Italiaanse linkerzijde riskeert implosie

De Italiaanse “Democratische Partij” (PD) likt haar wonden. Verkiezingen in de regio Abruzzen werden een fiasco voor deze partij waarin onder andere de meeste ex-communisten en de meeste gewezen christendemocraten onder dak zitten. Nog geen 20 procent, nauwelijks iets meer dan “partner” Italia dei valori (Idv) van Antonio Di Pietro (15%). Maar de zege ging onbetwist naar de rechtse coalitie van premier Silvio Berklusconi.

Tegelijk wordt de PD zwaar geplaagd door schandalen alom, verscheidene PD-politici worden genoemd in omkoopschandalen. De verkiezingen in de Abruzzen waren er ook al gekomen om Ottaviano del Turco, leider van een kleine socialistische partij, te vervangen nadat die was opgesloten in een omkoopschandaal.

De PD werd in de herfst van vorig jaar opgericht als feitelijke fusie van de Democraten van Links (DS, de erfgename van de communistische PCI) en van de Margherita waarin vooral christendemocraten zaten. Na een brede interne raadpleging, met 3,5 miljoen deelnemers, werd Walter Veltroni tot voorzitter gekozen. Maar de man die zich ooit zag als de Italiaanse Kennedy, zit in de rats. Zijn partij vreest nu al een debacle bij de Europese en lokale verkiezingen van juni.

Mager

Nochtans kan de regering Berlusconi na zeven maanden met weinig uitpakken. Berlusconi slaagt er wel in permanent aanwezig te zijn in de media. Hij laat zich graag opmerken in gezelschap van zijn buitenlandse vrienden, zoals de Franse president Nicolas Sarkozy en de Russische premier Vladimir Poetin. In eigen land steelt hij de show met platvloerse grappen en anekdotes die moeten doen vergeten dat hij van hervormingen niet veel in huis brengt (gelukkig maar).

Een van die grote hervormingen moest die van het onderwijs worden. Honderdduizenden scholieren, studenten en leerkrachten kwamen op straat tegen de geplande zeer drastische inkrimping van het aantal leerkrachten. Berlusconi deed of zijn neus bloedde, maar de hervorming is alvast uitgesteld tot 2010 om wellicht voorgoed te worden opgeborgen.

Andere plannen stranden op de tegenkanting van zijn coalitiegenoten, vooral dan van de Lega Nord, zusterpartij van het Vlaams Belang. Berlusconi vindt dat de “hervorming van de magistratuur” – lees uitschakelen van lastige magistraten – een prioriteit is. Maar de ministers van de Lega onderstreepten dat hun “fiscaal federalisme” dé prioriteit moet zijn.

Nochtans maakt Berlusconi er geen geheim van dat zijn strijd tegen de magistraten van justitie absolute voorrang heeft. “Mamma mia, no again” blokletterde het conservatieve weekblad The Economist na de overwinning van Berlusconi in april. Want ook zakenkringen zijn er niet mee opgezet dat Berlusconi zijn politieke macht telkens weer misbruikt om uit handen van het gerecht te blijven. Dat hij nog niet in de gevangenis zit, heeft hij te danken aan zijn spitsvondige advocaten en aan de (medeplichtige) traagheid van de justitie – waardoor de zaken telkens weer verjaren.

Cynisme

Hoe duidelijk dat machtsmisbruik ook is, toch stoort het vele Italianen niet. Het lijkt wel alsof dat de normaalste zaak van de wereld is om aan politiek te doen uit puur eigenbelang.

Dat weerspiegelt een diep ingeworteld cynisme ten opzichte van de politiek. Het geeft aan dat veel mensen zich geen illusies maken over de motieven van politici om macht uit te oefenen, namelijk eigenbelang. Bij Berlusconi vindt men het blijkbaar nog een pluspunt dat hij daar zo open voor uitkomt. “Il Cavaliere” is zeer snel een nieuw offensief begonnen tegen de magistratuur. Hij verwijt de magistraten dat ze partijdig zijn, dat ze vooringenomen zijn tegen hem. Nochtans heeft hij het aan magistraten te danken dat hij nog op vrije voeten rondloopt. Maar hij heeft het vooral tegen al die onderzoeksrechters die zich hebben vastgebeten in de aanklachten tegen Berlusconi voor corruptie, belangenvermenging enz. Om zijn aanval op de magistratuur te verantwoorden, verwijzen zijn propagandisten graag naar het lekker luie leventje van veel magistraten die volgens hen amper twee tot drie dagen per week werken.

Berlusconi III (de eerste regering Berlusconi was in 1994 en duurde acht maanden, de tweede van 2001 tot 2006) maakt ook van veiligheid een prioriteit. Daarom ook stuurde ze troepen de straat op, om de veiligheid van de burgers te waarborgen. Alsof men aanrandingen en inbraken kan bestrijden met soldaten. Maar wat telt is het imago: een kordaat optreden tegen “de misdaad”.

Er worden ook militairen ingezet in Campanië (de regio van Napels) om de camorra ( maffia) te bestrijden. Maar ook daar is dat meer symbolisch, om de camorraclans de controle over hun gebied te ontzeggen, zijn meer troepen en vooral andere maatregelen nodig.

Racisme

De regeringspartij Lega Nord zorgt er dan wel voor dat die “misdaad” een gezicht krijgt: zigeuners voorop, gevolgd door alle mogelijke immigranten uit de Balkan en Afrika. Die Lega Nord heeft onder meer het ministerie van Binnenlandse Zaken in handen. Ze stelde voor om aan de Italiaanse kusten grof geschut op te stellen tegen vaartuigen die clandestiene migranten aanvoeren.

Dat beleid gaat gepaard met toenemend racisme. Het blijft niet altijd bij woorden, er zijn de jongste tijd talrijke puur racistische moorden gepleegd. Dat lokt echter weinig maatschappelijke reactie uit. De krant La Repubblica publiceerde deze zomer foto’s van toeristen aan een strand bij Napels die onverschillig voorbij lopen aan de lijken van twee zigeunermeisjes die verdronken waren. Ook de moorden lokken weinig reactie uit.

De regering onderneemt niets om dat racisme tegen te gaan. Integendeel, de Lega Nord giet olie op het vuur. De regering stelt de immigranten voor als de oorzaak van onveiligheid. Ze neemt maatregelen om de integratie van immigranten tegen te gaan. Italië heeft een nieuwigheid ingevoerd: wie clandestien in het land verblijft, wordt niet zomaar uitgewezen, want die heeft een misdrijf begaan waarop zware straffen staan. Minister van Binnenlandse Zaken Roberto Maroni (Lega Nord) heeft al geopperd elke medische zorg aan clandestiene inwijkelingen te ontzeggen.

Merkwaardig genoeg komt het protest binnen de regeringscoalitie vanuit de “Nationale Alliantie”, de opvolgster van de neofascisten. Gianfranco Fini is voor stemrecht voor alle legale immigranten bij gemeenteraadsverkiezingen. Toen zijn partijgenoten La Russa, minister van Defensie, en Alemanno, burgemeester van Rome, het opnamen voor Mussolini, verklaarde Fini dat zijn partij de waarden van de weerstand tegen het fascisme deelt.

De felste kritiek op dat beleid komt echter van ‘Famiglia Cristiana’, het meest verspreide weekblad van Italië. Tot woede van het Berlusconi-kamp valt dit blad het regeringsbeleid aan omdat het geen oog heeft voor sociale problemen en solidariteit.

Opwarming

Dat alles gebeurt tegen een achtergrond van financiële en economische crisis. De Italiaanse economie deed het, los van de financiële crisis, al eerder slecht. De regering overweegt grote infrastructuurwerken, zoals de brug tussen het vasteland en Sicilië, maar de kas is niet genoeg gevuld voor grote prestigewerken. Met de financiële crisis en de verwachte wereldwijde recessie ziet het er niet goed uit.

Vandaar dat Berlusconi binnen de EU de strijd tegen de opwarming van de aarde wil afzwakken. Als het aan hem ligt, zal de uitstoot van CO 2 gassen niet zo snel moeten worden teruggeschroefd. Milieubehoud is nooit een prioriteit van Berlusconi geweest, nu wordt de crisis ingeroepen om daar weinig werk van te maken.

Die crisis kan het sociaal protest aanwakkeren, al rekent de regering erop dat mensen in tijden van groeiende onzekerheid vooral aan zichzelf denken en weinig solidariteit opbrengen. Van de Italiaanse jongeren werkt een steeds groter deel in precaire omstandigheden, met tijdelijke contracten, deeltijds, interim, lage lonen enzovoort. Men spreekt van de generatie van minder dan duizend euro, zijnde degenen die met minder dan duizend € per maand moeten rondkomen. Het (zwakke) protest daartegen komt alleen van basiscomité’s en uiterst-links. Want “centrumlinks” heeft daar als regeerder zelf aan meegewerkt.

Geen gezicht

Al blijkt massale mobilisatie nog steeds mogelijk – zoals met de protesten tegen de onderwijsplannen en met een oppositiebetoging van één miljoen mensen in Rome bleek – toch staat de politieke oppositie zeer zwak. De PD heeft geen enkele samenhang, geen duidelijk programma. Ze is zodanig opgeschoven naar het centrum, dat ze geen gezicht meer heeft. Ze is bovendien erg verdeeld tussen bijv. tussen vrienden van het Vaticaan en verdedigers van de lekenstaat.

Ze is ook verscheurd door persoonlijke ambities. Oud-partijleider en ex-premier Massimo D’Alema laat geen gelegenheid voorbij gaan om Veltroni het leven zuur te maken. Hij voert onder meer campagne tegen de voorverkiezingen onder sympathisanten om kandidaten voor verkiezingen aan te duiden. Achter dat verzet schuilt de ambitie om Veltroni te verdringen. Maar er is slechts ene partijcongres voorzien voor de herfst van 2009. De intriges zullen er niet minder op worden.

Tot overmaat van ramp heeft de PD te maken met allerlei omkoopschandalen. Daarin vallen de namen van de burgemeesters van Pescara en Firenze en van verscheidene stadsbestuurders in Napels. Eén schepen pleegde zelfmoord, drie anderen moesten ontslag nemen nadat ze ervan beschuldigd waren smeergeld te hebben aangenomen van een grote bouwondernemer. Het is een halve eeuw geleden dat de film ‘Le mani sulla città’ lieten zien hoe bouwspeculanten de stad en haar rechtse bestuurders in hun greep hadden. Het zijn nu andere bestuurders, maar de situatie is weinig veranderd. Dat ontneemt de PD elk gezag om tegenover Berlusconi de zogenaamde ‘morele kwestie’ te stellen. Binnen de PD wordt over die kwestie wel fel gedebatteerd, maar dat debat dient alleen voor afrekeningen, niet voor een koerswijziging.

Volgens peilingen zou de PD bij de Europese verkiezingen in juni volgend jaar amper 26 % van de stemmen halen. Maar voor wie stemmen haar keizers dan wel? Terwijl leiders van de PD, onder wie gewezen Margherita-leider Francesco Rutelli, deelnamen aan de vergadering van de liberale fractie in het Europees Parlement, een fractie waarvan ze deel uitmaken, woonden andere leiders, onder wie D’Alema, de vergaderingen van de Socialistische Internationale bij. De Europese gekozenen van die ene partij, de PD, zitten dus in twee zeer verschillende fracties en dat zal wellicht zo blijven. Van een duidelijk profiel gesproken. Deze PD heeft zelfs niet het profiel van een gewone sociaaldemocratische partij!

Di Pietro

De PD wordt intussen in activisme voorbijgestoken door Antonio Di Pietro en zijn partij ‘Italia dei valori’ (het Italië van de waarden, Idv). Di Pietro was in 1992 de magistraat die de grote corruptieschandalen blootlegde en in 1994 op enkele corruptiezaken van Berlusconi en zijn omgeving uitkwam. Di Pietro neemt het niet dat de PD een zo tamme oppositie voert, hij pakt Berlusconi veel harder aan.

Met die zwakke oppositie voor ogen, heeft Berlusconi het echter makkelijk om vol vertrouwen te zeggen “Ik zit hier voor de komende vijf jaar”. Nu hij alweer nagenoeg de volledige controle over de media heeft (tv bijna volledig, de tijdschriften grotendeels, veel kranten die bevriend zijn), kan hij zijn imago van succesvol zakenman blijven uitspelen. Maar in Italië voorspellingen doen voor de komende vijf jaar is beslist een riskante onderneming. Vooral omdat de economische crisis Italië nog harder dreigt te treffen dan de meeste andere landen van Europa.

(Uitpers, nr 105, 10de jg., januari 2009)

Deel dit artikel

Visited 128 Times, 1 Visit today

Tags :
Freddy De Pauw

Freddy De Pauw was van 1972 tot 2002 redacteur buitenland bij De Standaard. Hij volgde jarenlang Centraal- en Oost-Europa, een groot deel van Azië (o.m. China) en Italië. Hij publiceerde o.m. bij het Davidsfonds Volken zonder Vaderland’ over de ‘etnische kwesties’ in Centraal- en Oost-Europa; De firma maffia; Italië, moeder van alle smeer; Russische mafija; Handelaars in mensen; Maffia in België en Handelaars in nieuws – over trends in de berichtgeving. Werkt sinds de start in 1999 mee aan Uitpers.

zie ook