegd van de meeste leiders van de PPI, officiële opvolgster van de Democrazia Cristiana. Toch maakt dit allemaal deel uit van de familie van de Ulivo.

Druk van onderuit

Maar na Genua vorig jaar, kwamen dit jaar vanuit de basis van de samenleving massabewegingen op gang die de leiders van de Ulivo volledig passeerden. Er waren in januari talrijke spontane stakingen tegen het plan van de regering om ontslag van werknemers te vergemakkelijken. Tegelijk gaven tienduizenden mensen gevolg aan oproepen van onder meer het tijdschrift MicroMega om te betogen in solidariteit met de magistraten die de corruptie van Berlusconi en compagnie verder willen bestrijden en daarbij de grootste tegenkanting ondervinden.

Het protest tegen de plannen voor gemakkelijker ontslag culmineerde op 23 maart in een massabetoging van tussen twee en drie miljoen betogers georganiseerd door de linkse vakbond CGIL en in de algemene staking die daar op volgde. CGIL-leider Sergio Cofferati werd op slag naar voor geschoven als een mogelijke nieuwe leider van centrum-links, misschien samen met ex-premier en huidig voorzitter van de Europese Commissie Romano Prodi. Niet bepaald een erg linkse keuze.

Cofferati staat mee onder druk van zijn achterban nu zeker linkser dan de leiding van de DS, een partij waarvan hij lid is. Hij steunde op het DS-congres van eind vorig jaar de voorstanders van een linksere koers die zich nu hergroeperen in de beweging ‘Aprile’ met als voorman gewezen minister van Onderwijs Giovanni Berlinguer.

In de optiek van de initiatiefnemers gaat het om een beweging die ruimer is dan de eigenlijke linkerzijde(n) van DS, om een beweging die moet aanleunen bij de nieuwe sociale bewegingen, die van de arbeiders incluis. Aanleunen bij het "buitengewoon democratisch reveil" dat we nu meemaken, aldus Berlinguer die oordeelt dat de Ulivo niets meer is dan een trefpunt van partijsecretarissen. Hij verwijt de leiders van DS dat ze geen duidelijke positie hebben tegenover de bedreiging die uitgaat van het feit dat de neoliberale globalisering uitmondt in een gewapende globalisering beheerst door één enkele macht, de Verenigde Staten van Amerika.

Aprile is verre van een homogene beweging. Voor sommigen komt het er vooral op aan de DS een linksere richting op te sturen, anderen zien er een middel in om de DS aansluiting te doen vinden bij de nieuwe sociale bewegingen onder de jeugd, nog anderen hebben het over een denktank om te debatteren over de toekomst van links.

Herstichting

Rifondazione Comunista heeft verdergaande conclusies getrokken uit de nieuwe sociale bewegingen van de jongste tijd. Het vijfde congres van de "Partij voor communistische herstichting", begin april, besloot over te gaan tot de eigen herstichting. Partijsecretaris Fausto Bertinotti had het in zijn rapport ‘Openheid en vernieuwing’ over een nieuwe fase die aangebroken is. Ook al blijft de arbeidersbeweging in het defensief, toch zijn er nu reële kansen voor een nieuwe radicale linkerzijde. Die verlinksing betekent niet dat Rifondazione breekt met de partijen van en rond de Ulivo. Programmatorisch staat Rifondazione er ver van af, maar dat staat eenheid van actie, ook bij verkiezingen, niet in de weg.

Rifondazione kijkt haar herstichting vooral naar de bewegingen voor een andere globalisering en aan de arbeidersmobilisaties die de uitwerking van een links alternatief meer kansen bieden. Maar dan moet links ook in eigen boezem kunnen kijken. Daarom maakte Bertinotti op het congres een ongenadige kritiek van het stalinisme. "Het stalinisme is onverenigbaar met het communisme. Het is verantwoordelijk voor verschrikkingen die in de 20ste eeuw een ramp betekenden voor het socialisme en voor de arbeidersbeweging", zei Bertinotti die zijn eigen partij bezwoer af te stappen van elk autoritarisme.

Die zeer uitdrukkelijke kritiek op het stalinisme, ook op de Italiaanse versie ervan onder de historische PCI-leider Palmiro Togliatti, was een repliek op een vleugel binnen de PRC die met haar weerstand tegen de vernieuwing bijna dertig procent van de afgevaardigden haalde. Die weerstand is vooral terug te vinden onder vroegere leden van de elf jaar geleden ontbonden communistische PCI. Die tendens staat wantrouwiger tegenover de nieuwe sociale bewegingen, wat trouwens ook geldt voor een andere stroming binnen de PRC, ‘Proposta’, die zich op het trotskisme beroept en een achtste van de mandaten voor het congres bekwam. Een andere trotskistische stroming, Bandiera Rossa rond Livio Maitan, behoort tot de meerderheid rond Bertinotti.

Het is voor andere linkse bewegingen in Europa vooral belangrijk om te laten zien dat er in Italië een grondig debat bezig is over de toekomst en identiteit van links, over de band met de nieuwe sociale bewegingen en de band van die bewegingen met de vakbeweging. Het is ook belangrijk dat er partijen zijn waarin dat debat op een democratische manier wordt gevoerd.

(Uitpers, juni 2002)

(Visited 1 times, 1 visits today)
Deel dit artikel

Visited 27 Times, 1 Visit today

Tags :
Over Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook